Erwin Olaf – De prinses, de fotograaf en de stijve lul
Seks en humor. Erwin Olaf geniet wereldfaam met opmerkelijke foto’s die vaak zijn doorspekt met deze twee elementen. Zijn werk – voor onder andere Diesel, Heineken en Microsoft – choqueert sommigen, ontroert anderen en is altijd spraakmakend.
Erwin Olaf (49) staat te boek als een van Nederlands’ grootste fotografen. Zelf relativeert hij dit: ‘Ik ben niet de beste in wat dan ook. Je moet gewoon dicht bij jezelf blijven. Ik heb het geluk dat mensen mijn werk mooi vinden.’ De kunstenaar sloot in 1981 zijn opleiding tot schrijvend journalist af aan de Hogeschool van Utrecht. Tijdens zijn studie kwam hij in aanraking met fotografie en sindsdien heeft hij de camera nooit meer losgelaten. ‘Ik hou van dit vak. Op mijn tachtigste wil ik nog steeds foto’s maken. Dat hoeft niet perse op dit niveau, ook het op vijftig manieren vastleggen van mijn geraniums lijkt me heerlijk.’
Latex
Opzien baren doet Olaf regelmatig, bijvoorbeeld met zijn vrije serie Fashion Victims (2000) waarin veel naakt en stijve geslachtsdelen zijn te zien. Ook Separation uit 2002, waarin een vrouw en kind beiden in latex zijn gekleed, heeft veel stof doen opwaaien. ‘Die serie werd destijds helemaal verkeerd geïnterpreteerd’, aldus Olaf. ‘Door het materiaal van de pakken vonden mensen dat ik pornografisch werk maakte met een kind er in. De foto’s gingen over mijn jeugd. In mijn kindertijd heb ik me vaak eenzaam en onbegrepen gevoeld. Voor mij waren die pakken een metafoor van onbereikbaarheid en eenzaamheid.’
Op de vraag welke overeenkomst hij dan ziet tussen latex en eenzaamheid geeft de kunstenaar een opmerkelijke antwoord: ‘Ik heb een keer staan vozen met een jongen die zo’n pak aan had. Hoewel die gast het geweldig vond, was er voor mij niks aan. Het was alsof ik in een ballon stond te knijpen. Zo’n dun laagje creëerde een enorme afstand tussen onze persoonlijke belevingen.’ De manier waarop hij zijn kindertijd heeft ervaren, gaf hij met die serie een plaats. ‘Daar zit geen oud zeer meer.’
Het is maar een foto
Een jaar eerder wist Olaf te schokken met zijn serie Royal Blood. Op een van de foto’s was een lookalike van prinses Diana te zien met een bloederige Mercedes-ster in haar arm. ‘Het is maar een grap. Vaak komt zoiets spelenderwijs tot stand. De vrouw op de foto was niet als de prinses gecast. Nadat de visagist klaar was met haar werk, dacht ik: “Jezus, ze lijkt wel Lady Di.” Toen ze loensend naar me keek, sloeg ik steil achterover. Het was op dat moment zonde om er niets mee te doen.’
‘Aan mensen die over mijn werk vallen heb ik geen boodschap. Ze zouden zich over andere dingen druk moeten maken. Geweld en intolerantie, dat raakt mij veel meer.’ Als homoseksueel heeft hij vaak te maken gehad met onverdraagzaamheid. De Nederlandse maatschappij is in zijn ogen veel minder tolerant dan wordt beweerd. ‘In dit land mag wél worden getrouwd, maar als mannen hand in hand over straat lopen worden ze nageroepen.’
Dikkerdjes en transseksuelen
Olaf wil graag andere dingen fotograferen dan het gros van zijn collega’s. ‘Neem nu paparazzi: wat doen ze met honderd man om een beroemdheid? In plaats van me bezig te houden met de 5 procent van de samenleving die toch al wordt doodgefotografeerd, concentreer ik me op de overige 95 procent.’ Hierbij heeft hij een voorkeur voor groeperingen die in deze samenleving niet vaak aan bod komen. Zo fotografeerde hij in de serie Mind of Their Own (1995) louter geestelijk gehandicapten. Deze mensen probeert hij op een flatteuze wijze te portretteren. Tegenwoordig lijken emancipatieproblemen zijn werk steeds minder te beïnvloeden. ‘Ik geloof dat die achtergestelde groepen zich steeds beter redden. Dikkerdjes en transseksuelen: ze weten hun mond wel te roeren.’
Extra randje
De kunstenaar heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij een dikke boterham verdient met zijn talent. In zijn eigen series zet Olaf zich vaak af tegen commercie. Desondanks heeft hij nu een delicate balans gevonden tussen opdrachten voor grote bedrijven en vrij werk. Op de vraag of deze twee dingen wel te rijmen zijn, antwoordt hij hoofdschuddend. ‘Het ene sluit het andere niet uit. Al zou ik niet modellen in bontjassen fotograferen, terwijl ik een week later werk in opdracht van dierenrechtenorganisatie PETA.’
‘Commerciële opdrachten zorgen er voor dat je constant wordt geprikkeld. Het probleem met fotografen die enkel kunst maken, is dat er niets met die mensen gebeurt. Daardoor maken ze steeds weer hetzelfde. Als je een fotografiemuseum bezoekt is het negen van de tien keer kut met peren.’
Wat Olaf nu zo goed maakt in zijn vak kan hij niet precies vertellen. ‘Ik tracht bij elke serie weer iets nieuws te maken. Het blijft een uitdaging telkens weer de kwaliteit van voorgaand werk te evenaren. Een goede fotograaf is technisch onderlegd en maakt inhoudelijk goed werk, maar zijn foto’s hebben ook een extra randje. Of een foto zoiets heeft is onvoorspelbaar, dat zie je pas als de foto is gepubliceerd of in een museum hangt.’
Kitsch
De vier meest recente vrije series van Olaf zijn meer ingetogen dan zijn vroegere werk. Hope, Rain, Grief en Fall gaan over het ‘non-moment’, na ‘ik maak het uit’, maar net vóór de eerste traan. Zijn werk is nu minder brutaal, omdat dat in de loop der tijd beter bij hem is gaan passen. ‘Ik word ouder en minder wild. Ik kan nog steeds excentrieke series maken, maar als dat niet past bij wat ik op dat moment voel, zouden die onecht worden.’ Zo noemt hij de serie Grief die nog steeds succesvol is en hem veel geld en roem oplevert. ‘Het was verleidelijk om zoiets nog eens te maken. Maar als je het niet goed neer kan zetten, wordt het toch een beetje kitsch.’
Op de vraag of zijn werk in de toekomst nog rustiger wordt, antwoordt hij ontkennend. ‘Ik zou het naakt weer opnieuw willen gaan onderzoeken. Een stijve lul fotograferen, daar ben ik nooit op tegen.’
Zijn nieuwste serie Fall is samen met zijn eerdere series Hope, Rain en Grief tot 18 januari te zien in het Fotomuseum in Den Haag.
Tekst: Loes Perrée en Joost Nellen
Foto’s: Valentijn Brandt







