<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>ANS-Online &#187; Het Issue</title>
	<atom:link href="http://www.ans-online.nl/category/opinie/issue/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.ans-online.nl</link>
	<description>Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad</description>
	<lastBuildDate>Tue, 07 Feb 2012 11:16:13 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.9.2</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Het issue: Stervende zorg</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-stervende-zorg</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-stervende-zorg#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Feb 2012 17:46:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=41674</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: zorgelijke vergrijzing
Tekst: Joeri Pisart
Illustratie: Laurens de Vos

Zal er over enkele jaren nog sprake zijn van een sociaal en toereikend zorgstelsel? De gigantische babyboomgeneratie wordt langzamerhand bejaard, waardoor het aandeel 65-plussers van de bevolking flink stijgt. De arbeidsmarkt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>zorgelijke vergrijzing</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Joeri Pisart<br />
Illustratie: Laurens de Vos</strong></p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/Rollator.jpg"></p>
<p>Zal er over enkele jaren nog sprake zijn van een sociaal en toereikend zorgstelsel? De gigantische babyboomgeneratie wordt langzamerhand bejaard, waardoor het aandeel 65-plussers van de bevolking flink stijgt. De arbeidsmarkt krimpt terwijl ziekenhuizen overbevolkt raken met ouderen. Dit brengt torenhoge kosten met zich mee: minder schouders dragen hogere lasten. Momenteel eist de zorg al 20 procent van de rijksbegroting op, een percentage dat de komende jaren alleen maar zal groeien. Hierdoor staat de toegankelijkheid van de zorg op het spel.<br />
In de politiek bestaat echter weinig wilskracht om dit naderende onheil af te wenden. De Tweede Kamer discussieert vooral over het persoonsgebonden budget, een relatief kleine kostenpost binnen het Ministerie van Volksgezondheid. Alle politieke partijen zijn zich ervan bewust dat zware bezuinigingen op zorg gelijk staan aan een daling van stemmen.<br />
De drastische kostenstijging vraagt juist om drastische maatregelen. Verzekeringen kunnen minder geld uitkeren en snoeien in het basispakket. Hiermee wordt iedereen hard getroffen. Is het niet een kwestie van logica om in financieel zware tijden de grootste lasten te verdelen over de grootste zorgconsumenten; bejaarden? In dat geval wordt ouderenzorg duurder, maar blijven jongere generaties in ieder geval gespaard.</p>
<p><strong>DE STELLING VAN DEZE MAAND:</strong> ER MOET EEN LEEFTIJDSGRENS KOMEN VOOR OVERHEIDSGESUBSIDIEERDE ZORG</p>
<p><strong>Pia Dijkstra, tweede kamerlid voor D66</strong><br />
‘Als overheid moet je niet in de stoel van de dokter gaan zitten. Artsen weten het best hoe zij een patiënt kunnen behandelen, de regering moet hier niet ingrijpen met een kunstmatige leeftijdsgrens. Wel moeten we de zorg hervormen, waarbij kosten eerlijk worden verdeeld tussen jong en oud, gezond en ziek.<br />
‘Ten eerste moeten we geldverspilling tegengaan. Het beschikbare budget kan beter worden verdeeld. Neem bijvoorbeeld de rollator, die wordt nog steeds volledig vergoed uit het basispakket. Ouderen krijgen de nieuwste modellen, terwijl verzekeraars geen enkele moeite doen om hen aan een goed tweedehands exemplaar te helpen. Hierdoor betalen we allemaal een hogere zorgpremie.<br />
‘Ten tweede moet het kostenbewustzijn van mensen worden geprikkeld, ze moeten zich verantwoordelijk voelen voor hun kosten. Dat kan door iedereen een deel van elke zorgrekening te laten betalen met een inkomensafhankelijk maximum per jaar.<br />
‘Daarnaast moeten we durven te investeren in preventie. Als we ziektes als obesitas weten te voorkomen, kunnen we in de toekomst hopelijk veel geld besparen.’ </p>
<p><strong>Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau</strong><br />
‘Nee, want het probleem ligt niet in overheidsgesubsidieerde zorg. Het overgrote deel van de kosten betaalt het publiek immers zelf door middel van volkspremies via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Dit wordt vervolgens uitgekeerd door verzekeringen. Nu de vergrijzing toeslaat dalen inkomsten uit premies, maar stijgen de kosten. Daarom zal de eigen bijdrage blijven toenemen en zullen steeds meer interventies buiten het huidige basispakket worden geplaatst. Verzekeringsmaatschappijen zullen dan met aanvullende verzekeringen komen, welke duur kunnen worden.<br />
‘Mensen moeten er rekening mee houden dat minder zorg zal worden vergoed. Als men naar meer, vroegere en betere zorg verlangt, zal men dit dus zelf moeten betalen. Binnen huishoudens moet dan een keuze worden gemaakt: men kan op minder belangwekkende zaken korten om de zorgkosten op te vangen.<br />
‘Wellicht is het een mogelijkheid om woningbezit toe te passen als onderpand van eigen zorg. In dat geval zouden instanties voor een percentage van de waarde van het huis behandelingen kunnen vergoeden, bij overlijden is het huis dan voor de instantie. Zo zijn mensen zelf verantwoordelijk voor hun kosten en blijft zorg betaalbaar.’</p>
<p><strong>Joris Slaets, hoogleraar Geriatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen</strong><br />
‘Ik betwijfel of er überhaupt geld tekort is. Het huidige cohort van 65-plussers is rijker en beter opgeleid dan ooit, zij kunnen prima hun eigen behandelingen betalen. Daarmee zullen zij juist voor veel werkgelegenheid zorgen.<br />
‘Wel is er sprake van een zorgwekkende lastenstijging, maar dat vergrijzing de schuldige zou zijn, is onzin. Naar mijn mening is het bijna compleet toe te schrijven aan de ontwikkeling en toepassing van allerlei nieuwe technologieën. Dat maakt de manier waarop het zorgbudget momenteel wordt uitgegeven idioot. Regelmatig wordt 100.000 euro besteed aan een derdelijns chemotherapie om iemand slechts twee maanden langer te laten leven. Vaak is dat zelfs nadelig voor het welzijn van die patiënt. Kwaliteit van leven moet voorop staan, niet slechts de objectieve duur. Dergelijke draconische interventies kunnen we daarom missen als kiespijn.<br />
‘Er moet geen leeftijdsgrens komen voor zorg. Wel hebben dokters en patiënten de verantwoordelijkheid om een goede afweging te maken tussen de kosten en het daadwerkelijke nut van een behandeling. Dat gebeurt nu te weinig.’</p>
<p><strong>Ruth Seldenrijk, directeur van de Nederlandse Patiënten Vereniging</strong><br />
‘Er bestaan geen goede praktische of filosofische redenen om aan leeftijdsdiscriminatie te doen. Het is een afleidingsmanoeuvre waarmee men pretendeert dat leeftijd invloed heeft op de zorgkosten: de belangrijkste rol speelt echter levensverwachting. Deze is zeer variabel, zeker op latere leeftijd.<br />
‘Wel roept de angst voor lijden en aftakeling beheersingsdrang op. Binnen de geneeskunde bedreigt dit de mondigheid en verantwoordelijkheid van de patiënt. Daarom moeten artsen leren proportioneel te handelen, de zwaarte van behandeling moet in redelijke verhouding staan tot het vooruitzicht ervan. Bij ouderen en stervenden zijn veel ingrepen disproportioneel, welke logischerwijs niet moeten worden toegepast. Dat is geen leeftijdsdiscriminatie, maar een gevolg van de fragiliteit die bij het ouder worden optreedt.</p>
<p>Kader:<br />
-De begroting van het Ministerie van Volksgezondheid is met 67 miljard euro de grootste van alle departementen. <strong>Deze kosten beslaan 20 procent van de totale rijksbegroting.</strong><br />
- Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) berekende eind vorig jaar de kosten in de zorg. <strong>Momenteel is 15 procent van alle Nederlanders 65-plusser.</strong> Zij zijn verantwoordelijk voor 43 procent van die kosten. 12 procent van de lasten wordt veroorzaakt door 85-plussers, slechts 1,5 procent van de bevolking.<br />
- <strong>Het SCP verwacht dat, zonder wijziging van beleid, rond 2040 het zorgbudget 40 procent van de rijksbegroting zal beslaan.</strong> Naar verwachting is dan ongeveer 26 procent van de bevolking 65-plusser.</p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-februari-2012">hier</a> voor de andere artikelen uit de februari-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-stervende-zorg/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: De democratie drooggelegd?</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-de-democratie-drooggelegd</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-de-democratie-drooggelegd#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 Jan 2012 09:49:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=40861</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: democratie in de waterschappen
Tekst: Tijn van Lange en Simone Vermeeren
Illustratie: Tijn van Lange

&#8216;Nederland leeft met water,&#8217; aldus een campagne van Postbus 51. 2012 houdt water de gemoederen flink bezig. Al in de veertiende eeuw waren er functionarissen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>democratie in de waterschappen</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Tijn van Lange en Simone Vermeeren<br />
Illustratie: Tijn van Lange</strong></p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/issue-illu-Waterschap.jpg"></p>
<p>&#8216;Nederland leeft met water,&#8217; aldus een campagne van Postbus 51. 2012 houdt water de gemoederen flink bezig. Al in de veertiende eeuw waren er functionarissen die zich met niets anders bezig hielden dan het binnen en buiten houden van water. Sindsdien zijn deze functies geëvolueerd tot de waterschappen, een aparte Nederlandse bestuurslaag. De besturen van de vijfentwintig waterschappen die ons land rijk is, leiden het waterbeheer in de Nederlandse rivierdelta in goede banen. Hun werk loopt uiteen van het organiseren van de afvalwaterverwerking tot het beheren van grote vaarroutes als de Waal.<br />
