Wilfried de Jong – Wilfried met
Theater, televisie en journalistiek: Wilfried de Jong doet het allemaal met een ogenschijnlijk gemak. De programma’s Holland Sport en 24 uur met… zijn een groot succes. Zijn geheim? ‘Goed werk is persoonlijk werk.’
Op de eerste avond van het Europees Kampioenschap voetbal organiseert productiehuis De Wintertuin de literaire sportavond Op grote voorsprong. Wilfried de Jong (50) leest hier een column voor over zijn ultieme sportgevoel. Een uur te laat loopt hij gehaast over het geïmproviseerde festivalterrein. ‘Sorry jongens, ik spreek jullie straks in de pauze.’ Terwijl de avond van start gaat en het bier rijkelijk vloeit, doet De Jong op het podium zijn verhaal. Goed gehumeurd en ontspannen zit hij aan tafel met de andere sprekers.
De Jong begon zijn carrière als sociaal werker waarin hij werkte met moeilijk opvoedbare jongeren. In die tijd ontmoette hij Martin van Waardenberg. ‘In een poging die jongeren te vermaken, maakte ik met Martin een theateroptreden. Het klikte.’ Samen stonden ze jarenlang garant voor uitverkochte theaters met hun show Waardenberg en De Jong. Daarna maakte hij de overstap naar het schrijven van columns en het maken van sportprogramma’s. ‘Ik houd van verandering.’
In de tijd rondom de grote sportevenementen, zoals het EK-voetbal en de Olympische Spelen, zijn de verhalen over sporters niet aan te slepen. Leidt deze overdaad aan sportjournalistiek niet tot vervlakking?
‘Ik weet niet of je het vervlakking moet noemen. Er komen erg veel sportboeken uit en er worden ontzettend veel documentaires over sport gemaakt. Ik vraag me af of dat goed is. Neem bijvoorbeeld de biografie over Rafaël van de Vaart. Toen hij een jaar bij Ajax zat, kwam er al een boek over hem uit. Die jongen kon amper zijn schoenen strikken. Je moet kritisch blijven op wat je schrijft. Niet alles van sporters is interessant, of beter gezegd: weinig van sporters is interessant.’
Waarom dan toch sportjournalistiek?
‘Het leuke aan eraan is dat ik mijn eigen verhaal erin kwijt kan. Neem het geval dat Ronaldo van het veld af moest omdat hij te dik was. Dan ga ik fantaseren en schrijf een column over hem. Ik ben daar beter in dan wanneer ik een interview met Ronaldo zou houden.’
De Jong leunt achterover en neemt een grote slok van zijn bier. Hij overdenkt zijn antwoorden en er valt een stilte. Hij ziet er stijlvol uit in zijn strakgesneden pak en nette leren schoenen. Zijn karakteristieke hoofd glimt in het oranje gekleurde licht dat het festivalterrein in Nijmegen-Oost siert.
Je presenteert nu al een aantal jaren het succesvolle programma Holland Sport met Matthijs van Nieuwkerk. Wat maakt het programma anders dan andere sportprogramma’s?
‘We doen niet overdreven kritisch over sport. We durven sporters te eren als daar reden toe is. Daarnaast is het interessant niet altijd een winnaar te interviewen, maar juist de nummer twee. Winnaars zijn doorgaans heel saai. De verliezer heeft vaak een veel boeiender verhaal.’
Vind je het belangrijk om een grote naam in de uitzending te hebben?
‘Die afweging tussen bekende en minder bekende sporters is lastig in een programma als Holland Sport. Je moet af en toe een grote naam hebben. In het geval van Pieter van den Hoogenband, Marleen Veldhuis of Taeke Taekema zijn dat intelligente mensen die goed kunnen vertellen over zichzelf en hun sport. Dat maakt hen interessante gasten. We hebben daarentegen wel eens bekende voetballers te gast die echt niets hebben te melden. Die zitten dan tien minuten ongemakkelijk voor de camera. Daar moet iets creatiefs voor worden verzonnen om hen op hun gemak te stellen. Dat doen we in de vorm van bijvoorbeeld de spiegel of massagebank.
‘Een goede vorm van een interview maakt dat je bepaalde vragen kunt stellen, waarop iemand in een andere situatie geen antwoord zou geven of zelfs boos om zou worden. Bijvoorbeeld toen wij Van Gaal in de spiegel een leugenaar noemden. In ieder ander interview zou hij zijn weggelopen, bij ons bleef hij staan.’
Klopt het dat Hugo Borst Matthijs van Nieuwkerk gaat opvolgen?
