ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Laatste Oordeel – Prof. dr. Th. Wobbes

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.

college:
Practicum Anatomie, donderdag
9 oktober, 10.45 – 12.30, Vesalius A/B

docent:
Prof. dr. Th. Wobbes

uitstraling:
Droogkloot met alweetklier

publiek:
Vleesvoelende moraalridders en een
enkele perverseling

inhoud:
Grabbelen naar ingewanden

eindcijfer:
8

‘Voor de doden niets dan respect’, zo luidt het credo bij het Practicum Anatomie. Waar studenten normaliter wel te porren zijn voor een grapje, schijnen ze achter de gesloten deuren van de snijzalen bloedserieus te blijven. Illustratief is de vraag van een oprecht bezorgd meisje in witte doktersjas: ‘Heb je wel goed gegeten? Je krijgt echt honger wanneer je twee uur boven een stoffelijk overschot hangt.’ Het is moeilijk voor te stellen: de acht geconserveerde lichamen die klaarliggen zijn allesbehalve smakelijk. Het hoofd en onderlichaam zijn bedekt. Slechts de opengesneden romp is zichtbaar, alwaar grijsgeel glimmende ingewanden prijken. De geur die de lijken verspreiden is misselijkmakend.
Waar de gewone sterveling zich hier niet op zijn gemak zou voelen, wroeten de eerstejaars enthousiast in de vleselijke kijkdozen. ‘Deze keer zullen we de buik verder exploreren’, zegt docent annex chirurg Theo Wobbes, die de practica begeleidt. Een actieve rol neemt hij niet in: de artsen in spe moeten vooral opdrachten uit hun reader maken terwijl de docent stilletjes rondwandelt. Vragen worden meestal beantwoord met een wedervraag – om aan te zetten tot actief nadenken, licht de docent toe.
Met straffe blik gooit Wobbes af en toe een vraag in de groep: ‘Hoe wordt de bursa omentalis gevormd?’ Behalve Latijnse declamaties vormen kronkelende armbewegingen en een grijns de repliek van de leergierige eerstejaars. Wanneer een hand van de docent in een lichaam verdwijnt, kijken de omstanders gebiologeerd toe. Plastisch beschrijft hij de inhoud van het spijsverteringsstelsel. Hoewel Wobbes de verhalen doorgaans sec brengt, blijven de studenten het gehele practicum geïnteresseerd. Zelden wordt er smakelijk gelachen, de sporadische lach die in het lokaal weerklinkt is veelal stofgerelateerd. ‘Kijk, zit hier niet de appendix vermiformis? Heb ik altijd al een grappig ding gevonden.’
De meeste eerstejaars Geneeskunde hebben moraal hoog in het vaandel staan. Toch wordt het stoffelijke overschot vooral als object – en niet als mens – beschouwd, wat een enkele lolbroek in de kaart speelt. Zo wordt er vrolijk met een orgaan gezwaaid en wrijft iemand gefascineerd met een vinger over een bloedvat, ‘omdat het bloed zo leuk van de ene naar de andere kant glijdt’. Andere studenten zoeken de persoonlijke noot en vragen het gezicht van één der ter beschikking gestelde lichamen te bekijken. Wanneer het practicum ten einde loopt, bekent een verveelde studente schuldbewust een stap te ver te zijn gegaan: ‘Nee, het gezicht hoefde ik niet te zien. Maar ik heb wel even naar zijn lul gekeken.’

Het Laatste Oordeel der Studenten
Het credo ‘niets dan respect’ geldt niet alleen voor het koude vlees, maar ook voor de docent. ‘Waar andere practicumdocenten preken dat we zelf de handen uit de mouwen – en in de maag – moeten steken, stimuleert Wobbes en gaat hij mee op zoek naar antwoorden’, meent een enthousiaste eerstejaars. Dat hij de zaken ietwat prozaïsch brengt, deert niemand: de meeste studenten roemen de docent juist om zijn eindeloze kennis, sterke uitleg en goede vragen. Ook zijn weinig aanwezige houding lijkt slechts een enkeling te deren. Wanneer een van de deelnemers op de man wordt gevraagd wat hij van Wobbes vindt, antwoordt hij met verbaasde blik: ‘Wobbes, wat is dat?’

Tekst: Timo Pisart
Foto: Sandra Zrnic