Sinds 2008 worden de waterschapsbesturen direct gekozen. De opkomst van de waterschapsverkiezingen van dat jaar bleef echter steken op 24,3 procent, een aantal dat vragen oproept over het draagvlak. Momenteel ligt er een voorstel in de Tweede Kamer om het kiesstelsel te herstructureren. Dit plan behelst onder meer dat de gemeenteraadsleden de waterschappen zullen samenstellen.<br />
De Raad van State heeft zich negatief uitgelaten over het wetsvoorstel. Zij ziet onvoldoende reden om tot een wijziging over te gaan en adviseerde om in 2012 nogmaals directe verkiezingen te houden.<br />
Is het wetsvoorstel een verbetering van de huidige situatie? Komt deze omvangrijke bestuurslaag niet beter tot zijn recht in een direct kiesstelsel? </p>
<p><strong>DE STELLING VAN DEZE MAAND:</strong> WATERSCHAPSBESTUREN MOETEN NIET DIRECHT DOOR HET VOLK WORDEN GEKOZEN.</p>
<p><strong>Willibrord van Beek, tweede kamerlid voor de VVD</strong><br />
‘Ik sta positief tegenover het wetsvoorstel. Inmiddels zijn de waterschappen door schaalvergroting uitgegroeid tot een omvang die vergelijkbaar is met die van een provinciebestuur. Zij zijn vooral uitvoerende instanties die de Provincies daarmee aanvullen. Ik denk dat bij deze rol geen directe verkiezingen passen. Daarbij kennen juist die directe verkiezingen een behoorlijk lage opkomst. Dat tast de democratische legitimiteit van de waterschappen aan.<br />
‘Het wetsvoorstel vormt een oplossing voor deze kwesties. Het houden van getrapte verkiezingen past beter bij de taak en omvang van deze bestuurslaag. Omdat de gemeenteraadsleden direct worden gekozen kan de democratie gewaarborgd blijven zonder impopulaire verkiezingen met een lage opkomst.<br />
‘In het regeerakkoord is afgesproken dat de waterschappen blijven bestaan, ik vind verandering echter noodzakelijk. Voor mij is er dus voldoende reden om het negatieve advies van de Raad van State voorlopig te negeren.’ </p>
<p><strong>Peter Glas, voorzitter van de Unie van Waterschappen</strong><br />
‘De waterschappen zijn geen voorstander van indirecte verkiezingen. Ik ben het niet eens met het idee dat door de lage opkomst de legitimiteit van de verkiezingen in het geding zou zijn. In Nederland kennen we geen opkomstplicht. Een kwart van de mensen begrijpt kennelijk wel wat het belang is van goed waterbeheer en het democratisch toezicht dat daarvoor noodzakelijk is.<br />
‘Om het toezicht op het waterbeheer goed uit te voeren wordt lokaal belasting geheven. Met dat geld gaat zowel op het lokale als regionale niveau de schop in de grond. Omdat dit de burger direct raakt, passen hier directe verkiezingen. ‘Ik hoor vaak dat mensen niet stemmen voor de waterschapsbesturen omdat ze niet weten wat het waterschapswerk inhoudt. Anderen vertrouwen er simpelweg op dat het zichzelf wel regelt. Daar zit het hele probleem. We moeten blijven werken aan onze zichtbaarheid en de betrokkenheid van de burgers trachten te vergroten.’</p>
<p><strong>Sander Meijerink, docent planologie aan de RU</strong><br />
‘Volgens mij kan de democratie in het waterschapswerk heel goed op andere manieren worden verankerd dan met directe verkiezingen. Ze kunnen de besturen ook prima indirect worden verkozen.<br />
‘Met het invoeren van indirecte verkiezingen ontstaat een zogeheten functioneel waarborgbestuur. Daarmee blijft de democratie gewaarborgd en kunnen de waterschappen hun uitvoerende werk op dezelfde manier blijven doen, zonder impopulaire direct verkiezingen. Een aanvullende mogelijkheid is de interactieve waarborgdemocratie, waarin de burgers en organisaties in de praktijk worden betrokken bij het waterschapswerk, in plaats van door verkiezingen. Er is dan mogelijkheid tot inspraak op projectbasis. Dan hebben we voor de legitimatie van ons waterschapsbestuur geen landelijke verkiezingen, politieke partijen en een kieskompas meer nodig. Die dreigen van een tuinhuis een enorm luchtkasteel te maken.<br />
‘Ik vind het wel belangrijk dat eventuele veranderingen in dienst blijven staan van het waterbeheer. We zijn een internationaal voorbeeld op dit gebied en het succes van de afgelopen jaren mag niet verloren gaan.’</p>
<p>Kader:<br />
- <strong>Nederland kent 25 waterschappen, met ruim 10.000 medewerkers.</strong> In waterschap Rivierenland, waar Nijmegen deel van uitmaakt, dragen de burgers hiervoor gezamenlijk 150 miljoen euro per jaar aan lokale belastingen af.<br />
- <strong>Waterschappen worden geleid door een college van dijkgraaf en heemraden.</strong> In waterschappen zonder dijken heet de dijkgraaf heel toepasselijk watergraaf. In het kleinste waterschap Blija Buitendijks, gelegen in de gemeente Ferwerderadeel, moet de leider het doen met slechts voorzitter als titel.<br />
- <strong>Het hoge waterpeil in de Waal liep vorige winter dankzij het waterschap niet uit op een overstroming.</strong> Er werd ruim 1400 meter aan schotten geplaatst, waardoor de Waalkade veranderde in een waterkering.</p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-januari-2012">hier</a> voor de andere artikelen in de januari-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-de-democratie-drooggelegd/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: Oproer in omroepland</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-oproer-in-omroepland</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-oproer-in-omroepland#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 01 Dec 2011 15:23:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=39583</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: bezuinigingen op de publieke zenders
Tekst: Emmy Kool en Mickey Steijaert
Illustratie: Joost Dekkers

Vanaf 2013 zal de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) jaarlijks een kwart minder subsidie op hun rekening zien verschijnen. Het Amerikaanse adviesbureau Boston Consultancy Group ontwikkelde in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>bezuinigingen op de publieke zenders</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Emmy Kool en Mickey Steijaert<br />
Illustratie: Joost Dekkers</strong></p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/Issue-illu-dec11.jpg"></p>
<p>Vanaf 2013 zal de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) jaarlijks een kwart minder subsidie op hun rekening zien verschijnen. Het Amerikaanse adviesbureau Boston Consultancy Group ontwikkelde in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een formule waarmee de NPO de bezuinigingen door kan voeren zonder een aanmerkelijk kwaliteitsverlies. Er moet flink worden gesneden in de bureaucratie en de circa vijftienhonderd internetsites. Tevens zouden er meer programma’s uit het buitenland moeten worden aangekocht en zal het aantal omroepen door fusies worden teruggebracht van 21 naar 8.<br />
Nederland kent sinds eind jaren tachtig een duaal stelsel met publieke en commerciële zenders. Waar de laatstgenoemden volledig afhankelijk zijn van reclame-inkomsten, krijgt de NPO ook subsidie van de overheid. Hier staat tegenover dat de NPO een maatschappelijke functie behoort te vervullen: de omroepen moeten zich onder andere onderscheiden door middel van producties van Nederlandse bodem en kwaliteitsjournalistiek. Ook dienen ze een podium te bieden aan innovatieve concepten en programma’s voor minderheden.<br />
Of de kwaliteit na de bezuinigingen echt gewaarborgd zal blijven staat ter discussie. Critici zijn bang dat de publieke omroep verwordt tot een veredelde commerciële instelling die de financiële middelen mist om kwaliteitsprogramma’s te maken. Kan de NPO dan nog steeds zijn maatschappelijke functie vervullen?</p>
<p><em><strong>De stelling van deze maand:</strong> De bezuinigingen zijn een doodssteek voor de NPO</em></p>
<p><strong>Jo Bardoel, hoogleraar Journalistiek en Media aan de RU</strong><br />
‘Natuurlijk moet er overal stevig worden bezuinigd, maar de NPO wordt onevenredig hard getroffen. Internationaal gezien is onze publieke omroep erg productief voor relatief weinig geld. De BBC heeft een budget dat zeven tot acht keer zo groot is.<br />
‘Tot nu toe is de NPO altijd pionier geweest op het terrein van technische innovatie en artistieke vernieuwing. Een voorbeeld hiervan is <em>high definition</em>-televisie, daar kwam de publieke omroep als eerste mee. Die vooruitstrevendheid komt op het spel te staan als je met het minimale budget moet produceren.<br />
‘In Nieuw-zeeland is een tijd lang de publieke omroep afgeschaft en een vrijemarktsysteem getest waarbij slechts commerciële zenders bestonden. zij kregen geld uit een publiek fonds voor specifieke producties die een maatschappelijk doel dienden. Op die manier zou de kwaliteit gewaarborgd blijven. Het bleek echter dat deze programma’s rond middernacht werden geprogrammeerd. Het geld was binnen, ze hadden de subsidie gekregen. Vervolgens zetten ze hun eigen producties waar het advertentiegeld mee verdiend moest worden op <em>prime time</em>. Als we zo’n alternatief systeem in Nederland zouden willen introduceren, moeten er dus nog een hoop aanpassingen worden gedaan.’ </p>
<p><strong>Anouchka van Miltenburg, woordvoerder Mediabeleid voor de VVD in de Tweede Kamer</strong><br />
‘De NPO beheert onnodig veel publiek gefinancierde internetsites, radiostations en televisienetten. In beginsel heb je vier publieke zenders: de drie nationale netten en per provincie een regionaal kanaal. Waarom voeg je de regionale zenders niet bij de NOS op één kanaal? Dat net zou zo een actualiteiten- en evenementenzender worden, met een landelijke en regionale inslag, terwijl de andere twee gevuld kunnen worden met programma’s gemaakt door de ledenomroepen.<br />
‘Er zijn ontzettend veel omroepen, zij voegen niet allemaal iets toe aan de diversiteit. Na de fusies kunnen zij binnen de koepelorganisaties hun eigen identiteit behouden. Zoals Unilever verschillende soorten pindakaas onder een andere naam verkoopt, zo kunnen de omroepen diverse programma’s vanuit eenzelfde organisatie brengen.<br />
‘Op dit moment is iedere omroep nog een zelfstandig bedrijf met een eigen directie, bestuur en administratie. Organisaties hebben de nare gewoonte zichzelf met veel geld in stand te houden, ten koste van de inhoud van de programma’s. Leden moeten omroepen gaan controleren om de kwaliteit te waarborgen. Wanneer het niveau daalt, moet er nog een zender afvallen. Kwaliteit gaat immers boven kwantiteit.’</p>
