ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

ANS luistert: School is Cool – Entropology

Iedere week belicht ANS-Online een cd die op kantoor wordt grijsgedraaid. De ene keer een golden oldie, de andere keer überhippe kutmuziek.

Week 4: School is Cool – Entropology (2011)
‘Come on up above the ground, come and hear that brand new sound.’ Bretels, houthakkersblouse en afgrijselijke pens. Met immer rode wangetjes ramt multi-instrumentalist Andrew van Ostade op zijn klokkenspel. Misschien oogt School is Cool niet al te rock ‘n roll, toch is het de muzikale vedette van Vlaanderen. Met frisse popliedjes heeft de band onze zuiderburen al lang voor zich gewonnen, nu trekken zij gestaag door naar het noorden. Soms klinkt Entropology onbezonnen, als je kleine neefje met ADHD die zojuist, onder gedempt gegiechel, een halve vlaai in zijn mond heeft gestouwd. Soms volgen bedenkelijker klanken, tot het kwintet gezamenlijk schreeuwt dat de mensheid ‘de wanorde’ negeert. Het is geen ramp dat ze opzichtig flirten met The Dodos en (in mindere mate) Arcade Fire: het resulteert in een van de meest eigenzinnige debuten van afgelopen jaar. Joeri Pisart

Week 3: Erik Satie – The Early Piano Works (1980)
‘95 procent van de mensen is afhankelijk van wat 5 procent slimme, inventieve en creatieve mensen weet te bedenken,’ aldus Aleid Truijens in de Volkskrant. Om gehoor te geven aan die elitistische houding schalt deze week niet Kraantje Pappie of Moss uit onze boxen. Vanuit onze ivoren toren klinken enkel de zachte pianovingers van Reinbert de Leeuw, die in de jaren ‘70 en ‘80 het verloren geraakte werk van componisten als Erik Satie weer toegankelijk maakte. Het enfant terrible van de Franse muziekwereld voor de Eerste Wereldoorlog was na zijn dood in 1925 vrijwel vergeten. De uitvoering van De Leeuw wordt soms gezien als te langzaam, maar de spanning die de pianoklanken oproept heeft een bijzonder mysterieuze lading van rust en naderend ongemak. Vooral in Gnossiennes 4 en 5 is die dubbelzinnige sfeer goed te merken. Tim Ficheroux

Week 3: Kurt Vile – Smoke Ring for my Halo (2011)
Tijdens lijstjestijd werd het album Smoke Ring for my Halo van Kurt Vile door OOR bestempeld als één van de beste albums van 2011. Ook andere autoriteiten op muziekgebied, zoals Pitchfork, prijzen het album de hemel in. In het begeleidende tekstje in OOR stond ‘het best ’s nachts te beluisteren met een fles goedkope wijn’. En inderdaad, in de donkere, wanhopige momenten dat je ’s nachts moet doorwerken of niet kunt slapen, is de rustige stem van Vile een baken om je aan vast te houden. Het oud-lid van de band The War on Drugs maakt simpele gitaarmuziek met veel gitaren en lijzige zang. Zijn muziek wordt vaak vergeleken met de klanken van Bruce Springsteen, maar de bombastische ondertoon van de opa van de Rock ‘n’ roll is bij Vile compleet afwezig. De eerste track, Baby´s Arms, is mijn favoriet. De hele plaat is een fijne aanvulling op de albums die regelmatig terug komen tijdens het koortsachtig typen aan een interview, het nadenken over oplossingen voor scriptieproblemen of uit het raam naar de regen staren. Jozien Wijkhuijs

Week 2: Wolf People – Steeple (2010)
Hoewel ik graag los mag gaan op een dikke dansplaat van De Jeugd of hippe Britse indiepop behoor ik stiekem toch tot het groepje nukkige nostalgici dat alles van na 1970 het liefst degradeert tot nieuwerwetse prullaria. Vroegah, toen maakten ze pas muziek! Vier jongeheren uit het zuiden van Engeland dachten er precies zo over. Zij richtten een bandje op, plukten wat paddestoelen in het bos en maakten een psychedelische rockplaat zoals psychedelische rockplaten horen te zijn: uitgebreide jams en zweverige zang. Waarom zou je progressief en vernieuwend zijn als je prima muziek op beproefde wijze kunt maken? O ja, ze gebruiken een blokfluit. Dat op zich is al genoeg reden om Steeple zo snel mogelijk aan te schaffen en grauwgrijs te draaien. Mickey Steijaert

Week 51: Smith & Burrows – Funny Looking Angels (2011)
Op de drempel van het weekend staat het kantoor vol allerhande kerstbomen en restjes kerstbrunch, en na wekenlang Skyradio heeft het Christmas station plaatsgemaakt voor Serious Request van 3FM. Om die winterse sfeer van kitscherige romantiek vast te houden op de echte vrije dagen waarop universiteit noch familie je aanwezigheid verwacht, is er dit jaar nog een derde onmisbare in de lijst. Funny Looking Angels, bedoeld als kerstplaat, is een mix van eigen nummers en covers van kerstklassiekers, opgenomen door de zanger van Editors en de voormalig drummer van Razorlight. Veel weemoed, hier en daar een koortje of kerstbel en prachtige melodieën maken samen een donkere, warme plaat. Het enige minpuntje is het middenstuk, waarbij Wonderful Life en Only You helaas in een nieuw jasje opduiken. Snel doorspoelen naar de tweede helft, want het instrumentele Rosslyn en This Ain’t New Yersey, met haar tragische cello, zijn wat mij betreft hoogtepunten van deze warme winterplaat. Eline Huisman

Week 50: Ed Sheeran – + (2011)
Momenteel bestormt hij de hitlijsten met zijn nummer The A-Team en hoewel ik het meestal niet zo heb op populaire, vaak erg dromerige singer-songwritermuziek, ben ik wel overtuigd van Ed Sheeran’s prestaties. De Britse zanger is pas 20 en dat is goed te horen in zijn boyband-achtige stem. Zijn warme stemgeluid is echter heerlijk in deze koude tijden. Vooral in de rustige nummers doet hij het goed. Minpunt aan de plaat zijn de irritante, elektronische drums en bliepjes in The City en You need me, I don’t need you, maar het prachtige Wake me up maakt alles goed. Met slechts een paar piano-akkoorden en veel pauzes ter begeleiding van zijn melodieuze stem vertelt hij een superschattig verhaaltje. Andere pareltjes van zijn debuutalbum + zijn voor mij het rustige This en U.N.I.Heerlijk om bij weg te dromen. Adrianne Tuk

Week 49: Jamie Lidell – Compass (2010)
Na de eerste luisterbeurt lag dit album ruim een jaar lang in mijn kast te verstoffen. De verschillende eclectische experimenten maakten het in eerste instantie tot een absurd muzikaal voorkomen. Grip op de langspeler krijg je pas na meerdere keren aan te horen hoe fenomenaal vreemd Lidells muziek is en nu luister ik het dan ook elke dag. Met sluimerende soul in She Needs Me en de zonnige pop van Enough’s Enough laat de Brit een kant horen die we van hem kenden, maar het album laat vooral met de op en neer gaande titeltrack zien hoe origineel Lidell is. Met het slotnummer You See My Light wordt er toch nog een zwaarmoedig karakter aan de cd gegeven, maar de plaat is bovenal een muzikale trip waar je heel lang in wilt blijven zitten. Erik van Rein

Week 48: Roy Orbison – The Essential (2010)
Een album is een kunstwerk op zich, geen verzameling van losse nummers. Daarom heb ik een pesthekel aan compilatie cd’s: parels worden uit de context gescheurd waarin zij oorspronkelijk schitterden. Een enkele keer ontkom je er echter niet aan om toch een exemplaar aan te schaffen. Sinds kort staat Roy Orbison met The Essential in mijn cd-kast. Het is onvoorstelbaar dat het verlegen, gedrongen mannetje meisjesharten sneller deed kloppen. Toch is het terecht: luister naar zijn zwoele stem in Crying of Running Scared en je waant je een jongedame met gebroken hart, smachtend naar echte liefde. Soms wordt zijn ongebreidelde melancholie plots onderbroken met een vrolijke noot. Meestal blijft het huilen geblazen, zeker als je je bedenkt dat zulke muziek nooit meer zal worden gemaakt. Joeri Pisart

Week 47: awkward i – Everything on Wheels (2011)
Na het debuutalbum I really should whisper heeft Djurre de Haan, beter bekend als awkward i, een vaste band om zich heen verzameld. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat de tweede plaat, Everything on Wheels, completer lijkt te zijn. De spannende popliedjes lijken net wat meer af dan het eerdere werk van de singer-songwriter. Gelukkig is de melancholische ondertoon wel terug te horen en blijft de eenvoud die de muziek van awkward i zo mooi maakt herkenbaar. De enige twijfels die ik over deze plaat heb is de droogheid die er vanaf druipt, terwijl de humor van De Haan toch duidelijk te horen is in de tekst. Live is die droogheid juist wat de band interessant maakt. Vrijwel standaard gewapend met een fles rode wijn maakt De Haan de ene na de andere ongemakkelijke opmerking richting publiek. Tim Ficheroux

Week 46: Nirvana – Unplugged in New York (1994)
Het is me dit jaar al meerdere keren overkomen dat ik vol verbazing aan een eerstejaars moest vragen ‘ken je dat niet?’ De eerste keer was tijdens het introductieweekend dat ANS organiseerde, op het eindfeest. Een van ons was verkleed als Bono en zelfs na de uitleg ‘de zanger van U2!’ ging er bij een aantal van de kersverse studenten geen lichtje branden. Gisteren overkwam me iets dergelijks, maar toen met een van onze eigen redacteuren. Hij wist niet wie Kurt Cobain was, Nirvana kende hij evenmin. Ikzelf ben geen fan van het eerste uur, maar van het live-album Unplugged in New York kan ik wel degelijk genieten. De wetenschap dat Cobain er slechts een aantal dagen later een eind aan maakte, maakt de rauwe randen van zijn stem alleen maar indrukwekkender. Jozien Wijkhuijs

Week 45: Deep Purple – Machine Head (1972)
Bewapend met een van de Rolling Stones geleend opnamebusje togen de langharige heren van Deep Purple af naar het meer van Genève. Bij het aan de oever gelegen Montreaux Casino zou de nieuwe plaat opgenomen worden – ware het niet dat een bezoeker van een concert van Frank Zappa met een flare gun het complex in lichterlaaie zette. Het casino brandde tot de laatste Zwitserse baksteen af en Deep Purple moest op zoek naar een nieuwe locatie. Uiteindelijk was Machine Head het roemruchte resultaat, een oerdegelijke klassieker die nog steeds menig platenverzameling siert. De frustraties over de gebeurtenissen verwerkten de bandleden in het beste en beroemdste nummer, dat altijd zal doen terugdenken aan de rookpluimen die over het meer van Genève spookten. Smoke on the water and fire in the sky. Mickey Steijaert

Week 44: Florence + the Machine- Ceremonials (2011)
Eigenlijk is dit stukje tekst te klein om echt recht te doen aan het nieuwe album van deze Britse band. Elk nummer heeft iets speciaals, waardoor ik wel moet blijven luisteren naar dit grootse, meeslepende album. Met haar speciale stem, die ze zowel in de lage als hoge registers perfect beheerst, zingt leading lady Florence Welch de longen uit haar lijf. Seven Devils is een onheilspellend lied, met dreigende, zware pianotonen en een steeds herhalend nerveus melodietje. Het vrolijke Breaking Down is er een mooie tegenhanger van. Opzwepende drums zijn te vinden in Heartlines en No Light, No Light. Dat nummer begint op origineel en spannend met een orgel, waarna het muzikale geweld losbarst met een heerlijk harde beat en de krachtige stem van de zangeres. Ceremonials is een veelzijdig, bombastisch album, dat niet gaat vervelen. Adrianne Tuk

