<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>ANS-Online &#187; Openingsartikel</title>
	<atom:link href="http://www.ans-online.nl/category/opinie/openingsartikel/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.ans-online.nl</link>
	<description>Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad</description>
	<lastBuildDate>Wed, 08 Feb 2012 14:42:24 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.9.2</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Heyendaalse kloof</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/heyendaalse-kloof</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/heyendaalse-kloof#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Feb 2012 17:44:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=41610</guid>
		<description><![CDATA[Met de bezuinigingen op hoger onderwijs in het vooruitzicht is het meer dan ooit noodzakelijk dat iedere student op de juiste plek terechtkomt. Wat kunnen de RU en de HAN gezamenlijk betekenen voor de universitaire uitvallers en ambitieuze hbo&#8217;ers die de oversteek willen maken?
Tekst: Tim Ficheroux en Rik van Hulst
Eind oktober werd pijnlijk duidelijk dat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ruwapen.jpg" class=picleft><em>Met de bezuinigingen op hoger onderwijs in het vooruitzicht is het meer dan ooit noodzakelijk dat iedere student op de juiste plek terechtkomt. <strong>Wat kunnen de RU en de HAN gezamenlijk betekenen voor de universitaire uitvallers en ambitieuze hbo&#8217;ers die de oversteek willen maken?</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Tim Ficheroux en Rik van Hulst</strong></p>
<p>Eind oktober werd pijnlijk duidelijk dat de RU en de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) niet altijd alles goed op elkaar afstemmen. Tot verbazing van beide onderwijsinstellingen bleken de introducties van 2012 in dezelfde week gepland, waardoor de Nijmeegse binnenstad zal worden overspoeld met eerstejaars studenten.<br />
Zeker wanneer een universiteit en hogeschool op nog geen steenworp afstand van elkaar liggen, mag je verwachten dat ze enigszins naar elkaar kijken. Samenwerking tussen wo en hbo kan voor studenten grote voordelen met zich meebrengen. Niet iedere universitaire student past immers binnen het wetenschappelijk onderwijs en op hogescholen lopen uitblinkers rond met academische ambities. Ongeveer een op de acht universitaire studenten valt binnen twee jaar uit, een kwart daarvan maakt de overstap naar het hbo. Anderzijds bezit 12 procent van de universitaire studenten een hbo-bachelor. Door gezamenlijk de oversteek te begeleiden, kunnen instellingen voorkomen dat deze studenten met onnodig oponthoud en dubbel werk worden opgezadeld.<br />
Met de invoering van de langstudeerdersboete, het bindend studieadvies en mogelijke afschaffing van de basisbeurs komen studenten die switchen snel in de problemen. Doorstuderen of een foute studiekeuze kan je hard in de portemonnee treffen. Studenten die van de RU naar de HAN willen verhuizen, of vice versa, kunnen onnodige vertraging niet gebruiken. Hoe zorgen de Nijmeegse universiteit en hogeschool ervoor dat de overstappende student niet tussen wal en schip geraakt? </p>
<p><strong>Het gras is altijd groener</strong><br />
Uit een rondgang langs Nederlandse universiteiten blijkt dat in verschillende steden de samenwerking met hbo’s wordt opgezocht. In 2002 fuseerden de Universiteit van Amsterdam en Hogeschool van Amsterdam op bestuurlijk niveau. Volgens Paul Doop, waarnemend collegevoorzitter van de instellingen, kun je er gezamenlijk voor zorgen dat iedere student op de juiste plek studeert. ‘De drempel om aan een andere instelling vakken te behalen moet worden weggenomen.’ Ook wil Doop de doorstroom tussen universiteit en hogeschool soepeler laten verlopen. Zo bieden de instellingen speciaal voor studenten die in het eerste jaar afhaken een heroriëntatietraject aan, een vijf maanden durend programma met tien uur studiekeuzebegeleiding per week.<br />
In Enschede hebben de Universiteit Twente en Hogeschool Saxion samen de werkgroep ‘Wisselstroom’ opgericht. Vertegenwoordigers van deze instellingen proberen de doorstroom in beide richtingen in kaart te brengen en te versoepelen. Vorig jaar organiseerde de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) een bijeenkomst voor haar studieadviseurs en die van hogescholen in de regio. ‘Het is belangrijk om studenten te wijzen op verwante opleidingen van een ander niveau. Door studieadviseurs van verschillende instellingen met elkaar in contact te brengen, weten ze beter welke mogelijkheden er zijn,’ aldus Ronald van den Bos, beleidsmedewerker aan de EUR. </p>
<p><strong>Nijmeegs samenspel</strong><br />
Concrete voorbeelden van samenwerking tussen de RU en de HAN vinden voornamelijk op het niveau van faculteiten en opleidingen plaats. Sinds 2009 bieden de instellingen gezamenlijk de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs aan, waarin studenten zowel praktijkgericht als<br />
wetenschappelijk onderwijs krijgen. Ook biedt de HAN een gezondheidszorgopleiding aan waarbij intensief wordt samengewerkt met het Universitair Medisch Centrum (UMC) St. Radboud. In de eerste twee jaar van de opleiding lopen hbo’ers stage in het UMC, daarna volgen ze ook universitair onderwijs.<br />
Het voordeel van deze gecombineerde opleidingen is volgens Ron Bormans, bestuursvoorzitter van de HAN, dat er geen mensen buiten de boot vallen. Grootschalig en structureel bestuurlijk overleg, zoals in Amsterdam, ziet Bormans niet zitten. Hij denkt dat samenwerking het beste tot stand komt op facultair- of opleidingsniveau. ‘Als de hoogleraren aan de RU en onze lectoren en docenten samenwerking niet zien zitten, zullen gezamenlijke projecten niet ontstaan.’ </p>
<p><strong>Selectief schakelen</strong><br />
Net als de HAN ziet onze alma mater geen heil in verregaande samenwerking. Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU, zegt dat de relatie tussen de instellingen goed is: ‘Het halfjaarlijks overleg verloopt prima, maar zowel de RU als de HAN heeft een eigen doelstelling en agenda.’ Hij laat verder niet veel los over de visie van de RU: ‘Hbo’ers die geschikt zijn voor een universitaire studie zijn van harte welkom. Omdat een hbo-diploma echter geen garantie is voor een succesvolle master aan de universiteit stelt de RU voorwaarden aan de inschrijving en biedt ze net als andere instellingen pre-masterprogramma’s aan. Daarmee voorkomen we onnodige studie-uitval.’<br />
Op verschillende hogescholen in Nederland worden ‘ingedaalde’ schakelprogramma’s aangeboden. Excellente hbo’ers krijgen de kans om minoren in te vullen met vakken uit een universitaire pre-master, waardoor ze beter voorbereid aan een universitaire master kunnen beginnen. Ook de HAN en de RU bieden soortgelijke trajecten aan. Hoewel Bormans daar graag intensievere samenwerking en duidelijkere afspraken ziet, merkt hij dat de RU terughoudender wordt en hogere toelatingseisen wil stellen aan de schakelprogramma’s.<br />
Het College van Bestuur van de RU lijkt tevreden met de huidige samenwerking, terwijl Bormans duidelijke punten voor verbetering ziet. ‘Over de voorlichting aan uitvallende studenten en schakelprogramma’s kun je allerlei afspraken maken. Het onderwijssysteem hoort niet oneindig selectief te zijn, maar moet toegankelijk blijven.’ </p>
<p>Door de aankomende maatregelen is het meer dan ooit van belang om de nog niet uitgeleerde hbo’er vloeiend een academische master in te leiden. Voor de student die zich op de universiteit niet thuis voelt, zal de weg naar het hbo makkelijk vindbaar moeten zijn. Intensievere samenwerking tussen RU en HAN kan daarbij van meerwaarde zijn. Door bijvoorbeeld studieadviseurs wederzijds informatie te laten delen en knelpunten in de doorstroom in kaart te brengen, kan voorkomen worden dat de overstappende student dubbel werk doet. In het Nijmeegse hoger onderwijs komt dit helaas nog niet van de grond zoals in andere steden.</p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-februari-2012">hier</a> voor de andere artikelen uit de februari-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/heyendaalse-kloof/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De beste wensen</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/de-beste-wensen</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/de-beste-wensen#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 Jan 2012 09:50:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>
		<category><![CDATA[goede voornemens]]></category>
		<category><![CDATA[RU]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=40771</guid>
		<description><![CDATA[ANS bepleit geen vermindering van de alcoholinname, noch een strikt sportschema om de kerstkalkoen eraf te trainen. Onze beste wensen voor 2012 gaan uit naar de RU.Graag helpen we onze alma mater met het formuleren van enkele goede voornemens.
