Studieschulden nemen toe
‘Studieschulden van oud-studenten rijzen de pan uit’, zo stelt het Nederlands Dagblad in een publicatie over de toenemende schulden die veel studenten na hun opleiding overhouden. Uit cijfers van de IB-groep blijkt dat het totale schuldbedrag is gestegen van 8,3 miljard euro in 2005 naar 13,6 miljard in 2008. In dat jaar hadden 5500 oud-studenten een schuld van 50.000 euro of meer uitstaan bij de overheidsinstantie.
In het artikel wordt een grimmig beeld geschetst van het leengedrag van studenten en de gevolgen ervan. Volgens de krant zouden zo’n zeventigduizend oud-studenten met de deurwaarder te maken krijgen omdat ze hun maandelijkse aflossingen niet kunnen opbrengen.
Het probleem ligt volgens Ger Jaarsma, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Volkskrediet, niet alleen bij de studenten. Hij uit kritiek op het leenbeleid van de overheid: ‘Banken staan onder toezicht en mogen alleen verantwoorde bedragen lenen aan mensen. Maar studenten mogen ongeacht hun toekomstige inkomen wel torenhoge schulden aangaan. De staat is daarmee de meest onverantwoorde geldschieter van Nederland.’ Jaarsma is van mening dat de overheid een limiet in moet stellen op de maximale schuld die een student kan opbouwen. Het ministerie van Onderwijs peinst er echter niet over een dergelijke regel in te voeren. Daarmee zou de toegankelijkheid van het onderwijs in gevaar komen, gezien het feit dat sommige studenten afhankelijk zijn van kredietverstrekking om een studie te kunnen volgen, aldus een woordvoerder van het ministerie.
De in 1998 ingevoerde prestatiebeurs zou ook een rol spelen in de toegenomen schulden. Studenten die er niet in slagen binnen tien jaar een diploma te halen moeten volgens deze regeling de genoten basisbeurs, ov-jaarkaart en eventuele aanvullende beurs inclusief rente terugbetalen. Dit gecombineerd met een lening kan tot een fikse schuld leiden. Jaarsma pleit daarom naast het instellen van een limiet ook voor afschaffing van de prestatiebeurs.
Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) ziet echter niets in deze voorstellen. Volgens voorzitter Hidde Terpoorten ligt de verantwoordelijkheid nog altijd bij de student zelf. ‘Studenten zijn oud en wijs genoeg om zelf zorg te dragen voor hun financiële situatie. Ze zijn prima in staat hun eigen keuzes te maken wat betreft lenen, mits ze goed worden geïnformeerd.’ Het ISO pleit daarom wel voor betere informatievoorziening van de overheid naar studenten toe over de schuld die zij opbouwen wanneer ze hun studietijd zonder diploma beëindigen. Nu moeten studenten dit zelf uitrekenen en verkijken velen zich volgens het ISO op het daadwerkelijke bedrag.








Pingback: Nibud en het verwijtende vingertje | ANS-Online