Week 43: Noah and the Whale- Peacefully, the World Lays Me Down (2008)
Het debuutalbum van dit lieflijke Londense bandje is eigenlijk de muzikale variant op naïviteit. Noah and the Whale maakt muziek op het snijvlak van indie, pop en folk, met teksten over zonneschijn en liefde. Bijzonder is dat dit album tot nu toe als enige een vrouwenstem kent – de toenmalige vriendin van zanger Charlie werkte mee aan de cd. Die verbroken relatie is wellicht het enige niet-dromerige aan de plaat. Mierzoete liedjes op ukelele, viool en gitaar maken het geen all time goody en een beetje cynisch karakter maakt het album wellicht moeilijk te waarderen. Voor wie zich echter graag een tikje melancholisch voelt of zorgeloos wil denken dat de wereld peaceful is, blijkt het een heerlijke plaat.
Eline Huisman

Week 42: Pete Philly – One (2011)
In 2008 trok rapper Pieter Philip Monzon de stekker uit de succesvolle samenwerking met cellist Perquisite. Het bleef een tijdje stil rond zijn gedaante, maar nu komt Pete Philly met zijn eerste soloplaat en die mag er zeker zijn. Het is duidelijk dat hij in zijn eentje kiest voor een andere insteek. Op het nieuwe album zijn geen agressieve hiphop tracks te vinden. Sterker nog, het album beschikt meer over invloeden van soul en R&B dan dat het als hiphop aanvoelt. Positief verrassend is de keuze van de van origine Arubaanse rapper om op dit album veel meer te zingen. Hoewel een aantal nummers, zoals de titelplaat One en Leaves That Are Green, in eerste instantie een beetje vreemd aanvoelen, ligt de rest van het album direct goed in het oor en dat maakt het zeker het luisteren waard. Erik van Rein

Week 41: Thus:Owls – Harbours (2011)
Het Zweedse Thus:Owls zal hoogstwaarschijnlijk met deze tweede plaat relatief onbekend blijven in Nederland. Toch zouden veel fijnproevers de gitarist kunnen kennen als muzikant onder Patrick Watson. Simon Angell vormt samen met zijn vrouw, zangeres Erika, de spil van deze experimentele band. Haar vocalen schakelen regelmatig over van aards naar spookachtig. Ondertussen neemt de band (toetsen, drums, (contra)bas en gitaar) ruim de tijd om op te bouwen in veelal vijf minuten voortslepende tracks. Door de gelaagde productie springt regelmatig een onheilspellend klokkenspel, lichtvoetige fluit of warme strijkersectie in het oor. Kort door de bocht: het album is een beetje vreemd maar vooral bijzonder mooi.
Joeri Pisart

Week 40: Shaking Godspeed – Awe (2010)
De rauwe bluesrock van de Gelderse band Shaking Godspeed werkt bijna hypnotiserend. Af en toe klinkt Awe wat chaotisch, maar eigenlijk is dat ook meteen de charme. De plaat lijkt niet helemaal af, waardoor je verwachtingsvol blijft luisteren. Vanaf het eerste nummer wordt je volledig meegesleurd met de sterke riffs en langzaamaan komt het besef dat ze een unieke prestatie binnen het toch vrij uitgekauwde genre hebben neergezet. Alhoewel het album niet voor de hele redactie toegankelijk is, blijft een van hen hameren op hoe ‘episch exotisch’ hij de band wel niet vindt. Geheel terecht won de band dit jaar dan ook een plekje op Sziget. Dat ze in de Ekko het publiek schoffeerden en een begrafenis gezelliger noemden, maakt mij niet uit. Lekker doorgaan met die misplaatste sterallures. Tim Ficheroux

Week 39: Gotye – Making Mirrors (2011)
Zo af en toe is er een liedje dat de grenzen tussen 3fm-hitje en überhippe kutmuziek weet te overstijgen. Waarvan zelfs de hipste redactieleden niet spontaan verontwaardigd hun wenkbrauwen op gaan trekken als het langskomt in de afspeellijst op kantoor. Dat naïeve meisjes in Youtubevorm op hun Facebook kunnen plaatsen terwijl ook de zelfbenoemde experts het kunnen waarderen. Met Somebody that I Used To Know heeft Gotye zo’n nummer gemaakt. De rest van het album is extreem gevarieerd, zowel in stijl als in kwaliteit. I Feel Better klinkt als Ben Saunders in een iets te blije Voice of Holland-aflevering en Don’t Worry, We’ll Be Watching You zou Röyksopp gemaakt kunnen hebben. Op zijn minst een interessante plaat en het hitje verveelt na twintig keer nog steeds niet. Jozien Wijkhuijs

Week 38: R.E.M. – Out of Time (1991)
Van de eerste jaren van mijn leven kan ik nooit een goede herinnering vormen. De flarden die ik me nog voor de geest haal zijn vlekkerig, vervaagd. Slechts heel af en toe herken ik een beeld, geluid of gevoel uit mijn pre-peutertijd. Vandaag overkwam me dit. In 1991 bracht alternatieve rockband R.E.M. haar meesterwerk uit. Out of Time belandde al snel tussen de muziekcollectie van mijn ouders en werd grijsgedraaid terwijl ik mijn eerste stapjes zette en woordjes uitkraamde. Toen ik afgelopen uur weer naar de plaat luisterde, kreeg ik zo’n onbestemd gevoel van herkenning. ‘That was just a dream’, of zo lijkt het. Liedjes als Endgame en Shiny Happy People zitten voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Nu houden de makers ermee op. Jongens, bedankt. Ik heb van jullie genoten. Al een heel leven lang. Mickey Steijaert

Week 37: Elbow – Build a rocket boys! (2011)
Regelmatig vult de heerlijk rustige stem van zanger Guy Garvey van Elbow het kantoor. Persoonlijk ben ik inmiddels groot bewonderaar van deze alweer twintig jaar bestaande band. Build a rocket boys! is een album dat je niet op moet zetten als je zin hebt in een feestje, maar wel als je gewoon lekker wilt genieten van mooie muziek. Kippevel krijg ik echt van The birds, het openingsnummer van de plaat, waarin het lied op een gegeven moment tot een hoogtepunt komt als Garvey uithaalt met een hoge noot. Onverwacht, maar leuk detail is het gefluit in Lippy kids. Ik kan nu al niet wachten tot het live-album, dat dit jaar is opgenomen op Lowlands, verschijnt.
Adrianne Tuk

Week 36: Charles Bradley – No Time for Dreaming (2011)
Hoe geniet je op gepaste wijze van een doormiezerende nazomer zonder meteen de herfst in te luiden? No Time for Dreaming, de debuutplaat van de 62-jarige Charles Bradley, vormt wat mij betreft een goede omlijsting van dit soort dagen. Dankzij een toevalstreffer in een Wikipedia-sessie maakte ik kennis met deze soulartiest die met rauwe stem en een beetje funk een zwart-wit gevoel oproept zonder somber te zijn. De in 2011 uitgebrachte CD klinkt als een vergeten lp uit je vaders jaren zestig zoldercollectie. Een klassiek succesverhaal na een leven vol dakloosheid, een vermoorde broer en andere tegenslagen. Een schorre stem, prachtige soulmuziek en een dramatische levensgeschiedenis: niet voor niets werd de vergelijking met Amy Winehouse meer dan eens gemaakt. Genieten dus, zolang als het kan met dit soort gouden formules. Eline Huisman

Week 35: Toots Thielemans – Chez Toots (1998)
Dat Toots Thielemans meer is dan de ondersteunende deuntjes bij Baantjer en Turks Fruit wordt nog wel eens vergeten. Al jaren mag Toots, die eigenlijk de naam Jean Baptiste Frédéric Isidor Thielemans draagt, in één adem genoemd worden met de giganten. Hij werkte samen met onder andere Charlie Parker, Ella Fitzgerald en Paul Simon. Thielemans is ongetwijfeld de grootste mondharmonicaspeler van de 20e eeuw. Overigens treedt hij nu, op 89-jarige leeftijd, nog steeds op. Zijn album Chez Toots bevat veelal mooie maar trage chansons die een avond goed vullen. Hoogtepunt is de instrumentele versie van het nummer Sous Le Ciel De Paris, dat ooit door Edith Piaf werd gemaakt. Hoor je de koffiekopjes klinken? Je bevindt je inderdaad in een bistro onder de hemel van Parijs. Erik van Rein

Week 34: Suuns – Zeroes QC (2011)
De meeste snotapen in Nijmegen liggen momenteel in coma recupererend van de introductie. Andere feestbeesten mogen bijkomen van een gezapig festivalseizoen. Terugblikkend was er vooral héél veel van hetzelfde: rustige, semi-elektronische indiebandjes als Washed Out en Destroyer die de ‘80’s doen herleven. Hiertussen was Suuns een meer dan welkome debutant. Het instrumentarium volgt wel de hype: gitaren en synthesizers. Lome gelukzaligheid is echter vervangen voor imminente dreiging. In deze status schakelt het kwartet vlekkeloos tussen noise, minimal, droner en postpunk. Bij de eerste luisterbeurt lijken de composities wat ontoegankelijk maar ook verrassend meedeinbaar. Verwacht niet extatisch rond te dansen, wiebel liever als een zombie in trance. Daar is het wel het moment voor, dunkt me. Joeri Pisart

Week 33: Azari & III – Azari & III (2011)
Blije bliepjes en dansbare discodeuntjes vullen ons nog muf ruikende kantoor. De dikke lagen stof en beschimmelde koffiekopjes worden nu we terug zijn van vakantie aan de kant geschoven. De luchtige klanken van het Canadese kwartet Azari & III verzachten de introkater van de gehele redactie. Het viertal heeft met de gelijknamige debuutplaat een uur luistergenot geproduceerd dat net door de beugel kan. Als je niet bekend bent met het genre is de retro house een goed opstapje naar al zeker twintig jaar niet vertoonde dancemoves. Zeker het nummer Reckless (With Your Love) roept een scène uit verloren tijden op. Toch is het niet enkel op het randje balancerende nostalgie die Azari & III je meegeeft, Tunnel Vision schuurt bijvoorbeeld lichtelijk tegen minimal aan. Zaterdagavond zijn ze te bewonderen op Lowlands. Laat je snor staan en trek je housebroek aan, het mag weer. Tim Ficheroux

Week 26: Katzenjammer – Le Pop (2008)
Katzenjammer is een band die ik live steeds misloop. Op Lowlands, in Doornroosje, met bevrijdingsdag en straks op de Zwarte Cross. En dat terwijl alleen het album van deze Noorse dames al een feestje is. Anne, Marianne, Turid en Solveig bespelen samen rond de dertig verschillende instrumenten, en wisselen tijdens het spelen van hun muziek constant van muzikale rol. De folky muziek is erg aanstekelijk en vrolijk en de meerstemmige zang klopt altijd. Mijn favoriet is To the Sea, om het bijzondere akkoord in het refrein. Ook single A bar in Amsterdam mag er zijn, zeker door de toffe clip die Youtube-held Lasse Gjertsen maakte. Uit betrouwbare bron hoorde ik dat er plannen zijn om Katzenjammer in November weer naar Doornroosje te halen. Voor velen een herkansing. Ik zal er in ieder geval bij zijn. Jozien Wijkhuijs

Week 25: John Frusciante – The Empyrean (2009)
Toen John Frusciante op 16 december 2009 bekendmaakte de Red Hot Chili Peppers al een jaar te hebben verlaten, rouwde de muziekwereld. De gitarist had de populaire band de rug toegekeerd omdat hij geen muziek meer wilde maken ‘om het publiek een dienst te bewijzen’. Vervolgens bracht hij solo-album The Empyrean uit. Een juweeltje, vol met experimentele gitaarsolo’s en heerlijke basloopjes en op geen enkele wijze vergelijkbaar met werk van de Peppers. Hoogtepunten zijn Central en het instrumentale deel van Unreachable. Let ook eens op de lyrics. Met teksten als ‘Anything that could one day be is as real as what I´m saying’ (Central) heeft Frusciante de mainstream voorgoed verlaten. Toegegeven, je moet de plaat meermaals luisteren om hem écht goed te vinden. Maar dat is met alle echt goede albums, toch? Mickey Steijaert

