ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Jamie Lidell – ‘Iedereen die ik ken is gek’

Jamie Lidell toert door Europa ter promotie van zijn nieuwste album Jim. Eind november gaf hij een uitverkocht optreden in de Vereeniging. We spraken de sympathieke Brit over zijn obscure verleden, obsessie voor muziek en bizarre outfits.

Dodelijk vermoeid leunt Jamie Lidell (35) achterover in een stoel bij Sony in Hilversum. Vanochtend was hij te gast bij 3FM en sindsdien heeft hij geen seconde rust gehad. De maker van dansbare muziek was niet eerder zo populair. Hij heeft muzikaal gezien een opmerkelijke carrière achter de rug. Van donkere elektronica met zijn tweemansformatie Super_Collider, via zijn weinig toegankelijke eerste album Muddlin’ Gear naar krankzinnige soulpop op Multiply. Op zijn derde album Jim, dat doordrenkt is van zomerse motown klanken, zijn alle plooien gladgestreken en probeert hij definitief de radio te veroveren.


Kneus
Lidell groeide op met muziek. ‘Ik kom uit een muzikaal gezin. Mijn moeder is soulzangeres en treedt nog steeds op. Thuis hoorde ik altijd muziek, als we op vakantie gingen zongen we onderweg urenlang met z’n allen in de auto.’ Niet alleen het zingen, maar ook experimenteren met muziek zat er al vroeg in: ‘Vroeger nam ik tapes op met eigen liedjes. Soms waren dat covers van nummers die ik op de radio had gehoord, soms nummers die ik zelf had bedacht. Zo werk ik nu nog.’ Als tiener ontstond zijn liefde voor muziek mede door zijn sampler. ‘Het is het enige instrument dat ik ooit heb bespeeld. Met dit ultieme doe-het-zelf instrument was ik in staat enorm diverse geluiden te creëren. Dat fascineerde me.’ Lidell is geobsedeerd door geluid. Een grote inspiratiebron was Prince: ‘Terwijl iedereen op school naar hippe indiebands luisterde, was ik fan van Prince. Dat maakte me tot de kneus van de klas. Ik kickte vooral op zijn experimentele geluid. Prince gebruikte bijvoorbeeld geen reguliere drumsamples, maar een vreemde drumcomputer. Toen dacht ik: dit geluid wil ik ook kunnen maken.’



Prodigy
De Britse muzikant stond op zijn zestiende voor het eerst op een podium. Hij trapte zijn carrière af in het voorprogramma van The Prodigy. ‘Een vriend van me had een rave georganiseerd. We hingen vaak bij mij thuis. Dan maakten we wat muziek. Hij wilde dat ik het voorprogramma verzorgde. Een week voor het feest moest ik nog nummers gaan maken, ik had totaal geen repertoire. Het publiek vond mijn show wel in orde, waarschijnlijk omdat iedereen onder invloed was. Ik voelde me echt omvergeblazen door The Prodigy. Die band had zoveel energie, zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Dat optreden heeft me echt op scherp gezet. Ik besefte dat ik heel hard moest gaan werken, wilde ik serieus genomen worden met mijn muziek.’