<p><strong>Huub Wijfjes, mediahistoricus en bijzonder hoogleraar Geschiedenis van Radio en Televisie aan de Universiteit van Amsterdam</strong><br />
‘De tegenstanders van de publieke omroep denken dat de taken van de NPO probleemloos door de vrije markt overgenoen kunnen worden. Dat is een illusie. De kwaliteit van commerciële journalistiek is nu eenmaal minder dan die van publieke omroepen. Het journaal van RTL levert heel weinig nieuws op. Door de overheidsfinanciering kan de NOS een zeer complete redactie samenstellen, iets wat niet te verwezenlijken is in een commerciële omgeving.<br />
‘Door de bezuinigingen krijg je meer nadruk op kwantiteit dan op kwaliteit. Om geld te besparen zal het materiaal van een programma over meer afleveringen worden uitgesmeerd. Een serie als <em>Boer zoekt vrouw</em> wordt dan al gauw enorm uitgemolken.<br />
‘Wanneer als gevolg van de bezuinigingen de kijkcijfers van de publieke netten omlaag gaan, zullen de tegenstanders van de NPO dit als een bevestiging zien van het falen van het publieke bestel. Dit legitimeert het doorvoeren van nog meer bezuinigingen. Hierdoor ontstaat een negatieve spiraal die zal resulteren in een kwaliteitsarme publieke omroep, die slechts een klein elitedeel van de bevolking bereikt. Dat is pas echt een slechte besteding van belastinggeld.’ </p>
<p><em>Kader:</em><br />
- Naast de eigen inkomsten van de omroepen bestaande uit ledengeld en reclameopbrengsten, tezamen 40 miljoen euro, <strong>ontvangt de NPO jaarlijks 800 miljoen euro aan subsidie</strong>. Hiervan wordt 200 miljoen wegbezuinigd.<br />
- <strong>Het aantal omroepen is gesteld op acht.</strong> Dit wordt gerealiseerd door de fusies van de KRO met de NCRV, de VARA met BNN en de TROS met de AVRO. De EO, omroep MAX en de VPRO maken met de NOS en de NTR het achttal compleet.<br />
- <strong>De huidige aspirant-omroepen POWNED en WNL kunnen in het omroepbestel blijven bestaan als ze meer dan 150 duizend leden hebben en hun meerwaarde is bewezen.</strong> Per 1 januari 2016 dienen ze zich wel aan te sluiten bij een van de bestaande fusieomroepen.</p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-december-2011">hier</a> voor de andere artikelen uit de december-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-oproer-in-omroepland/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: gepolder is kolder</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-gepolder-is-kolder</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-gepolder-is-kolder#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Nov 2011 14:09:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=38236</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Het faillissement van het poldermodel
Tekst: Pieter Hengst en Esther Jongejan
Illustratie: Mark Vlek de Coningh
Het poldermodel geniet al jarenlang grote bekendheid in het buitenland en wordt gezien als typisch Nederlands. In 1982 werden in het Akkoord van Wassenaar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>Het faillissement van het poldermodel</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Pieter Hengst en Esther Jongejan<br />
Illustratie: Mark Vlek de Coningh</strong></p>
<p>Het poldermodel geniet al jarenlang grote bekendheid in het buitenland en wordt gezien als typisch Nederlands. In 1982 werden in het Akkoord van Wassenaar afspraken over loonmatiging gemaakt; het polderen was geboren. Net zo lang overleggen tot iedereen &#8211; werknemers, werkgevers en politiek &#8211; het met elkaar eens is, lijkt de beste oplossing voor dreigende conflicten tussen de drie partijen. Het zogenaamde ‘polderen’ is een begrip in de Nederlandse sociaal-politieke cultuur. Het model floreerde vooral onder de paarse kabinetten van Wim Kok, die zelf een vakbondsverleden had. Vandaag de dag kan het nog steeds rekenen op steun van de Tweede Kamer en de vakbonden. Het zou immers zorgen voor een eerlijke afweging van de betrokken belangen.<br />
De laatste jaren zwelt de kritiek echter aan. Steeds meer grote ingrepen zullen volgens critici buiten het poldermodel om genomen moeten worden, omdat men er met intern overleg niet meer uit komt. Verminderde toegeeflijkheid staat een snelle aanpak in de weg. Het ledenaantal van de werknemersorganisaties daalt waardoor er steeds minder werkenden worden vertegenwoordigd. Het aanhoudende onvermogen om tot een compromis te komen blijkt onder andere uit de problemen rond de totstandkoming van het pensioenakkoord. De vraag rijst of de traditionele manier van overwegen nog past in de tijdsgeest van de maatschappij. Kiezen we voor verandering of gaan we op dezelfde voet verder?</p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/Issue-illu-poldermodel.jpg"></p>
<p><strong>De stelling van deze maand:</strong> Het poldermodel is passé.</p>
<p><strong>Feike Sijbesma, CEO en voorzitter Raad van Bestuur DSM</strong><br />
&#8216;Het poldermodel heeft in hoge mate bijgedragen aan het succes van Nederland. Mede dankzij dit model hebben wij één van de sterkste economieën van Europa met de laagste werkloosheid cijfers. Het zorgt voor draagvlak en samenwerking tussen de verschillende partijen die belang hebben bij de ontwikkeling van Nederland in de ruimste zin van het woord. Het poldermodel stimuleert alle betrokken partijen om samen te werken ten behoeve van het algemeen belang van Nederland en dit ook boven de individuele belangen van de diverse belanghebbenden te stellen. Het poldermodel creëert een draagvlak dat niet mag worden verward worden met besluiteloosheid of het sluiten van compromissen waar niemand echt blij mee is. Daarom behoort het poldermodel gepaard te gaan met het constructief oplossen van dilemma’s.<br />
&#8216;Het gebruik van het poldermodel mag echter niet in weg staan dat mensen ook hun nek uitsteken en dus naast polders ook bergen bouwen. Dat is het zogenaamde “omgekeerd polderen” waarbij hoge ambities neergezet en verwezenlijkt worden. De kunst ligt erin om ons poldermodel te koesteren en te behouden, terwijl wij tegelijkertijd ook besluitvaardig bergen bouwen en zeggen waar het op staat.&#8217;</p>
<p><strong>Michiel de Vries, hoogleraar Bestuurskunde aan de RU</strong><br />
&#8216;Het poldermodel heeft zijn beste tijd gehad. Partijen overleggen vooral met eensgezinden. Om goede besluiten te kunnen nemen, zul je juist met tegenstanders moeten praten. Op die manier controleer je of je niets bent vergeten in de afweging. Omdat nog maar zo weinig mensen lid zijn van een vakbond wordt een groot aantal meningen niet meer meegewogen. Eventuele tegenstanders onder niet-leden kunnen hun stem niet laten horen en komen in opstand tegen de genomen beslissing. Dan kan je het polderen wel vergeten.<br />
‘Vaak wordt gezegd dat polderen langzame besluitvorming veroorzaakt. Naar mijn idee komt dit echter doordat Nederland te veel bestuurslagen heeft die elk hun eigen belang proberen te verdedigen. Dat schiet natuurlijk niet op.<br />
‘Nu stevenen we af op hoe het in de jaren zestig en zeventig was geregeld. Iedereen behartigde de belangen van zijn achterban, in plaats van uit te gaan van een algemeen belang. Of dat een fatsoenlijk alternatief is voor het huidige model weet ik niet. Mensen die al op één lijn zitten laten beargumenteren waarom ze het met elkaar eens zijn, heeft in ieder geval weinig zin.’ </p>
<p><strong>Bernard Wientjes, voorzitter werkgeversorganisatie VNO-NCW</strong><br />
‘Het poldermodel heeft de afgelopen decennia voor het noodzakelijke draagvlak en de daarmee gepaard gaande goede veranderingen gezorgd. Veelal ging het om problemen die de politiek niet zelfstandig op kon lossen. Denk aan de exploderende WAO en ons gecompliceerde stelsel van ziektekosten. Recentelijk is er met het pensioenakkoord een oplossing gevonden voor de alsmaar groter wordende problemen.<br />
‘Polderen is democratisch omdat uiteindelijk de politiek, de gekozen volksvertegenwoordiging, haar zegen aan elke verandering moet geven. Het model lijkt het momenteel moeilijk te hebben doordat het met name binnen de FNV aan eensgezindheid ontbreekt. Dat is verontrustend omdat alle gebruikelijke processen zijn gevolgd en de onderhandelingen vervolgens toch zijn misgelopen.<br />
‘Het huidige model levert over het algemeen de beste oplossingen, omdat die vaak breed worden gedragen. Het poldermodel is dus zeker niet achterhaald. Er is altijd sprake van compromissen, elke partij moet een beetje inleveren. Dat is de prijs voor vooruitgang in relatieve rust, waar men in onze open economie grote behoefte aan heeft.’</p>
<p>Kader:<br />
- <strong>De term &#8216;polderen&#8217; stamt uit de Middeleeuwen.</strong> Boeren, edelen en stedelingen moesten gedwongen samenwerken bij het bouwen van dijken om droge voeten te houden in de natte polders.<br />
- In 2010 telde de Nederlandse beroepsbevolking 7,4 miljoen mensen. <strong>Bijna twee miljoen daarvan zijn lid van een vakbeweging.</strong> De FNV is de grootste overkoepelende organisatie; ruim 75 procent van alle vakbondsleden valt hieronder.<br />
- <strong>De verhoging van de AOW-leeftijd bleek een obstakel dat het poldermodel niet wist te beslechten.</strong> De onderhandelingen liepen spaak toen een van de vakbondsvoorzitters van de FNV, Henk van der Kolk, de handdoek in de ring gooide omdat hij het niet eens was met de verhoging van de AOW-leeftijd.</p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-november-2011">hier</a> voor alle artikelen uit de november-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-gepolder-is-kolder/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: Bachelor in goede banen</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-bachelor-in-goede-banen</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-bachelor-in-goede-banen#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 14:27:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=37156</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Heeft de bachelor-masterstructuur gefaald?