Week 24: Soil & “Pimp” Sessions – 6 (2009)
Een ongeëvenaarde puinhoop met een bak briljante herrie. Zo valt het Japanse Soil and “Pimp” Sessions volgens mij het best te typeren. Het zestal heren brengt explosieve jazz met virtuoze solo’s waarvan je hoe dan ook niet stil op je stoel kan blijven zitten. Hun zesde album, origineel genaamd 6, is mijn favoriet en laat met het openingsnummer Keizoku direct weten waar je het komende uur aan toe bent: gillende saxofoonsolo’s, pingelende piano’s en uptempo drum beats. Op de cd is ook ruimte voor klassiekers, maar die worden dan wel in een eigentijds jasje gestoken. Papa’s Got A Brand New Pigbag is beter dan het origineel en over Stolen Moments is een stofdoek gehaald. Hoewel de plaat al fenomenaal is, komt de chaos op het podium pas echt goed in beeld. Let daarbij ook even op de uitdossing van de heren. Die is zo fout dat het goed is. Erik van Rein

Week 23: Foo Fighters – Wasting Light (2011)
Om alvast in de stemming te komen voor hun optreden op Pinkpop luisterde ik deze week weinig anders dan de Foo Fighters. Met hun alweer achtste album hebben de vijf heren opnieuw bewezen een heerlijk potje gitaar te kunnen spelen. Opener Bridges burning heeft een stevig gitaarrifje en dito drums. Wasting light bevat nummers die, hoewel ze in essentie misschien niet veel van elkaar verschillen (coupletje-refreintje-coupletje), elk hun sterke punten hebben. De soms wat poppy refreinen worden afgewisseld met ruigere gitaarpartijen of de rauwe stem van voorman Dave Grohl. Bij de absolute topper White limo laat de band hun duistere kant zien. Met vervormde stem schreeuwt Grohl zich schor, terwijl het typische Foo Fighters-geluid toch prima bewaard blijft. Luisteren, mensen! Adrianne Tuk

Week 22: Eddie Vedder – Ukulele songs (2011)
Een relaxed, bijna nonchalant tokkelen en de heldere klanken van een ukelele. Pas na vijftien seconden verraadt een ietwat treurig en hees stemgeluid dat dit niet another beachsong van Jack Johnson is. Ukulele songs is de onlangs verschenen tweede soloplaat van Eddie Vedder. Precies, de leadzanger en gitarist van rockband Pearl Jam. Met zijn soundtrack voor de film Into The Wild liet Vedder ons al kennis maken met de kracht van het viersnarige instrument. Zijn nieuwe plaat is een sobere voortzetting van de melancholische, intieme sfeer die zijn stem en slechts een ukelele brengen. Een plaat vol lovesongs, waar je overigens wel even voor in de stemming moet zijn om het te kunnen waarderen. Leent zich wat mij betreft het best als omlijsting bij een dromerige, dan wel katerige gemoedstoestand. Eline Huisman

Week 21: Owen Pallett – Heartland (2010)
Nooit van gehoord? Dat overkwam mij ook. Gewapend met enkel een microfoon, viool en loop pedal wist Owen Pallett mij twee uur lang stil te houden. De Canadees blijkt al jaren een dragende kracht in het indiewereldje te zijn. Luister de albums van Arcade Fire of Beirut en je hoort de zwierige klanken van deze virtuoze violist. Het album Heartland is een opus over Lewis, een gewelddadige boer. In sommige nummers komt het creatuur in aanraking met zijn schepper, met de toepasselijke naam Owen. Een oud-redacteur ergerde zich aan het hoge musical-gehalte van het album, maar dat doet geen recht aan de ingenieuze lyrics die door de bij tijd en wijle gracieuze kamermuziek worden omzwachteld. Pallett neemt je aan de hand in zijn intense en rusteloze fantasiewereld en laat je kennis maken met een bizar nieuw universum. Tim Ficheroux

Week 20: Muddy Waters – Electric Mud (1968)
Mijn allerlaatste week bij ANS gaat vandaag in; ruim twee jaar vervuilde ik hier koffiekoppen en ANS-Online. Denkende aan de laatste ANS Luistert zou deze grotesk, meeslepend, bijna megalomaan moeten zijn om mijn allerlaatste voetafdruk achter te laten. Net zoals Muddy Waters deed met zijn Electric Mud. Met dat album sloeg de blueslegende eigenhandig de brug van zijn meeslepende en bijkans verbitterde blues naar elektrische gitaarrock. De doorleefde, schurende stem van deze gentleman uit Mississippi, is nog steeds dezelfde als bij zijn superhit Mannish Boy, maar de psychedelische achtergronden voorspellen de jaren ’70 al. Luister naar She’s Alright en je voelt de twee werelden in elkaar grijpen op de opzwepende klanken van gitarist Phil Upchurch. Overigens draait mijnheer Waters zich waarschijnlijk om in zijn graf: hij schaamde zich de ogen uit zijn kop voor het maken van dit album. Henk Strikkers

Week 19: The Wombats – This Modern Glitch (2011)
The Wombats zijn geëvolueerd. Het eerste album was grappig, schattig bijna, en op het randje van oppervlakkig. De monsterhit Let’s dance to Joy Division was vermakelijk, zeker om zijn 3fm Serious Request-connotatie, maar muzikaal sterk was het niet te noemen. Hoe anders is dit op het nieuwe album, This Modern Glitch. Deze uiterst dansbare plaat maakt dat je ook als muziekpurist nu openlijk kan toegeven dat je The Wombats goed vindt. Het kleine hitje Vampires & Wolves was een voorbode, maar de rest van het album is nog veel beter. De muziek is elektronischer geworden en de teksten zijn sterker. Mijn persoonlijke favoriet is het nummer Techno Fan, dat op de festivals komende zomer vast en zeker voor uitzinnige taferelen gaat zorgen. Leer het alvast van buiten: Shut up and move with me, or get out of my face. Jozien Wijkhuijs

Week 18: Massive Attack – Heligoland (2010)
De lugubere albumhoes, de gitzwarte cd. Het zijn voorbodes van de muziek die Massive Attack in Heligoland tentoonspreid. Alhoewel… De tonen, teksten en ritmes doen soms nogal deprimerend aan, maar deze sombere mindset overheerst niet. Splitting The Atom is daar een lichtend voorbeeld van. Gedurende het hele nummer wacht je op een (anti?)climax die nooit komt. Bekijk trouwens ook de geweldige videoclip, daar zit wel een climax in. In Pray For Rain komt na drie minuten opeens een semi-vrolijk electrisch deuntje in het verder door zware bas geteisterde nummer zetten. En zelfs Ricky Martin kan een liedje niet zo vrolijk beginnen als Massive Attack doet in Paradise Circus. Dat het vervolgens enigszins bergafwaarts gaat met de vrolijkheid doet daar niks aan af. Integendeel, het biedt een mooi contrast met de donkere kanten van dit album. Net zoals de oranje cover zullen we maar zeggen. Pieter Hengst

Week 17: Abel – De Stilte Voorbij (2000)
Een decennium geleden zongen we ‘Ik doe de deur dicht’ nog uit volle borst en met zachte g mee met deze Bredase band. Wie dacht dat Abel inmiddels allang verleden tijd is, heeft het echter mis. In oktober 2010 was de stilte voorbij en brachten de Brabanders een nieuw album uit: 12 Uur. Hoewel dat plaatje met liedjes over storm en december nu wat te misplaatst zou zijn in deze lijst, wordt dit eerste album dat het kantoor met jeugdsentiment vult gelukkig nog net getolereerd. Elf nummers lang mierzoete melancholie van Hollandse bodem. Weinig variatie, maar toegegeven: soms is het oh-zo-fijn om te zwelgen in de sound van zoetsappige teksten op vrolijke, akoestische popdeuntjes als in Als ik je zie en het onvergetelijke Onderweg. Doet het meer dan goed op een zomeravond met rode wijn op het terras. Eline Huisman

Week 16: K’s Choice – 10 – 1993/2003, Ten Years Of (2003)
Nadat Avril Lavigne en Within Temptation mijn veertiende levensjaar als nep-alto inkleurden, was het tijd voor de –alweer- Vlaamse band K’s Choice. Het meest pessimistische doch briljante nummer is Not an addict (1995). Gelukkig was ik mans genoeg om me niet te laten meeslepen met teksten als The deeper you stick it in your veins, the deeper the thoughts there’s no more pain. Hulde aan de makers van dit verzamelalbum, want Almost Happy (2000) en Everything voor Free (1998) zijn nog steeds geweldige headbang-/ meezingnummers. Zal er ooit nog zo’n combinatie van een hese stem, gave gitaren en pijnlijke teksten over het betrappen van je ouders of het spuiten van drugs ontstaan? Tot die tijd blijf ik in ieder geval 3FM draaien, dat mijn jeugdsentiment begrijpt. Eva-Marijn de Vries

Week 15: The Magic Numbers – The Magic Numbers (2005)
The Magic Numbers zijn op het eerste gezicht een onwaarschijnlijk samenraapsel van muzikanten dat doet denken aan het hippiekwartet The Mamas & The Papas. De eveneens vierkoppige Britse popband bestaat uit twee broers en zussen. Vrolijke melodieën gecombineerd met rock klanken creëeren de bijzondere, ietwat psychedelische sound van The Magic Numbers. Hoewel de dames en heren inmiddels aan hun derde album toe zijn, blijft dit eerste mijn favoriet. Vooral het nummer I See You, You See Me is een topper. Meer uptempo nummers zijn Long Legs en Love Me Like You, heerlijke liedjes die de popkant van The Magic Numbers vertegenwoordigen. Momenteel toert de band door Groot Brittanie, maar hopelijk komen ze heel snel weer naar Nederland. Valerie Rutjes

Week 14: The Subs – Decontrol (2011)
Blijft België dan echt deze hele rubriek in zijn greep houden? Het antwoord is simpel: ‘Ja’. Zeker als ze toppers blijven produceren als The Subs doen. De drie Gentenaars kwamen enkele weken geleden met hun tweede album en hebben onze Zuiderburen al in hun ban met hun rauwe noise-electro en lijken klaar om ook Nederland te veroveren. Met de single Face of the Planet lijken ze in ieder geval al een grote kanshebber om de dancehit van de zomer in huis te hebben. Om nog maar te zwijgen over Hannibal And The Battle Of Zama dat soms aanvoelt als een klassiek stuk waarin de synthesizers de Carthaagse generaal tot leven wekken. Om bij een plaat van The Subs te zeggen dat deze goed is geproduceerd en gemixt is overbodig. Ze hebben net zoals bij voorganger Subculture briljant werk afgeleverd. Henk Strikkers

Week 13: Scouting for Girls – Scouting for Girls (2007)
Het collegejaar loopt op zijn einde en dit is een van mijn laatste bijdragen aan de ANS luistert. Daarom permitteer ik mij een guilty pleasure ditmaal, en wel het titelloze eerste album van Scouting for Girls. Het is – zeer terecht – in Nederland geen groot succes geworden en alleen de single Elvis ain’t dead kreeg enkele aandacht op 3fm, maar het mocht niet baten. Waarom dit zo is, wordt duidelijk als je de eerste paar nummers hebt gehoord. Alles lijkt op elkaar en wordt in dezelfde akkoorden gespeeld en de teksten zijn uitwisselbaar en simpel. Waarom ik hem dan toch draai? Omdat het soms heerlijk is om even keihard mee te zingen dat je wilde dat je James Bond was, of dat een niet nader te noemen persoon ‘so lovely’ is. Jozien Wijkhuijs

Week 12: The Killers – Hot Fuss (2004)
Het is enigszins verwonderlijk dat The Killers het afgelopen redactiejaar niet is langsgekomen. Onze indieliefhebbende oud-hoofdredacteuren vonden The Killers wellicht te mainstream. Aangezien ik er naar luister, zou dat heel goed mogelijk zijn. Het gejammer van de leadzanger Brandon Flowers is niet onaangenaam, het tragische Mr. Brightside is zelfs een traktatie voor het oor te noemen. Het magistrale Andy, You’re A Star rockt zo lekker weg, dat het voorbij is voordat je het weet. Net als de rest van Hot Fuss trouwens. Het debuutalbum van The Killers was en is een regelrecht schot in de roos. Is er dan helemaal niks op aan te merken? Nee. Maar wees zo vrij je eigen kritiek achter te laten in de comments. Pieter Hengst