Tekst: Erik van Rein en Jozien Wijkhuijs
1. Kies ter opvolging van De Wijkerslooth geen oude, grijze man
Naast [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ruwapen.jpg" class=picleft><em>ANS bepleit geen vermindering van de alcoholinname, noch een strikt sportschema om de kerstkalkoen eraf te trainen. <strong>Onze beste wensen voor 2012 gaan uit naar de RU.</strong>Graag helpen we onze alma mater met het formuleren van enkele goede voornemens.</em></p>
<p><strong>Tekst: Erik van Rein en Jozien Wijkhuijs</strong></p>
<p><strong>1. Kies ter opvolging van De Wijkerslooth geen oude, grijze man</strong><br />
Naast rector magnificus Bas Kortmann bezetten voorzitter Roelof de Wijkerslooth de Weerdesteyn en vice-voorzitter Anton Franken het Radboudpluche. Zij zijn de grijze Grote Drie van de RU. De Wijkerslooth vertrekt in juni 2012 en er wordt al druk gespeculeerd over zijn opvolging. Er is echter nog niets bekend over de keuze. Eerder circuleerde het gerucht dat Guusje ter Horst, oud-burgemeester van Nijmegen, zou terugkeren naar de Keizerstad om de vrijkomende plaats van De Wijkerslooth op te vullen. Dit zou een goede keuze zijn.<br />
Een bestuurlijk orgaan moet haar achterban representeren. Vrouwelijke studenten zijn al jarenlang in de meerderheid. Het aantal vrouwen in hoge functies binnen de academische wereld blijft daarbij achter, eind 2010 was slechts een krappe 17 procent van de hoogleraren vrouw. Keuzes die mensen maken worden wel degelijk beïnvloed door gender en daarom hebben besturen baat bij diversiteit. Het is dan ook verwonderlijk dat in de kringen waar de Nijmeegse universitaire beleidslijnen worden uitgezet nooit een vrouw te vinden was. Meerdere universiteiten in Nederland kennen inmiddels een vrouwelijke voorzitter van het CvB en aan de Universiteit van Amsterdam zetelt een heuse rector magnifica.<br />
Ook kan de studenten- en medewerkerspopulatie beter afgespiegeld worden door te kiezen voor een jonger persoon. Die vindt meer aansluiting bij de jongste academici en heeft een andere kijk op zaken als internet en sociale media, maar ook op de praktijk van het studeren. Juist problemen op die gebieden kunnen worden opgelost met meer diversiteit aan de top. </p>
<p><strong>2. Verruim de openingstijden van de UB</strong><br />
In haar beleidsplan voor de periode 2010-2013 stelt de Universiteitsbibliotheek (UB) onder meer het volgende doel: ‘Streven naar een zo ruim mogelijke openstelling van bibliotheekruimtes en ontwikkeling van beleid voor de openingstijden van verschillende locaties.’ De jongste maatregel van de UB is het beschikbaar stellen van de studieruimtes op vrijdagen tot 22.00 uur, maar alleen in tentamenperiodes. Ook De Verdieping is dan toegankelijk. Daarnaast zal het op verschillende feestdagen mogelijk zijn om in de bibliotheek te studeren.<br />
Voordat er verdere maatregelen worden genomen, wordt onderzocht of studenten wel op een later tijdstip in de UB willen zitten en of er financiële middelen voor zijn. Met de huidige openingstijden blijft de RU achter. Uit een rondgang blijkt dat bijna geen enkele universiteitsbibliotheek haar deuren eerder sluit dan de Nijmeegse evenknie. Alleen de studievoorzieningen van de Vrije Universiteit sluiten om 19.00 uur. In Amsterdam studeren velen echter in de Openbare Bibliotheek, die wel tot laat in de avond open is. De Universiteit Utrecht stelt in tentamenperiodes studieruimtes open tot 1.00 uur en ook in andere steden is het gebruikelijk om de openstelling aan het einde van een periode flink te verruimen. De RU moet hier een voorbeeld aan nemen.<br />
Zolang de capaciteit niet wordt uitgebreid, vraagt de groeiende studentenpopulatie van de RU om passende maatregelen. Studenten die de drukte willen vermijden, moeten op een later tijdstip in de UB terecht kunnen. Bovendien zijn veel studenten avondmensen, zo werd onlangs duidelijk uit Gronings onderzoek. De twee uurtjes extra op slechts enkele vrijdagen in het jaar tonen weinig ambitie om de zelf gestelde doelen echt waar te maken. De UB moet af van haar voorzichtige houding en haar deuren open gooien. </p>
<p><strong>3. Schep duidelijkheid over de invoering van de harde knip</strong><br />
Aan het begin van het collegejaar 2012-2013 wordt er in Nederland een formele harde knip ingevoerd. Dit betekent dat studenten niet aan hun master mogen beginnen als de bachelorfase niet volledig is afgerond. De RU laat faculteiten vrij om voor zachtere maatregelen te kiezen middels de materiële strenge knip. Daarmee krijgen studenten toegang tot het masteronderwijs, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. De bachelorthesis moet bijvoorbeeld altijd zijn afgerond en de student mag maar een minimaal aantal punten hebben openstaan. Om vervolgens deel te nemen aan de afsluitende tentamens, moet de deelnemer wel een bachelordiploma op zak hebben. Als een faculteit kiest voor de variant waarbij de deelname aan tentamens verboden wordt zonder een afgeronde bachelor, krijgt de student een overgangsregeling van maximaal een jaar. Zeker in combinatie met de andere ingrepen in hoger onderwijsland zal de maatregel verstrekkende gevolgen hebben. Studenten dienen hier tijdig over ingelicht te worden door de universiteit.<br />
Omdat het CvB de faculteiten vrij laat om te beslissen welke ‘knip’ er daadwerkelijk komt, laat een definitief besluit te lang op zich wachten. Eind oktober 2011 verstuurde het CvB al een brief naar de decanen, waarin zij opriep om op korte termijn te laten weten voor welke ‘knip’ de faculteit kiest. Hier mag een onderwijsinstituut niet laks mee omspringen en de faculteiten zullen samen met het CvB op zeer korte termijn meer informatie moeten verschaffen over de invoering van de harde knip. Doen ze dit niet, nemen ze het risico dat studenten hierdoor in grote problemen komen.</p>
<p><strong>4. Zorg ervoor dat fulltime besturen in Nijmegen mogelijk blijft</strong><br />
Vanwege de welbekende langstudeerdersboete wordt het voor studenten erg moeilijk om een volledige bestuursfunctie te kunnen vervullen. Er gloort echter hoop aan de horizon. Door een wetsvoorstel van kabinetspartij VVD en D66 wordt het toch mogelijk om een jaar te stoppen met studeren, geen collegegeld te betalen en je in te zetten voor het academische klimaat.<br />
Althans, dat is mogelijk aan andere universiteiten. De RU weigert mee te gaan in het plan omdat zij van mening is dat studenten zich moeten verbreden naast de studie in plaats van een jaar te stoppen met studeren. Het beeld dat de RU heeft van studentbestuurders is een utopie. Het CvB ziet een student als iemand met een onuitputtelijke bron van energie en tijd, die tegelijkertijd in de collegezaal en op kantoor kan zitten. Dit is teveel gevraagd. De huidige besturen hebben nu al moeite met het vinden van opvolging, de angst voor studievertraging is vanwege alle maatregelen groot. Nijmegen heeft een rijke studentencultuur. Hier moet een universiteit trots op zijn en dat kan worden geuit met een fatsoenlijke regeling voor de voltijd studentbestuurder.<br />
Het lag in de lijn der verwachting dat de Universitaire Studentenraad (USR) op zou komen voor de belangen van studenten. De studentenvertegenwoordiging stemde echter in met een slap compromis waarbij nog steeds fulltime beurzen worden verstrekt, maar alleen als de student in kwestie achttien studiepunten behaalt tijdens het bestuursjaar. Dit voert de druk op studentbestuurders onnodig hoog op. Een voltijds bestuursfunctie vergt alle tijd en aandacht van de student. Het is zeer leerzaam om jezelf een jaar lang volledig te richten op het aanleren van andere competenties en dit draagt alleen maar bij aan de kwaliteit van de RU-studenten. Daarnaast maken een handjevol fulltimers het voor een grote groep parttimers mogelijk bestuurstaken te vervullen. Het zou goed zijn als de RU haar besluit herevalueert. Anders zouden de komende jaren weleens de doodssteek kunnen zijn voor het actieve studentenleven in Nijmegen.</p>
<p><strong>5. Wees transparanter naar de buitenwereld</strong><br />
Weinig van wat er aan de RU gebeurt, is reden tot zorg voor de politiek. Het enige feit waarmee ‘we’ Den Haag wel bereikt hebben, was het censuurschandaal rond <em>Vox</em>. Hierover zijn meermaals Kamervragen gesteld en nog steeds is de discussie gaande. In het verleden zijn er meerdere voorvallen geweest waarbij de RU probeerde kritisch drukwerk tegen te houden. Inmiddels pleit SP-Kamerlid Jasper van Dijk, mede vanwege <em>Vox</em>, voor het wettelijk beschermen van universiteitsmedia. Het is jammer dat het zover heeft moeten komen. Een moderne universiteit moet openstaan voor de verschillende geluiden en meningen binnen haar instituut. Een goed universiteitsmedium maakt discussie over onderwijs, onderzoek en bestuurlijke zaken mogelijk en is geen spreekbuis van de universiteit. Ook een website als wijlen Voxlog draagt hier aan bij. Dat de universiteit bij monde van oud-woordvoerder Hooglugt meent dat Twitter een zeer gevaarlijk medium is, maakt de situatie er niet beter op.<br />
Niet alleen de kwestie-<em>Vox</em> doet de RU overkomen als een gesloten bolwerk. In november berispte de universiteit hoogleraar Roos Vonk, die betrokken was bij het onderzoek naar hufterigheid van vleeseters met de inmiddels beruchte Diederik Stapel. Waar het onderzoek naar Stapel door de Tilburgse commissie-Levelt openbaar werd gemaakt, liet de RU iedere vorm van transparantie na. Het onderzoek naar Vonk werd onder de pet gehouden. In de academische wereld, waar openbaarheid centraal staat, is dit een uiterst vreemde manier van handelen.<br />
Tevens zorgt de krampachtige houding van de RU ervoor dat in de maatschappij het beeld van een ivoren toren ontstaat. De pogingen het imago van onze academie te beschermen werken averechts en inmiddels staat de RU ook wel bekend als ‘censuuruniversiteit’. Het nieuwe jaar is een goed moment om met deze geschiedenis te breken. RU, open U!</p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-januari-2012">hier</a> voor de andere artikelen in de januari-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/de-beste-wensen/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Studiebegeleiding onder de loep</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/studiebegeleiding-onder-de-loep</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/studiebegeleiding-onder-de-loep#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 01 Dec 2011 15:45:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>
		<category><![CDATA[RU]]></category>
		<category><![CDATA[studieadviseurs]]></category>
		<category><![CDATA[studiebegeleiding]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=39467</guid>
		<description><![CDATA[De studieadviseur is voor veel studenten een belangrijke schakel in hun studie, maar functioneert lang niet altijd naar wens. Beoordelingsmomenten van de begeleider zijn echter schaars. Vinden klachten van studenten hun weg naar de studieadviseur?