Tekst: Erik van Rein en Daryo Verouden
Illustratie: Loes van Woezik
Twaalf jaar geleden tekenden 29 Europese landen de Bolognaverklaring en sloegen hiermee de handen ineen om de ontwikkeling van de kenniseconomie in Europa te stimuleren. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>Heeft de bachelor-masterstructuur gefaald?</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Erik van Rein en Daryo Verouden<br />
Illustratie: Loes van Woezik</strong></p>
<p>Twaalf jaar geleden tekenden 29 Europese landen de Bolognaverklaring en sloegen hiermee de handen ineen om de ontwikkeling van de kenniseconomie in Europa te stimuleren. Een aspect van deze verklaring is de invoering van de bachelor-masterstructuur, waarbij studies worden opgesplitst in een bachelor- en een masterfase. Deze implementatie van de Bolognaverklaring zou daarmee leiden tot een internationalisering van het hoger onderwijs in Europa. In Nederland werd deze structuur in 2002 ingevoerd. De insteek was dat louter een bachelordiploma een goede plek op de arbeidsmarkt garandeert. Wil de student meer, dan zoekt hij zijn heil in een verdiepende master.<br />
Uit een onderzoek uit 2008 in opdracht van toenmalig minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Ronald Plasterk, blijkt dat maar liefst 80 procent van de studenten onmiddellijk doorstroomt naar een master na zijn of haar behaalde bachelordiploma. Deze tendens staat in sterk contrast met het eigenlijke doel van de bachelor-masterstructuur. Voldoet het bachelordiploma niet meer aan de eisen van de huidige arbeidsmarkt of heeft het daar nooit aan voldaan? Oftewel: is de bachelor-masterstructuur zijn doel voorbij gestreefd?</p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/illu-bama-issue.jpg"></p>
<p><strong>De stelling van deze maand:</strong> In Nederland is enkel een bachelordiploma zonder mastertitel niets waard.</p>
<p><strong>Pascal ten Have, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)</strong><br />
‘Op het moment dat een universitair bachelordiploma je enige papiertje is, delf je het onderspit. Aan de ene kant leg je het af tegen mensen die in bezit zijn van een hbo-bachelor. Zij worden in hun opleiding voorbereid op de arbeidsmarkt en kunnen direct aan de slag. Bij een bachelor in het wetenschappelijk onderwijs is dat zeker niet het geval. Aan de andere kant word je voorbij gestreefd door de ‘‘echte’’ onderzoeker die de onderzoekskwaliteiten in een master heeft aangeleerd. Je valt dus tussen wal en schip.<br />
‘De invoering van de bachelor-masterstructuur is veel te snel gegaan en er is destijds te weinig nagedacht over de gevolgen voor studenten. Er moet veel worden aangepast, wil dit plan niet als mislukt de boeken ingaan. Een voorbeeld hiervan is de bachelorscriptie. Deze behelst tegenwoordig bij veel opleidingen slechts een theoretisch kader, geen gefundeerd wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast zou men tijdens de eerste drie jaar van de studie meer moeten inzetten op een combinatie van praktijk en theorie. Zonder dit aan te pakken is je opleiding met enkel een bachelordiploma niet af.’ </p>
<p><strong>Boris van der ham, Tweede Kamerlid voor D66</strong><br />
‘In Nederland wordt de bachelor-masterstructuur soms verkeerd geïnterpreteerd. Een master wordt hier gezien als een onvermijdelijk vervolg op een bachelor, terwijl het bijvoorbeeld in een aantal Angelsaksische landen gebruikelijk is om na de bachelor de arbeidsmarkt op te gaan. Zo is het bedoeld. Een baan biedt de ruimte om nieuwe ervaringen op te doen en jezelf te ontwikkelen. Vervolgens kan nog worden besloten om een master te volgen. Op die basis kan de bachelor-masterstructuur nuttig zijn.<br />
‘Een fiks aantal studenten zien de universiteit als plek waar ze een beroepsopleiding op academisch niveau kunnen volgen, maar echte wetenschappelijke ambities hebben ze niet. Voor deze studenten is een hbo-opleiding beter. Al op het voortgezet onderwijs moet beter gekeken worden naar de aard van de toekomstige student. Het heersende denkbeeld dat een vwo-scholier standaard een WO-opleiding gaat volgen, moet worden doorbroken. Voor studenten zou het een bewuste keuze moeten zijn om een WO-opleiding te starten. De student moet weten dat de nadruk dan ligt op heel andere competenties en het aannemen van een wetenschappelijke houding.’ </p>
<p><strong>Prof. dr. Hans van Hout, emeritus-hoogleraar Onderwijskunde van het hoger onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam</strong><br />
‘Het probleem met de bachelor-masterstructuur zit in de uitvoering. In principe wordt de vierjarige doctoraal opleiding gehandhaafd in Nederland, aangezien de meeste studenten direct kiezen voor een master na hun bachelor. Eigenlijk zouden zowel de bachelor als de master zelfstandige opleidingen moeten zijn met eigen doelen, instroomeisen en toegang tot de arbeidsmarkt.<br />
‘Tot op heden zijn universiteiten verplicht om een doorstroommaster aan te bieden aan studenten. Dit is een master die naadloos aansluit op de bachelor. universiteiten juichen dit toe, want als de student kiest voor een master, rinkelt de kassa. Staatssecretaris Zijlstra van OCW wil nu de verplichting voor het aanbieden van de doorstroommaster afschaffen. Dat is goed nieuws. Waarom zou iedereen aansluitend op de bachelor meteen door moeten gaan met een master? Doorstuderen kan later ook nog: dan heb je meer werkervaring en weet je beter wat je kunt en wilt.<br />
‘Het wordt tijd dat wij ons aanpassen aan de rest van Europa. Op ons werelddeel werken veel mensen met enkel een WO-bachelor, dus er zijn banen. De overheid zou hierbij het voortouw kunnen nemen door als werkgever meer banen beschikbaar te stellen voor studenten die enkel een bachelor bezitten.’</p>
<p>Kader:<br />
- <strong>In 2008 evalueerde het Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS) de bachelor-masterstructuur.</strong> Zij adviseerde een duidelijkere scheiding tussen de bachelor- en masterfase door de &#8216;harde knip&#8217; verplicht te stellen en de verplichte doorstroommasters af te schaffen.<br />
- <strong>De RU voert vanaf het collegejaar 2012-2013 de &#8216;harde knip&#8217; in.</strong> Voor studenten is het dan niet meer mogelijk om met hun master te starten terwijl ze de bachelorstudie nog niet hebben afgerond.<br />
- Uit het jaarrapport onderwijs van het CBS uit 2010 blijkt dat <strong>60 procent van de mensen die enkel een bachelordiploma bezit</strong> een baan heeft, ten opzichte van 75 procent van de afgestudeerden met een master.</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-intro-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit de Introductie 2011</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-bachelor-in-goede-banen/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: Onze puinhoop, hun toekomst</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-onze-puinhoop-hun-toekomst</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-onze-puinhoop-hun-toekomst#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 31 Aug 2011 07:29:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=35905</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: is duurzaam leven onze morele plicht?
