Bar-o-meter: De Prins van Friesland
Door Andy Leenen op 16 September 2007 om 14:37 • Categorie Bar-o-Meter
Was de kroeg van afgelopen avond de kater niet waard? Om vergissingen te voorkomen zoekt ANS het Nijmeegse nachtleven tot op de bodem uit. Laat je adviseren door de Bar-o-meter. Deze maand: De Prins van Friesland
Tekst: Erik Denessen
Illustratie: Ruud Vos
Voor een bruin café in de geschiedenisgeile Keizerstad is niets mooier dan een eeuwenoude legende over het ontstaan van de kroeg. Om een lang verhaal kort te maken: met zijn bezoeken aan de laatmiddeleeuwse herberg in de Lange Hezelstraat, bracht de zoon van een Friese stadhouder letterlijk nieuwe naam en faam in Nijmegen. De Prins van Friesland, hij is er nog steeds. Zou er van dat oude elan nog iets over zijn?
Gekeuvel
Fietsers moeten heuvelaf vanaf de Grote Markt flink remmen om de Prins van Friesland niet voorbij te schieten. Het gekweel van Frans Bauer is al te horen voordat de fiets goed en wel op slot staat. Ondanks dit hoge volume lijkt het alsof het geluid van de opengaande deur de muziek overstemt. Of zou het de frisse luchtstroom zijn, die de ogen van de bartijgers op ons doet richten? De weinige aanwezigen, allen van het type ‘gezellige Nijmo‘, draaien zich na een inspecterende blik weer om. Hier gebeurt niet veel op een donderdagavond: wat mannen van rond de dertig hangen aan de bar en tikken hun baco’s weg, een echtpaar met een gelukzalige glans in de ogen zingt vrolijk mee. Van achter de tap knikt barman Hans welgemeend vriendelijk en vraagt of hij een bonnetje mag maken.
De barklanten spelen tussen de gesprekken door een pot biljart. Een lange rij trofeeën siert de planken boven de bar. Eigenaar Henk Roos schuift aan en grapt: ‘Ik heb de grootste beker persoonlijk bij elkaar gestoten. De kleinste, een tinnen beker, hebben we aan barman Hans te danken.’ Henk vertelt openhartig verder over zijn Joodse voorouders die Tokkie heetten. De verwachte grappige anekdote hierover blijft echter uit. Met een gebaar naar een schilderij vervolgt hij: ‘Dat portret is van mijn overleden vader, van wie ik de zaak twintig jaar geleden heb overgenomen.’ De ons-kent-ons sfeer, die de kroeg zo op het eerste gezicht uitstraalt, wordt plotseling onderbroken: een scheidingswand tussen café en biljartzaal wordt dichtgetrokken. Wat zich achter het scherm voltrekt blijft in het ongewisse. Zou er een nieuwe biljartbeker worden binnengesleept?
Geen gebral
Eenmaal plaatsgenomen aan een van de vele statafels, valt op dat het cafégedeelte goed is gefaciliteerd: een draaitafel, een wand met dartboards en een ingerold projectiescherm vullen de ruimte bijna volledig. Samen met de fiets die binnen staat geparkeerd en de karige verlichting, doet het denken aan een veredelde sportkantine. Gezien deze complete uitrusting had het café best kunnen uitgroeien tot de uitvalsbasis van een studentenvereniging. Dat is niet gebeurd. Het teruglopen van de animo, houdt daar in ieder geval geen verband mee. Henk benadrukt: ‘Ik heb jaren plezier heeft beleefd aan het arrangeren van vrijgezellenfeesten, de biljartclub die er nog steeds is en andere schnabbels. De zaak krijgt een nieuwe eigenaar, dat weten de mensen. Na twintig jaar ben ik wel toe aan een nieuwe uitdaging en daarom open ik binnenkort hier in de straat een theatercafé. Een toneelstuk over Thom de Graaf zal als opening dienen. Maar het moet eigenlijk nog een verrassing blijven.’ Dat belooft wat.
Wilde avond
Het zingende stel rekent af, groet beleefd en houdt de Prins voor gezien. Het vertrek lijkt een goed getimede actie: ze zijn de deur nog niet uit of de muziek gaat nog harder en het fletse licht wordt vervangen door een even sfeervolle combinatie van discobol met blacklight. In afwachting van nieuwe klandizie leggen we nog maar een kaartje.
Zo af en toe druppelen wat gasten binnen, maar zoals voorspeld wordt het niet druk. Dan arriveert nog een moeder met aanhangende jeugd; ze houden de jassen aan en installeren zich routineus om een statafel. Er wordt een drankje gehaald. Verder beperkt de activiteit van deze vijfkoppige groep zich tot het nippen aan hun felkleurige consumpties en het gebruik van mobiele telefonie. Onder het genot van Tom Jones’ Sexbomb wordt een conversatie gevoerd, waarvan een verveling afstraalt die schreeuwt dat ze net zo lief thuis waren gebleven. Dat brengt ons op een idee. Vaarwel, Prins.







