Plasterks politiestaat
Zijn dagen als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zijn inmiddels geteld, maar Ronald Plasterk laat nog van zich horen. Radicale jongeren die een visum willen bemachtigen en onder het mom van een studie naar Nederland willen komen, houden een deel van de Nederlandse politiek al bezig sinds 11 september. Onlangs stelde de VVD opnieuw Kamervragen over dit onderwerp.
Hoewel Plasterk geen directe dreiging van Al Qaida op het Nederlandse hoger onderwijs voorziet, vindt hij wel dat voorzichtigheid geboden is. Daarom is hij voornemens om simulaties te organiseren die veiligheid zouden moeten vergroten. ‘Om het bewustzijn van de instellingen verder te ontwikkelen ben ik van plan om in 2010 een aantal veiligheidssimulaties samen met de instellingen te doen’, aldus de minister in zijn antwoord op de vragen van de VVD. Verwacht wordt dat de opvolger van Plasterk, die binnen enkele dagen af zal treden, de plannen door zal zetten.
Onderwijsinstellingen zijn al eerder gewaarschuwd voor een eventuele dreiging. Zo is bestuurders reeds gevraagd de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen. Ook is er een gedragscode ‘biosecurity’ door onderzoekersgenootschap KNAW opgesteld. Vooral een aanslag met chemische, biologische, radiologische of nucleaire middelen (CBRN-middelen) zou voor Nederland een ernstig gevaar zijn, aldus Plasterk. Op dat gebied zouden de instellingen extra voorzichtig moeten zijn. De Tweede Kamer buigt zich daarnaast binnenkort over het wetsvoorstel modern migratiebeleid, al is nog wel de vraag of dit wetsvoorstel behandeld kan worden onder een demissionair kabinet. Het voorstel omvat een meldingsplicht voor onderwijsinstellingen, wanneer buitenlandse studenten van onderwijsinstelling veranderen. Ook zouden de instellingen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan de bel moeten trekken als buitenlandse studenten nauwelijks studiepunten halen. ‘Hiermee wordt bevorderd dat buitenlandse studenten in Nederland ook daadwerkelijk studeren en de verblijfsvergunning niet misbruikt wordt voor andere doeleinden’, denkt Plasterk.
De angst voor terrorisme lijkt dus opnieuw te leiden tot inkrimping van de privacy, al geldt dit gek genoeg slechts voor buitenlandse studenten. Deze rare maatregel bevordert echter niet alleen de vorming van een Nederlandse politiestaat, maar riekt bovendien naar zuivere discriminatie.