Tekst: Adrianne Tuk en Daryo Verouden
Klachten over studieadviseurs op de RU zijn geen zeldzaamheid. Het commentaar wordt echter in de meeste [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ruwapen.jpg" class=picleft><em>De studieadviseur is voor veel studenten een belangrijke schakel in hun studie, maar functioneert lang niet altijd naar wens. Beoordelingsmomenten van de begeleider zijn echter schaars. <strong>Vinden klachten van studenten hun weg naar de studieadviseur?</strong></em></p>
<p><strong>Tekst: Adrianne Tuk en Daryo Verouden</strong></p>
<p>Klachten over studieadviseurs op de RU zijn geen zeldzaamheid. Het commentaar wordt echter in de meeste gevallen slechts in de koffiepauze uitgewisseld. De studieadviseur zelf loopt op deze manier klachten mis die wel gehoord moeten worden. Waar docenten worden geëvalueerd na elke cursus, wordt het functioneren van de studieadviseur slechts een keer in de vier jaar beoordeeld door de student. Dat is vreemd, aangezien het voor de student belangrijk is om naast colleges van goede kwaliteit begeleiding op niveau te krijgen. Door maatregelen als de langstudeerdersboete, de harde knip en het Bindend Studieadvies zal de student meer dan ooit moeten letten op zijn houding en voortgang. Begeleiding bij het studeren krijgt een grotere rol, waardoor een grondige evaluatie van de studiebegeleider nog noodzakelijker wordt. Het maken van goede reflecties zorgt voor aanknopingspunten waarmee de studieadviseur zichzelf waar nodig kan verbeteren. De student lijkt vooralsnog geen grote rol van betekenis te spelen in het evaluatieproces. Wordt de studieadviseur geëvalueerd en op welke manier worden studenten daarbij betrokken? </p>
<p><strong>Evaluatiemogelijkheden</strong><br />
De studieadviseurs gaan meerdere malen per jaar met elkaar in beraad. Tijdens deze gesprekken wordt de nodige kennis over nieuwe maatregelen uitgewisseld en krijgt de adviseur van collega’s feedback op zijn functioneren. Tevens heeft de studentbegeleider jaarlijks een functioneringsgesprek met de onderwijsdirecteur. Ook studenten hebben de mogelijkheid om hun stem te laten horen over de studiebegeleiding. Zo komt de evaluatie van de studieadviseurs eens in de vier jaar aan bod in de Algemene Studentenenquête (ASE). Opleidingen krijgen een analyse van de resultaten gepresenteerd. Op basis daarvan kunnen zij werken aan verbetering van de studiebegeleiding. Daarnaast kan de student terecht bij de Opleidingscommissie (OLC). Deze heeft als taak de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. Zij fungeert als aanspreekpunt voor de student om eventuele onvrede te uiten over de studieadviseur. Het College van Bestuur (CvB) ziet tevens de Facultaire Studentenraad (FSR) als aanspreekpunt, vertelt Martijn Gerritsen, de woordvoerder van het CvB. Daarnaast kan de student ook zijn beklag doen bij de studentdecaan of Dienst Studentenzaken. Het hanteren van zoveel verschillende instanties zorgt echter voor onduidelijkheid en vergroot de kans dat een klacht niet op de juiste plek terecht komt. </p>
<p><strong>Geen representatief beeld </strong><br />
Uit de resultaten van de ASE van 2010 blijkt dat ruim de helft van de respondenten in het voorafgaande studiejaar contact heeft gehad met de studieadviseur. Het oordeel over de ondersteuning door de studieadviseur varieert per begeleidingsonderdeel. Van de studenten die in de enquête hadden aangegeven dat zij een teruglopende interesse hadden in hun studie, was 19 procent ontevreden over de geboden hulp. Maar liefst 23 procent van de studenten was niet naar tevredenheid geholpen met vragen over studeren in het buitenland. De ASE is een geschikt instrument om signalen van studenten op te vangen, maar hij werd tot nu toe te weinig ingezet. De studieadviseurs van de faculteit Rechtsgeleerdheid beamen dit en vinden dat de ASE vaker moet ingaan op de studiebegeleiding: ‘Als wij in de tussentijd nieuwe maatregelen invoeren, willen we graag weten of deze effect hebben. Elke twee jaar een uitvoerige enquête houden zou daarom veel beter zijn.’ De RU heeft besloten dat de tevredenheid over studieadviseurs vanaf 2012 om de twee jaar aan bod zal komen in de ASE. De resultaten van de ASE tonen aan dat er ontevredenheid heerst, maar het lijkt erop dat studenten niet goed weten wat ze met hun bezwaren moeten doen. Over het algemeen komen er weinig op- of aanmerkingen binnen bij de Opleidingscommissies. De OLC van Rechtsgeleerdheid krijgt slechts af en toe een klacht binnen. ‘We ervaren echter dat een gedeelte van de studenten ons niet kan vinden, of niet beseft dat ze voor dit soort klachten ook bij ons terecht kan,’ vertelt Bas van den Broek, vice-voorzitter van de studentleden van de OLC Rechtsgeleerdheid. </p>
<p><strong>Verandering op komst </strong><br />
Uit een rondvraag onder de studieadviseurs blijkt dat de meerderheid verwacht dat de werkdruk toeneemt. Een verhoogde werklast kan de kwaliteit van begeleiding schaden. Dat moet worden voorkomen. De Universitaire Studentenraad (USR) is zich bewust van de noodzaak om de studieadviseur te evalueren en heeft besloten een taskforce op te zetten waarin zij gaat inventariseren hoe er universiteitsbreed wordt gedacht over de studentbegeleiding. Loeke Salemans, voorzitter van de USR, vertelt dat zij in samenwerking met de Facultaire Studentenraden gaat kijken waar de punten van verbetering liggen. Met behulp van een enquête zal de tevredenheid onder studenten omtrent dit onderwerp worden gepolst. Conny Mooren, studieadviseur master Biologie en Medische Biologie, vindt het een goed idee om studenten te betrekken in de evaluatie van studiebegeleiding: ‘Ik heb eenmaal per jaar een functioneringsgesprek, maar natuurlijk hoor ik dan niet hoe studenten over mij denken. Dit lijkt me de meest belangrijke groep die iets over mij kan zeggen.’ </p>
<p>Studenten zijn een onmisbare factor in een kwalitatieve evaluatie van studiebegeleiding. Zorgwekkend is dat zij niet voldoende  betrokken worden bij deze kwestie. Het is voor studenten moeilijk te bepalen waar zij met hun klachten terecht kunnen. Meer duidelijkheid hierover is essentieel. Studenten hebben niet de mogelijkheid hun studieadviseur op adequate wijze te evalueren. Verbetering daarvan is, zeker met het oog op de toenemende werkdruk onder studieadviseurs, noodzakelijk. </p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-december-2011">hier</a> voor de andere artikelen uit de december-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/studiebegeleiding-onder-de-loep/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kiezen is korten</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/kiezen-is-korten-2</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/kiezen-is-korten-2#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Nov 2011 14:11:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=38165</guid>
		<description><![CDATA[De RU wordt flink geraakt door de bezuinigingen op het hoger onderwijs. Naar schatting moet jaarlijks 21 miljoen euro worden bespaard. Waar vallen de hardste klappen en gaat de student hier veel van merken?
Tekst: Mickey Steijaert en Laura van de Vet
De keiharde bezuinigingen op het hoger onderwijs hebben zoals bekend grote gevolgen. Staatssecretaris Zijlstra van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ruwapen.jpg" class=picleft><em>De RU wordt flink geraakt door de bezuinigingen op het hoger onderwijs. <strong>Naar schatting moet jaarlijks 21 miljoen euro worden bespaard.</strong> Waar vallen de hardste klappen en gaat de student hier veel van merken?</em></p>
<p><strong>Tekst: Mickey Steijaert en Laura van de Vet</strong></p>
<p>De keiharde bezuinigingen op het hoger onderwijs hebben zoals bekend grote gevolgen. Staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het niet alleen voorzien op de portemonnee van de student, ook universiteiten moeten eraan geloven. Voor de RU betekent dit een tekort van 21 miljoen euro op de begroting. Het College van Bestuur (CvB) schreef in een brief aan de decanen en directeuren wat zijn belangrijkste uitgangspunten zijn bij het opvullen van dit financiële gat. Onderzoek en onderwijs zullen zo veel mogelijk worden ontzien. Tevens zullen er geen gedwongen ontslagen vallen.<br />
Het totale tekort zal moeten worden opgevuld door drie pakketten van 7 miljoen euro. Een van deze delen beslaat reeds vrijgemaakte middelen die eigenlijk bedoeld waren voor investeringen in het onderwijs. De tweede 7 miljoen was al gereserveerd voor het opvangen van financiële tegenvallers. Door een ‘verbeterde bedrijfsvoering en striktere budgetdiscipline’ is dit niet langer nodig, aldus de beleidsbrief. Het laatste pakket bestaat uit directe bezuinigingen, onder andere op facilitaire diensten. Het uitknijpen van randzaken ten behoeve van onderwijs en onderzoek lijkt een goed besluit, maar in hoeverre wordt onderwijs daadwerkelijk gespaard? </p>
<p><strong>Geen koekjes bij de koffie</strong><br />
Het Facilitair Bedrijf moet er flink aan geloven. Naast het explosief stijgen van de parkeertarieven moet de catering zelfvoorzienend worden. Dit betekent een bezuiniging van 567 duizend euro op het budget van De Refter. ‘Per 1 januari is het klaar met de gratis koekjes en chocolade bij vergaderingen, wat al snel tienduizenden euro’s per jaar scheelt,’ aldus manager retail en catering Anton van Looyengoed. Daarnaast zal het basismenu in De Refter vanaf januari 5 euro gaan kosten. Deze prijs geldt voor iedereen, de studentenkorting zal komen te vervallen.<br />
Een nog ingrijpendere bezuiniging wordt gedaan bij het Academisch Schrijfcentrum Nijmegen (ASN). De subsidie, die het ASN sinds haar oprichting in 2004 van de RU ontvangt, zal met ingang van januari 2013 volledig worden stopgezet. Joy de Jong, coördinator van het ASN, heeft echter goede hoop dat het instituut in een andere vorm binnen de faculteiten voort kan blijven bestaan. ‘Er zal een werkgroep worden opgericht die kijkt hoe we onze financiering moeten vormgeven. Het CvB is van mening dat de faculteiten de taak van het schrijfcentrum op zich kunnen nemen, zij moeten immers inspelen op de behoefte van de student naar hulp bij het schrijven.’ En die behoefte is er. Het ASN begeleidt meer dan zevenhonderd studenten bij onder meer hun scriptie en voert daarvoor tweeduizend individuele gesprekken per jaar. Deze sessies zullen waarschijnlijk komen te vervallen en plaatsmaken voor groepslessen. Daarnaast bestaat de kans dat de begeleiding niet meer gratis zal zijn. </p>
<p><strong>Onderwijs onder druk</strong><br />