Tekst: Tim Ficheroux en Marnix van Holland
Illustratie: Laurens de Vos
Duurzaamheid is hot. Biologische winkeltjes schieten als paddenstoelen uit de grond en grote supermarktketens verkondigen op iedere visverpakking dat ze voor duurzame visvangst [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/Issue-Laurens-intro11.jpg" class=picleft><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>is duurzaam leven onze morele plicht?</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Tim Ficheroux en Marnix van Holland<br />
Illustratie: Laurens de Vos</strong></p>
<p>Duurzaamheid is <em>hot</em>. Biologische winkeltjes schieten als paddenstoelen uit de grond en grote supermarktketens verkondigen op iedere visverpakking dat ze voor duurzame visvangst zijn. Meer dan 250 hoogleraren, 520 wetenschappers en zeventienduizend burgers onderschreven het <em>Pleidooi voor een duurzame veehouderij</em> om een einde te maken aan de ‘georganiseerde onverantwoordelijkheid’. Internationale organisaties als het <em>Intergovernmental Panel on Climate Change</em> wijzen op de urgentie om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan. Een probleem is dat een eenduidige definitie van de term duurzaamheid ontbreekt.<br />
Waarom zouden we duurzaam moeten leven? Een belangrijk aspect van de duurzaamheidsdiscussie is het filosofische vraagstuk van rechtvaardigheid tussen generaties. Het in 1987 verschenen rapport <em>Our Common Future</em> van de <em>World Commission on Environment and Development</em>, onder leiding van de toenmalige Noorse premier Brundtland, was de eerste oproep tot duurzame ontwikkeling. De commissie-Brundtland stelt dat duurzame ontwikkeling aan de belangen en ambities van de huidige generaties moet voldoen zonder daarmee die van de toekomstige generaties in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling krijgt hiermee een element van intergenerationele rechtvaardigheid. Zijn we verplicht rekening te houden met de belangen van mensen die nog niet zijn geboren?</p>
<p><strong>Stelling: Duurzaam leven is onze morele verplichting aan toekomstige generaties.</strong></p>
<p><strong>Bas Eickhout, Europarlementariër voor groenlinks, portefeuillehouder Klimaat, Natuur en Milieu</strong><br />
‘Een morele verplichting aan toekomstige generaties is niet de enige reden om duurzaam te leven. Door het enkel op moraliteit te gooien bereik je nooit een grote groep mensen. Mensen hebben vaak andere zaken aan hun hoofd. We concentreren ons liever op zichtbaardere vraagstukken, die zijn makkelijker te begrijpen.<br />
‘Toch zou duurzaamheid een hogere prioriteit moeten hebben. Onze kinderen en kleinkinderen kunnen zich afvragen waarom wij hier niet meer tijd en moeite aan hebben besteed. Omdat ze deze vraag kunnen stellen hebben we de verplichting om te zorgen dat het hier voor hen goed toeven is. Het is in ieder geval de verantwoordelijkheid van huidige generaties om te zorgen dat de generaties hierna het niet slechter hebben.<br />
‘Het is ook een taak van politici om die vaak diep weggestopte morele intuïties naar boven te halen. De huidige regering verzaakt deze verplichting. Het kabinet is economisch dom en kortzichtig bezig. De <em>green deal</em> van Verhagen kijkt bijvoorbeeld helemaal niet naar wind- en zonne-energie. Biomassa opstoken is weliswaar goedkoop, maar ik heb geen idee wat daar groen aan is.’</p>
<p><strong>Lodewijk de Waal, voorzitter Stichting HIER, de campagne voor een oplossing van het klimaatprobleem</strong><br />
‘Als humanist zie ik de mens niet als heer van de schepping, maar als een individu dat er middenin staat. Een bijzonder dier, maar nog altijd een dier. Als mens zijn we verantwoordelijk voor het “goede leven”. Niet duurzaam leven schaadt niet alleen de aarde, maar ook onszelf en ieder ander individu.<br />
‘Voor humanisten is het idee van gelijkwaardigheid van groot belang. Afrikanen zijn gelijk aan Nederlanders, maar als zij een vergelijkbare ecologische voetafdruk zouden achterlaten is het einde van de wereld in zicht. Onze planeet kan het niet aan als iedereen een Westerse levensstijl aanneemt. Als we niets doen loopt het spaak, maar totdat we zelf het goede voorbeeld geven kunnen we niet met ons vingertje naar anderen wijzen.<br />
‘Uiteraard is het bestrijden van honger en natuurrampen noodzakelijker dan het plaatsen van zonnepanelen op je dak, maar het is wel degelijk allemaal verbonden met duurzaamheid. Als oud-vakbondvoorzitter durf ik te zeggen dat het Nederlandse bedrijfsleven verder is dan de overheid met betrekking tot inzicht in klimaatproblematiek. Voor het huidige kabinet lijkt <em>profit</em> het belangrijkst.’</p>
<p><strong>Prof. dr. Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de RU</strong><br />
‘Het is gebakken lucht om duurzaamheid als een morele verplichting aan toekomstige generaties te zien. We kennen de mensen die in de toekomst zullen leven niet. Als we ze nu een belofte zouden doen, zijn we niet in staat die waar te maken. Daarnaast hebben we geen idee wat een duurzaam leven inhoudt. Het is een term die veelvuldig wordt geterroriseerd en op de pijnbank wordt gelegd.<br />
‘Duurzaamheid heeft een technische en een sociale kant. Technische ontwikkelingen passen we onvoldoende toe en aan de sociale zijde weten we niet hoe we tot maatschappelijke verankering moeten komen. Het is een positieve ontwikkeling dat een steeds grotere groep mensen duurzaamheid begint te ontdekken. Maar de opvatting van duurzaamheid als intergenerationele zorg voor de keuzemogelijkheden van toekomstige generaties heeft geen effect gesorteerd.<br />
‘We hebben de afgelopen 25 jaar laten zien dat we het tegenovergestelde doen van wat we zeggen te doen. Als we echt iets willen bereiken, moeten we fundamenteel ingrijpen. We moeten naar een radicale vorm van duurzaamheid. Dat moeten we geen morele verplichting noemen, maar zien als een vorm van beschaafd handelen. Het is een nastrevenswaardig en menswaardig ideaal.’</p>
<p><strong>Prof. dr. Marcel Wissenburg, hoogleraar Politieke Theorie aan de RU</strong><br />
‘Een duurzaam leven is enkel een morele verplichting aan eigen kinderen. Die verplichting hebben we noch aan de kinderen van anderen, noch aan mensen die pas over honderd jaar worden geboren. Voor onze directe afstammelingen dragen we causale verantwoordelijkheid. Wij veroorzaken hun bestaan. Een kind op de aardkloot zetten is een persoonlijke keuze, dat moet je alleen doen als je er ook zorg voor kan dragen.<br />
‘Stel dat pandavlees heel erg lekker is, zo fijn dat het ons bestaan levenswaardig maakt. Jij en ik doden de laatste panda en eten hem helemaal op. Vervolgens besluit iemand anders een kind de wereld in te slingeren. Dat kind had graag pandavlees gegeten en vindt zijn leven uiteindelijk niet levenswaardig. Is dat onze schuld? Nee, de ouders veroorzaakten het bestaan van dat kind.<br />
‘Natuurlijk zijn er wel argumenten voor een duurzaam leven. Het is in ons welbegrepen eigenbelang om bijvoorbeeld dijken op te hogen om ons te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. We hebben er belang bij om fossiele brandstoffen niet volledig op te stoken. Intergenerationele rechtvaardigheid is echter slechts een metafoor. Het is onze verantwoordelijkheid om ons niet voort te planten over de ruggen van anderen.’</p>
<p><strong>Joep Karskens, coördinater van het Universitair Milieu Platform (UMP) en Sjir Schütt, als bestuurslid bij AKKU verantwoordelijk voor het UMP</strong><br />
‘Onderzoeken naar de gevolgen van klimaatverandering lijken aan te tonen dat de opwarming van de aarde niet zonder negatieve gevolgen is: in grote delen van de wereld wordt het leven significant beïnvloed door de wereldwijd stijgende zeespiegel en temperatuur. De slachtoffers van verwoestijning in India, het Midden-Oosten en Australië kunnen dit beamen. Als we de huidige mate van energieverbruik voortzetten krijgen de volgende generaties nog meer te kampen met deze problemen.<br />
‘Het is een breedgedragen principe om het leven van anderen niet onnodig zwaar te maken. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan het christelijke idee van rentmeesterschap. Het is een kwestie van goed fatsoen om duurzaam te leven. Het feit dat iemand nog niet geboren is kan natuurlijk geen reden zijn om hem op te schepen met een verknoeide planeet.<br />
‘Door te kiezen voor biologische pindakaas, groene stroom of een hybride bolide stimuleer je een productieketen waarmee een overstap naar een duurzame samenleving wordt gemaakt. Dat is een duidelijke keuze voor het welzijn van toekomstige generaties.’</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-intro-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit de Introductie 2011</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-onze-puinhoop-hun-toekomst/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: De nieuwe Hitler</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-de-nieuwe-hitler</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-de-nieuwe-hitler#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 03 Jun 2011 13:48:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=34461</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Holland&#8217;s next Führer
Tekst: Erik Molkenboer en Adrianne Tuk
Illustratie: Joost Dekkers
