ANS luistert: Johan
Iedere week belicht ANS-Online een cd die op kantoor wordt grijsgedraaid. De ene keer een golden oldie, de andere keer überhippe kutmuziek.
Week 10: Johan – Pergola (2001)
Terwijl ik vorige week stevig in mijn winterjas gewikkeld in het gras lag om de eerste zonnestralen van dit jaar te verwelkomen, dacht ik even aan spontaan uit de lucht vallende tuinkabouters. Tumble and Fall, het bescheiden hitje van Johan’s tweede plaat Pergola, is een van de nummers die ik steevast met de lente associeer. De band, die feitelijk door frontman Jacco de Greeuw werd gevormd, ging eind vorig jaar ter ziele. Bij het laatste optreden in Paradiso kreeg Johan een gouden plaat uitgereikt voor Pergola, dat vol fijn in het gehoor liggende gitaarpopliedjes staat. Met als voornaamste invloed The Beatles is de muziek weinig revolutionair te noemen, maar wat maakt dat uit wanneer het lentegevoel je bekruipt. Anne Elshof
Week 9: De Jeugd van Tegenoordig – De Machine (2008)
De echte ANS-kenner weet het natuurlijk al lang: de meest geluisterde plaat op het kantoor is helemaal geen indie, geen folk en zeker geen gezapige pop. En we schamen ons er niet voor dat we van De Jeugd houden. De beats zijn te gek, de teksten misschien wat puberaal. Ach, je moet ervan houden. En dat doen wij. Wanneer we er echt doorheen zitten – 04:29, deadlineavond – zet iemand De Machine op, en weldra wordt luid meegebruld met Kerk, Er is een hitje en mijn persoonlijke favoriet Bertje. Eigenlijk weet ik niet zo goed waarom we zo kunnen genieten van De Jeugd. Zijn het de opzwepende synthesizers? De meebrulbare vocalen? Of het feit dat het zo fout is, dat het goed wordt? Wat maakt het uit, wij zingen vrolijk verder: ‘BOYBOOOOOY’. Timo Pisart
Week 8: Belle and Sebastian – Dear Catastrophe Waitress (2003)
‘Waarom is het steeds zo zwaarmoedig?’, was onlangs het commentaar op het gros van de albums die deze rubriek tot nu toe hebben gesierd. Na een korte blik op mijn bescheiden fysieke cd-collectie concludeerde ik dat daar slechts één plaat tussen zit die als vrolijk bestempeld kan worden. Zeven jaar en drie albums na het alomgeprezenTigermilk en If You’re Feeling Sinister gooide Belle and Sebastian het met Dear Catastrophe Waitress over een andere boeg en verwerd het Schotse indiepopgezelschap van ‘wistful’ tot ‘shiny happy people’. Het album staat vol opgewekte melodieën en lieflijke harmonieën, waarmee zelfs van een saaie kantoorbaan een upbeat nummer wordt gemaakt. Toch ontkomt ook deze ANS luistert niet aan wat mistroostigheid. Luister maar naar de teksten. Anne Elshof
Week 7: The Veils – Nux Vomica (2006)
Maar weinig zangers klinken zo gekweld als Finn Andrews. Klinkt zijn stem het eerste moment als een beheerste bariton, het volgende slaat hij over in getormenteerde schreeuwen. Er staan best wat lichte nummers op de plaat, hoor. Het merendeel van Nux Vomica is echter pikzwart. Het gejank van Andrews wordt meestal begeleid door opzwepende drums, stuwende bassen en scheurende gitaren. Soms neemt de band gas terug en wordt Andrews slechts omlijst door een stemmige piano. Voor velen zal de plaat te zwaar zijn. Maar ik zet de cd telkens op, vooral voor het gekrijs dat door merg en been gaat.