Deze zware bezuinigingen op faciliteiten komen voort uit een hoger doel dat het CvB tracht te bewerkstelligen. Het gaat er prat op dat de RU als een van de weinige universiteiten niet bezuinigt op onderwijs. De onderwijskwaliteit is echter ook in Nijmegen zonder meer in het geding. Dit wordt beaamd door Anna van der Vleuten, vice-decaan onderwijs van de Faculteit der Managementwetenschappen. ‘De universiteit wil hetzelfde als de overheid: de kwaliteit moet worden verbeterd zonder een cent extra vrij te maken. De druk op de onderwijsinstellingen wordt zo wel erg hoog.’ De aangeboden contacturen en de slagingspercentages moeten omhoog, zo eist het CvB van de faculteiten. Voldoen ze niet aan deze eisen, dan worden ze alsnog slachtoffer van bezuinigingsmaatregelen. ‘Het College suggereert dat het gevoerde beleid van de faculteiten beter kan. Je kunt echter onmogelijk eisen dat de docenten, die nu al aan hun plafond zitten, nog harder moeten werken,’ aldus Van der Vleuten.<br />
De onderwijsdirecteur van de Faculteit der Letteren, Odin Dekkers, is het hier roerend mee eens. ‘Als docenten nog zwaarder worden belast, zal dat een negatief effect hebben op zowel de betrokken studenten als de rest van de onderwijsomgeving. Bovendien is het maar de vraag of het verhogen van het aantal contacturen automatisch tot beter onderwijs zal leiden.’<br />
Het aantal studenten op de RU neemt al jaren gestaag toe. Dit betekent dat evenveel docenten met dezelfde middelen meer studenten moeten onderwijzen. De 7 miljoen euro die dit probleem hadden kunnen opvangen verdwijnt nu in de bezuinigingenpot. ‘Daarom wordt de facto wel bezuinigd op onderwijs,’ stelt Van der Vleuten. </p>
<p><strong>Keuzes maken</strong><br />
Ondanks dit alles acht Martijn Gerritsen, de kersverse woordvoerder van het CvB, het sparen van het onderwijs een haalbare doelstelling. ‘Bezuinigen betekent keuzes maken. Uiteindelijk zijn arbeidsplaatsen in onderzoek en onderwijs belangrijker dan dat mensen iets meer moeten betalen voor kroketten, broodjes of parkeren.’<br />
In december zal de universiteit de begroting voor 2012 naar buiten brengen. Deze zal in januari door de gezamenlijke vergadering van het CvB, de Ondernemingsraad en Universitaire Studentenraad besproken worden.<br />
Waar andere universiteiten zich genoodzaakt zien ook onderwijs aan te pakken, zal de RU dit waar mogelijk vermijden. De bezuinigingen op voorzieningen als de Refter zijn vervelend, maar begrijpelijk en onvermijdelijk. In dit licht bezien dient de RU als voorbeeld voor andere universiteiten.<br />
De werkelijkheid is echter negatiever dan het College de studenten voorspiegelt. Er is wel degelijk sprake van aantasting van het onderwijs en de korting op een succesvolle instantie als het ASN is een aderlating voor het academisch klimaat. Het achterliggende idee van het CvB is goed, maar uit de definitieve begroting moet blijken of het onderwijs echt wordt gespaard. </p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-november-2011">hier</a> voor alle artikelen uit de november-ANS</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/kiezen-is-korten-2/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wetenschappelijke wedloop</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/wetenschappelijke-wedloop</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/wetenschappelijke-wedloop#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 14:28:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=37103</guid>
		<description><![CDATA[Onderzoekers moeten aan de lopende band wetenschappelijke artikelen fabriceren. Dit eist zijn tol van de kwaliteit, vorm en zelfs correctheid van publicaties. Hoe manifesteert deze druk zich in de wetenschappelijke wereld?
Tekst: Joeri Pisart en Inge Widdershoven
Onlangs zonk Roos Vonk in een zee van kritiek. De hoogleraar aan de RU had haar naam verbonden aan een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ruwapen.jpg" class=picleft><em>Onderzoekers moeten aan de lopende band wetenschappelijke artikelen fabriceren. Dit eist zijn tol van de kwaliteit, vorm en zelfs correctheid van publicaties. Hoe manifesteert deze druk zich in de wetenschappelijke wereld?</em></p>
<p><strong>Tekst: Joeri Pisart en Inge Widdershoven</strong></p>
<p>Onlangs zonk Roos Vonk in een zee van kritiek. De hoogleraar aan de RU had haar naam verbonden aan een onderzoek naar het gedrag van vleeseters waar ze zelf nauwelijks bij was betrokken. De Tilburgse hoofdonderzoeker Diederik Stapel werd op non-actief gesteld wegens mogelijke fraude, hij zou data hebben verzonnen. Vonk distantieerde zich van het vleesonderzoek. Ze heeft zich wellicht niet schuldig gemaakt aan fraude, wel heeft ze koppig haar controlerende functie genegeerd waardoor Stapels bedrog met haar in verband kan worden gebracht. Beide wetenschappers noemden publicatiedruk als excuus.<br />
Toegegeven, de druk op onderzoekers om te publiceren is zwaar. Niet alleen prestige, ook het loonstrookje is hier onlosmakelijk mee verbonden. Het aantal publicaties is bepalend voor het salaris en de beoordeling in functioneringsgesprekken. Zo lang een wetenschapper in zo veel mogelijk toonaangevende tijdschriften verschijnt, is er weinig te vrezen. Wanneer de stroom aan publicaties echter afzwakt, wordt het tijd om op de nagels te bijten. De druk kan zo hoog oplopen dat zelfs gerenommeerde onderzoekers in de verleiding komen bevestigende data te verzinnen of zich met minimaal aandeel auteur te noemen.<br />
Op de RU wordt bij sommige faculteiten gewerkt met een puntensysteem. Van onderzoekers wordt verwacht dat ze jaarlijks een bepaald aantal punten binnentikken. De spelregels zijn duidelijk. Met een artikel in een toonaangevend tijdschrift is een hoge score te  verdienen. Met een hoofdstuk voor een boek krijgt de schrijver slechts een half puntje toebedeeld. Daarnaast verdient de hoofdonderzoeker logischerwijs meer dan zijn vijftiende hulpje. Er zijn kleine verschillen tussen de faculteiten: zo telt de publicatie in een boek bij Filosofie bijvoorbeeld zwaarder dan elders. </p>
<p><strong>Kwantiteit boven kwaliteit</strong><br />
Als men wordt afgerekend op basis van het aantal publicaties, is het begrijpelijk dat onderzoekers kwantiteit voorop stellen. Binnen de Rechtsgeleerdheid wordt er daardoor vooral erg veel van hetzelfde gepubliceerd, aldus Raymond Schlössels, voorzitter van het Onderzoekcentrum Staat en Recht. Wetenschappers geven steeds een iets andere draai aan een voor hen vertrouwd onderwerp.<br />
Een andere smokkelmethode, veel toegepast in de Natuurwetenschappen, is die van de <em>smallest publishable units</em>. De conclusies van een afgerond onderzoek worden in zo veel mogelijk artikelen opgesplitst, opdat de auteur meer publicaties bemachtigt.<br />
Terwijl de kwantiteit wordt opgerekt, moet de kwaliteit eraan geloven. Investerende bedrijven willen vaak snel resultaten zien, startklaar voor implementatie in de praktijk. Het onderwerp en de vorm van het onderzoek worden daarmee nadelig beïnvloed door de externe financiers. Prof. dr. Gerard Martens van het Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences ziet dit met lede ogen aan. ‘Inmiddels is er minder ruimte voor innovatief en fundamenteel onderzoek. Het kost jaren om vernieuwende experimenten op te zetten. Bedrijven zijn niet bereid daarop te wachten.’ </p>
<p><strong>Bureaucratisch bedelen</strong><br />
Onderzoek wordt niet alleen gefinancierd door het bedrijfsleven. De grootste geldstroom vloeit voort uit publieke organisaties als de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Wil onderzoek in aanmerking komen voor dit geld, dan moet het binnen een van de geformuleerde hoofdthema’s passen. Interdisciplinair en maatschappelijke relevantie zijn daar kernwoorden. Schlössels snapt dat de wetenschap zich tegenover de samenleving moet verantwoorden. ‘Louter academische luchtfietserij en theoretisch geneuzel doen de maatschappij tekort.’ De eisen die de NWO stelt zijn echter een doodsteek voor onderzoeken omwille van de wetenschap en binnen een enkele discipline, zoals de klassieke Rechtsgeleerdheid.<br />
Daarnaast stelt de NWO hoge eisen aan ingediende onderzoeksvoorstellen, waardoor wetenschappers soms meer tijd kwijt zijn aan bureaucratische rompslomp dan aan daadwerkelijk onderzoek. Academici kennen ook vaker grote maatschappelijke beloftes toe aan hun doelstellingen in het onderzoek. Deze verdwijnen echter vaak naar de achtergrond als het onderzoeksbudget binnen is, zo constateert Laurens Hessels, medewerker aan het Rathenau Instituut voor wetenschappelijk debat. Strenge criteria vanuit de NWO zijn bedoeld om onderzoekers scherp te houden, maar leveren vaak weinig meer op dan extra papierwerk.<br />
Naast verlangens van bedrijven en subsidieverstrekkers speelt ook de voorkeur van wetenschappelijke tijdschriften een rol. Het is vanzelfsprekend dat baanbrekend onderzoek gemakkelijk wordt geplaatst. Negatieve artikelen waarin bestaande theorieën worden afgezwakt, genereren minder aandacht. Voor de wetenschap als geheel is het echter bijzonder schadelijk dat die niet worden gepubliceerd, stelt ook Luca Consoli, universitair docent Wetenschap en Samenleving aan de RU. Op deze manier worden wetenschappers namelijk gestimuleerd om slechts zelfbevestigend te werken. </p>
<p><strong>Onderwijsspagaat</strong><br />
Meer dan eens wordt het vormen van kritische geesten de hoofdtaak van de universiteit genoemd. De meeste onderzoekers zijn dan ook verplicht onderwijs te geven. Op internationale ranglijsten wordt echter vaak niet gekeken naar de kwaliteit van opleidingen, maar met name naar de hoeveelheid publicaties van de instelling. Ook intern wordt onderwijs minder gewaardeerd dan onderzoek, hoogleraren worden immers benoemd op basis van prestaties binnen onderzoek. Bij lagere productie van publicaties wordt men dan ook sneller op de vingers getikt dan bij matig onderwijs. Academici kiezen eieren voor hun geld. Dat resulteert in meer publicaties ten koste van gedegen en fatsoenlijk onderwijs. </p>
<p>Terwijl in de verte onderwijs om aandacht schreeuwt, is de goedwillende onderzoeker reeds slachtoffer van getouwtrek uit allerlei hoeken. Subsidieverstrekkers, bedrijven en wetenschappelijke tijdschriften formuleren voor de wetenschap schadelijke verlangens. Daarmee is dit systeem desastreus voor academische vrijheid. Publicatiedruk is echter nimmer een excuus voor fraude. Wanneer een onderzoeker besluit lak te hebben aan valide conclusies en alleen maar makkelijk wil scoren, zelfs met gefingeerde data, mag hij geen wetenschapper heten. </p>
<p><em>Kijk <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ansoktober-2011">hier</a> voor alle artikelen in de oktober-ANS.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/wetenschappelijke-wedloop/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Profielpatstelling</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/profielpatstelling</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/profielpatstelling#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 31 Aug 2011 07:30:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Ficheroux</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=35902</guid>
		<description><![CDATA[De commissie-Veerman drukte vorig jaar alle universiteiten en hogescholen op het hart een scherper profiel te kiezen. Studenten kunnen daardoor beter kiezen en universiteiten kunnen zich focussen op hun specialiteiten. Wat doet de RU met dit advies?
