ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Most Unpleasant Men: ‘We zijn allemaal bedachtzame types.’

Verstilde, gelaagde muziek, zo zou je de muziek van Most Unpleasant Men kunnen omschrijven. Fluisterpop, nog zo’n term. Het is aangenaam, maar zeker niet vrolijk. Donderdag 24 april speelde de band in de Rode Laars.



Tekst: Timo Pisart
Beeldmateriaal: Most Unpleasant Men

Een bedachtzame, wat stille jongen zit ’s ochtends aan de koffie in een cafeetje in Utrecht. Hij is de frontman van de fluisterpopband Most Unpleasant Men, en ziet er eigenlijk precies zo uit zoals je zou verwachten na het beluisteren van de debuutplaat Nothing Moves Slower. Hoewel Joram Tornij (28) geschoold is tot schrijver van theaterstukken, is hij sinds kort ‘fulltime’ bezig met muziek. Wat dat oplevert? Eigenlijk niets, behalve wat aandacht, vertelt hij.
Na enkele minuten over zijn achtergrond in het theater uit te wijden, begroet hij een vlotte jongen, die aanschuift. Het is Jelte Heringa (26), toetsenist en componist van Most Unpleasant Men. Hij is opgeleid tot componist, muzikant en schrijver, en is ook werkzaam in cabaretproducties en dergelijke. ‘Maar dat is niet zo rock ‘n roll’, zegt hij.

Dat hoeft toch ook niet? Jullie muziek is ook niet rock ‘n roll.
Jelte: ‘Dat is ook zo. Maar we zijn wel een bandje. Vroeger werden we vaak in de theatermuziek gedrukt, dat slaat nergens op. Hoewel we eerder theatraler waren, maken we nu gewoon popliedjes.’
Joram: ‘We zijn wat toegankelijker geworden, maar niet met die toegankelijkheid als doel.’
Jelte: ‘De haren van onze gitarist gaan omhoog staan bij het horen van het label “theatraal”. Die heeft ons een flinke anti-theaterinjectie gegeven.’
Joram: ‘We zijn bewuster geworden van wat we doen. We houden allemaal zielsveel van popmuziek, en gaan graag naar concerten om te kijken hoe muzikanten muziek maken. Niet naar theater, om te kijken hoe mensen zich aanstellen.’

<a href="http://mostunpleasantmen.bandcamp.com/album/nothing-moves-slower">Red Box by Most Unpleasant Men</a>

‘Nothing moves slower’, zing je in het nummer Like Boats voor. Gaat dat over een relatie?
Joram: ‘Een singersongwriter zegt vaak: “Dit nummer gaat over zus en zo.” Voor mij werkt dat zo niet. Het gaat over een relatie, maar het was niet mijn intentie een liedje over een relatie te schrijven.
‘In het nummer verwijst het naar twee mensen die verkeren op een plek waar de tijd stil blijft staan. Er wordt gepraat en gepraat, maar je komt geen stap verder. Tegelijkertijd zit er een boot in die tekst, het is idyllisch, maar gaat nergens heen. Je kabbelt maar wat voort.’

Tevens is de zinsnede Nothing Moves Slower de titel van jullie debuut, slaat dat op het totstandkomingsproces?
Joram: ‘Naast het feit dat we bedachtzame types zijn, hebben we het daar wel op gegooid. Toen vier jaar geleden onze vorige drummer stopte, besloten we de plaat in alle rust te maken. We zijn toen begonnen met de opnames, zonder een echt richtingsgevoel.’
Jelte: ‘Alleen aan een plaat sleutelen is heerlijk, maar je hebt geen heldere code van een bandje, van een drummer, bassist, gitarist, zanger en toetsenist die hun eigen partijen en eventueel wat versieringen spelen. Omdat we vanuit de studio werkten, hadden we een overmaat aan keuzes. Daar ben ik regelmatig gek van geworden. Tussen studiosessies door dacht ik: “Wat moeten we in godsnaam doen? Moeten er nog violen of blazers bij, moet hier nog een koortje, of daar?” Dat proces duurde ruim twee jaar.’
Joram: ‘Het was erg vermoeiend, ook omdat we vanuit het niets komen. Er is niemand die zegt: “Waar blijft die plaat van Most Unpleasant Men toch?”, behalve mijn vader en moeder.’
Jelte: ‘Ik zou de volgende plaat graag in een veel korter tijdsbestek opnemen en uitbrengen, zodat die binnen een paar maanden in de bakken ligt.’

Van wie is het gezicht dat op de hoes te zien is?
Jelte [lacht]: ‘Dat is geheim.’
Joram: ‘We zijn het allemaal.’
Jelte: ‘Inderdaad. We zijn gemorphed, op de fotoshoot dachten we: “We komen allemaal apart in het boekje.” En toen kregen we dit. Het is een ontzettend aansprekend beeld dat gevoelsmatig bij onze muziek past, meer niet. Maar je kunt er allerlei psychologische theorieën over verzinnen: dat we samen één zijn bijvoorbeeld, of dat het niet om de identiteiten van de individuele bandleden maar om de entiteit gaat.’
Joram: ‘Hmmm, dat heb je mooi bedacht.’

Kunnen we in de Rode Laars iets anders verwachten dan wat er op de cd staat?
Joram: ‘Jazeker, we zoeken meer de contrasten op. We proberen alles tot op het uiterste uit te rekken, soms is het meer verstild, soms gaan we verschrikkelijk hard. In een theatertje kun je mensen makkelijker meeslepen en wordt het soms echt intiem.’
Jelte: ‘Het is ’s middags, hè? Dan gaan we ook even lekker beuken, zodat de studenten die hun boterhammetjes komen eten lekker worden wakker geschud voor het volgende college.’
Joram: ‘We gaan ze niet in slaap sussen, in ieder geval.’



Cover van If I Ain’t Got You van Alicia Keys voor OnderInvloed.com.





blog comments powered by Disqus