Week 11: Selah Sue – Selah Sue (2011)
Wanneer je de eerste zinnen van openingsnummer This World hoort, komt een meisjesachtige, maar krachtige stem binnen die niet meer gaat tot Just because I do het debuutalbum van Selah Sue afsluit. Wie denkt dat soul en reggae slechts voorbehouden zijn aan de echte donkere stem, heeft het mis. De Vlaamse zangeres zingt van funky soul in nummers als Crazy vibes en Raggamuffin naar het hiphopachtige Black prat love. Zoals het een ware gangster betaamt siert ook een ode aan haar moeder het album, maar dan wel in een lieve-meisjes-jasje. Die mix van stoer en lieflijk klinkt door het hele album. In nummers als het akoestische Explanations en weemoedig ballad Summertime neemt het lieflijke de overhand. Het is de ingetogen en intieme setting van deze nummers waarin haar prachtige stem het best tot zijn recht komt. Eline Huisman

Week 10: Radiohead – The King of Limbs (2011)
Nadat frontman Thom Yorke in augustus 2009 aankondigde dat Radiohead nooit meer een langspeler op zou nemen komt het nieuwe album The King of Limbs enigszins als een verrassing. Op Valentijnsdag werd bekend dat de plaat vijf dagen later zou verschijnen. Uiteindelijk besloot de band het album nog een dag eerder dan aangekondigd uit te brengen. Voorzien van de beste videoclip ooit slaat de release-single Lotus Flower in als een bom. Op de opvolger van het breed gewaardeerde In Rainbows is het experimentele geluid weer terug te vinden. Het nummer Little by Little doet sterk denken aan het werk uit het begin van het vorige decennium. Een album voor de echte fans. Vernoemd naar een boom. Tim Ficheroux

Week 9: Adele – 21 (2011)
‘Het is wat flauw om in januari iets uit te roepen tot het beste album van 2011. Maar ik weet bijna zeker dat ik dit ook over 10 maanden vind,’ aldus Giel Beelen. En dat is geen overtrokken uitspraak. Dit tweede album van Adele is bewonderenswaardig goed. De eerste klanken van deze plaat wekken wellicht de indruk dat het niets vernieuwend is. Naarmate je de nummers echter kent en ze vaker luistert, blijf je je verbazen over de briljante details. Naast de goudeerlijke en openhartige teksten is de sound van Adele uit duizenden te herkennen en verveelt die nooit. Een ongekende stembeheersing gegoten in verschillende stijlen zoals blues, gospel en pop is het resultaat. Hoogtepunt blijft de grijsgedraaide doch nog steeds briljante song Rolling in the Deep.
Eva-Marijn de Vries

Week 8: Cold War Kids – Mine Is Yours (2011)
Weg met de melancholie en de duisternis. Wee u, ruige blues en verdwijn uit mijn oren schimmige rockgeluiden. De Koude Oorlogsfeer is voorbij voor de Cold War Kids. Welkom grote stadions en topperrrrrrs van de week. De nieuwste plaat van de Californiërs, Mine Is Yours, als eerste extern geproduceerd, is in vergelijking met zijn voorgangers extreem licht en luchtig en klaar om regelrechte radiohits te produceren. En dat is nu precies waar de criticasters over vallen. De Cold War Kids zouden hun roots verlaten en verdienen daarom vrijwel bij elke recensie minder dan de helft van de punten. Ook Pitchfork degradeerde hen met een 3,9 tot de categorie N.E.R.D. en Eels. Onterecht mijns inziens. De muziek is inderdaad gemakkelijker, maar o zo fijn om mee op de lente te wachten.
Henk Strikkers

Week 7: Ben l’Oncle Soul (2010)
Eens in de zoveel tijd breekt een Fransman door in de internationale muziekwereld. Ben l´Oncle Soul lijkt met zijn retro sound aardig op weg te zijn. Het Nederlandse publiek lijkt hem ook te hebben ontdekt. Volgende week staat hij in zowel Paradiso in Amsterdam als Doornroosje in Nijmegen, beiden uitverkocht.
Na zijn debuutalbum I Have A Dream (2009), een verzameling covers van soul klassiekers, maakte Ben l´Oncle Soul deze titelloze plaat bij het legendarische Motown label. Het is een fantastische combinatie van laidback blues, upbeat jazz, toegankelijke Engelstalige en meeslepende Franstalige nummers. De welbekende klanken van The White Stripes´ Seven Nation Army tovert Ben om in een heerlijk soulbeat, maar de hoogtepunten van de plaat zijn toch zijn eigen nummers, zoals het lekkere Lose It en het ietwat weeë, maar heerlijke Back For You. Valerie Rutjes

Week 6: Radical Face – Ghost (2007)
Na het muzikale dieptepunt van vorige week, deze week iets geheel anders. Mijn televisieverslaving mag dan veel tijd kosten, soms levert het verrassend mooie muziek op. Zoals het lied onder de Nikon-reclame, die ik altijd iets harder zette. Ik ondernam een korte zoektocht op internet en stuitte op het album Ghost van Radical Face, met daarop het nummer Welcome Home, Son. Radical Face is een muzikaal project van Ben Cooper, een bebaarde jongeman uit Florida. De plaat staat vol melancholische folk, die deze week ietwat misplaatst klonk vanwege het mooie lenteweer. Van deze muziek ga je namelijk bijna weer terugverlangen naar de herfst. Mijn persoonlijke favorieten zijn het eerder genoemde Welcome Home, Son en het gezellig kabbelende Glory, maar het hele album mag gehoord worden. Jozien Wijkhuijs

Week 5: Ms. Dynamite – A Little Deeper (2002)
Toen Niomi Arleen Daley besloot zich op muziek te gaan richten vermoedde ze waarschijnlijk dat haar naam zich niet zo goed leende voor showbusiness. Ms. Dynamite was geboren. Haar debuutalbum A Little Deeper was een schot in de roos. Daley neemt de gangster-rap genadeloos op de hak in haar alom bekende nummer It Takes More. Tegelijkertijd zet ze met Brother een zeer gevoelige track neer, over de sterke emotionele band met haar broertje. Hoewel de naam anders doet vermoeden is de muziek eerder gemoedelijk dan explosief. Toch vervalt de cd niet in slaapverwekkend Jack-Jonhson-getokkel. De stem van Niomi is daarvoor te scherp, en de beats te aanwezig. Dat maakt dat de cd akelig goed blijft hangen.
Pieter Hengst

Week 4: Jacques Brel – Brel en Public Olympia 61 (1961)
Al meer dan 50 albums passeerden in deze rubriek de revue en daarbij zat slechts één live-album. Ongelooflijk is het eveneens dat de koning van de optredens en public niet eerder in dit inmiddels vrij uitgebreide overzicht present was. Het kiezen van een live-album uit het werk van Brusselaar, en grootste Belg aller tijden volgens de Walen, Jacques Brel is zo mogelijk ondoenlijk en dan is het vervelend dat er bij de keuze vrijwel immer twee topnummers (1 en 2) niet aanwezig zijn. Brel en Public Olympia 61 maakt direct duidelijk hoe Brel live niet alleen met muziek, maar vooral met zijn stem en mimiek kan spelen om meer dan wie dan ook emotie in zijn chansons te leggen. Wanneer hij na 12 nummers dan eindelijk zijn Ne me quitte pas inzet, is het publiek doodstil aan het staren en luisteren naar een wanhopige zanger. Een gebrek aan kennis van de Franse taal is in dit geval dan ook geen barrière om vrijwel ieder nummer te begrijpen. Henk Strikkers

Week 3: Norah Jones – … Featuring (2010)
… Featuring is de meest recent verschenen cd van de zangeres die met haar zoete jazzy stem alle vaart uit je dag haalt en er een dromerige kalmte voor achterlaat. Weinig verbazingwekkend bevat de plaat een verzameling van Jones’ muzikale samenwerkingen van de afgelopen tien jaar. Des te verrassender is de verscheidenheid van stijlen en het talent waarmee de zangeres zich omringt. Haar persoonlijke muzikale helden als jazzlegende Herbie Hancock en countryzanger Willie Nelson maken hier en daar plaats voor rockgroep Foo Fighters of relaxte hiphop met Outkast. De cd is een verzamelplaats voor grote artiesten en een veelheid aan muzikale genres, maar de zijdezachte stem van Norah Jones maakt de compilatie van zowel opgewekte duetten met Dolly Parton als melancholische songs met Charlie Hunter herkenbaar easy listening. Eline Huisman

Week 2: Sting – All This Time (2001)
De eerste klanken van dit album brengen direct een siddering over je lichaam. De cd is opgenomen tijdens een live-concert in de tuin van Stings huis in Italië op 11 september 2001. Deze trieste datum brengt met zich mee dat de sfeer van dit live-album extra intiem is. Zowel in het spel van de uitmuntende muzikanten als in de stem van Sting is een extra dimensie te horen vergeleken met andere studio-albums. Alle klassiekers zijn gebundeld op het album; van de meer jazzy nummers als Brand New Day en Moon Over Bourbon Street als popnummers Roxanne en Every Breath You Take. Wie dit album waardeert, moet vooral de dvd van het optreden bekijken. Bekijk hier alvast een voorproefje van het ontroerende hoogtepunt van de show. Tip: zorg voor wat Kleenex. Eva-Marijn de Vries

Week 1: Seasick Steve – Dog House Music (2006)
Oudjaarsavond 2006. Op de BBC is het tijd voor de jaarlijkse Hootenanny van Jools Holland, een avond vol muziek, langzaam aftellend naar twaalf uur. Na de Britpop bandjes en grote namen betreedt de 66-jarige Steven Wold, beter bekend als Seasick Steve, het podium. Met zijn Mississippi Drum Machine en The Three-String Trance Wonder, ofwel een houten kist en een oeroude elektrische gitaar, zou je hem eerder op de hoek van de straat verwachten dan op hét muzikale televisie-event van het jaar. Al snel wint hij echter het publiek voor zich. De jaren dat Steve als hobo over de straten van midwest Amerika zwierf zijn in zijn gezicht te zien, maar ook in zijn muziek te horen. Zijn debuutalbum Dog House Music staat vol rauwe folk, boogie en blues waardoor je je waant in een oud Amerikaans countrycafé. Gelukkig hoef je, dankzij Steve, niet meer af te reizen naar Tennessee of Mississippi voor die ervaring. Valerie Rutjes

Week 50: Kanye West – My Beautiful Dark Twisted Fantasy (2010)
Ik ben er nooit voor uit gekomen, maar Kanye West was een van mijn eerste muzikale liefdes. Terwijl de rest van mijn muzieksmaak zich in mijn puberjaren de andere kant op ontwikkelde, richting de Engelse bandjes en andere rockgerelateerde herrie, heb ik hem nooit af kunnen zweren. Sinds zijn nieuwe album, My Beautiful Dark Twisted Fantasy, durf ik er voor uit te komen. Hoewel wat minder toegankelijk dan zijn eerdere albums, is deze laatste creatie zeker het beluisteren waard. Met behulp van een breed scala aan gastartiesten, wiens aandeel soms gereduceerd wordt tot een achtergrondkoortje, zet hij een album neer waarvan elk nummer ervoor zorgt dat je meer wilt. Op All of the Lights, mijn persoonlijke favoriet, zingen onder andere Rihanna en Elton John mee. Critici zijn lyrisch over de muzikale kwaliteit van het album, over Wests media-optreden en over zijn compromisloosheid. Ik vind het gewoon een heel erg fijn album. Jozien Wijkhuijs

