Plasterk beantwoordt vragen vijfjarenplan
Minister Plasterk heeft vandaag antwoord gegeven op de door SP Tweede Kamerlid Jasper van Dijk gestelde Kamervragen over de bachelor in vijf jaar regeling. Met voor het Haagse zo kenmerkende nietszeggerij wuift Plasterk de kritische noten weg. Hij zal niets tegen de voorgenomen maatregelen ondernemen omdat de universiteiten vrij zijn dergelijke plannen door te voeren.
Van Dijk reageert teleurgesteld: ‘Als blijkt dat studenten hierdoor in de problemen komen, waarom kan het dan niet op landelijk niveau worden geregeld? Ook is het van belang om jezelf af te vragen of de medezeggenschapsorganen wel sterk genoeg zijn bewapend om tegen dit soort plannen in te gaan. Ik denk dat het goed mogelijk is dat zij door druk van bijvoorbeeld het faculteitsbestuur worden beïnvloed in het nemen van een beslissing.’
Waar Van Dijk zich het meest over verbaast, is het antwoord op zijn vraag of de minister het aanvaardbaar vindt dat door een maatregel als de bachelor in vijf jaar studenten mogelijk worden vertraagd in hun studie of deze zelfs helemaal stopzetten: ‘Dat Plasterk aangeeft het te betreuren als dat het geval zou zijn, vind ik echt ongelofelijk. Een minister moet niet treuren, maar optreden.’
‘Zelf pleit ik voor een ruimere regeling’, zo zegt de SP’er. ‘De huidige maatregel leidt, wanneer een studenten besluit te stoppen nadat hij de bachelor niet in vijf jaar heeft behaald, tot het verlies van verlies en daarmee een verlies voor de samenleving. Dat lijkt mij zeer onwenselijk.’
Met de antwoorden op de Kamervragen is het debat over de door de Faculteit der Managementwetenschappen genomen maatregel nog niet geheel afgesloten. ‘In het debat ‘Ruim baan voor talent’ dat binnenkort in de Kamer wordt gevoerd, ben ik van plan de maatregel nogmaals aan te kaarten.’ Van Dijks verwachtingen zijn niet hooggespannen: ‘Plasterk heeft in zijn antwoorden duidelijk aangegeven er niets aan te willen doen. Het wordt lastig om daar verandering in te brengen.’
Ter afsluiting wil Van Dijk studenten vooral aansporen zelf hun stem te laten horen. ‘Als er vanuit de studenten een duidelijk geluid komt dat ze het er niet mee eens zijn, wordt het voor Plasterk een stuk moeilijker om de kwestie naast zich neer te leggen en de verantwoordelijkheid geheel bij de universiteiten zelf neer te leggen.’
Ondanks wat Haagse bemoeienis lijkt de beslissing van de Faculteit der Managementwetenschappen om studenten te dwingen binnen vijf jaar hun bachelor te behalen een voldongen feit. Zo gaf ook rector magnificus Bas Kortmann tijdens de laatste Gezamenlijke Vergadering aan geen problemen te zien in de maatregel. Het lijkt slechts wachten tot andere faculteiten hun studenten ook in het straks afgepaste bachelorkeurslijf van vijf jaar gaan hijsen. Het is te hopen dat de studentenmedezeggenschap daar dan wat minder is gecharmeerd van betuttelende verschoolsing en het wel belangrijk vinden dat studenten zich vrijelijk kunnen ontplooien.
Antwoorden op de schriftelijke vragen van het Kamerlid Van Dijk van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de beperkte houdbaarheid van behaalde studiepunten (ingezonden d.d. 8 april 2008 kenmerk 2070816940).
Wat is uw oordeel over het artikel ‘Vijfjarenplan bij managementwetenschappen’? (1)
Ik heb kennisgenomen van het artikel. Ik ben van oordeel dat het artikel een beschrijving geeft van een aantal meningen in een discussie tussen studenten onderling en studenten en de faculteitsleiding. Het artikel geeft een aardige weergave van de wijze waarop binnen een Nederlandse universiteit via de medezeggenschaporganen op een gezonde en actieve wijze gedebatteerd wordt over wat een wenselijke vormgeving van de onderwijs- en examenregeling (OER) kan zijn.
Vindt u het aanvaardbaar dat studiepunten komen te vervallen wanneer een student niet binnen vijf jaar zijn bachelordiploma haalt? Is dit een verkapte vorm van Bindend Studie Advies?