Tekst: Tijn van Lange en Henk Strikkers
Als het Nederlandse hoger onderwijs wil overleven in de internationale concurrentiestrijd, dan moeten [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="picleft" src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ruwapen.jpg" alt="" /><em><strong>De commissie-Veerman drukte vorig jaar alle universiteiten en hogescholen op het hart een scherper profiel te kiezen.</strong> Studenten kunnen daardoor beter kiezen en universiteiten kunnen zich focussen op hun specialiteiten. Wat doet de RU met dit advies?</em></p>
<p><strong>Tekst: Tijn van Lange en Henk Strikkers</strong></p>
<p>Als het Nederlandse hoger onderwijs wil overleven in de internationale concurrentiestrijd, dan moeten universiteiten volgens de commissie-Veerman ‘een scherper profiel kiezen’. Onder leiding van de voormalig CDA-bewindsman deed deze commissie in 2010 onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het hoger onderwijs.<br />
Profilering is een mes dat aan twee kanten snijdt. Enerzijds maken studenten minder snel foute keuzes omdat universiteiten zich duidelijker tegen elkaar afzetten. Anderzijds kunnen de instellingen de concurrentie met topuniversiteiten aan omdat zij zich vol op hun specialiteiten kunnen richten. Daarbij is samenwerking volgens het rapport essentieel: ‘Universiteiten moeten zich rekenschap geven van het type onderwijs en studenten waar ze accent op willen leggen: <em>graduate</em>  of <em>undergraduate</em>-studenten, een grote of meer selectieve instelling. Versnippering van geld en talenten komt de internationale concurrentiepositie niet ten goede. Dat betekent dat men ook niet beducht moet zijn om minder goede onderdelen af te bouwen.’<br />
Randstedelijke universiteiten gaven gehoor aan deze oproep. Zo besloten de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam een vergaande samenwerking te onderzoeken op de domeinen alfa, bèta, rechten/economie en maatschappij- en gedragswetenschappen. Daarnaast gaat de Erasmus Universiteit Rotterdam eerstejaars studenten die niet al hun studiepunten behalen van de opleiding verwijderen om zo het predicaat ‘excellent’ te verdienen. Rotterdam stelt lamlullen en andersoortige domme studenten niet langer op prijs. Gaat de Radboud Universiteit meedoen in de wapenwedloop van deze profileringsoorlog? En waar gaat de Nijmeegse alma mater zich in specialiseren? Woordvoerder Willem Hooglugt is hierover even duidelijk als onduidelijk: ‘Kwaliteit, kwaliteit en nog eens kwaliteit.’</p>
<p><strong>De strategische keuze voor kwaliteit</strong><br />
In het jaarverslag van de RU over 2010 wordt bovenaan het hoofdstuk ‘Onderzoek’ gesteld dat de wetenschappers ‘over de gehele linie goed’ presteren. De daaropvolgende opsomming bestaat uit een stortvloed aan eervolle vermeldingen van het UMC St. Radboud en de Bètafaculteit. De rest van de ‘gehele linie’ wordt slechts negen keer aangestipt, een vijfde van het totaal. Hooglugt houdt echter vol dat op iedere faculteit toponderzoek wordt bedreven. Hij ervaart het rapport-Veerman dan ook als ‘een steuntje in de rug voor de strategische keuze voor kwaliteit’.<br />
Volgens Hooglugt zal de universiteit slechts op kwaliteit profileren en zullen er dus ook geen verschuivingen plaatsvinden in de geldstromen naar de verschillende faculteiten. ‘We blijven een brede universiteit die niet groter maar beter wil worden. Verder wordt geïnvesteerd in het beste onderzoek en de faciliteiten daarvoor.’ Toch verraadt de samenwerking met andere universiteiten in het Noorden en Oosten van Nederland (Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Twente, Wageningen University) een keuze. ‘Groene energie, gezondheid en technologie zijn enkele belangrijke thema’s die ons binden,’ aldus Hooglugt. De vier universiteiten willen zich op die gebieden gezamenlijk tot koplopers in Europa ontwikkelen.</p>
<p><strong>De nood aan een beslissing</strong><br />
Nanne Migchels, voorzitter van de commissie Bestuurlijke en Organisatorische aangelegenheden van de Universitaire Gemeenschappelijke Vergadering (UGV), stelt dat de profilering op kwaliteit die Hooglugt voorstelt vooralsnog een lege huls is. Hij verwijt de RU te weinig duidelijke keuzes te maken, waar dat wel nodig is. ‘Er moet gezocht worden naar een bindende factor op de RU, naar intensievere samenwerking tussen faculteiten. Dan maakt het mij niet zoveel uit voor welk profiel gekozen wordt, als de knoop maar snel wordt doorgehakt en de keuze helder is.’ Het UGV-lid ziet nu al problemen bij het binnenhalen van onderzoeksubsidies bij de faculteiten Sociale Wetenschappen en Letteren. Dit zou volgens hem kunnen leiden tot ernstig geldgebrek en verlies aan bestaansrecht. Doordat het aanbod versmalt, vindt vanzelf profilering plaats.</p>
<p><strong>Opwaartse spiraal?</strong><br />
Judith Rotink, afzwaaiend voorzitter van de Universitaire Studentenraad, ziet het nut van een duidelijke profilering. Het zou een goed middel zijn om naast de verschillen tussen de afzonderlijke universiteiten ook het verschil tussen hbo en universiteit beter te belichten.<br />
Zij stelt eveneens vast dat de Bèta- en de Medische faculteit de toppers in Nijmegen zijn. Toch wil ze niet uitsluitend voor deze twee faculteiten kiezen, maar vindt ze dat ‘de RU zich moet blijven presenteren als brede universiteit. Het moet mogelijk blijven om over de grenzen van je vakgebied heen te kijken. Dat hoort immers bij een goede academische omgeving.’ Daarnaast weet ze nog wel een aantal verbeterpunten. Zo moet er een sfeeromslag plaatsvinden. ‘Vaak wordt in Nijmegen erg goed onderzoek verricht, maar er heerst nog geen sfeer van excellentie. Onderzoekers zijn te bescheiden en dat staat een opwaartse spiraal in de weg. Studenten willen namelijk goed onderzoek zien en als excellente studenten daaraan kunnen bijdragen ontstaat er een aanzuigend effect dat leidt tot een dergelijke spiraal.’</p>
<p>De drie universitaire prominenten streven allemaal naar een zo goed mogelijke Radboud Universiteit. Dat is zeer zeker prijzenswaardig, maar het is geen profilering. Iedere universiteit streeft ernaar heel erg goed te zijn, dat is niets nieuws onder de zon. Het rapport-Veerman stelt dat er niet te veel naar rankings en toponderzoek moet worden gekeken, maar juist naar wat universiteiten de maatschappij te bieden hebben. Het advies moedigt duidelijke keuzes aan, die de RU vooralsnog niet maakt.<br />
Gezien de onderzoeksresultaten is het logisch te kiezen voor het Universitair Medisch Centrum en de Bèta-faculteit. Het is daarom toe te juichen dat de universiteiten in het Noorden en Oosten van Nederland zich daarop gaan toeleggen. Toch heeft de RU nog een keuzemogelijkheid achter de hand. De ligging nabij de Duitse grens zou immers ook een besluit voor internationalisering kunnen rechtvaardigen. Een samenwerking met bijvoorbeeld de Universiteit van Münster zou de Radboud Universiteit in Europees verband direct veel beter op de kaart zetten.<br />
Door de gebrekkige besluitvaardigheid in Nijmegen dreigt de RU echter achterop te raken en dat past niet bij een universiteit die zo op kwaliteit is gericht.</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-intro-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit de Introductie 2011</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/profielpatstelling/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beste Halbe,</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/beste-halbe</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/beste-halbe#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 03 Jun 2011 13:36:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=34429</guid>
		<description><![CDATA[Uw beruchte langstudeerdersboete, ofwel Halbeheffing, is uitgegroeid tot het symbool van de bezuinigingsplannen waarmee u volgens velen het hoger onderwijs de strop om doet. Toch blijft u ondanks felle protesten glimlachend voet bij stuk houden. 