Week 49: Vive la fête – Nuit Blanche (2003)
Na rockklassieker AC/DC luistert ANS deze week weer trouw naar überhippe kutmuziek. Het Gentse liefdeskoppel Danny Mommens en Els Pynoo baart wereldwijd opzien met hun opvallende outfits en sensuele muziek. Hun derde album Nuit Blanche (2003) vult ons kantoor met opzwepende, ietwat kitscherige electropop gesierd met de Franse, zoete stem van Els. Het album opent met een drietal luchtige nummers vol quasi onschuldige Franse zang, maar naarmate het plaatje langer draait lijkt het denkbeeldige fête intenser te worden. De hypnotiserende meisjesstem klinkt allang niet braaf meer. Verleidelijke kreten en de pompende geluiden worden heftiger. De onschuldige, energieke opening heeft plaats gemaakt voor een bizarre, bijna ongemakkelijke maar opwindende sound, nog altijd een beetje eighties en vibrant electric bovenal. Nuit Blanche doet verlangen naar meer. Eline Huisman

Week 48: AC/DC – For Those About To Rock (1981)
De legendarische status van de rockband AC/DC is zo evident dat die hier niet nogmaals uit de doeken gedaan hoeft te worden. Als je naar het album uit 1981 luistert, merk je dat alles eigenlijk op elkaar lijkt. En dat is geen minpunt. De overgangen tussen de nummers verlopen veel soepeler, voor zover de term ‘soepel’ van toepassing is op een album als dit. De Australische formatie rockt er op los, met de overtuiging en klasse die iedereen van ze gewend is. Vooral het Snowballed, dat lekker toepasselijk is met dit winterse weer, knalt de pan uit. Maar het beste nummer van het hele album is toch wel de titelsong. Met dit lied blaas ik met liefde mijn boxen (en die van het ANS-kantoor) op, want dit kun je niet op half volume luisteren. Als ik dan toch een minpunt moet noemen, weiger ik pertinent. Ik was, bij gebrek aan een toepasselijk Nederlands woord, mesmerized. Mijn buren waren minder gecharmeerd. Pieter Hengst

Week 47: De Jeugd van Tegenwoordig – De Lachende Derde (2010)
Even heb ik nog getwijfeld. Na Faberyayo weer met een Nederlandse hiphopplaat komen kan een verkeerd beeld schetsen van mijn muzieksmaak, maar ach, het is De Jeugd van Tegenwoordig. En De Jeugd heeft weer een betere cd gemaakt. Niet alleen omdat producer Bas Bron veelzijdiger beats dan ooit tevoren bedacht. Niet alleen omdat de elektro- en hiphophoekjes nog scherper zijn. Niet alleen omdat in tegenstelling tot zijn twee voorgangers alle teksten op De Lachende Derde pakkend en goed zijn. Vooral omdat De Jeugd van Tegenwoordig als vrijwel enige groep erin slaagt grappige platen te maken die ook nog eens goed in elkaar zitten. Luister het refrein van Tante Lien en je weet het zeker: er zijn drie hiphophelden aan het werk geweest. ‘Handen in de lucht en de groeten aan je tante.’ ‘Welke tante?’ ‘Tante Lien’ ‘Welke Lien?’ ‘Lean Back!Henk Strikkers

Week 46: Louis Armstrong en Duke Ellington – The Great Summit: The Master Takes (2001)
Praktisch ieder album van Louis Armstrong zou deze ANS Luistert kunnen sieren. Met zijn briljante trompetspel en donkere dieprauwe stem is hij voor mij een ongeëvenaarde jazzmuzikant. Mijn keus viel echter op een plaat waarop Armstrong samenwerkt met de evenzo legendarische Duke Ellington. Grote klassiekers als It don’t mean a thing van de pianist en bigbandleider worden op briljante wijze door Armstrong vertolkt. The Great Summit: The Master Takes is een Blue Note heruitgave van de in 1961 opgenomen platen Together For Te First Time en The Great Reunion. Samen zijn dit de enige twee studioalbums die de twee giganten ooit samen hebben opgenomen. Daarom is dit naar mijn mening een dubbel-cd die in de kast van iedere jazzliefhebber hoort te staan. Dirk van den Brand

Week 45: Staff Benda Bilili – Très très fort (2010)
Ik heb een onverhuld zwak voor straatmuzikanten. En zeker als ze dakloos, gehandicapt en Congolees zijn, is voor mij de gunfactor tot een maximum gestegen. Op Très très fort brengt een stel zwarte mannen in zelfgemaakte driewielerrolstoelen catchy rumba ten gehore. Maar niet alleen een hartverscheurend verhaal en romantische entourage maakt deze plaat interessant. Niet voor niets stond de band afgelopen zomer op Lowlands en sierden de oude mannen, aangevuld met een door hen geadopteerde tiener, menig krantenpagina. Op het album worden lichthese stemmen afgewisseld met hoge vocalen, door de benjamin voorzien van een strakke beat op een zelfgemaakt snaarinstrument. In Moto Moindo klinkt het éénsnarige instrument als een harp, in reggae nummers als Sala mosala horen we hoge, lichte gitaarklanken. Een funky en overdonderend geluid van een inspirerende band. Dus ik luister, zonder slechts gezwicht te zijn voor een tranentrekkend succesverhaal. Eline Huisman

Week 44: Toploader – Onka’s Big Moka (1999)
Al sinds ik klein was, ben ik een echte radiofan. Dat deze gewoonte soms hele mooie dingen kan opleveren, bleek deze week toen ik door de regen naar huis moest lopen en op de radio Achilles Heel van Toploader werd gedraaid. Het paste perfect bij het herfstige melancholische weer, en is sindsdien niet meer uit mijn playlist weg te slaan. Deze indieband kende het grootste succes met de single Dancing In The Moonlight. Het album bevat elf liedjes, die klinken alsof ze zijn ontstaan tijdens een dronken stapavond waarbij Bon Jovi en James Blunt samen op het podium belandden. De muziek is dan ook weinig origineel te noemen en het is geen wonder dat ze na het eerste album compleet uit de publieke belangstelling zijn verdwenen. Jozien Wijkhuijs

Week 43: I Am Kloot – Sky At Night (2010)
Dit trio van middelbare leeftijd uit Manchester bewijst dat je niet hoeft te verhippen om ook met een zevende album succesvol te zijn. Gezapige uitingen over de sterren, de maan en nacht zijn niet bepaald vernieuwend, maar doen de titel wel eer aan. Uitzondering op de regel is het nummer Fingerprints, met zijn aandoenlijke tekst ondersteund door hartverscheurende violen. Ook op de rest van het album passeren verschillende snaararrangementen en zelfs een saxofoon de revue. Hoewel deze klassieke twist en de nog steeds briljante stem van John Bramwell dit album beter maken dan de vorige, verdient geen enkel nummer evenveel credits als de aloude klassiekers Cuckoo of Life in a day. De fans die er al waren zullen verblijd zijn, nieuwe groupies zullen met deze plaat echter niet worden geworven. Eva-Marijn de Vries

Week 42: Faberyayo & Vic Crezée – Het Grote Gedoe (2010)
Zoals wij geloven in de Kerk van de Jeugd van Tegenwoordig, zo geloven wij ook in de heilige drie-eenheid. Dus als Faberyayo, het pseudoniem van Jeugd-lid Pepijn Lanen, zijn allereerste mixtape uitbrengt, dan geloven wij daarin. Helemaal als hij het gratis aanbiedt op zijn website. En natuurlijk zijn er minpuntjes. De muziek is niet altijd even sterk als bij LeLe, dat andere project van Pepijn Lanen. De teksten zijn dan wel weer zo steengoed dat hij het zelfs aandurft een gedicht getiteld De Kanker uit Marbella op muziek voor te dragen. Verwacht ook weer pompende beats onder bijvoorbeeld Papa en de Ski Leraar Bruin-trilogie, die zeker grijs gedraaid gaan worden in de clubs. Stiekem wachten wij nog steeds vol hoop op het nieuwe album van De Jeugd van Tegenwoordig, want ondanks de vele gastoptredens wordt het stemgeluid van Lanen hier en daar eentonig. Henk Strikkers

Week 41: Smash Mouth – All Star Smash Hits (2005)
Smash Mouth is vooral bekend om hun nummers All Star en Walkin’ on the Sun. Die laatste was trouwens een cover. Daar zijn ze bij Smash Mouth nogal bedreven in. In het album All Star Smash Hits, een compilatie van de beste nummers van verschillende albums, staan maar liefst 4 covers. Dat doet overigens geen afbreuk aan de vrolijke sound die Smash Mouth zo eigen is. Je krijgt er gegarandeerd een goed humeur van. Zit je in de put? Sta je op het punt jezelf van de Waalbrug te werpen? Wil je als levend schild fungeren in rellen tussen Ajax en Feyenoord? Allemaal signalen dat het hoog tijd wordt dat je dit album opzet. Daar doe je niet alleen jezelf, maar ook je familie, vrienden en voetballiefhebbers in het algemeen een plezier mee. Pieter Hengst

Week 40: Florence and the Machine – Lungs (2009)
Ik geef het niet graag toe, maar ik luister eigenlijk nooit muziek van zangeressen. Op een paar electropop-artiesten na, zoals La Roux en Robyn, vind ik mannenstemmen prettiger. Het was dan ook een verademing toen ik het album Lungs van Florence and the Machine voor het eerst hoorde. Frontzangeres Florence Welch doet recht aan de term powerwoman en is de ruggengraat van de band. De muziek is groots en meeslepend en elk nummer heeft een opbouw die zorgt dat je wilt weten hoe het verhaal van het liedje afloopt. Singles Kiss with a fist en Dog days are over springen eruit. Het album bevat echter vele fijne nummers die enerzijds uitnodigen tot dansen door de woonkamer en aan de andere kant tot huppelen door een bos. De cover van de single You’ve got the love van The Source, is een extra cadeautje. Jozien Wijkhuijs

Week 39: Limp Bizkit – Chocolate Starfish and the Hot Dog Flavored Water (2000)
Na een aantal cassettebandjes van Samson en Gert en de cd Hitzone 12 was ik op elfjarige leeftijd klaar voor het echte werk. Chocolate Starfish is het eerste album dat ik heb gekocht en zette de standaard voor mijn muzieksmaak gedurende de middelbare school. Voor een prepuber zijn weinig songteksten mooier dan ‘46 fucks in this fucked up rhyme’, zeker als ze alle 46 met liefde worden toegezongen door, ‘redneck fucker from Jacksonville’, Fred Durst. Ondanks de enorm recalcitrante teksten zet ik het album ook nu nog vaak met liefde op. Niet alleen uit jeugdsentiment, want de muziek is daadwerkelijk goed uitgebalanceerd. Soft op de juiste momenten maar met een opbouw naar een explosieve climax waarbij ik de volumeknop altijd een standje hoger zet. De perfecte plaat als je even wat extra energie nodig hebt. Dirk van den Brand

Week 38: BarrioCandela – Se Queeema! (2008)
Sommige straatmuzikanten weten je slenterdag door de stad zo op te luisteren dat je spontaan de zelf opgenomen CD naast de omgekeerde donatiehoed voor een tientje mee naar huis neemt. Se queeema! is een souvenir uit Barcelona dat eenmaal thuis in de CD-speler de explosieve performance van de veredelde Spaanse straatband weer tot leven brengt. De jongens uit Zuid-Amerika spelen inmiddels door heel Europa – en het zijn niet meer alleen de straten die gevuld worden met de energieke Latijns Amerikaanse folkloristische klanken in het zelfbenoemde ‘reggae-cumbia’ genre. Gitaren, saxofoons, drums en contrabas vormen een fijne, tikkeltje bizarre geluidencocktail. Voor de getrainde luisteraar aangevuld met Spaanse en Engelse teksten over het ‘verenigen van de essentie met het bewustzijn’. Ondanks dat een licht plaatje dat elke willekeurige herfstmiddag geschikt maakt voor Sangria, tapas en de salsa. Eline Huisman

