ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Kortmann ziet problemen ongelijke stemverhouding niet

Roelof de Wijckerslooth, voorzitter van het College van Bestuur (CvB), uitte vandaag in de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV) zijn tevredenheid over het hoofdlijnenakkoord dat de VSNU en staatssecretaris Zijlstra vorige week sloten. Volgens de collegevoorzitter is de agenda van de RU en die van andere Nederlandse universiteiten duidelijk zichtbaar in het akkoord. Het verhogen van het aantal contacturen in de bachelorfase was de RU sowieso al van plan. Met de nieuwe afspraken ziet hij een einde aan twee jaar stagnatie rond de Nederlandse universiteiten. Zijlstra krijgt een pluim van De Wijckerslooth, omdat hij voor elkaar heeft gekregen dat veel van het geld dat bij de universiteiten wordt weggehaald, terugstroomt richting onderwijs en onderzoek. ‘Dat maakt hem nog geen vriend van studenten of universiteiten, maar ere wie ere toekomt.’

Buiten het hoofdlijnenakkoord was er ook aandacht voor de stemverhouding in de Facultaire Gezamenlijke Vergadering (FGV). Wanneer het komt tot een hoofdelijke stemming voor de vertegenwoordigers van studenten en personeel is de verhouding 40-60, ten faveure van de laatste. De Universitaire Studentenraad (USR) probeert daar al jaren verandering in te brengen en sinds mei vorig jaar zitten de Ondernemingsraad en de USR min of meer op dezelfde lijn. Volgens de USR leeft bij studentleden van de FGV het gevoel dat zij door de scheve verhouding niet op een gelijkwaardige, evenwichtige wijze een discussie aan kunnen gaan in de vergadering. Het CvB wil echter niets weten van een 50-50 verdeling. Rector magnificus Bas Kortmann gelooft zelfs niet dat er een probleem is. De rector stelt dat de inspraak op facultair niveau goed werkt en de stemverhouding niet zo van belang is om serieus te worden genomen. ‘Hoogwaardig en kwalitatief onderwijs’ wordt in zijn ogen beter gewaarborgd wanneer het personeel meer inspraak heeft in de FGV’s. De USR zou volgens hem een probleem zoeken dat er niet is.



  • J.

    Als hij geen probleem ziet, dan ziet hij dus ook geen probleem in het aanpassen van de verhouding naar 50/50?

  • Hwb

    Volgens mij kan je die conclusie niet trekken. Sterker nog, in het artikel staat waarom Kortmann 60/40 wenselijker vindt dan 50/50.

  • J.

    Je hebt gelijk.

    “‘Hoogwaardig en kwalitatief onderwijs’ wordt in zijn ogen beter
    gewaarborgd wanneer het personeel meer inspraak heeft in de FGV’s.”

    In dat geval spreekt hij wel zichzelf tegen. Aan de ene kant zegt hij dat de stemverhouding niet belangrijk is om serieus genomen te worden, aan de andere kant zegt hij dat 60/40 verhouding beter werkt voor kwaliteit van onderwijs.

    Hoezo werkt 60/40 dan beter? Omdat je die vervelende studentjes toch het liefst negeert?

  • Bas van den Broek

    Kortmann heeft definitie-technisch gelijk met zijn opmerking dat de stemverhouding niet van belang is voor het hebben van inspraak. Studenten zijn thans voldoende in staat om hun mening te ventileren in de FGV’s. Het probleem zit hem juist in medezeggenschap dat mede ziet op besluitvorming. Op het moment dat studenten wegens de stemverhoudingen niet daadwerkelijke stemmacht hebben en overruled worden door het personeel, is medezeggenschap een wassen neus.

  • Hwb

    Ik ben het met je eens hoor, heel snel naar 50/50 toe. Ik zie ook niet hoe 60/40 beter werkt voor kwaliteit. Ik kan wel een argumentatie opzetten overigens (studenten hebben, meer dan personeel, belang bij ‘lage kwaliteit’, omdat ze dan makkelijker en sneller hun studie halen), maar ik denk zelf niet dat dat klopt. Er zijn meer studenten die voor verhoging van het niveau pleiten dan voor verlaging volgens mij en dat is helemaal het geval bij mensen die de medezeggenschap in gaan.

  • J.

    Helemaal mee eens.

    Overigens zal jouw suggestie inderdaad zijn argumentatie zijn, maar als hij dat zou toegeven zou hij dus ook toegeven dat hij liever niet wil dat studenten daadwerkelijk wat te zeggen hebben.