Filmrecensie: Rudo y cursi
Na hun sensuele samenspel in Y tu mamá también (2001) vertolken acteurs Gael García Bernal (The motorcycle diaries) en Diego Luna (Milk) in Carlos Cuaróns nieuwste film de rollen van de competitieve voetballende broers Tato en Beto Verdusco.
In de drama-komedie Rudo y cursi, vertaald ‘ruw en vulgair’, draait alles om het spel met de bal. De film speelt zich af op het Mexicaanse platteland, waar boerenpummels Tato (‘Cursi’) en Beto (‘El Rudo’) in hun vrije tijd fanatiek deelnemen aan de teamsport. Tato droomt er van om een muzikale carrière op te bouwen in de Verenigde Staten. Zijn gokverslaafde broer Beto heeft het druk met het onderhouden van zijn vrouw en kinderen. Wanneer de gebroeders Verdusco op een dag worden ontdekt door gladde voetbalscout Don Batuta (Guillermo Francella) neemt hun simpele leven echter een radicale wending. Meegesleurd in het zaken- en uitgaansleven van Mexico-stad worstelen beide broers – met veel humor – om het hoofd boven water te houden.
Als je op zoek bent naar een lichtvoetige film met een tikkeltje drama ben je bij Rudo y cursi aan het goede adres. De harde realiteit van de Mexicaanse onderwereld en de professionele voetballerij wordt afgewisseld met vrolijke passages. Tatos tenenkrommende interpretatie – met zo mogelijk nog bedroevendere bijbehorende videoclip – van I want you to want me is een goed bijvoorbeeld.
Rudo y cursi gaat 16 juli in première in Lux.







