ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Laatste Oordeel: Prof. dr. A.H. Neijt

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.

college:
Structuur van het Nederlands 2:Inleiding prosodie, taalvariatie en taalverwerving, 10 februari,12.45 – 13.30, EL 2.53

docent:
Prof. dr. A.H. Neijt

uitstraling:
Chaotische kleuterjuf

publiek:
Timide taalpuristen

inhoud:
Morfologisch gegoochel in Jip en Janneketaal

eindcijfer:
6,5

‘We beginnen met een klein experiment.’ Bij aanvang van het eerstejaars college Structuur van het Nederlands 2 verrast Anneke Neijt de rustige studenten met een lange lijst raadselachtige woorden die dienen te worden beklemtoond. Hoewel de betekenis van begrippen als dolichocefaal en anakoloet het merendeel van de studenten onbekend is, gaan de meeste pennen vlot door de woorden heen. Het doel van de schoolse proef blijft helaas in nevelen gehuld.
Na enkele minuten experimenteren vervolgt de docente het college door vrij plotseling een Youtube-filmpje te starten. De browser begeeft het echter voordat de video goed en wel is begonnen. ‘Nou ja, jullie zoeken het zelf maar op.’ Het desbetreffende filmpje, een nummer van de band Roosbeef, zou duidelijk hebben gemaakt hoe je kan spelen met klemtonen. Er is geen twijfel mogelijk: de leer van de woordstructuur, morfologie, staat centraal in dit hoorcollege.
Neijt, die vorig jaar jureerde bij de uitzending van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, maakt graag gebruik van herkenbare en actuele voorbeelden om haar betoog te ondersteunen. Naast het mislukte fragment van Roosbeef gebruikt ze bijvoorbeeld Van Kooten en De Bie. Na de korte geluidsopname met structurele klemtoonfouten reageren studenten instemmend op de vraag of er meer vermakelijke fragmenten nodig zijn om de uitleg te ondersteunen. Deze luchtige intermezzi maken het college aangenaam, maar tegelijkertijd chaotisch door het geroezemoes dat ze uitlokken. Hierdoor raakt Neijt de draad af en toe kwijt.
Andere voorbeelden leiden voornamelijk tot onrust. Zo merkt Neijt op dat de zin ‘deze kapitein vinden we fijn’ beter loopt dan ‘deze kapitein heeft veel zadelpijn’. De zaal begint te gniffelen, zeker als de docente vervolgt met de opdracht de klemtoon in de eigen naam te ontdekken. De rommelige momenten worden echter opgevolgd door kalmte. Er volgt nauwelijks reactie op vragen aan het verstilde publiek. De neerlandici laten alles over zich heen komen.
Het is onwaarschijnlijk dat de stof niet wordt begrepen, want de korte periodes van onrust doen niets af aan de duidelijkheid en de docente vervalt niet in jargon. De onacademische manier van college geven zou niet misstaan op een middelbare school. Neijts moederlijke uitstraling maakt haar gemakkelijk te benaderen. Dit blijkt uit de horden studenten die zich na het college rond haar bureau scharen om vragen te stellen over de resultaten van het vorige tentamen.

Het Laatste Oordeel der Studenten
De meeste studenten zijn positief over Neijt. Haar vriendelijkheid en enthousiasme worden gewaardeerd. Ondanks de ietwat kinderlijke benadering bestaat er geen twijfel over haar bekwaamheid. ‘Ze is heel bedreven in haar vak en geeft goede werkcolleges. Helaas komt dat niet altijd tot uiting in de hoorcolleges.’ Ook hebben sommigen genoeg van de tests die vaak aan de colleges voorafgaan. ‘Niet zoveel experimenten! Ik wil gewoon college.’

Tekst: Lucy Vleeshouwers en Mart Waterval
Foto: Loes Perree