Tekst: Eline Huisman en Joeri Pisart
Inmiddels bent u het misschien gewend om in de media te worden afgeschilderd als de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/Zijlstra2.jpg" class=picleft><em><strong>Uw beruchte langstudeerdersboete, ofwel Halbeheffing, is uitgegroeid tot het symbool van de bezuinigingsplannen</strong> waarmee u volgens velen het hoger onderwijs de strop om doet. Toch blijft u ondanks felle protesten glimlachend voet bij stuk houden. </em></p>
<p><strong>Tekst: Eline Huisman en Joeri Pisart</strong></p>
<p>Inmiddels bent u het misschien gewend om in de media te worden afgeschilderd als de boeman. Dat is niet verwonderlijk, gezien de denigrerende toon en nonchalante houding waarmee u bezuinigt. De maatregelen die u treft staan zeker in een tijd van crisis haaks op de belangen van studenten, universiteiten en de samenleving als geheel. </p>
<p>Wanneer forse bezuinigingen nodig zijn is het begrijpelijk dat ook het onderwijs kritisch moet worden bekeken. De langstudeerdersboete, afschaffing van studiefinanciering in de masterfase en het verhoogde collegegeld voor een tweede studie zijn de speerpunten van uw beleidsplan. Hoewel u deze zelf durft te omschrijven als efficiëntiemaatregelen, zijn het in werkelijkheid ordinaire bezuinigingen met grote consequenties. U stelt dat universiteiten en hogescholen ‘geld zat’ hebben en dat u ‘toch ergens geld vandaan moet halen’. Dergelijke uitspraken onderstrepen het gebrek aan visie dat de kortingen karakteriseert.<br />
Het kabinet stelt dat er geen draagvlak meer is voor de luie langstudeerder. Met behulp van boetes en bezuinigingen moet voorgoed worden afgerekend met ongemotiveerde studenten. U gaat echter voorbij aan het feit dat ‘langstuderen’ niet gelijk staat aan een lakse studiementaliteit. De huidige plannen straffen juist de studenten met maatschappelijke meerwaarde.  </p>
<p>Studenten vragen u niet om een decennium lang op halve kracht te kunnen studeren. Net als u willen zij kwalitatieve en financieel toegankelijke opleidingen. Een goed studieklimaat stimuleert en creëert ruimte voor zelfontplooiing. Juist het hoger onderwijs biedt de mogelijkheid om ambities en interesses te ontdekken. Het is dan ook verbazingwekkend dat, in tegenstelling tot het basisonderwijs en de middelbare schoolperiode, de kosten van hoger onderwijs grotendeels gedragen moeten worden door de student. De achterliggende veronderstelling daarvan is dat de opleidingskosten zich aan de student terugbetalen. Waar lager en middelbaar onderwijs als investeringen in de samenleving als geheel worden beschouwd, is het volgen van hoger onderwijs plotseling een persoonlijke investering geworden. Dat is op zijn minst merkwaardig, gezien de uitgesproken ambitie van Nederland om tot de top vijf van kenniseconomieën te behoren.<br />
Nederland zakt hiermee niet alleen in de ranglijst van kennislanden: de gevolgen zullen in de gehele maatschappij voelbaar zijn. Onderwijs is een van de basisvoorwaarden voor een succesvolle samenleving. Een goede onderwijs- en onderzoekssector zijn van belang om onder meer een florerende economie en kwalitatieve gezondheidszorg te behouden. </p>
<p>Het beeld van een maatschappij vol mensen die zich nooit verder hebben ontwikkeld is een weinig belovend vooruitzicht. Wellicht kan er eindelijk worden gesproken van een Nederlandse identiteit wanneer onverschillige <em>Privé</em>-lezers zonder enige ambitie het straatbeeld vullen. Op de universiteiten zal het niet veel beter gesteld zijn. De sportzalen zullen gevuld zijn met studenten die in grote getale multiplechoicetentamens maken. Massaliteit is de enige manier om hoger onderwijs betaalbaar te houden. Een tentamen voorbereiden staat gelijk aan driemaal de collegesheets doorbladeren: zolang het maar genoeg is voor een zesje. Studieverenigingen bestaan doorgaans uit drie strebers die eenmaal per jaar een lezing <em>Verstandig omgaan met studieschuld</em> organiseren. Een bestuursfunctie of buitenlandstage zou de studievoortgang in gevaar brengen en daar staat een boete van drieduizend euro op. Van verdere verdieping en verbreding is geen sprake, dat is immers niet aantrekkelijk wanneer financiële factoren de belangrijkste studiemotivatie vormen. De maatregelen dwingen niet gepassioneerd te studeren, maar om zo snel en zo gemakkelijk mogelijk een studie af te ronden. Wat dat betreft werkt uw plan: het rendement zal stijgen. Dit betekent echter wel de dood van het academische klimaat. </p>
<p>De consequenties zullen niet alleen in de toekomst voelbaar zijn. Uw gebrek aan empathie zal studenten die om wat voor reden dan ook uitlopen direct treffen. Door de dood van een familielid of een langdurige ziekte kan de hardste werker in één klap een jaar vertraging oplopen. Bovendien kan een foute studiekeuze niet meer worden gecorrigeerd zonder daarvoor zwaar beboet te worden. Zo dwingt u studenten niet zozeer een goede keuze te maken, maar om de verkeerde door te zetten. In het nieuwe beleid is geen ruimte meer voor uitzonderingen bij persoonlijke omstandigheden in de breedste zin van het woord. </p>
<p>De mensen die het hardst worden getroffen zijn ofwel de studenten die zich breed ontwikkelen tijdens en naast hun studie, ofwel individuen die door ongelukkige voorvallen vertraging oplopen. De eerste groep betreft de excellente studenten die het kabinet wil stimuleren, de omstandigheden van de tweede groep zijn onmogelijk bij te sturen. Het probleem ligt elders, namelijk bij de lakse student die allesbehalve zijn best doet en slechts gemotiveerd raakt van het leven buiten de campus. Een financiële prikkel jaagt hen wellicht sneller door hun studie heen, maar pakt de werkelijke oorzaak van motivatiegebrek niet aan. Het resultaat zal geen kritische academicus zijn. De langstudeerdersboete is slechts symptoombestrijding en levert alles behalve een structurele verbetering van het onderwijs op. </p>
<p>Beste meneer Zijlstra, als u Nederland echt naar de top vijf van kenniseconomieën wilt verheffen, zijn de huidige maatregelen zeer onverstandig. U treft het academische leven onnodig hard, terwijl de studieperiode een essentieel onderdeel in de persoonlijke ontwikkeling is. Waar het slechts op korte termijn een positief effect op de begroting zal opleveren, zullen deze plannen in de toekomst desastreus blijken. Dat er moet worden bezuinigd, soit. Maar op de inhoud en vorm mag u nog best een jaartje langer doorstuderen.  </p>
<p>Met vriendelijke groet, </p>
<p><strong>ANS</strong></p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-juni-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit juni 2011.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/beste-halbe/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het laatste oordeel der studenten</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/het-laatste-oordeel-der-studenten</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/het-laatste-oordeel-der-studenten#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 May 2011 14:07:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=33379</guid>
		<description><![CDATA[Slechte docenten zijn een van de grootste ergernissen van studenten. Door het invullen van enquêtes kunnen ze hun gal spuien, maar de resultaten blijven veelal buiten zicht. Gebeurt er eigenlijk wel iets met deze evaluaties?