Obscuur verleden
‘Al in een vroeg stadium van mijn muzikale carrière verhuisde ik naar Berlijn. Het eerste materiaal dat ik daar opnam was een Super_Collider album. We namen die plaat op in een oud radiostation, in het oosten van de stad, dat was gesloten na de oorlog. Alle klokken stonden stil op 12 uur. Het was een deprimerende, kille omgeving. Dat hoor je terug in de muziek, het is een creepy album geworden.’ Na twee albums met Super_Collider te hebben opgenomen, volgde Lidell’s eerste soloplaat Muddlin’ Gear. Het keerpunt in zijn carrière was het daaropvolgende album Multiply. Artistiek gezien was deze omslag minder radicaal. ‘Veel mensen denken dat ik eerst elektronische muziek maakte en op een gegeven moment ben gaan zingen. Ik zing echter al mijn hele leven.’ Lidell’s warme soulstem voert op dit album de boventoon. Toch sijpelt zijn obscure technoverleden door de nummers heen.
In Berlijn raakte Lidell bevriend met jonge muzikanten als Mocky, die inmiddels ook zijn weg naar de grote festivalpodia heeft gevonden. ‘Toen ik Mocky ontmoette was ik even helemaal de weg kwijt. Ik maakte nog elektronische muziek, maar kon mijn ziel er niet meer in leggen. Mocky stelde voor om meer conventionele muziek te maken. Ik dacht eerst dat het niet bij me paste, maar na een tijdje beviel het me wel.’
Het is tekenend voor Lidell dat hij zijn werk uitbrengt via platenlabel Warp Records, tussen artiesten als Aphex Twin en Squarepusher. Dit eigenzinnige Britse label staat voornamelijk bekend als exponent van alternatieve elektronische muziek. Zijn muzikale overgang naar soulpop lijkt daarom geen logische keuze. ‘Warp verwachtte iets extreems van me, en ik kwam met Multiply op de proppen. Aanvankelijk vonden ze het een slecht idee. Ik verklaarde dat ik er vierkant achter stond. Uiteindelijk heeft het goed uitgepakt.’

Eenmansband
Lidell trad tijdens de periode van zijn eerste twee albums voornamelijk solo op. Dit lijkt een bewuste keuze, maar kwam in beginsel enkel voort uit noodzaak. ‘Ik woonde in Berlijn en was platzak. Bij Warp verwachtten ze een album van me. Ik had niet eens geld om mijn huur te betalen, laat staan om een album te maken.’ Om geld te verdienen moest Lidell optreden. ‘Ik ben geen dj en wilde niet plaatjesdraaiend eindigen. Ik moest een manier bedenken om in mijn eentje een show neer te zetten.’
Bijgestaan door zijn laptop bouwde hij live absurde geluidscollages, puur op basis van zijn stem. ‘Mijn stem is het enige instrument dat ik kon bespelen. Daar maakte ik beats mee. Met een loop pedaal kon ik verschillende lagen over elkaar opnemen.’ Lidell heeft eigen software geschreven om zijn muziek mee te maken. ‘Dat was knap lastig. Er was op dat moment niets beschikbaar dat werkte zoals ik het wilde. Ik ben toen zes maanden van de aardbodem verdwenen om me te verdiepen in het programmeren van software.’ Die moeite bleek een goede investering. Hij gebruikt zijn live machine, zoals hij het zelf noemt, inmiddels acht jaar.

Spektakel
Lidell is berucht om zijn maffe kostuums. ‘Vooral in mijn Super_Collider dagen droeg ik veel vreemde outfits.’ Lidell begint breed te grijnzen. ‘Een van mijn favoriete items ooit was een latexjurk, die zelfs mijn gezicht bedekte. Ik kon me amper bewegen en zag geen hand voor ogen. Toen ik klaar was, moest ik van het podium af worden gedragen. Mijn podiumkleding wordt ontworpen door een vriend van me. Eigenlijk is iedereen die ik ken gek.’
Tijdens zijn huidige tour wordt Lidell voor het eerst bijgestaan door een band. De liveshows zijn echter niet conventioneler geworden. De bandleden zijn zeer experimenteel aangelegd. Zo bespeelt de saxofonist twee saxofoons tegelijkertijd en bedient de drummer met zijn linkervoet een elektronische bas. Hij grijpt echter nog steeds zijn eigen momenten. Wanneer de band het podium verlaat voor een pauze, duikt Lidell achter zijn computer en transformeert in die kleine jongen van vroeger. Al beatboxend, zingend en knutselend met zijn eigen nummers.

Tekst: Andy Leenen en Loes Perrée
Foto’s: Tom de Goeij

Klik hier voor alle artikelen van ANS december 2008