Week 37: Charlie Winston – Hobo (2009)
Het broertje van Tom Baxter krijgt het maar niet voor elkaar om Europa te veroveren. Hoewel zijn nummer Hobo van zijn tweede album in Frankrijk maar liefst zeventien weken in de top tien heeft gestaan, wordt de rest van Europa niet warm of koud van zijn muziek. Aan zijn hese stem, melodieën of performance zal het niet liggen, wellicht wel aan de dubieuze teksten. Zo moet je wel een steekje los hebben om een liedje te schrijven getiteld My life as a duck, waarin hij toegeeft dat hij zijn hele leven het dier in hem heeft verborgen en daar nu openlijk voor uitkomt. Blijkbaar wegen de super vrolijke deuntjes niet op tegen zulks bizarre uitingen. Jammer, want als je met een half oor luistert, haalt Winston je met gemak uit je dip. Eva-Marijn de Vries

Week 36: Arcade Fire – The Suburbs (2010)
Sinds begin augustus het derde album van de Canadese rockers uitkwam, is The Suburbs veruit de meest beluisterde plaat op kantoor. De volle 1 uur, 3 minuten en 57 seconden, want alhoewel er afzonderlijke pareltjes tussenzitten is de cd er één die je in zijn geheel moet beluisteren. Tezamen worden zestien tracks een verhaal over een jongen die opgroeit in een buitenwijk, deze langzamerhand verlaat, zijn oude vrienden vergeet en inmiddels met weemoed aan zijn jeugd terugdenkt. Het enige minpuntje van het album, dat met een groot aantal verschillende covers te krijgen is, zijn de twee mislukte nummers in het midden van de plaat, waardoor je spanningsboog op de proef wordt gesteld. Suburban War zorgt er echter voor dat je onmiddellijk weer bij de les bent en je de draad van de eerste zes nummers weer moeiteloos oppikt. Henk Strikkers

Week 35: A Fine Frenzy – One Cell In The Sea (2007)
Als er een gemoedstoestand is waar veel muziek voor en over is geschreven is het wel liefde(sverdriet). Je hebt artiesten die zich eenmalig op dat terrein wagen en artiesten die zich in dit genre specialiseren. A Fine Frenzy behoort tot die laatste categorie. Haar eerste album, One Cell In The Sea, is gevuld met gezapige deuntjes. Nergens springt ze echt uit de band, maar met het nummer Almost Lover, een jammernummer pur sang, bewijst ze dat rustige riedeltjes niet per se karakterloos zijn. Het is geen album dat intensief luisteren uitlokt, maar ook niet teleurstelt als je daar toch de moeite voor neemt. Praktijkervaring wijst uit dat het zorgt voor een sterke afname in verkeersagressie en snelheid waarmee ANS Luistert wordt geschreven. Pieter Hengst

Week 34: Major Lazer – Guns Don’t Kill People… Lazers Do (2009)
De week tussen Lowlands en het begin van het collegejaar sla ik liever over. Brak en vol heimwee draai ik de hele dag muziek waar ik een paar dagen eerder nog vol overgave op stond rond te springen. Het album van Major Lazer is zo’n plaat. Major Lazer is een fictieve Jamaicaanse commando met een laserarm, die tevens eigenaar is van een dancehall nachtclub. De tracks van dit eerste album worden gekenmerkt door opzwepende drums en raps die op het randje van hysterisch zijn. De muziek lijkt meer een parodie op dancehall dan deze Jamaicaanse stroming in zuivere vorm, mede door de overvloedig gebruikte digitale effecten. Ondanks dat is stilzitten op deze heerlijk smerige muziek onmogelijk en is het album hét medicijn tegen de Lowlandsdip of de introkater. Jozien Wijkhuijs

Week 33: Ellie Goulding – Lights (2010)
Volgens menig ANS-oor is deze plaat een typisch geval van überhippe kutmuziek. Toch verdient de 23-jarige Britse fake blonde zangeres meer lof. Haar stem is er niet bepaald één van dertien in een dozijn, met haar eigenaardige trilletjes, grote bereik en bijzondere klankkleur. Erg, érg jammer dat dit briljante geluid wordt verpest door de elektronische geluidjes die haar hele debuutalbum domineren. Ongelooflijk dat zo’n talent zich ermee inlaat het nu al mislukte genre ‘Folktronica’ te willen scheppen ten koste van haar eigen authenticiteit. Tip aan Ellie: schop je producer Starsmith eruit en maak een akoestische versie van je plaat. Hulde aan Giel Beelen die haar met een live optreden de kans gaf de luisteraars een stukje echte Goulding te geven! Eva-Marijn de Vries

Week 26: Miles Davis – Sketches of Spain (1960)
Een enorm uitgestrekt en veelzijdig land beschrijven in iets meer dan drie kwartier jazz. Een hels karwei, maar Miles Davis is het gelukt. De verzengende hitte van Andalusië, het jonge lentegroen van het opstandige Baskenland, de bij tijd en wijlen eruptieve bewoners van het Iberisch schiereiland en natuurlijk de Flamenco. Alles hoor je terug op Sketches of Spain. De eenzame trompet intensiveert de nummers dusdanig, dat van ware jazz geen sprake meer is. Verwacht dus geen swingende saxofoons, drums of piano’s, maar vooral kleine, heel kleine muziek die in ieder achtergrondgeluid verloren gaat. Sketches of Spain is de zomerplaat voor allen die dromen van een vakantie in het land van stierenvechten, tapas en swingend voetbal maar niet verder komen dan Nijmegen en omstreken. Henk Strikkers

Week 25: Peter Katz – First of the last to know (2010)
Wie al geen hoge pet op heeft van mannelijke singer-songwriters zal het album First of the last to know van de Canadese Peter Katz een standaard, saaie plaat vinden. De twaalf nummers op zijn vierde album zijn echter niet over één kam te scheren. Van romantische, cliché teksten (“I’ll leave the light on ‘till you come home”) tot uit-de-put-praatmuziek (“All you need is right here in this room”) en dieprakende teksten in onder andere The Fence over zinloos geweld bij een homofiele student. Deze veelzijdigheid en enkele bijdragen van onder andere zangeres Melissa McClelland en de inmiddels overleden violist Oliver Schroer, maken dat deze plaat raakt. Geen muziek om blij van te worden, wel muziek om tot jezelf te komen. Leuke bijkomstigheid: Katz is fan van Holland en probeert zelfs ons taaltje te spreken in zijn promofilmpje voor zijn tour door ons kikkerlandje! Eva-Marijn de Vries

Week 24: Kery James – À l’ombre du show business (2008)
Dit is, zeker de eerste paar keer dat je het opzet, geen fijne muziek om naar te luisteren. Verwacht geen zalvende, rustgevende melodietjes die de ANS Luistert normaal sieren. Eerder het tegenovergestelde. Als je toch besluit je oren bloot te stellen aan deze rauwe Franse rap uit de banlieue raak je wel enorm gemotiveerd. En daarin zit de grote kracht van deze Franse hiphopherrie. Wat Scatman deed voor Gebrselassie, doet Kery James voor mij als ik op de fiets zit. Dat de teksten niet te volgen zijn, doet geen afbreuk aan deze creatieve variatie op het franse chanson. Iedereen begrijpt dat een boze agressieve neger alle ellende van de banlieue door de microfoon slingert. Vreemd genoeg inspireert dat. Pieter Hengst

Week 23: CocoRosie – La maison de mon rêve (2004)
Ongeveer twee maanden geleden kwam ik de huiskamer binnenlopen toen er vage freak folk uit de stereo schalde. Naast gitaren hoorde ik getrommel op pannen, rare soundscapes en twee vrouwen die extatisch zingen dat Jezus niet van hun nigger friends houdt. Het was even doorbijten toen ik de plaat voor het eerst hoorde. Maar na een paar keer is het heerlijk wegdromen bij de melodieën van de twee zussen. De teksten zijn poëtisch en hebben vaak een satirische ondertoon. Dit is een plaat die kan worden grijsgedraaid en waar je elke keer nieuwe lagen in ontdekt. In mei is het nieuw album Grey Oceans uitgekomen. En hoewel mijn huisgenoten het niet met me eens zijn, vind ik dat het debuut niet is overtroffen. Misschien nog even doorbijten. Dirk van den Brand

Week 22: The Avett Brothers – I And Love And You (2009)
Een echt zomeralbum vond ik als begeleiding van de zware laatste loodjes nog niet op zijn plaats. De melancholische folkrock van The Avett Brothers vormt het perfecte alternatief. I And Love And You is al het zesde studioalbum van de gebroeders Seth en Scott Avett en bassist Bob Crawford. Net als op hun andere albums bestaat de muziek op het album uit een mix van onder andere folk, country en rock & roll. Op het album wordt een heel scala aan instrumenten gebruikt, waaronder een contrabas, mandoline, percussie en zelfs een tuba. De muziek kabbelt rustig voort, maar ongemerkt blijft het wel degelijk hangen. Wie teksten als ‘Three words that became hard to say: I and Love and You’ niet schuwt, zal net als ik verslaafd raken aan dit album. Jozien Wijkhuijs

Week 21: Joan as Police Woman – Real Life (2006)
Als ‘de vrouwelijke opstanding van een in de Mississippi verzopen kat’, zo klinkt Joan Wasser volgens een oud-ANSer. Hij heeft gelijk, op Real Life doet Wasser best een beetje denken aan haar verdronken geliefde Jeff Buckley. Niet dat ze soortgelijke ingewikkelde songstructuren hanteert of het loepzuivere stemgeluid heeft van Buckley, maar ergens ademen de veelal trage, verdrietige, romantische liederen eenzelfde sfeer. Telkens wordt haar hese, schelle stem prachtig spaarzaam begeleid door warme pianoklanken of een simpele gitaarpartij, een minieme ritmesectie én een smaakvolle gastbijdrage van Antony Hegarty (van The Johnsons). Real Life is de perfecte plaat voor een regenachtige dag en voor mij een herinnering aan vervlogen liefdes: droevig maar wonderschoon. Timo Pisart

Week 20: Coconut Records – Davy (2009)
Nog één week. Dan breekt mijn drie maanden durende sabbatical oftewel een hele lange vakantie aan. De precieze invulling daarvan ligt nog niet vast, de soundtrack wel. De tweede plaat van Coconut Records, het muzikale project van acteur Jason Schwartzmann (The Darjeeling Limited, Rushmore), vervult daarin een grote rol. Na de gelukkige ontdekking van debuutalbum Nighttiming – West Coast stond snel bovenaan de iTunes-lijst ‘25 meest afgespeelde’ – is opvolger Davy een zomerplaat bij uitstek gebleken. Met het relaxte Microphone, het zonnige Wires en natuurlijk met The Summer. De zonnebrand staat al klaar.
Anne Elshof

Week 19: I Am Oak – On Claws (2010)
Eens in de zoveel tijd ontdek ik een artiest waar ik niet anders dan lyrisch over kan zijn. Het Utrechtse I Am Oak – het alterego van Thijs Kuijken – is er zo een. Op zijn kamer nam hij verleden jaar On Claws op, dat bol staat van sfeervolle indiefolk met akoestische gitaar, banjo, orgel, minimalistische percussie en een enkele strijker en trompet. De betoverende zang van Kuijken en zijn meerstemmige ondersteuning bezorgden me al het eerste nummer een brok in de keel, om me uiteindelijk drieëndertig minuten lang het zwijgen op te leggen. On Claws is een plaat om voor te gaan zitten, bij weg te dromen en jezelf in te verliezen. Ik word er telkens weer stil van. Timo Pisart

Week 18: The Velvet Underground – Loaded (1970)
‘Who loves the sun, who cares that it makes plants grow.’ Onder begeleiding van die cynische tekst begaf ik me deze week door miezerbuien en windstoten van en naar het ANS-kantoor. Ook op de rest van Loaded draait iconisch frontman Lou Reed zijn hand niet om voor opmerkelijke zinsnedes, bijvoorbeeld wanneer hij je in het schijnbaar opgewekte nummer Rock & Roll verzekert: ‘Despite all the amputations, you could still dance to a rock & roll station’. Wie een combinatie van schrander stekelige teksten en experimentele rock waardeert, kan eigenlijk bij het gehele oeuvre van The Velvet Underground terecht. Maar het mooie, lome Oh! Sweet Nuthin’ waarmee dit album afsluit, maakt van Loaded mijn favoriet. Anne Elshof