Tekst: Eva-Marijn de Vries en Mart Waterval
Studenten wordt na iedere cursus een evaluatie-enquête voorgelegd. Naast de vakopbouw, collegestof en literatuur wordt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ruwapen.jpg" class=picleft><em><strong>Slechte docenten zijn een van de grootste ergernissen van studenten.</strong> Door het invullen van enquêtes kunnen ze hun gal spuien, maar de resultaten blijven veelal buiten zicht. Gebeurt er eigenlijk wel iets met deze evaluaties?</em></p>
<p><strong>Tekst: Eva-Marijn de Vries en Mart Waterval</strong></p>
<p>Studenten wordt na iedere cursus een evaluatie-enquête voorgelegd. Naast de vakopbouw, collegestof en literatuur wordt ook de kwaliteit van de docenten beoordeeld. Met dit laatste onderdeel lijkt weinig te gebeuren. Jaar na jaar staan kwaliteitsarme docenten gewoon weer voor volle collegezalen en zorgen zij voor frustatie. ANS bevroeg de opleidingscommissies (OLC), onderwijsdirecteuren en decanen van alle faculteiten aan de RU. Wordt er eigenlijk wel naar het oordeel van de student geluisterd? </p>
<p><strong>Zelden ontslag</strong><br />
OLC’s vormen als afvaardiging van de studentenpopulatie een belangrijke schakel in het evaluatieproces van de docentenkwaliteit. Ze onderzoeken de oorzaak van eventuele problemen en kijken naar mogelijkheden om het onderwijs te verbeteren. Sommige OLC’s organiseren bovendien bijeenkomsten waar studenten hun opvattingen kunnen ventileren. ‘We kunnen met trots vertellen dat er bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid erg serieus wordt omgegaan met de resultaten van de enquêtes’, aldus de OLC. Ook uit reacties van andere OLC’s blijkt dat men tevreden is over zowel de beoordelingsmethode als de uitvoering ervan.<br />
De enquêtes worden opgesteld door het adviesbureau voor hoger onderwijs (IOWO). Nadat het IOWO de ingevulde evaluaties heeft verwerkt, krijgt het onderwijsbureau van iedere faculteit de resultaten te zien en stelt het een analyse op. Deze wordt geëvalueerd in de OLC. Zij signaleert mogelijke problemen die blijken uit de enquêteresultaten en bespreekt de reactie van de docent hierop. ‘Elke cursus met een score van minder dan drie op vijf wordt nader besproken,’ aldus de OLC Engels en Amerikanistiek. Daarnaast moet iedere docent ongeacht de score een kritische zelfreflectie schrijven over de cursus. Dit geldt in grote lijnen voor elke opleiding. De vicedecaan Onderwijs van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica Hans ter Meulen legt de verdere procedure uit. ‘Bij een onvoldoende score van de docent onderneemt de onderwijsdirecteur actie. Hij zal, al dan niet samen met de voorzitter van de OLC, een gesprek aangaan met de betreffende docent ter verbetering.’ Zowel OLC’s als opleidingsdirecteuren zijn van mening dat extra evaluatietechnieken onnodig zijn. Het huidige systeem is toereikend en de docenten zouden zichtbaar verbeteren. Een ontslag naar aanleiding van een slechte evaluatie vindt dan ook zelden tot nooit plaats. </p>
<p><strong>Slechts een adviserende rol</strong><br />
Naar aanleiding van slechte beoordelingen worden vakken vaak verbeterd qua literatuur en inhoud, maar concrete oplossingen voor een kwaliteitsgebrek van de docent lijken meestal achterwege te blijven. Zo zegt OLC Natuurwetenschappen dat er ‘nog nooit directe maatregelen van het opleidingsbestuur richting de docent vanwege zijn slechte presteren’ zijn uitgevaardigd. Ook de OLC Psychologie stelt dat ‘het aan de docent is om in de praktijk iets te doen met de uitkomsten van de enquêtes’.<br />
Naast enkele opmerkingen over een begeleidingstraject, was er slechts één OLC die concrete maatregelen kon aandragen: ‘Bij een vak waar jarenlang negatieve evaluaties kwamen over de beheersing van de Engelse taal, heeft de betreffende docent een cursus Engels moeten volgen. Ook heeft een docent geen vast contract gekregen bij gebrek aan een Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) in combinatie met een slechte evaluatie’, aldus de OLC Informatica en Informatiekunde. Tegenwoordig geldt universiteitsbreed dat nieuwe docenten een BKO moeten halen, voordat ze een vaste aanstelling krijgen.<br />
Uiteindelijk kunnen de OLC’s geen besluiten nemen. ‘Wij hebben slechts een adviserende rol. Ons advies gaat naar het opleidingsbestuur en wordt vervolgens medegedeeld aan de docent,’ aldus de OLC Bachelor Pedagogische Wetenschappen. De opleidingsdirecteur zet de eventuele uitvoering van dit advies op. </p>
<p><strong>‘Er zijn geen slechte docenten’ </strong><br />
De onderwijsdirecteuren en decanen zijn net als de OLC’s overwegend positief over het beoordelingsproces. Zij wijzen op het aanpassen van cursussen en de inzet van vakdidactici om de docenten tot betere prestaties te brengen. Een enkeling plaatst wel kritische kanttekeningen bij het proces. ‘De terugkoppeling van de resultaten naar de studenten toe moet wat mij betreft beter,’ aldus Daniël Wigboldus, directeur Onderwijsinstituut Psychologie en Kunstmatige Intelligentie. Zelfs bij jarenlange dramatische beoordelingen door studenten hoeven opleidingsbesturen niet tot ontslag over te gaan. Dit komt doordat er meerdere indicatoren zijn voor de kwaliteit van een universitair docent of hoogleraar, zoals zijn wetenschappelijke bijdragen. Deze indicatoren kunnen in de jaarlijkse gesprekken tussen leidinggevenden en docenten naar voren komen, waarbij het denkbaar is dat serieuze maatregelen genomen worden. ‘Mijn ervaring is echter dat er vrijwel geen echt slechte docenten zijn. De kunst is om de juiste persoon op de juiste plek in het onderwijsprogramma te krijgen,’ aldus Wigboldus. </p>
<p>Ondanks de tevredenheid bij zowel OLC’s als opleidingsbesturen klaagt menig student nog steeds over slechte docenten. Jaar na jaar worden enquêtes negatief ingevuld, maar verbetering lijkt uit te blijven. Natuurlijk kunnen studenten niet zeker weten of hun kritiek wordt gedeeld door medestudenten. Hoewel opleidingsbesturen claimen dat docenten door de evaluaties verbeteren, blijft dit voor de studenten vaak onopgemerkt. Door de gebrekkige transparantie hebben zij bovendien het gevoel dat hun mening niet serieus wordt genomen. Daarom is het van essentieel belang dat studenten inzage krijgen in de docentevaluaties, zoals ook Wigboldus bepleit.<br />
Daarnaast verloopt het proces van evaluatie misschien te veel op basis van vertrouwen in de verbeteringen die de docent zelf aandraagt. Slechts in extreme gevallen worden bijspijkercursussen verplicht gesteld. Wellicht doen OLC’s er goed aan om te pleiten voor beoordeling van docenten onderling. Wanneer ze bijvoorbeeld zelf in de collegezaal zouden plaatsnemen, worden docenten soms geconfronteerd met zwakke collega’s. Op die manier kunnen onderling tips worden uitgewisseld en kunnen docenten ook kritischer naar hun eigen colleges kijken. Dat kan de kwaliteit slechts ten goede komen. </p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-mei-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS uit mei 2011.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/het-laatste-oordeel-der-studenten/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De drooglegging</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/de-drooglegging</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/de-drooglegging#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 01 Apr 2011 08:14:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=32368</guid>
		<description><![CDATA[Dat de RU zuipen niet wenst te promoten was al duidelijk. Nu lijkt zij echter door te slaan met een universiteitsbreed alcoholverbod. ‘Dit is de zoveelste maatregel waarmee het CvB studeren van haar pleziertjes ontdoet.’
Tekst: Pieter Hengst en Henk Strikkers
Het spel is uit voor de studentikoze student. Lang studeren is niet langer te betalen, bij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/biervrouwtje1.jpg" class=picleft><em>Dat de RU zuipen niet wenst te promoten was al duidelijk. <strong>Nu lijkt zij echter door te slaan met een universiteitsbreed alcoholverbod.</strong> ‘Dit is de zoveelste maatregel waarmee het CvB studeren van haar pleziertjes ontdoet.’</em></p>
<p><strong>Tekst: Pieter Hengst en Henk Strikkers</strong></p>
<p>Het spel is uit voor de studentikoze student. Lang studeren is niet langer te betalen, bij vrijwel elke studie zijn er vakken met aanwezigheidsplicht en nu wordt zelfs het meest kenmerkende van de student afgenomen: het bier. Het College van Bestuur (CvB) bezint zich op een drooglegging van de campus. De dreigende langstudeerdersboete zou een dergelijke draconische maatregel noodzakelijk maken. Er zou op universiteitsterrein geen alcohol meer mogen worden geschonken, zelfs niet in faculteitskroegen en kantoren van studentenorganisaties. Ook de tap in het Cultuurcafé moet eraan geloven. Zijn studenten voortaan veroordeeld tot maltbier en Fristi? Woordvoerder Willem Hooglucht verdedigt de stelling van het CvB: ‘We doen dit om de student te helpen serieuzer te studeren.’ </p>
<p><strong>De voortrekkersrol </strong><br />
Het verbannen van alcohol van de campus komt niet uit de lucht vallen. Na de aankondiging van de langstudeerdersboete heeft het CvB meerdere proefballonnetjes opgelaten. Onder andere versobering van de vergoeding van studentbestuurders en het afkeuren van de harde knip passeerden al de revue. ‘We willen een omgeving scheppen waarin studenten serieus kunnen studeren en niet worden geconfronteerd met gigantische boetes’, aldus woordvoerder Hooglucht. Die redenering stond uiteindelijk aan de basis van de te nemen maatregel. Men baseert de drooglegging onder andere op een onderzoek van de Islamic University of Minnesota (IUMN). Daaruit bleek dat alcoholgebruik een negatief effect heeft op het studiegedrag. Mannelijke studenten die meer dan twee glazen alcohol per week drinken presteren significant slechter dan geheelonthoudende studenten. Bij vrouwen is dit bij anderhalf glas in de week al het geval. Hooglucht: ‘Die cijfers spreken voor zich. Het IUMN-onderzoek is degelijk en op basis daarvan hebben wij een zeer vooruitstrevend beleid opgesteld.’ Dat er sprake is van een trendbreuk wil Hooglucht best toegeven, maar dit is volgens hem niet per definitie slecht. ‘Tradities zijn er om te breken, zeker wanneer dat op basis van betrouwbaar onderzoek gebeurt. Binnen enkele jaren zullen andere universiteiten ons ongetwijfeld volgen. Dit beleid is gewoon heel erg goed.’ </p>
<p><strong>Substituut-tripels </strong><br />
De Refterdienst is niet onverdeeld positief over de ingeslagen weg. Als uitbater van zowel het Gerecht, het Cultuurcafé, het Sportcafé en de Refter staat hen een grote financiële strop te wachten. Gustaaf Cirkel, directeur van de Refterdienst, begrijpt de beslissing van het CvB, maar vreest voor de gevolgen. ‘In het Cultuurcafé en het Sportcafé vormt alcohol het grootste deel van onze omzet. In één klap verdampt dat.’ Maltbier en andere alcoholvervangers moeten de winstdalingen gaan opvangen. Cirkel heeft hoge verwachtingen van het alcoholvrije gerstenat: ‘We hebben al bij enkele grote brouwers geïnformeerd naar verschillende maltbieren. Op dit moment zijn we bezig de beste substituut-tripels te selecteren.’ In de Refter verwacht Cirkel minder problemen, aangezien het alcoholverbruik daar vrijwel minimaal is. Toch zullen ook Refterbezoekers de gevolgen van de drooglegging merken. ‘Wij moeten sinds dit collegejaar onszelf bedruipen. Wanneer na een half jaar blijkt dat maltbieren minder omzet genereren dan hun alcoholhoudende varianten, zal worden overwogen de prijzen van de Reftermaaltijden te verhogen.’ </p>
<p><strong>Een grote farce </strong><br />
De voorzitter van studentenvakbond AKKU is ziedend wanneer hij wordt geconfronteerd met deze plannen. Willem de Kleijne: ‘Dit is de zoveelste maatregel waarmee het College van Bestuur het studeren van haar pleziertjes ontdoet. Waar eindigt dit? Wordt er straks ook alleen nog maar klassieke muziek gedraaid op de campus?’ De Kleijne verwijt het CvB vooral dat zij de eigen verantwoordelijkheid van studenten op grove wijze onderschat. Zij kunnen prima zelf bepalen hoeveel alcohol gezond voor hen is. ‘Na een zware dag vind ik het heerlijk om een biertje te drinken in het Cultuurcafé en ik weet zeker dat ik niet de enige ben.’<br />
De AKKU-voorzitter verwacht dat dit beleid geen structurele veranderingen tot gevolg zal hebben. Het probleem wordt volgens hem alleen maar verplaatst: ‘Veel studentenorganisaties halen nu al bier bij de ALDI in Brakkenstein. Ik verwacht dat veel studenten dat voorbeeld zullen volgen.’<br />
Het IUMN-onderzoek waar het College van Bestuur naar verwijst is volgens De Kleijne een farce. ‘Als ik de Theologische Universiteit Kampen onderzoek laat doen naar de positieve gevolgen van bidden voor studieresultaten, kan ik ook wel raden wat de uitkomst zal zijn.’ Volgens De Kleijne is het CvB elk gevoel van de werkelijkheid verloren. Hij verwacht dan ook dat hij veel studenten op de been kan krijgen voor een actie tegen dit ‘volslagen idiote voorstel’. </p>
<p><strong>Paternalisme en betutteling </strong><br />
Het is zeer onwaarschijnlijk te denken dat deze plannen effectief zullen zijn. Studenten zullen andere manieren vinden om hun alcoholbehoefte te vervullen. Dat het CvB hier blind voor is, zegt voldoende over zijn standvastigheid. Alhoewel elke nieuwe maatregel om sneller studeren te stimuleren op haar merites beoordeeld moet worden, lijkt hiermee de verschoolsing door te slaan. De student kan blijkbaar niet langer zelf bepalen wat goed voor hem of haar is. Het College van Bestuur kiest duidelijk voor paternalisme en betutteling en dat is een zeer kwalijke trend. Een trend die zo snel mogelijk een halt moet worden toegeroepen. Zo niet, dan zal de academische wereld al snel haar nog bestaande vrijheden verliezen en degraderen tot het niveau van een crèche voor jongvolwassenen. Dat moet ten koste van alles worden voorkomen.</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online2.nl/ANSapril2011.pdf" target=_blank>hier</a> voor de pdf-versie van de ANS uit april 2011.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/de-drooglegging/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kansen moet je pakken</title>
		<link>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/kansen-moet-je-pakken</link>
		<comments>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/kansen-moet-je-pakken#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Mar 2011 10:59:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mart Waterval</dc:creator>
				<category><![CDATA[ANS 25 jaar]]></category>
		<category><![CDATA[Openingsartikel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ans-online.nl/?p=30867</guid>
		<description><![CDATA[Na 25 jaar en meer dan 250 nummers is het tijd voor bezinning. Wat is de rol van ANS op de universiteit en wat brengt de toekomst? Is ANS meer dan gewoon een leuk blaadje?