In de wet op het hoger onderwijs (artikel 7.13 lid 2) is vastgelegd dat in de OER, waar nodig, de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens geregeld moet zijn. Daarmee is het niet alleen aanvaardbaar dat de instelling op dit punt regels vastlegt maar is dit door de wetgever zelfs verplicht gesteld. Hiermee is tevens vastgelegd dat de geldigheidsduur van tentamens zélf niet op landelijk niveau wordt
voorgeschreven maar dat een instelling deze bepaalt. Het is daarbij van belang om te weten dat de OER, en daarmee dus ook de geldigheidsduur van tentamens, de instemming vereist van de faculteitsraad (artikel 9.38 WHW). Hiermee is het belang van de student ten opzichte van belangen van de instellingen naar mijn mening voldoende verzekerd. Welke termijnen aanvaardbaar zijn voor het faculteitsbestuur en de medezeggeschapsorganen en welke argumenten of belangen zij daarbij tegen elkaar afwegen is aan deze partijen.
Naar mijn mening is het bepalen van een geldigheidsduur van tentamens geen verkapte vorm van het bindend studieadvies.
In hoeverre speelt de financiering van universiteiten hierbij een rol? Is deze maatregel ingegeven als ‘een extra stok achter de deur’ om financiering binnen te halen? Kan dit niet beter op een andere manier bereikt worden?
Ik zie in het genoemde artikel geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat hierbij alleen financiële argumenten een rol zouden spelen. Zie tevens het antwoord op vraag 2.
Welke universiteiten hanteren dit beleid? Op welke universiteiten gaat deze maatregel ingevoerd worden?
Zie het antwoord op vraag 2.
Hoeveel universitaire studenten halen binnen vijf jaar hun bachelordiploma? Wat is uw doelstelling in deze?
Het bachelor-master stelsel is ingevoerd in 2002, maar niet alle universitaire opleidingen zijn direct in dat jaar omgeschakeld naar dit systeem. Dit omschakelingsproces is nog steeds in gang. Daarom zijn er momenteel nog geen cijfers beschikbaar die een gefundeerd landelijk beeld kunnen geven van het aantal universitaire studenten dat binnen 5 jaar hun bachelordiploma heeft behaald.
De ambities van deze regering ten aanzien van het hoger onderwijs zijn verwoord in de strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid (Kamerstuk 31 288, nr. 17). Hierin is geen doelstelling opgenomen ten aanzien van aantallen studenten die binnen 5 jaar hun universitaire bachelordiploma behaald dienen te hebben. Ik ben ook niet van plan om een dergelijke doelstelling te formuleren.
Deelt u de mening dat studenten voldoende mogelijkheden moeten houden om zich breed te oriënteren, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk of een bestuursfunctie? Zo ja, hoe valt dit te rijmen met de eis dat de bachelor binnen vijf jaar moet worden gehaald?
Ja, ik deel deze mening. Echter, de vraag wat voldoende is zal voor iedere student en iedere opleiding anders zijn. Dat is een van de redenen waarom ik het goed vind dat de geldigheidsduur van tentamens iets is waar iedere instelling in overleg met de medezeggenschapsorganen een eigen afweging kan maken.
Vindt u het aanvaardbaar dat studenten die hun bachelor niet in vijf jaar halen, vanwege deze maatregel nog grotere studievertraging oplopen of stoppen met hun studie waardoor de maatregel een averechts effect heeft?
Ik zou dat zeker betreuren maar ben van mening dat hier zowel een verantwoordelijkheid ligt bij de student als bij de instelling. Daarom is het ook goed dat het instemmingsrecht van de faculteitsraad op het OER is vastgelegd in de wet.
Hoe past deze maatregel bij uw doelstelling om de uitval bij universitaire studenten met 50 procent terug te dringen? Is deze maatregel ‘evidence based’? (2)
In hoeverre de maatregel die genoemd is in het bewuste artikel gebaseerd is op bewijs is ter beoordeling van het faculteitsbestuur en de medezeggenschapsorganen. Zie verder het antwoord op vraag 5.
Bent u bereid erop aan te dringen dat universiteiten deze maatregel terugdraaien of niet invoeren?
Nee.
1) http://www.ans-online.nl/lead-story/vijfjarenplan-bij-managementwetenschappen
2) Strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid, Kamerstuk 31 288, nr. 17








Pingback: onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Uiterste houdbaarheidsdatum