‘Dat is gelul. Ik ga het programma alleen presenteren. Het is jammer dat Matthijs stopt, maar het brengt ook voordelen met zich mee. Dat betekent dat het echt op mij aankomt. Ik heb vaker programma’s in mijn eentje gemaakt. Verandering in het format zorgt ervoor dat het programma vernieuwend blijft.’
Naast het maken van programma’s, schrijf je columns. Wat doe je liever?
‘Ik vind schrijven een plezierige basis van mijn werk. Als alles mis gaat, kan ik altijd nog een verhaal schrijven. Een televisieprogramma wordt met een heel team gemaakt. Als ik morgen een item opneem, hebben daar nog dertig andere mensen aan meegewerkt. Televisie is daardoor veel bewerkelijker.
‘Schrijven is persoonlijker, want ik doe het helemaal alleen. Morgen moet ik bijvoorbeeld een column inleveren voor het NRC. Dan zit ik thuis achter mijn laptop met een witte pagina voor me. Op een gegeven moment komt er een idee en dan mag ik het helemaal maken zoals ik dat wil. Er is niemand die over mijn schouder meekijkt. Met een muisklik is het verzonden en de volgende dag staat het precies zo in de krant. Dat is een heel fijn gevoel.’
Naast het schrijven van columns en het presenteren van Holland Sport, maak je het programma 24 uur met… Was het moeilijk om bekende Nederlanders te vinden om aan dit programma mee te doen?
‘Natuurlijk, het is een nieuw programma. Mensen kennen het concept niet. Zo lang met iemand in dezelfde afgesloten ruimte verblijven is eng. Vooral als diegene je gaat interviewen. Dan moet je af en toe met de billen bloot. Daar moet een BN’er wel zin in hebben.’
Als je 24 uur met iemand in dezelfde ruimte zit, moet je als interviewer ook met de billen bloot.
‘Natuurlijk, dat hoort erbij. In het theater stond ik letterlijk in mijn blote reet op het podium, dus ik ben wel wat gewend. Ik ontkom er niet aan ook dingen over mezelf te vertellen, maar gebruik wel bepaalde trucs. Ik switch in dat programma eigenlijk voortdurend van rol. Op het ene moment ben ik acteur, op het andere moment gewoon Wilfried en dan weer vriend of vijand. Dat wisselt sterk. Dat maakt het ook vermoeiend.’
Zoek je bewust naar die uitputting in alles wat je doet?
‘Ik weet niet of uitputting het juiste woord is. Uitputting is iets wat gekken doen en ik vind mezelf niet gek. Toch heb ik wel de neiging tot bizarre acties. Bijvoorbeeld toen ik op mijn 23e in dienst moest. Dat wilde ik echt niet, daarom ging ik twaalf dagen in hongerstaking. Die dingen horen bij mij.’
Houd je van extremen?
‘Op zich wel, maar ik houd niet van extreme sporten. Zo was er laatst een club die een wedstrijd bergaf rennen organiseerde. Die komt niet in de uitzending. Ik ben heel traditioneel in wat ik sport vind.’
Wat is jouw definitie van sport?
‘Sport moet een helder begin, een helder einde en het liefst ook een helder middenstuk hebben.’ Hij vervolgt lachend: ‘Neem bijvoorbeeld zeilwedstrijden. Waar is de start? Waar is de finish? Waar kan het publiek staan? Die aspecten creëren het ultieme sportgevoel voor mij. Een sport moet traditie hebben. Ik ben daarin best ouderwets.’
Heb je een voorkeur voor een bepaald type sport?’
‘Ik houd echt van wielrennen. Wielrenners maken veel meer mee dan andere sporters en kunnen daar beter over vertellen. Ze reizen door verschillende landschappen, zien verschillende landen en voeren onderweg lange gesprekken met elkaar.
‘Voetballers denken dat ze veel meemaken, maar in feite hangen ze de hele week een beetje rond op dezelfde vierkante meters met dezelfde doelpalen. In het weekend spelen ze een wedstrijd, wéér op zo’n voetbalveld. Dat maakt ze misschien een beetje saai.’
Terwijl de barvrouw de lege plastic bierbekers opruimt wordt de Jong aan zijn mouw getrokken. Het is tijd om weer op het podium op te gaan. Terug naar de schijnwerpers.
Tekst: Marieke Haafkes en Ewoud Rohn
Foto’s: Valentijn Brandt



-
http://www.kunstlicht99.nl bea de leeuw
-
Pep
-
Heidebloempje
-
http://www.kunstlicht99.nl bea de leeuw
-
http://www.kunstlicht99.nl bea de leeuw
-
http://www.kunstlicht99.nl bea de leeuw
-
Anonymous