Tekst: Erik Molkenboer en Henk Strikkers
Foto: Jaap Baarends
De allereerste editie kopte in maart 1986: ‘Het ei breekt open!’ De Katholieke Universiteit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.ans-online.nl/wp-content/themes/mimbo/images/ANS.jpg" class=picleft><em>Na 25 jaar en meer dan 250 nummers is het tijd voor bezinning. <strong>Wat is de rol van ANS op de universiteit en wat brengt de toekomst?</strong> Is ANS meer dan gewoon een leuk blaadje?</em></p>
<p><strong>Tekst: Erik Molkenboer en Henk Strikkers<br />
Foto: Jaap Baarends</strong></p>
<p>De allereerste editie kopte in maart 1986: ‘Het ei breekt open!’ De Katholieke Universiteit Nijmegen was een onafhankelijk studentenblad rijker. Van kritisch krantje werd ANS via een lange lijdensweg pleepapierblaadje en het <em>glossy</em> magazine dat het nu is. Al deze gedaantewisselingen vonden plaats zonder ruggespraak met de buitenwereld. Dat is nu voorbij, wij willen weten wat de academische gemeenschap ervan vindt. De woordvoerder van de universiteit, de geldschieter en de vertegenwoordiger van de studenten spreken zich uit. Eerstgenoemde: ‘ANS moet een venster op de academische wereld zijn.’ </p>
<p><strong>Een faire relatie</strong><br />
Als woordvoerder van de Radboud Universiteit is Willem Hooglugt wellicht de meest geciteerde persoon in de geschiedenis van ANS. Ook deze keer verschijnt hij weer ten tonele, openend met een compliment: ‘Ik vind dat ANS een goede neus heeft voor cultuur en dan met name voor de rijkdom van de studentencultuur.’ De kiezelharde kritiek die ANS in 2008 leverde op de mislukte diesviering met Hollandse avond vond hij bijvoorbeeld meer dan terecht. ‘Ik had weliswaar die opzet mede bedacht, maar het idee faalde. Naar aanleiding daarvan is de viering ook op de schop gegaan.’<br />
Niet over iedere kritische noot die ANS kraakt is Hooglugt te spreken: ‘ANS zet zich te vaak af tegen het College van Bestuur (CvB). In het vorige openingsartikel over academische overbevolking stond bijvoorbeeld “Het CvB kan prijken met een stabiele zeven.” Dat is een trucje om een wij-zij-gevoel te creëren. Alle studenten en docenten aan de RU moeten daarmee pronken. En het was een dikke zeven.’<br />
Hooglugt pleit voor een lichte koerswijziging: ‘ANS zou zich meer moeten richten op de “gewone” student en minder op de incrowd. Het moet een venster op de academische gemeenschap zijn. Het is een ideaal middel om de massa te betrekken bij academische discussies.’ Over de band met de RU is hij duidelijk: ‘De onafhankelijkheid moet niet verloren gaan, maar een goede relatie met het CvB is belangrijk. Dat mag best een kritische verhouding zijn, maar deze moet wel fair blijven. Al die relletjes zorgen ervoor dat ANS een slechte naam krijgt bij de RU en haar studenten. Dat is zonde van de goede artikelen.’ </p>
<p><strong>Tegenwicht </strong><br />
Pepijn van Erp, secretaris van de Toewijzingscommissie van de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds (SNUF) en ex-cryptogrammenmaker bij ANS, ziet door de veranderingen bij <em>Vox</em> een nieuwe taak weggelegd voor ANS. Hij doelt op de breed gedragen steun voor de protesten tegen de teloorgang van de tweewekelijkse <em>Vox</em>. Dat is volgens Van Erp een signaal dat er behoefte is aan onafhankelijke berichtgeving. ‘Het CvB zal het nieuwe nieuwsplatform vaker gebruiken om zijn mening te verkondingen. ANS is dan het ideale medium om tegenwicht te bieden aan die goednieuwsshow. Door gebruik te maken van haar voelsprieten bij studenten en medewerkers, kan het nog belangrijker worden dan het nu al is.’ Wanneer dat gebeurt, liggen er met name op het internet kansen. Hij denkt dat ANS-Online op de goede weg is. ‘Sinds anderhalf jaar benut ANS haar site pas ten volle. Meer reacties onder de berichten zouden een kroon op dat werk zijn.’ Van Erp denkt bovendien dat de nadruk in het blad moet komen te liggen bij meer diepgaande artikelen. ‘De afgelopen tijd heeft ANS steeds vaker de frivoliteit van het studentenleven belicht. Wellicht is nu het moment aangebroken om daar verandering in te brengen. Of juist niet en ook qua onderwerpkeuze ervoor te kiezen het tegengeluid te blijven vormen.’<br />
De onderwijsmaatregelen van het kabinet baren Van Erp zorgen. ‘In Den Haag is een duidelijke keuze gemaakt voor “sneller studeren”. Het CvB lijkt deze trend te volgen en dat kan een grote impact hebben op het vinden van actieve studenten, ook voor ANS. Dat is vervelend, want het blijkt altijd een goede leerschool voor de journalistiek geweest te zijn. ANS gaat spannende tijden tegemoet.’ </p>
<p><strong>Universitaire mobilisatie </strong><br />
Judith Rotink, voorzitter van de Universitaire Studentenraad (USR) en daarmee vertegenwoordiger van alle Nijmeegse studenten, is het met de andere prominenten in dit artikel eens. ANS moet zich ook volgens haar meer richten op de universitaire gemeenschap. ‘Er moet ruimte zijn voor vermaak, maar het moet ook een kritische spiegel zijn.’ ANS moet volgens haar meer aandacht besteden aan, prekend voor eigen parochie, de medezeggenschap. ‘Er mag weleens wat over assessoren worden geschreven. Is dat woord ooit in de ANS voorgekomen? Terwijl dat hartstikke belangrijke studenten zijn!’<br />
In de nabije toekomst ziet Rotink problemen voor alle studentenorganisaties. Door de nakende langstudeerboete vreest de USR-voorzitter een afname van het aantal betrokken studenten, maar ziet daarin ook een kans: ‘Juist ANS kan hen mobiliseren, doordat het heel laagdrempelig is. Studenten stappen niet uit het niets op een medezeggenschapper af, terwijl een blad zo gepakt is. Ik lees graag de luchtige artikelen en de zwaardere kost kom ik dan vanzelf tegen.’<br />
Ook de digitalisering waar alle papieren media problemen mee hebben kan volgens Rotink ANS bedreigen. Zij verwacht dan ook dat het volgende jubileumnummer op een e-reader verschijnt. Dat hoeft geen probleem te zijn, want ze constateert dat ANS al tijden voorloopt op andere studentenmedia. ‘ANS-Online heeft op de universiteit de strijd gewonnen van <em>Voxlog</em>, want die laatste is verdwenen. De uitdaging is om die positie verder uit te bouwen, bijvoorbeeld door in het gat van   te springen.’ Over welke leemte die site achterlaat is ze duidelijk: ‘ANS moet veel meer universitair nieuws gaan brengen. Ik zag laatst zelfs nieuwtjes uit de USR op een andere studentensite. Waar waren jullie?’</p>
<p><em>Klik <a href="http://www.ans-online.nl/papieren-ansen/ans-maart-2011" target=_blank>hier</a> voor alle artikelen van de ANS van maart 2011.</em> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ans-online.nl/opinie/openingsartikel/kansen-moet-je-pakken/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