Week 17: Hans Teeuwen & The Painkillers – How it Aches (2010)
Wie had ooit gedacht dat Hans Teeuwen écht kon zingen? In het project Hans Teeuwen Zingt coverde de komiek een paar jaar terug al allerlei jazzstandards, overigens niet onverdienstelijk. Met How It Aches zet hij zichzelf definitief op de kaart van het Nederlandse jazzlandschap. Betekent dat dat er niets meer valt te lachen? Natuurlijk niet! Met teksten als Tell your husband not to worry, I will fuck you only once en I like your cunt blijft Teeuwen de koning van de platvloerse lach. Gelukkig staan er – naast bijvoorbeeld de klassieker Snelkookpan – ook een paar gevoelige ballades en funky croonnummers op How it Aches, dat al met al een verrassend frisse plaat is geworden. Ja, voortaan kan Hans Teeuwen zich ook ‘zanger’ noemen. Timo Pisart

Week 16: TV on the Radio – Return to Cookie Mountain (2006)
Met een haast dwingende kracht vuurt Wolf Like Me, waarmee de ongemasterde versie van Return to Cookie Mountain opent, zich op je af. Na dit aanstekelijke muzikale geweld schiet de rest van de plaat zo ongeveer alle kanten uit. Van de Bowie-esque vocalen op Blues from Down Here, via Bowie himself die de achtergrondzang op zich neemt op Province, tot het magnetiserende I Was a Lover. Hoewel ik geenszins problemen had gehad met een album vol Wolf Like Me’s, zorgt deze eclectische verzameling voor een luisterervaring die, met enige aandacht, meer dan de moeite waard is. En anders is er altijd nog de repeatknop.
Anne Elshof

Week 15: Bohren und der Club of Gore – Black Earth (2002)
Alsof je in een doodskist ligt. Zo zijn de sferische klanken van Bohren und der Club of Gore ooit bedoeld. Black Earth is eenenzeventig minuten aan één stuk naargeestige, deprimerende, loodzware ‘doom jazz’. Over slepend trage contrabas en drums – vaak niet meer dan een fluisterende hihat en met brushes gestreelde snare – hijgt een saxofoon langzame, treurige melodieën. Op de achtergrond worden de mineurakkoorden verder ingekleurd door droevige synthesizerklanken en af en toe een stemmige Rhodes. Het is loungejazz, maar zou ieder cocktailfeestje bederven. De zware geluidslandschappen, die amper nog nummers te noemen zijn, zijn intiem. Soms zelfs zwoel, en gevaarlijk. Ze zijn hoogst geschikt voor trage liefdesscènes, laat in de zomernacht. Ja, draai op mijn begrafenis maar Bohren. Timo Pisart

Week 14: The Dodos – Visiter (2008)
Na het aanschouwen van de cover-art die niet in dit rijtje zou misstaan (het commentaar bij de laatste albumcover zou evengoed hierop van toepassing kunnen zijn, fourth grade hoeft enkel in kindergarten te worden veranderd), is de muziek die erachter schuilgaat een aangename verrassing. Het album opent met het door zomerse banjoklanken voortgestuwde Walking, dat vlekkeloos overgaat in het innemende Red and Purple. Met dit behaaglijke begin en daaropvolgende nummers als Fools en The Season, toont Visiter zich een uiterst prettige metgezel tijdens een treinreis, op de fiets naar de uni of bij het doorlopen van je ochtendritueel. Ochtendgloren en banjoklanken zijn een goede combinatie. Anne Elshof

Week 13: Balthazar – Applause (2010)
We zouden ons moeten schamen. Pas na 18 platen noemen wij onze zuiderburen voor het eerst. En dat terwijl er zoveel wonderschone muziek uit België komt. dEUS natuurlijk, maar ook Evil Superstars, Isbells, Zita Swoon, Triggerfinger, Absynthe Minded en, nou ja, nog veel meer. Balthazar zou met Applause wel eens de jongste – en hipste – band in dit rijtje kunnen worden. Lome, kurkdroge bas en groovende drums stuwen de rokerige melodieën, die wel wat naar de laatste Arctic Monkeys rieken. Echt een hogere versnelling wordt nergens ingetrapt, maar dat verhoogt de ongrijpbaarheid van Balthazar alleen maar. Ik kan er de vinger nog niet opleggen, maar dit voelt als de meest intrigerende plaat die afgelopen jaren vanuit het Zuiden is komen aanwaaien. Timo Pisart

Week 12: The Shins – Oh, Inverted World (2001)
Hun debuutalbum was al lang en breed uit, opgevolgd door een tweede plaat zelfs, toen de film Garden State me tot The Shins introduceerde. ‘You gotta hear this one song. It’ll change your life’, zegt Natalie Portman wanneer ze haar tegenspeler New Slang laat luisteren. Het is een goede gewoonte om bij alles wat wordt aangeprezen als iets wat je leven zal veranderen, er zeker van te zijn dat het dit niet zal doen. New Slang noch de rest van de dromerige, bitterzoete klanken op Oh, Inverted World zullen je wereld op zijn kop zetten. Toch verlieten The Shins mijn cd-speler wekenlang niet. Niet vanwege een bombastisch effect op mijn leven, maar omdat er zoveel mooie, bedachtzame liedjes op staan. Anne Elshof

Week 11: Sparklehorse – Good Morning Spider (1998)
Toen ik eind 2008 voor het eerst kennismaakte met Sparklehorse wist ik niet wat me overkwam. De eerste noten suggereerden een mooie voortkabbelende lofi popplaat. Binnen twintig seconden maakt die pracht en praal echter al plaats voor één van de naarste en krachtigste nummers in mijn muziekbibliotheek, met snerpende gitaren en een schelle vervormde schreeuwstem. Ik werd overvallen door een allesverterend gevoel: ‘Was alle muziek maar zo oprecht naar.’ Godzijdank klinkt niet de gehele plaat zo, dat had ik niet overleefd. Na het eerste nummer verandert het album toch in die prachtige, trage, zware – maar zalvende – lofi-plaat. Twee weken geleden pleegde Mark Linkous, het genie van Sparklehorse, zelfmoord. Ik heb Good Morning Spider maar weer eens opgezet. Het klinkt beklemmender dan ooit. Timo Pisart

Week 10: Johan – Pergola (2001)
Terwijl ik vorige week stevig in mijn winterjas gewikkeld in het gras lag om de eerste zonnestralen van dit jaar te verwelkomen, dacht ik even aan spontaan uit de lucht vallende tuinkabouters. Tumble and Fall, het bescheiden hitje van Johan’s tweede plaat Pergola, is een van de nummers die ik steevast met de lente associeer. De band, die feitelijk door frontman Jacco de Greeuw werd gevormd, ging eind vorig jaar ter ziele. Bij het laatste optreden in Paradiso kreeg Johan een gouden plaat uitgereikt voor Pergola, dat vol fijn in het gehoor liggende gitaarpopliedjes staat. Met als voornaamste invloed The Beatles is de muziek weinig revolutionair te noemen, maar wat maakt dat uit wanneer het lentegevoel je bekruipt. Anne Elshof

Week 9: De Jeugd van Tegenwoordig – De Machine (2008)
De echte ANS-kenner weet het natuurlijk al lang: de meest geluisterde plaat op het kantoor is helemaal geen indie, geen folk en zeker geen gezapige pop. En we schamen ons er niet voor dat we van De Jeugd houden. De beats zijn te gek, de teksten misschien wat puberaal. Ach, je moet ervan houden. En dat doen wij. Wanneer we er echt doorheen zitten – 04:29, deadlineavond – zet iemand De Machine op, en weldra wordt luid meegebruld met Kerk, Er is een hitje en mijn persoonlijke favoriet Bertje. Eigenlijk weet ik niet zo goed waarom we zo kunnen genieten van De Jeugd. Zijn het de opzwepende synthesizers? De meebrulbare vocalen? Of het feit dat het zo fout is, dat het goed wordt? Wat maakt het uit, wij zingen vrolijk verder: ‘BOYBOOOOOY’. Timo Pisart

Week 8: Belle and Sebastian – Dear Catastrophe Waitress (2003)
‘Waarom is het steeds zo zwaarmoedig?’, was onlangs het commentaar op het gros van de albums die deze rubriek tot nu toe hebben gesierd. Na een korte blik op mijn bescheiden fysieke cd-collectie concludeerde ik dat daar slechts één plaat tussen zit die als vrolijk bestempeld kan worden. Zeven jaar en drie albums na het alomgeprezenTigermilk en If You’re Feeling Sinister gooide Belle and Sebastian het met Dear Catastrophe Waitress over een andere boeg en verwerd het Schotse indiepopgezelschap van ‘wistful’ tot ‘shiny happy people’. Het album staat vol opgewekte melodieën en lieflijke harmonieën, waarmee zelfs van een saaie kantoorbaan een upbeat nummer wordt gemaakt. Toch ontkomt ook deze ANS luistert niet aan wat mistroostigheid. Luister maar naar de teksten. Anne Elshof

Week 7: The Veils – Nux Vomica (2006)
Maar weinig zangers klinken zo gekweld als Finn Andrews. Klinkt zijn stem het eerste moment als een beheerste bariton, het volgende slaat hij over in getormenteerde schreeuwen. Er staan best wat lichte nummers op de plaat, hoor. Het merendeel van Nux Vomica is echter pikzwart. Het gejank van Andrews wordt meestal begeleid door opzwepende drums, stuwende bassen en scheurende gitaren. Soms neemt de band gas terug en wordt Andrews slechts omlijst door een stemmige piano. Voor velen zal de plaat te zwaar zijn. Maar ik zet de cd telkens op, vooral voor het gekrijs dat door merg en been gaat.
Timo Pisart

Week 6: Headless Heroes – The Silence of Love (2009)
In de Valentijnsweek kon het natuurlijk niets anders dan een liefdesliedjesplaat worden. The Silence of Love klinkt als een Knuffelrock-achtige compilatie, maar is in werkelijkheid een coverproject à la Nouvelle Vague. Nummers van onder meer Nick Cave, I Am Kloot en The Jesus and Mary Chain worden in een nieuwe, lichtelijk psychedelische jas gestoken. Het merendeel van de nummers is eerder een beklag dan een hymne over de liefde, zoals de illustratie op de albumcover al doet vermoeden. En als de teksten al geen malheureuse inslag hadden, dan zou het melancholieke stemgeluid van zangeres Alela Diane hier wel voor zorgen. De stelletjes kunnen bij het luisteren van deze plaat met een gerust hart tegen elkaar aan kruipen, de lonely hearts club kan naar hartelust mee zingen. Anne Elshof

Week 5: The Cohens – The Cohens (2009)
Hippelingen uit het indiecircuit, omarm uw nieuwe goden. Met ronkende orgels, stuiterende drums en opgefokte zang vuurt Nijmeegs trio The Cohens op hun naamloze debuut-EP een achttal muzikale bommetjes af. En ze schieten altijd raak. Ieder nummer raast in sneltreinvaart voorbij, altijd catchy, pissig en fel. Het mooiste: The Cohens heeft écht een eigen smoel. Hate it or love it, maar deze band zou in het genre (welk genre eigenlijk?) verschrikkelijk groot kunnen worden. Niet voor niets won de band vorig jaar al de bandwedstrijden Roos van Nijmegen en Gesel van Gelderland en werd derde bij de Sena Performers PopNL-award. Hopelijk is het snel gedaan met hun sabbatical, want ik kan wel een nieuw shot gebruiken. Timo Pisart

Week 4: Ben Gibbard & Andrew Kenny – HOME: Volume 5 (2003)
De krachten van bekende en minder bekende namen uit de indiepop scene worden in de serie HOME tot kleine parels van albums gebundeld. Voor de vijfde editie werden Ben Gibbard – bekend van Deathcab for Cutie en The Postal Service – en Andrew Kenny – minder bekend van The American Analog Set – gestrikt. Eigenlijk is alles wat je van dit album moet weten dat er acht mooie luisterliedjes opstaan, van You Remind Me of Home tot Secrets of the Heart. De zoetgevooisde stem van Gibbard afgewisseld met die van Kenny, beiden enkel begeleid door akoestische gitaar. Niets meer, zeker niets minder.
Anne Elshof

