Bart Moeyaert – Dingen die iedereen begrijpt
De Vlaamse schrijver Bart Moeyaert heeft ruim dertig boeken op zijn naam staan en was twee jaar stadsdichter van Antwerpen. Diep in zijn hart blijft hij de kleine jongen die niet wist dat hij schrijver kon worden, maar er wel van droomde. Tijdens poëziefestival Onbederf’lijk Vers is hij te gast in Nijmegen.
Tekst: Andy Leenen
Foto’s: Tom de Goeij
Verheven boven een bont circus aan seksshops, louche restaurantjes en andere neon-verlichte obscuriteiten bevindt zich het appartement van Bart Moeyaert (44). De werkplek van de auteur, een verademing door het uitzicht op de rustieke daken van hartje Antwerpen, strekt zich ver boven dit groezelige circuit uit.
Moeyaert debuteerde al op negentienjarige leeftijd met de roman Duet met valse noten, welke meteen een bestseller werd. Sindsdien verscheen er ieder jaar een boek van zijn hand en inmiddels heeft hij ook twee poëziebundels gepubliceerd. ‘Sinds ik twee dichtbundels heb uitgegeven, ben ik voor veel mensen niet langer alleen maar jeugdboekenschrijver. Nu ben ik een dichter die ook boeken schrijft. Als je zegt dat je schrijver bent, vragen mensen altijd van welk soort boeken. Niemand vraagt een dichter bijvoorbeeld of hij kindergedichten maakt. Nee, het is poëzie en dat is nogal wat.’
De koning is geweest
Moeyaerts jeugd speelt een prominente rol in zijn werk. Hij was de zevende opeenvolgende zoon in het gezin, wat volgens Belgische traditie betekent dat wijlen koning Boudewijn I zijn peetvader is. Dit komt kort terug in zijn boek Broere: ‘De koning was geweest. Lang had hij niet kunnen blijven, want de koningin had zitten wachten in de auto, maar ik moest vele groeten van de majesteit hebben, en hij wenste me nog vele jaren in de gloria.’ Kenmerkend voor zijn schrijfwijze is de eenvoudige stijl, alles wordt vanuit een haast kinderlijk perspectief bekeken.
Moeyaert is altijd de kleinste van het gezin gebleven. ‘Ik was geen outsider. Eerder was ik binnen een gemeenschap alleen, maar niet eenzaam. Mijn broers waren met zijn zessen echt een club, ik hobbelde er een beetje achteraan.’ Hij bleef vaak gedwongen aan de zijlijn, omdat hij veel niet zou begrijpen vanwege zijn jonge leeftijd of omdat het te gevaarlijk was. Wanneer zijn broers met een rammelkar van schroot van een heuvel af wilden denderen, was dat te riskant voor hem. Zijn jeugdjaren vormen de basis van zijn verbeeldingskracht: ‘Ik was als kind altijd aan het knutselen, altijd bezig in mijn eigen wereldje. Alles mocht toen ik klein was.’ In de puberteit ging het fout, toen kreeg hij veel minder vrijheid. Hij kon niet goed aarden onder het strenge bewind op de middelbare school. ‘Dan kreeg ik te horen: “Je staat op het toneelpodium, dat is heel flink van je. Maar nu willen we je rapport zien.” Ik heb me toen erg teruggetrokken.’
De beschreven werelden in zijn boeken zijn vaak afgesloten van de buitenwereld, het zijn kleine gemeenschappen die buiten de geschiedenis lijken te vallen. ‘De wereld van nu laat ik er bewust buiten. Ik houd het aan de binnenkant, bij dingen die iedereen begrijpt. Los van vroeger, nu of straks.’ Binnen deze wereld komen vaak wel levensgrote thema’s aan bod. ‘Die horen er absoluut bij: bij liefde hoort ook liefdeloosheid, bij het kwaad hoort ook het goede.’
Dubbele bodem
Wat de boeken van Moeyaert zo betoverend maakt is de sfeer die hij in enkele zinnen weet te creëren. Belangrijker nog is wat er tussen de regels door te lezen valt. ‘Hoe minder er staat, hoe meer de essentie naar boven komt. Waarom moet ik alles invullen? Het is veel spannender als de lezer dat zelf doet.’ In zijn boek Dani Bennoni wordt een seksuele affaire tussen het kleine jongetje Bing en zijn voetbalidool Dani gesuggereerd. Laat Moeyaert bewust in het midden wat er gebeurt om zijn jeugdige publiek niet te choqueren? ‘Nee. Ik was heel benieuwd of mensen over pedofilie of voyeurisme zouden beginnen, maar niemand deed dat. Het feit dat niemand dat durft, bewijst hoe moeilijk we met dergelijke onderwerpen kunnen omgaan.’