Timo Pisart
Week 6: Headless Heroes – The Silence of Love (2009)
In de Valentijnsweek kon het natuurlijk niets anders dan een liefdesliedjesplaat worden. The Silence of Love klinkt als een Knuffelrock-achtige compilatie, maar is in werkelijkheid een coverproject à la Nouvelle Vague. Nummers van onder meer Nick Cave, I Am Kloot en The Jesus and Mary Chain worden in een nieuwe, lichtelijk psychedelische jas gestoken. Het merendeel van de nummers is eerder een beklag dan een hymne over de liefde, zoals de illustratie op de albumcover al doet vermoeden. En als de teksten al geen malheureuse inslag hadden, dan zou het melancholieke stemgeluid van zangeres Alela Diane hier wel voor zorgen. De stelletjes kunnen bij het luisteren van deze plaat met een gerust hart tegen elkaar aan kruipen, de lonely hearts club kan naar hartelust mee zingen. Anne Elshof
Week 5: The Cohens – The Cohens (2009)
Hippelingen uit het indiecircuit, omarm uw nieuwe goden. Met ronkende orgels, stuiterende drums en opgefokte zang vuurt Nijmeegs trio The Cohens op hun naamloze debuut-EP een achttal muzikale bommetjes af. En ze schieten altijd raak. Ieder nummer raast in sneltreinvaart voorbij, altijd catchy, pissig en fel. Het mooiste: The Cohens heeft écht een eigen smoel. Hate it or love it, maar deze band zou in het genre (welk genre eigenlijk?) verschrikkelijk groot kunnen worden. Niet voor niets won de band vorig jaar al de bandwedstrijden Roos van Nijmegen en Gesel van Gelderland en werd derde bij de Sena Performers PopNL-award. Hopelijk is het snel gedaan met hun sabbatical, want ik kan wel een nieuw shot gebruiken. Timo Pisart
Week 4: Ben Gibbard & Andrew Kenny – HOME: Volume 5 (2003)
De krachten van bekende en minder bekende namen uit de indiepop scene worden in de serie HOME tot kleine parels van albums gebundeld. Voor de vijfde editie werden Ben Gibbard – bekend van Deathcab for Cutie en The Postal Service – en Andrew Kenny – minder bekend van The American Analog Set – gestrikt. Eigenlijk is alles wat je van dit album moet weten dat er acht mooie luisterliedjes opstaan, van You Remind Me of Home tot Secrets of the Heart. De zoetgevooisde stem van Gibbard afgewisseld met die van Kenny, beiden enkel begeleid door akoestische gitaar. Niets meer, zeker niets minder.
Anne Elshof
Week 3: Arctic Monkeys – Humbug (2009)
Weg hoekige, catchy gitaren, weg agressief uitgespuwde zanglijnen en weg opgefokte drums. Met Humbug is Arctic Monkeys meer gelaagd – volwassen? – geworden. De gortdroge producties hebben plaatsgemaakt voor uitgesponnen muren van geluid die worden geconsumeerd door de galm en zijn volgeverfd met details. De schuldige is Josh Homme – frontman van Queens of the Stone Age – die de plaat heeft geproduceerd. Nooit groovden de Monkeys zo gevaarlijk, én nooit speelden ze daarnaast zulke fijngearrangeerde liedjes – zoals frontman Alex Turner ze met zijn zijproject zo mooi maakt. Vier jaar geleden bracht Arctic Monkeys haar debuut uit op 23 januari, en werd de band bestempeld als hype. Met Humbug bewees Arctic Monkeys definitief meer te zijn dan die hype. Veel meer. Timo Pisart
Week 2: Nick Drake – Five Leaves Left (1969)
Het tragische levensverhaal van Nick Drake is even legendarisch als ’s mans muziek. Waar de albums van de door depressies getormenteerde folkzanger tijdens zijn leven vrijwel onopgemerkt bleven, zijn ze na Drake’s vroegtijdige en mysterieuze dood volop geprezen. Zo ook het debuutalbum Five Leaves Left. De nummers, die in toon variëren van pure folk tot jazzy, vallen als een warme deken om je heen. Het album voert je moeiteloos mee en wanneer je bent aangekomen bij het etherische Cello Song – dat overigens verdienstelijk is gecovered door The Books en Jose Gonzalez – vraag je je af hoe men dit destijds zo over het hoofd heeft kunnen zien.
Anne Elshof
Week 1: Alamo Race Track – Black Cat John Brown (2006)
Met ijskoude tenen fietste ik vandaag langs het Goffertpark en voor het eerst sinds de zomer zag ik het park in de schemering. Onmiddellijk schoot de herinnering aan een magisch optreden door mijn hoofd – niet aan Coldplay. Een half jaar geleden zag ik Alamo Race Track in het prachtige openluchttheater in het park optreden. En dat na meer dan een jaar radiostilte. Dolgelukkig was ik, dat het Nederlandse Excelsiorbandje nog bestond. Op hun laatste plaat, Black Cat John Brown staat ongrijpbare – maar catchy! – pop. Stiekem mijn favoriete cd van Nederlandse bodem. Alamo Race Track bestaat nog steeds, en staat begin maart in LUX. Op de site van de band is er niets over te vinden, maar ik ben erbij. Timo Pisart
Week 51: Ryan Adams and The Cardinals – Cold Roses (2005)
Nu de koude definitief heeft toegeslagen en ijsbloemen zich op de ruiten vormen, is het tijd om Cold Roses weer uit de digitale kast te trekken. Op deze eerste van de in totaal drie platen met backing band The Cardinals ging hyperproductieve singer-songwriter Ryan Adams terug naar zijn alt-country roots. Dit tot vreugde van menig recensent, die over het algemeen weinig heil zagen in Adams’ rock-georiënteerde projecten. Zoals het country betaamt wordt er op Cold Roses veel hartzeer bezongen. De ene keer met iele stem en sobere begeleiding, de andere keer met warme klankkleur en volledige benutting van The Cardinals, die overigens live het best tot hun recht komen. Anne Elshof
Week 50: Radiohead – Kid A (2000)
Het is weer lijstjestijd: ieder zichzelf respecterend muziekmedium kijkt terug op de ‘jaren nul’ en stelt de vraag: ‘Wat is het beste album van de afgelopen tien jaar?’ Noemen OOR, NME en mijn collega-hoofdredacteur Is This It van The Strokes het neusje van de muzikale decenniumzalm, Pitchfork en ikzelf zeggen: Kid A van Radiohead. De eerste luisterbeurt vond ik het een kutplaat, maar uiteindelijk kropen de griezelige melodieën mijn schedelpan binnen, om daar nooit meer weg te gaan. Kid A is de ultieme nachtplaat: de iele stem van Yorke wordt verzwolgen door elektronica en psychotische blazers. En alles klopt.