Week 3: Arctic Monkeys – Humbug (2009)
Weg hoekige, catchy gitaren, weg agressief uitgespuwde zanglijnen en weg opgefokte drums. Met Humbug is Arctic Monkeys meer gelaagd – volwassen? – geworden. De gortdroge producties hebben plaatsgemaakt voor uitgesponnen muren van geluid die worden geconsumeerd door de galm en zijn volgeverfd met details. De schuldige is Josh Homme – frontman van Queens of the Stone Age – die de plaat heeft geproduceerd. Nooit groovden de Monkeys zo gevaarlijk, én nooit speelden ze daarnaast zulke fijngearrangeerde liedjes – zoals frontman Alex Turner ze met zijn zijproject zo mooi maakt. Vier jaar geleden bracht Arctic Monkeys haar debuut uit op 23 januari, en werd de band bestempeld als hype. Met Humbug bewees Arctic Monkeys definitief meer te zijn dan die hype. Veel meer. Timo Pisart

Week 2: Nick Drake – Five Leaves Left (1969)
Het tragische levensverhaal van Nick Drake is even legendarisch als ’s mans muziek. Waar de albums van de door depressies getormenteerde folkzanger tijdens zijn leven vrijwel onopgemerkt bleven, zijn ze na Drake’s vroegtijdige en mysterieuze dood volop geprezen. Zo ook het debuutalbum Five Leaves Left. De nummers, die in toon variëren van pure folk tot jazzy, vallen als een warme deken om je heen. Het album voert je moeiteloos mee en wanneer je bent aangekomen bij het etherische Cello Song – dat overigens verdienstelijk is gecovered door The Books en Jose Gonzalez – vraag je je af hoe men dit destijds zo over het hoofd heeft kunnen zien.
Anne Elshof

Week 1: Alamo Race Track – Black Cat John Brown (2006)
Met ijskoude tenen fietste ik vandaag langs het Goffertpark en voor het eerst sinds de zomer zag ik het park in de schemering. Onmiddellijk schoot de herinnering aan een magisch optreden door mijn hoofd – niet aan Coldplay. Een half jaar geleden zag ik Alamo Race Track in het prachtige openluchttheater in het park optreden. En dat na meer dan een jaar radiostilte. Dolgelukkig was ik, dat het Nederlandse Excelsiorbandje nog bestond. Op hun laatste plaat, Black Cat John Brown staat ongrijpbare – maar catchy! – pop. Stiekem mijn favoriete cd van Nederlandse bodem. Alamo Race Track bestaat nog steeds, en staat begin maart in LUX. Op de site van de band is er niets over te vinden, maar ik ben erbij. Timo Pisart

Week 51: Ryan Adams and The Cardinals – Cold Roses (2005)
Nu de koude definitief heeft toegeslagen en ijsbloemen zich op de ruiten vormen, is het tijd om Cold Roses weer uit de digitale kast te trekken. Op deze eerste van de in totaal drie platen met backing band The Cardinals ging hyperproductieve singer-songwriter Ryan Adams terug naar zijn alt-country roots. Dit tot vreugde van menig recensent, die over het algemeen weinig heil zagen in Adams’ rock-georiënteerde projecten. Zoals het country betaamt wordt er op Cold Roses veel hartzeer bezongen. De ene keer met iele stem en sobere begeleiding, de andere keer met warme klankkleur en volledige benutting van The Cardinals, die overigens live het best tot hun recht komen. Anne Elshof

Week 50: Radiohead – Kid A (2000)
Het is weer lijstjestijd: ieder zichzelf respecterend muziekmedium kijkt terug op de ‘jaren nul’ en stelt de vraag: ‘Wat is het beste album van de afgelopen tien jaar?’ Noemen OOR, NME en mijn collega-hoofdredacteur Is This It van The Strokes het neusje van de muzikale decenniumzalm, Pitchfork en ikzelf zeggen: Kid A van Radiohead. De eerste luisterbeurt vond ik het een kutplaat, maar uiteindelijk kropen de griezelige melodieën mijn schedelpan binnen, om daar nooit meer weg te gaan. Kid A is de ultieme nachtplaat: de iele stem van Yorke wordt verzwolgen door elektronica en psychotische blazers. En alles klopt.
Timo Pisart

Week 49: Julian Casablancas – Phrazes for the Young (2009)
Terwijl de debuutplaat van The Strokes in allerlei media tot (een van de) beste albums van het afgelopen decennium wordt uitgeroepen, heeft frontman en muzikaal mastermind achter het New Yorkse vijftal net een soloalbum uit. Keyboard heavy is het sleutelwoord in de recensies van Casablancas’ solowerk. Het gebruik van synthesizers en andere elektronische toetsinstrumenten is misschien ook wel het grootste verschil met het Strokes oeuvre. Nummers als Out of the Blue en 11th Dimension gaan hierdoor de richting van luchtige dansmuziek op. Met zinsnedes als I know I’m going to hell in a leather jacket/At least I’ll be in another world while you’re pissing on my casket is er in de teksten echter nog genoeg welt- en andere schmerz te beleven. Anne Elshof

Week 48: Benjamin Herman – Campert (2007)
Eigenlijk verandert alles wat de productieve saxofonist Benjamin Herman aanraakt in goud: de platen met New Cool Collective zijn stuk voor stuk te gek, zijn soloplaten swingen als opgefokte parenclubleden en zijn samenwerkingen met Hans Teeuwen, Pete Philly & Perquisite en Paul Weller zijn allemaal noemenswaardig. En dat voor iemand die minstens een plaat per jaar uitbrengt. Herman kwam in 2007 met de cd Campert, een uit de hand gelopen soundtrack bij de documentaire over de dichter/schrijver. Campert is jazzy, maar niet té. Een echte lekker lome zondagochtendplaat, en het perfecte eerbetoon.
Timo Pisart

Week 47: Seabear – The Ghost That Carried Us Away (2007)
Nogmaals een plaat uit 2007 en nogmaals folk. Dit keer niet uit het broeierige zuiden van de VS maar uit het koude IJsland. De liedjes die de in totaal zeven bandleden met variërende instrumenten – waaronder ukelele, xylofoon, banjo en harmonica – maken, zijn echter alles behalve koelbloedig. De ene keer lieflijk, de andere keer melancholisch, maar altijd hartverwarmend en met de kinderlijke creativiteit die de Scandinaven in het bloed lijkt te zitten. In maart 2010 brengt het zevental een nieuw album uit getiteld We Built a Fire. Tot die tijd warm ik me graag aan I Sing I Swim en andere parels van het debuutalbum.
Anne Elshof

Week 46: Bowerbirds – Hymns for a Dark Horse (2007)
Dromerige folky liedjes. Bowerbirds is een hippie-duo dat leeft in een hutje in de bossen van North Carolina. Op Hymns for a Dark Horse, hun debuut, bezingen zij min of meer continu de schoonheden van de natuur. De spaarzame arrangementen – sobere samenzang, omlijst door akoestische gitaar, spaarzame drums, piano en accordeon – zijn prachtig. Onlangs speelden Phil, Beth en de meetourende drummer ‘Yan’ in Doornroosje een steengoede show, die eindigde met een ontroerende akoestische versie van Bur Oak, midden in het publiek. [klik hier voor een vergelijkbare uitvoering] Als de bossen waar de Bowerbirds wonen net zo mooi zijn als hun muziek, zou ik er graag wonen. Timo Pisart





  • Patrick W.

    Midden in het publiek akoestisch? Wat een kut gimmick

  • http://www.ans-online.nl/ Timo Pisart

    Ja, vaak wel. Watson had in ieder geval nog een mooi ‘megafoon-jetpack’. Maar dit was erg mooi.

  • Rudi

    Kid A, mmm!

  • Martijn

    Cold Roses, mijn favoriete plaat!

  • http://www.flickr.com/boyvandijk Boy van Dijk

    ‘Wat maakt het uit, wij zingen vrolijk verder: ‘BOYBOOOOOY’’

    Een pluim voor jou, Timo. En de rest van de aanwezigen die jou navolgt, natuurlijk.

  • Dirk

    Boy onze heilige, wij aanbidden niemand anders dan U, de ware en enige messias op aarde.

  • http://www.erikmolkenboer.nl Erik

    Wederom een puike keuze! Leuk om dit te volgen, zeker omdat de muzieksmaak goed overeen komt met de mijne.
    Ik moet wel zeggen dat van Sparklehorse Vivadixiesubmarinetransmissionplot voor mij wel dé plaat is.

    Dat ie dood is, hoor ik overigens nu pas.

  • http://www.ans-online.nl/opinie/columns/vanuit-het-ans-kantoor-week-11 Vanuit het ANS-kantoor (week 11) | ANS-Online

    [...] is dit al het derde jaar dat ik hier vrijwel fulltime zit. Ondanks het gevaar te klef te klinken geef ik het toe: soms is ANS net een grote familie. Met die lamme, maar hilarische oom, de [...]

  • http://ans.homo.com Jaap

    (Balthazar) Ik zou de bas meer typeren als plomp dan kurkdroog. Wel een briljant plaatje, ook hier staat ‘ie op repeat.

  • http://ans.homo.com Japie

    Die plaat van Hans Teeuwen is overigens echt ruk. Banaal. Suf. Saaie muziek. Live een sensatie, maar op cd: I don’t like your cunt..

  • Laurens

    ah nice….velvet underground!
    en idd vooral oh sweet nuthin! heerlijk nummer
    ‘k denk dat ik zometeen mijn lp van loaded maar weer tevoorschijn ga halen

  • http://www.ans-online.nl/blog/nieuwe-namen-affaire-bevestigd Nieuwe namen Affaire bevestigd! | ANS-Online

    [...] Cohens: opgefokte orgelpop van Nijmeegse bodem, die niet voor niets al eerder de ANS Luistert sierde. Ze spelen overigens ook op de [...]

  • Jaron

    Wat een fantastische selectie!

  • Jaron

    “Kid A is de ultieme nachtplaat: de iele stem van Yorke wordt verzwolgen door elektronica en psychotische blazers.” Daar ga ik!

  • http://www.ans-online.nl Timo Pisart

    Wie The Avett Brothers te pruimen vindt, kan ik vooral ook Megafaun en Akron/Family aanraden! Zelfde soort muziek, klinkt iets meer indie en fris.

  • Niek Leermakers

    The Avett Brothers :D Goeie zaak!

  • Benno B.

    De plaat van CocoRosie is in tegenstelling tot het hoesje in ieder geval wel mooi.

  • B. Borsthaar

    Miles, wat een held. Zelf nog een keer Adagio gespeeld maar klinkt in de verste verte niet zo goed als bij de koning zelf.

  • Folktronica?

    ‘Ongelooflijk dat zo’n talent zich ermee inlaat het nu al mislukte genre ‘Folktronica’ te willen scheppen ten koste van haar eigen authenticiteit.’

    Het nu al mislukte genre?

    1. Nu al? Bestaat folktronica niet al een jaartje of 10? Four Tet?
    2. Mislukt?

  • http://real-url.org/twitted.php?id=24670018804 Twitted by ANS_Online

    [...] This post was Twitted by ANS_Online [...]

  • http://3voor12.vpro.nl/luisterpaal/42333806 Lodewijk Laster

    Ik ben wel voor een Nederlandse Noise-Ans luistert. Nikoo, Bombay Show Pig, Anne Frank Zappa: er is alleen al genoeg te vinden in de EP-luisterpaal van 3voor12!

  • Andy

    “De wetenschap dat Cobain er slechts een aantal dagen later een eind aan
    maakte, maakt de rauwe randen van zijn stem alleen maar indrukwekkender.”
    GERAASKAL! LEUGENS!

blog comments powered by Disqus