Het begin van een verhaal duikt vaak vanuit het niets op bij de schrijver. Op een onbewaakt moment duikt een beeld op, een flits van een bepaalde sfeer. ‘Ik zet die scène op papier zoals ik hem voel, ik hoor een vertelstem. Door de toon worden dingen duidelijk en dan is het boek vertrokken. Ik weet niet waar het verhaal naartoe zal gaan en vind het heel fijn om dat zelf te ontdekken.’ De auteur begrijpt van andere schrijvers niet dat ze hun verhaal van hoofdstuk tot hoofdstuk al voor zich zien. ‘Ik val dan dood; ik wil geen machine zijn die alles invult.’

Poëtische burgemeester
Tot januari 2008 was Moeyaert stadsdichter van Antwerpen. Het stadsdichterschap in deze stad verschilt nogal van dat in andere steden. De inwoners verwachten dat de stadspoëet intensief met de stad meeleeft, hij wordt gezien als een poëtische burgemeester. De schrijver heeft deze periode als zeer heftig ervaren: ‘Ik had het geluk en het ongeluk dat ik de verkiezingen meemaakte. Antwerpen is een tamelijk rechtsdenkende stad. Tijdens gesprekken op straat kreeg ik veel dingen te horen waarmee ik het absoluut niet eens was.’ Moeyaert valt een moment stil, er verschijnt een verbitterde blik in zijn ogen. ‘Daarnaast heb ik ook Hans van Themsche meegemaakt, die met tien kogels de stad introk met het vaste voornemen om negen allochtonen om te leggen en daarna zichzelf.’ De schutter vermoordde een meisje van twee en haar oppas voordat hij kon worden gestopt. ‘Die gebeurtenis heeft mij veranderd. Een dergelijke verschrikkelijke moord is niet ingrijpend voor iemand die thuiskomt, de deur sluit en de gebeurtenissen achter zich laat. Ik kan dat niet. Als ik iets onder mijn vel heb, moet ik dat uitzieken.’
De actualiteit, iets waar Moeyaert in zijn poëzie weinig ervaring mee heeft, speelt een grote rol bij het stadsdichterschap. ‘Ik wil erg graag begrijpen wat mensen doen, ik probeer mee te gaan in wat ze denken.’ De schrijver bemerkte dat hij tijdens deze periode erg cynisch werd. ‘Cynisme is een belachelijke eigenschap. Het is heel gemakkelijk om alles van tafel te vegen met één bittere grap.’
Oud ijzer
De agenda van de Vlaamse schrijver zit de komende tijd behoorlijk vol. Het komende halfjaar is hij veel in het buitenland te vinden, zo geeft hij lezingen in Duitsland, Italië en Frankrijk. Ook draagt hij geregeld voor uit eigen werk, omdat hij het prettig vind zijn verhaal door te geven met zijn eigen vertelstem. Daarnaast maakt het voordragen van poëzie dingen duidelijk. ‘Er zijn mensen die er op papier niets aan vinden, maar het ineens wel begrijpen zodra ik het voorlees.’
Een schrijver werkt voornamelijk tussen vier muren. Heeft hij contact met zijn publiek nodig? ‘Ik hou van de eerlijkheid van live publiek, maar aan de andere kant stel ik een brief ook erg op prijs. Voordat iemand me schrijft wat hij van een boek vindt, heeft diegene al een grote stap gezet, hij wil het absoluut aan mij laten weten. Ik krijg veel reacties, waar ik niet koud onder blijf, maar het is niet mijn drijfveer.’
Naast de optredens zal de auteur zich de komende tijd op zijn nieuwe boek storten. In enkele regels schetst hij het begin van zijn komende roman, op zijn vertrouwde eenvoudige manier: ‘Twee jongens zitten op een muur, twee broers. Voor ze ligt een stille straat, achter hen een magazijn voor oud ijzer. Er is altijd wel iemand aan het werk en die twee hebben daar hun plek. Plotseling zit er verderop een meisje, die erbij hoort. Dat wist ik helemaal niet. Na drie bladzijden komt er iemand door de straat gelopen. Dan begint het verhaal.’
Bart Moeyaert zal op 22 oktober zijn werk voordragen in het Vlaams Arsenaal in Nijmegen.









Pingback: ANS-Online » Lead Story » Videoreportage Onbederf’lijk Vers
Pingback: ANS-Online » Lead Story » Letters vreten met ANS