Timo Pisart
Week 49: Julian Casablancas – Phrazes for the Young (2009)
Terwijl de debuutplaat van The Strokes in allerlei media tot (een van de) beste albums van het afgelopen decennium wordt uitgeroepen, heeft frontman en muzikaal mastermind achter het New Yorkse vijftal net een soloalbum uit. Keyboard heavy is het sleutelwoord in de recensies van Casablancas’ solowerk. Het gebruik van synthesizers en andere elektronische toetsinstrumenten is misschien ook wel het grootste verschil met het Strokes oeuvre. Nummers als Out of the Blue en 11th Dimension gaan hierdoor de richting van luchtige dansmuziek op. Met zinsnedes als I know I’m going to hell in a leather jacket/At least I’ll be in another world while you’re pissing on my casket is er in de teksten echter nog genoeg welt- en andere schmerz te beleven. Anne Elshof
Week 48: Benjamin Herman – Campert (2007)
Eigenlijk verandert alles wat de productieve saxofonist Benjamin Herman aanraakt in goud: de platen met New Cool Collective zijn stuk voor stuk te gek, zijn soloplaten swingen als opgefokte parenclubleden en zijn samenwerkingen met Hans Teeuwen, Pete Philly & Perquisite en Paul Weller zijn allemaal noemenswaardig. En dat voor iemand die minstens een plaat per jaar uitbrengt. Herman kwam in 2007 met de cd Campert, een uit de hand gelopen soundtrack bij de documentaire over de dichter/schrijver. Campert is jazzy, maar niet té. Een echte lekker lome zondagochtendplaat, en het perfecte eerbetoon.
Timo Pisart
Week 47: Seabear – The Ghost That Carried Us Away (2007)
Nogmaals een plaat uit 2007 en nogmaals folk. Dit keer niet uit het broeierige zuiden van de VS maar uit het koude IJsland. De liedjes die de in totaal zeven bandleden met variërende instrumenten – waaronder ukelele, xylofoon, banjo en harmonica – maken, zijn echter alles behalve koelbloedig. De ene keer lieflijk, de andere keer melancholisch, maar altijd hartverwarmend en met de kinderlijke creativiteit die de Scandinaven in het bloed lijkt te zitten. In maart 2010 brengt het zevental een nieuw album uit getiteld We Built a Fire. Tot die tijd warm ik me graag aan I Sing I Swim en andere parels van het debuutalbum.
Anne Elshof
Week 46: Bowerbirds – Hymns for a Dark Horse (2007)
Dromerige folky liedjes. Bowerbirds is een hippie-duo dat leeft in een hutje in de bossen van North Carolina. Op Hymns for a Dark Horse, hun debuut, bezingen zij min of meer continu de schoonheden van de natuur. De spaarzame arrangementen – sobere samenzang, omlijst door akoestische gitaar, spaarzame drums, piano en accordeon – zijn prachtig. Onlangs speelden Phil, Beth en de meetourende drummer ‘Yan’ in Doornroosje een steengoede show, die eindigde met een ontroerende akoestische versie van Bur Oak, midden in het publiek. [klik hier voor een vergelijkbare uitvoering] Als de bossen waar de Bowerbirds wonen net zo mooi zijn als hun muziek, zou ik er graag wonen. Timo Pisart
(Advertentie)




Midden in het publiek akoestisch? Wat een kut gimmick
Ja, vaak wel. Watson had in ieder geval nog een mooi ‘megafoon-jetpack’. Maar dit was erg mooi.
Kid A, mmm!
Cold Roses, mijn favoriete plaat!
‘Wat maakt het uit, wij zingen vrolijk verder: ‘BOYBOOOOOY’’
Een pluim voor jou, Timo. En de rest van de aanwezigen die jou navolgt, natuurlijk.
Boy onze heilige, wij aanbidden niemand anders dan U, de ware en enige messias op aarde.