Eind april ging de jaarlijks terugkerende Willem Arondéuslezing, dit jaar geschreven door Thomas von der Dunk, niet door. De organisatie had moeite met de kritiek van Von der [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>Holland&#8217;s next Führer</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Erik Molkenboer en Adrianne Tuk<br />
Illustratie: Joost Dekkers</strong></p>
<p>Eind april ging de jaarlijks terugkerende Willem Arondéuslezing, dit jaar geschreven door Thomas von der Dunk, niet door. De organisatie had moeite met de kritiek van Von der Dunk op de PVV. In de lezing maakte de cultuurhistoricus een vergelijking tussen die partij en het nationaalsocialistische gedachtegoed uit de jaren dertig en veertig. Hij schrijft: ‘De PVV bepleit fundamenteel verwerpelijke dingen. Het soort dingen, dat sinds 1945 terecht taboe was en voor alle fatsoenlijke partijen een reden vormde om een zeer heldere grens te trekken en de eventuele bepleiters daarvan op grote afstand te houden.’ De vergelijking die Von der Dunk trekt, is niet nieuw. Twee jaar geleden zag Ella Vogelaar, destijds PvdA-minister van Wonen, Wijken en Integratie, ‘schokkende parallellen’ tussen de PVV en de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) van Adolf Hitler. Ook Jack Biskop (CDA) vergeleek eerder de partij van Geert Wilders met de fascisten. De afgelaste lezing in april dit jaar geeft een nieuwe impuls aan de discussie. Terwijl Wilders zich gedemoniseerd voelt, maken opiniemakers ruzie om de vraag of een zogeheten Godwin wel mag worden gemaakt. Is de vergelijking tussen Hitler en Wilders terecht? </p>
<p><strong><br />
Stelling: Wilders is de nieuwe Hitler.</strong></p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/issuejuni2011.jpg"><br />
<strong><br />
Kadertje:</strong><br />
- Een vergelijking met Hitler en de nazi&#8217;s wordt &#8216;Godwin&#8217; genoemd. In 1990 stelde jurist Mike Godwin: &#8216;Naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi&#8217;s of Hitler één&#8217;. Hiermee is de discussie ten einde.<br />
- Eind april maakte Michael Blok een lijst met politieke kenmerken waarin hij Hitler puntsgewijs met Gandhi, Bush Jr., Wim Kok en Geert Wilders vergeleek. Wilders kwam duidelijk als grootste Führer-look-a-like uit de bus.<br />
- Op DeJaap.nl werd de lijst geparodieerd door een vergelijking te trekken tussen VARA-kopman Francisco van Jole en Hitler. Beiden zijn vegetariër en dragen soms wel en soms niet een bril.</p>
<p><strong>Michael Blok, activist en publicist voor onder andere Joop.nl en Volkskrant.nl </strong><br />
‘Door te vergelĳken kun je leren van het verleden. Je ziet overeenkomsten en verschillen. Bĳ Wilders en Hitler is er veel gelĳkenis in de basisideeën, taal en haat jegens minderheden. Quotes uit tĳdschriften van de jaren ‘30 zĳn bĳvoorbeeld vaak inwisselbaar met die van de PVV. Daartegenover staat dat de PVV geen leden heeft en dat de achterban zich niet organiseert in paramilitaire verbanden, zoals de knokploeg van de NSDAP, de SA.<br />
‘De overlap laat zien dat er reden tot grote zorg is over het gedachtegoed van Wilders. De politiek moet bewuster worden van zĳn sociaal-nationalisme. EN het CDA en de VVD moeten zich nog eens afvragen in hoeverre ze zich ideologisch gevangen laten nemen door vreemdelingenhaat.<br />
‘Ik zie Wilders niet als de nieuwe Hitler, want er zĳn belangrĳke verschillen die van de PVV-leider een andere categorie politicus maken. Hĳ heeft nooit gezegd dat hĳ andere Europese landen wil veroveren of moslims wil vermoorden. Maar hĳ heeft ook nooit gezegd dat hĳ dat niet zal doen. De vraag is of je hem het voordeel van de twĳfel gunt, of niet.’ </p>
<p><strong>Jan Ramakers, onderzoeker bĳ Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de RU</strong><br />
‘Ik zou de opkomst van Wilders en de PVV niet snel vergelĳken met die van Hitler en de NSDAP. Dat is te “groot”. De PVV is bĳvoorbeeld niet Blut-und-Boden-racistisch. Haar anti-islam-opvattingen lĳken meer op het antisemitisme van negentiende-eeuwse reactionaire conservatieven. De maatschappelĳke onvrede van de PVV en de kritiek op het functioneren van het politieke stelsel doen in een aantal opzichten wel denken aan de kleinburgerlĳke maatschappĳkritiek van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Ook zĳ hekelde het politieke systeem dat geen oplossing kon bieden aan de economische crisis.<br />
‘De bezetting en wat eraan voorafging was na de oorlog natuurlĳk hét morele ĳkpunt voor goed en kwaad. Iedere agent die er op lossloeg was tot lang na de jaren zestig een fascist. Nieuw is de vergelĳking dus zeker niet. Wel constateert Thomas von der Dunk met enig recht dat het taboe erop nieuw is, terwĳl vergelĳken juist een nuttig instrument is voor historici. Er zĳn grote, zinnige debatten gevoerd over de overeenkomsten en verschillen tussen totalitaire systemen en hun leiders.’ </p>
<p><strong>Bas Paternotte, journalist bĳ HP/De Tĳd en columnist voor DeJaap.nl en GeenStĳl </strong><br />
‘Er is geen enkele parallel tussen de opkomst van Geert Wilders en Adolf Hitler te vinden. Die vergelĳking wordt gemaakt door mensen die de PVV met argusogen beschouwen, zoals Thomas von der Dunk. Zolang de PVV-leider er niet voor pleit moslims af te voeren naar dodenfabrieken, is elke vergelĳking lachwekkend. Hĳ is een populist die een grote groep mensen in Nederland weet aan te spreken maar dat maakt hem nog geen Hitler. Laatstgenoemde is namelĳk de grootste massavernietiger die de wereld ooit heeft gezien. Ieder die de twee gelĳkstelt, zegt eigenlĳk: Wilders moet dood.<br />
‘Harry Mulisch beschreef in zĳn laatste roman Siegfried een gedachtenexperiment: u loopt door Braunau en ziet de baby Hitler. Zou u hem de hersens inslaan? De geschiedenis leert dat het beter was geweest. Ik kan mĳ niet voorstellen dat iemand nu bepleit hetzelfde te doen met Wilders. Mensen die toch blĳven volharden in de vergelĳking moeten goed bĳ zichzelf te rade gaan: had ik de schedel van baby Wilders ingeslagen? Hun antwoord zal ongetwĳfeld “neen” zĳn.’</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-juni-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit juni 2011.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-de-nieuwe-hitler/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: Een zwarte bladzijde</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-een-zwarte-bladzijde</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-een-zwarte-bladzijde#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 May 2011 15:45:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=33407</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Nederlandse ereschuld tegenover Indonesië
Tekst: Valerie Rutjes en Simone Vermeeren
Illustratie: Madelon van der Avoort
Nadat de Nederlandse heerschappij over Indonesië in de Tweede Wereldoorlog werd onderbroken door de Japanse bezetting, hoopte de regering van koningin Wilhelmina haar machtspositie in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>Nederlandse ereschuld tegenover Indonesië</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Valerie Rutjes en Simone Vermeeren<br />
Illustratie: Madelon van der Avoort</strong></p>
<p>Nadat de Nederlandse heerschappij over Indonesië in de Tweede Wereldoorlog werd onderbroken door de Japanse bezetting, hoopte de regering van koningin Wilhelmina haar machtspositie in Nederlands-Indië te herbevestigen. De Indonesische leider Soekarno had andere plannen en verklaarde het land op 17 augustus 1945 onafhankelijk. Vier jaar lang vocht Nederland tegen de onafhankelijkheid van de Gordel van Smaragd met de zogenaamde politionele acties. Pas in 1949 erkende Nederland Indonesië als vrij land. Na de dekolonisatie werd aan het harde optreden van de militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) zo min mogelijk aandacht besteed en ook de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring bleef onbesproken. Het gevoelige onderwerp werd in de doofpot gestopt.<br />
In 2005 stelde oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot, zelf geboren in Nederlands-Indië, dat Nederland in de periode na de Tweede Wereldoorlog ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ heeft gestaan. Hoewel veel politieke partijen vielen over zijn coulante optreden, werd het vooral gezien als een grote stap voorwaarts in het verbeteren van de relatie tussen de twee landen. Niet iedereen neemt echter genoegen met deze verkapte schuldbetuiging. </p>
<p><strong><br />
Stelling: Nederland moet het boetekleed aantrekken en verantwoordelijkheid nemen voor haar acties in Indonesië.</strong></p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/issuemei2011.jpg"><br />
<strong><br />
Kadertje:</strong><br />
- Op 27 december 1949 accepteerde Nederland onder druk van Amerika alsnog de Indonesische onafhankelijkheid. Dit was ruim vier jaar na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring door Soekarno.<br />
- Indonesië betaalde een hoge prijs voor haar soevereiniteit en werd opgezadeld met de totale schuldenlast welke door Nederland werd berekend op 6,5 miljard dollar.<br />
- In december 2009 spanden de nabestaanden van de slachtoffers van het bloedbad in Rawagedeh een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat. De zaak werd verjaard verklaard.</p>
<p>De Nederlandse staat weigert te reageren op deze delicate kwestie.</p>
<p><strong>Nico Schulte Nordholt, professor Politieke Antropologie aan de Universiteit Twente</strong><br />
‘De Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van 1945 is nooit officieel erkend door de Nederlandse staat. Minister Bot gaf slechts impliciet de fout van Nederland toe en dat is niet genoeg. Nederland heeft toentertijd de kracht van het Indonesisch nationalisme onderschat en is een oorlog begonnen met desastreuze gevolgen. De Nederlandse staat moet deze fouten openlijk toegeven. De consequenties van een dergelijke erkenning zullen moreel zijn, niet financieel.<br />
‘Tegenover de nabestaanden van de acties in Indonesië is Nederland bijzonder krenterig geweest. In specifieke gevallen van uitmoording, zoals de massamoord in het Javaanse dorp rawagedeh, is het niet meer dan humaan om nabestaanden tegemoet te komen. En dat moet meer zijn dan een paar waterputten. Het is aan het volk, het Nederlandse parlement dus, om de overheid hiertoe te dwingen. Een aantal oppositiepartijen kaart dit in de Tweede kamer stelselmatig aan, maar krijgt geen weerklank. Dat is een kwalijke zaak. Je kunt nu eenmaal niet toegeven dat je aan de verkeerde kant stond en vervolgens niets doen.’ </p>
<p><strong>Harry van Bommel, Tweede Kamerlid voor de SP</strong><br />
‘Zeker in het licht van de golf van dekolonisatie die over de wereld trok waren de bloederige politionele acties een kansloze missie. Dat is na vier jaar heftige guerrillastrijd tussen de Indonesische republikeinen en de Nederlandse krijgsmacht ook gebleken. Daarbij zijn gruwelijke middelen als massamoord, ontvoering en buitengerechtelijke executies ingezet.<br />
‘Over de keiharde wijze van oorlogvoeren wordt nog steeds krampachtig gedaan door de Nederlandse autoriteiten. Het schijnt blijkbaar nog te veel moeite te kosten om de paar overlevenden fatsoenlijk te compenseren. Nederland heeft zich, tot Bots verklaring in 2005, vooral boos getoond over de gederfde bezittingen die verloren gingen bij de onafhankelijkheid. Indonesische slachtoffers van de politionele acties hebben nooit een compensatie ontvangen. Nederland moet totale openheid geven over haar oorlogswandaden eind jaren veertig en contact opnemen met de overlevenden om in schadeloosstelling te voorzien.<br />
‘De relatie tussen beide landen, die voornamelijk gestoeld is op geweld en uitbuiting, moet worden opgehelderd.’  </p>
<p><strong>Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden</strong><br />
‘Alles wat de Nederlanders indertijd in Indonesië hebben gedaan was fout. Men moet niet vergeten dat de Nederlanders bezetters waren, net als de Duitsers. Hoewel zij in de Tweede Wereldoorlog aan den lijve hebben ondervonden hoe het is om bezet te zijn, heeft dit geen verandering gebracht in de bejegening van mijn vaderland. De kolonisatoren gingen op dezelfde voet verder.<br />
‘Nederland moet een aantal dingen doen om het onrecht dat zij Indonesië heeft aangedaan recht te zetten. Er moeten excuses komen van koningin Beatrix namens de Nederlandse staat. Daarnaast willen wij terugbetaling van de zes miljard dollar die Indonesië als schadevergoeding aan Nederland heeft moeten betalen. Nederland heeft Indonesië verwoest en na de dekolonisatie is daar nooit compensatie voor gekomen. Dat pikken wij niet. Als iemand achterop je auto botst, neem je toch ook geen genoegen met een spijtbetuiging? De schade blijft en je wilt geld zien.<br />
‘Helaas zwijgt Nederland. Zelfs wanneer ze met de neus op de feiten wordt gedrukt, geeft de staat niet thuis. Het is een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis waarvoor geen enkele verantwoordelijkheid wordt genomen.’ </p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-mei-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit mei 2011.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-een-zwarte-bladzijde/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: Excellentie op Erasmus</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-excellentie-op-erasmus</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-excellentie-op-erasmus#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 01 Apr 2011 11:49:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=32416</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: elitair Europa
Tekst: Mickey Steijaert en Jozien Wijkhuijs
Illustratie: Erik Molkenboer
Iedere student die zin heeft in zon, zee en weinig studielast komt in aanmerking voor onder meer de Erasmusbeurs. Deze zak geld wordt gebruikt om een studie of stage [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>elitair Europa</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Mickey Steijaert en Jozien Wijkhuijs<br />
Illustratie: Erik Molkenboer</strong></p>
<p>Iedere student die zin heeft in zon, zee en weinig studielast komt in aanmerking voor onder meer de Erasmusbeurs. Deze zak geld wordt gebruikt om een studie of stage over de grens te financieren. Verhalen van teruggekeerde Erasmusstudenten over hun nachtelijke escapades hebben de reputatie van de beurs geen goed gedaan. Hierdoor is het beeld ontstaan van feestende studenten in den vreemde, die hun maanden zuipend en kruipend doorbrengen. De behaalde studiepunten zouden minimaal zijn en de kosten voor de gemeenschap buitensporig. Als het aan Sijbolt Noorda ligt, is deze periode van Europese financiering voor pleziertripjes voorbij. De voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) noemde deze beurs ‘financiering van academisch toerisme’. In januari zei Noorda: ‘Ik ben voor een Europees Fonds voor het hoger onderwijs waar zo’n 20 procent van de studenten aanspraak op kan maken.’ Deze groep zou uitsluitend uit de meest excellente geesten moeten bestaan. Is de Erasmusbeurs slechts lof voor de zotheid of een stimulans voor verrijking van de studie? </p>
<p><strong><br />
Stelling: De Erasmusbeurs moet een beloning voor excellentie worden.</strong></p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/issueapril2011.jpg"><br />
<strong><br />
Kadertje:</strong><br />
- Per jaar maken 182.000 studenten gebruik van de Erasmusbeurs voor een verblijf in het buitenland.<br />
- Sinds de start van de beurs in 1987 hebben al meer dan twee miljoen studenten gebruik gemaakt van de toelage.<br />
- De hoogte van de Erasmusbeurs verschilt. Het is afhankelijk van onder meer de duur van de studieperiode en het aantal gegadigden. Het minimum beursbedrag is 200 euro.<br />
- De RU heeft van internationalisering een van haar speerpunten gemaakt. Eenderde van alle studenten zou tijdelijk in het buitenland moeten studeren.</p>
<p><strong>Hendrik Jan Hobbes, expert Europa en Nederlands hogeronderwijsbeleid bij NUFFIC</strong><br />
&#8216;Ik ben het niet eens met deze stelling. Het doel van de Erasmusbeurs is om studenten te ondersteunen bij hun buitenlandverblijf, waarbij het bereiken van onderwijsdoelen en het opdoen van culturele ervaring hand in hand gaan. Voorwaarde is wel dat de kwaliteit van het onderwijs of de stage hoog genoeg is en dat het toegankelijk is voor iedereen. Daarnaast hebben excellente studenten ook andere programma&#8217;s om zich verder te ontwikkelen.<br />
&#8216;Het beste middel om studenten te motiveren, is in het beginstadium van de studie duidelijk te maken wanneer ze naar het buitenland kunnen gaan en waar naartoe. Studievertraging is een groot obstakel voor een buitenlandverblijf. Er moeten afspraken gemaakt worden over ondersteuning, zoals huisvesting en vak- of stage-inhoudelijke invulling. Dit moet aansluiten op de studie in eigen land. Alleen dan zijn studenten zeker van een kwalitatief goed buitenlandverblijf zonder studievertraging en zullen zij er echt gemotiveerd werk van maken. De Erasmusbeurs is ondanks de bescheiden omvang hard nodig, want in het buitenland studeren blijft over het algemeen een duur grapje.&#8217;</p>
<p><strong>Sijbolt Noorda, voorzitter van de VSNU</strong><br />
‘Ooit waren Erasmusbeurzen een welkome uitvinding. Veel studenten werden gestimuleerd een tijdje in een ander Europees land te studeren. Dat was 25 jaar geleden al heel wat. Nu is het tijd voor iets anders. Ik vind dat er beurzen moeten komen voor studenten die in echt internationale studieprogramma’s een bachelor- of masterdiploma halen. Dat zijn dan programma’s waarbij twee of meer universiteiten samenwerken en gezamenlijk een graad verlenen.<br />
’Academisch toerisme hoeft na 25 jaar niet meer gestimuleerd te worden, het behalen van internationale diploma’s heeft zo’n steun in de rug wel nodig en dat geldt ook voor de ontwikkeling van echt internationale studieprogramma’s.<br />
‘Door zo’n nieuw Erasmusprogramma zullen universiteiten worden gestimuleerd om meer en beter samen te werken over de grenzen. En studenten stellen aan hun buitenlandse studie hogere eisen. Eigenlijk vind ik dat Europa geen geld moet uitgeven aan het volgen van een nationaal studieprogramma in een ander land. In een echt internationaal programma is de inhoud internationaal, zijn de studiematerialen en leerboeken internationaal, is de studentengroep gevarieerd samengesteld en zijn de docenten van verschillende nationaliteiten en achtergronden. Wetenschap hoort niet in een nationaal keurslijf. Europese studenten evenmin.’ </p>
<p><strong>Marian Jassen, hoofd van het International Office van de Erasmus Universiteit </strong><br />
‘Ten eerste is de uitlating van Noorda over de Erasmusbeurs als “financiering van academisch toerisme” onzin. Onderzoek van de European Association for International Educators (EAIE) heeft uitgewezen dat studenten die met deze toelage in het buitenland verblijven evenveel studiepunten behalen als thuisblijvers.<br />
‘Daarnaast is het is in onze sterk globaliserende wereld hard nodig dat studenten goed worden voorbereid op hun toekomst als wereldburger. Daar hoort een verblijf over de grens voor studie of stage bij. De RU streeft er daarom naar dat minstens een derde van de studenten in het buitenland gaat studeren. Alle studenten moeten de mogelijkheid krijgen om hun geluk elders in Europa te beproeven. De Erasmusbeurs biedt daarvoor de perfecte uitkomst. Wij pleiten voor meer in plaats van minder beurzen.<br />
‘Tenslotte zijn er al specifieke beurzen voor begaafde studenten, zoals het VSBfonds. Deze motiveren al tot extra inzet voor de studie. De Erasmusbeurs alleen aan een selectie van talenten toekennen is dus onnodig.’ </p>
<p><strong>Jesper van Munster, hoofd externe zaken en vicevoorzitter AEGEE Nijmegen </strong><br />
‘De uitspraken van meneer Noorda passen binnen een nieuwe trend in de Nederlandse politiek: de student moet meer studeren en minder luieren. Een aantal jaar geleden werd studenten op het hart gedrukt om ervaring op te doen buiten de collegezalen. Nu ‘s vaderlands spaarpot op is moet er alleen nog maar hard gewerkt worden, de maatschappij wil immers geen lullo’s sponsoren. Jammer dat de overheid negeert dat veel studenten later een beroep zullen uitoefenen waarbij buitenlandervaring nuttig is, zoals in de handel, de politiek of de academische wereld.<br />
‘Er is geen betere manier om een taal te leren of een cultuur te begrijpen dan erin ondergedompeld te worden. Een tijd studeren op een andere universiteit kan een andere kijk op de studie geven. Dit is academisch erg interessant, inzichten opdoen is immers het doel van elke universitaire studie. Het is ongehoord om deze kansen enkel te bieden aan de beste 20 procent. Die krijgt vaak al meer mogelijkheden voor academische verdieping. Juist de modale student heeft toch voordeel van een buitenlandverblijf. Het Erasmusprogramma is geen vakantie, maar een levensles.’</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-april-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit april 2011.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-excellentie-op-erasmus/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het issue: Een beetje penisnijd mag best</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-een-beetje-penisnijd-mag-best</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-een-beetje-penisnijd-mag-best#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Mar 2011 12:30:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[Het Issue]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=30911</guid>
		<description><![CDATA[In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: werken of thuisblijven
Tekst: Adrianne Tuk en Eva-Marijn de Vries
Illustratie: Joost Dekkers
Vlak na de Tweede Wereldoorlog was 90 procent van de getrouwde vrouwen huisvrouw. Nadat eind jaren zestig vanuit de Verenigde Staten de Tweede Feministische Golf ook ons [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: <strong>werken of thuisblijven</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Adrianne Tuk en Eva-Marijn de Vries<br />
Illustratie: Joost Dekkers</strong></p>
<p>Vlak na de Tweede Wereldoorlog was 90 procent van de getrouwde vrouwen huisvrouw. Nadat eind jaren zestig vanuit de Verenigde Staten de Tweede Feministische Golf ook ons land had bereikt, leek dit te veranderen. Vrouwen werden gestimuleerd voor zichzelf te kiezen in de vorm van een studie en een baan. Hoe vooruitstrevend Nederland soms lijkt, vandaag de dag is slechts 45 procent van de volwassen vrouwen in Nederland economisch zelfstandig, zo blijkt uit de laatste <em>Emancipatiemonitor</em>. Journaliste Elma Drayer wijt dit aan het verwende gedrag van de Nederlandse vrouw. In haar boek <em>Verwende Prinsesjes</em> weerlegt ze elk argument dat door vrouwen wordt aangedragen om niet of parttime te gaan werken. Zo gebruiken moeders hun kinderen als excuus om thuis te blijven en beschouwt ze de keuzevrijheid van vrouwen als overgewaardeerd. Vrouwen willen simpelweg niet zien hoe ze carrière kunnen maken en zijn daar nog trots op ook, stelt Drayer. Moeten vrouwen inderdaad weg achter aanrecht en commode of mogen ze vrij zijn in het maken van de keuze om niet te werken? </p>
<p><strong><br />
Stelling: Niet-werkende vrouwen zijn verwend.</strong></p>
<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/issuemaart2011.jpg"><br />
<strong><br />
Kadertje:</strong><br />
- Joke Kool-Smit gaf in 1967 een nieuwe impuls aan de aandacht voor de achtergestelde positie van de vrouw. In haar essay <em>Het onbehagen van de vrouw</em> verzette ze zich fel tegen de algemeen geaccepteerde rolverdeling tussen mannen en vrouwen.<br />
- In <em>De Volkskrant</em> Top-200 van invloedrijkste Nederlanders van 2010 is onder de 25 hooggeplaatsten slechts een vrouw te vinden. Topvrouw in kwestie is Agnes Jongerius, voorzitter van vakcentrale FNV en nummer zeven op de lijst.<br />
- Volgens de laatste <em>Emancipatiemonitor</em> bedroeg de arbeidsdeelname in 2007 van vrouwen in Nederland 70 procent, tegenover 82 procent van de mannen. Het Europees niveau lag op respectievelijk 58 procent en 73 procent.</p>
<p><strong>Angélique Janssens, docent Economische en Sociale Geschiedenis aan de RU</strong><br />
‘Hoewel de meerderheid van de studenten vrouw is, blijft hun participatie op de arbeidsmarkt achter. De Nederlandse vrouw is daar zelf ook debet aan. Wanneer ze kinderen krijgt, verschuift de focus van werk naar gezin en wil ze niets uit handen geven. gevolg hiervan is dat het grootste deel van de vrouwen niet economisch zelfstandig is, wat inhoudt dat het niet eens in staat is 70 procent van het minimumloon te verdienen. Zo worden hun kinderen blootgesteld aan het reële gevaar van ernstige armoede na een eventuele scheiding.<br />
‘Veel vrouwen zijn bang een slechte moeder te zijn als ze niet iedere dag op het schoolplein staan om hun kinderen op te halen. Blijkbaar vinden ze dat belangrijker dan het risico dat hun kroost in armoede opgroeit en een zeer beperkt toekomstperspectief heeft. Het zijn overigens niet alleen vrouwen met kleine kinderen die parttime werken, maar ook jonge vrouwen zonder kinderen. Dat kun je met recht prinsesjesgedrag noemen.’ </p>
<p><strong>Marike Stellinga, chef Economie van Elsevier en auteur van De Mythe van het glazen plafond </strong><br />
‘Nederlandse vrouwen zijn dol op korte werkweken. Dat komt doordat in Nederland interessant, uitdagend en goedbetaald werk mogelijk is in deeltijd. In andere Europese landen is deeltijdwerk rotwerk: schoonmaken of fabriekswerk. Vrouwen vinden een fulltimebaan niet te belastend, ze werken in deeltijd omdat dat hun ideale werkweek is. Als klassiek feminist noemt Drayer hen lui en verwend. Alle vrouwen zouden moeten werken. Maar wie is zij om dat voor hen te beslissen? Drayer heeft een arrogante air over zich die als het ware uitstraalt: “Wij verlichte vrouwen vertellen jullie gewone vrouwen wel even wat jullie moeten doen”.<br />
‘Vrouwen zijn absoluut niet mislukt als ze weinig uren maken. De vrouw weet precies wat ze wil en het is niet aan de maatschappij of overheid om hen normen op te leggen. Als je er moeite mee hebt dat deze vrouwen te weinig doen met hun, door de maatschappij betaalde, studie, kun je van de studiefinanciering een lening maken. Ook kun je vrouwen minder beschermen door moeders wel sollicitatieplicht op te leggen als ze in de bijstand zitten en door de alimentatieperiode van twaalf jaar te bekorten. Meer dan dat heeft een overheid of Drayer zich niet te bemoeien met in deeltijd werkende vrouwen.’</p>
<p><strong>Esther-Mirjam sent, hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de RU</strong><br />
‘‘“Verwende” prinsesjes is geen juiste betiteling, ik zou ze eerder onbezonnen prinsesjes noemen. Het is verstandig voor vrouwen om economisch zelfstandig te zijn. Daarnaast is het een gemiste kans voor de economie. uit onderzoek blijkt dat diversiteit binnen een bedrijf positieve resultaten oplevert. Daarnaast is het niet of slechts parttime werken een luxe die we ons in de toekomst niet meer kunnen veroorloven door toenemende krapte op de arbeidsmarkt. We zouden moeten streven naar een twee-keer-vier-dagenmodel: de vrouw werkt vier dagen, de man ook.<br />
‘Toch is het begrijpelijk dat vrouwen in deeltijd of helemaal niet te werken. onze cultuur maakt het niet aantrekkelijk om als moeder een fulltimefunctie  te vervullen. Voorbeelden zijn dat we het wel hebben over werkende moeders, maar niet over werkende vaders. Ook kennen we wel een papadag, maar geen mamadag. overblijven in de middagpauze wordt als <em>not done</em> gezien en er wordt bezuinigd op de kinderopvang. Het ouderwetse rollenpatroon zit helaas nog te diep geworteld in de maatschappij. Daarnaast is de mannelijke bedrijfscultuur niet aantrekkelijk voor vrouwen.’</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-maart-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit maart 2011.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/issue/het-issue-een-beetje-penisnijd-mag-best/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

