[Ingezonden] Leenstelsel: geen reden om te juichen

In deze ingezonden brief gaat Yurre Wieken (24), masterstudent Geschiedenis, in op de ingezonden brief van Karl Kouki, die het leenstelsel zo slecht nog niet vindt. 'We kennen het type dat hij omschrijft allemaal wel in onze kenniskring, maar we kennen ook veel andere types, waarvoor dit absoluut niet opgaat.' Ik houd van recalcitrante meningen. Iemand die een dag na de invoering van het leenstelsel van de daken schreeuwt dat het fantastisch is, verdient zeker mijn waardering. Daarmee doel ik natuurlijk op het stuk Karl Kouki van gisteren. Wel is het jammer dat het stuk sterk uitgaat van aannames en generalisaties. Kouki schildert zijn studiegenoten af als wellustige levensgenieters die massaal op vakantie gaan, duur shoppen, stappen, lid zijn van verenigingen en smartphones hebben. Studenten hebben het prima en moeten niet zeuren dat ze geen 'gratis geld' meer krijgen. Waar baseert hij dat op? We kennen het type dat hij omschrijft allemaal wel in onze kenniskring, maar we kennen ook veel andere types, waarvoor dit absoluut niet opgaat. Wie even kritisch nadenkt, komt vooral met vragen. Hoe weet Kouki dat al die studenten dit betalen van hun studiefinanciering en niet van een bijbaan of ouderbijdrage? Leuk dat hij zelf grotendeels zelfvoorzienend is, maar is hij representatief of maatgevend voor iedere student? Daarnaast gebruikt hij meer aannames om zijn mening te ondersteunen die vooral vragen oproepen: hoeveel studenten shoppen er bij de AH? 'Ik zie er veel', is geen argument. Kopen ze A-merken of AH Basic? Is zo’n vereniging wel zo duur? Nijmeegse studieverenigingen vragen doorgaans tien euro contributie per jaar. Hoeveel zegt een incidentele uitgave aan bijvoorbeeld een festival over iemands maandelijkse bestedingsvermogen? Dan de inhoud. Over 'investeren in jezelf' kan ik kort zijn: dat doen studenten al, met gemiddeld 15000 euro aan studieschuld. Studeren is in Nederland al veel duurder dan in omringende landen – zoals België, Duitsland en Scandinavië. Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat alleen de student zelf iets aan zijn studie heeft. Volgens mij is de hele maatschappij gebaat bij een goed opgeleide beroepsbevolking, publieke en private bestuurders met kennis van zaken, wetenschappers, et cetera. Studeren is meer dan slechts iets waarmee je later een vet salaris krijgt. Voor sommigen misschien niet, maar dat zal door het leenstelsel alleen maar sterker worden. Studeren wordt immers eerder een financiële afweging, waarbij studies waarmee je later waarschijnlijk een dik betaalde baan hebt in populariteit toenemen. Het gaat steeds meer om instrumentele in plaats van intrinsieke doelen, zoals jezelf ontwikkelen. Funest voor minder sexy en lucratieve wetenschapsgebieden – het gebeurt nu al aan de Faculteit der Geesteswetenschappen aan de UvA, waar fors wordt bezuinigd en studies worden samengevoegd. De aanvullende beurs wordt behouden en stijgt zelfs, aldus Kouki. Dat klopt, maar hij vertelt er niet bij dat ook voor mensen met een aanvullende beurs de basisbeurs verdwijnt. Netto is dat nog steeds een achteruitgang van zo’n 8600 euro over vier jaar studeren. Ook komen door het leenstelsel minder mensen voor de aanvullende beurs in aanmerking. Het is minder erg dan het verdwijnen van de aanvullende beurs, maar daarmee is ook wel alles gezegd. Gunstige aflossingsvoorwaarden voor de lening? Langer aflossen betekent langer rente betalen, waardoor je op termijn duurder uit bent. De rente voor studieleningen is nu laag, 0,8 procent, maar stijgt naar 1 procent doordat deze aan andere staatsobligaties wordt gekoppeld. Daarnaast wordt met deze cijfers uitgegaan van het huidige economische klimaat – wanneer de economie weer aantrekt, stijgt de rente verder. En ja, het is mooi dat er geïnvesteerd wordt in het onderwijs. Maar daar is geen leenstelsel voor nodig. De meeste afgestudeerden leveren door inkomensbelasting meer op dan ze als student ooit gekost hebben. Dit zie je alleen niet op de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap terug, wat voor mij de fundamentele legitimatie van het leenstelsel in twijfel trekt. Los van de fundamentele vraag óf je in crisistijd moet bezuinigen (dat is ook maar een economische visie), is de vraag wáárop je bezuinigt altijd een kwestie van politieke keuzes en prioriteiten. Goed, dat is een andere discussie. Maar hoe zeker is de overheid dat het geld echt terugkomt? 35 jaar is heel lang en in Engeland ontstond een groot gat in de onderwijsbegroting doordat leningen massaal niet werden afbetaald. De Raad van State waarschuwde daarom dat het onduidelijk is of de opbrengsten echt terugvloeien naar het onderwijs. Ik geloof best dat er studenten zijn die eigenlijk niets te klagen hebben en in deze discussie minder recht van spreken hebben. Het gaat hier echter ook over de studenten die dat wel hebben, die nu al tot over hun oren in de schulden zitten, een bijbaantje hebben, hard studeren en nu te horen krijgen dat ze 'meer moeten investeren in zichzelf'. Het gaat over studenten die zelf allang geen recht meer hebben op de basisbeurs en zich volledig belangeloos inzetten voor de generatie ná hen. Ik ben ook tegen dat leenstelsel, en mij wordt niets 'afgepakt' – ik studeer deze zomer namelijk af. Karl Kouki mag van het leenstelsel vinden wat hij wil, maar vertel dan wel het hele verhaal. Zet de minder jubelende studiegenoten niet weg als kortzichtig en verwend.

 

Lees meer

Column: ‘Laat ze een echte studie kiezen’

De onvoldoende voor communicatiewetenschap aan de RU werd door velen met hoon ontvangen. Reacties als ‘hbo-studie’ en ‘laat die mensen maar een echte studie kiezen’ kwamen langs op Twitter en Facebook. Ook wanneer het over onderwijsbezuinigingen gaat, worden regelmatig tal van ‘onzinstudies’ genoemd waar best op bezuinigd mag worden. Het criterium hierbij is natuurlijk dat wat men zelf ‘nuttig’ vindt. Wanneer is een studie ‘zinloos’? Als je er geen werk mee kunt vinden, hoor ik weleens. De arbeidsmarkt zou geen behoefte hebben aan zoveel – ik noem maar wat – filosofen. Een typische denkfout als gevolg van het doorgeschoten rendementsdenken. Alleen instrumentele kennis wordt nog als waardevol gezien. Kennis om de kennis is echter juist dat wat wetenschap tot wetenschap maakt. Opvallend genoeg worden meer praktijkgerichte studies als geneeskunde en rechten juist weer minachtend ‘hbo-studies’ genoemd. Het is ook nooit goed. De kwalificatie ‘hbo-studie’ lijkt in het geval van communicatiewetenschap meer te verwijzen naar het vermeende niveau van de studie. Nu blijkt uit zowel mijn eigen ervaring (keuzevakken) als de beoordeling van de NVAO dat er inderdaad iets mis is met het academisch niveau van communicatiewetenschap in Nijmegen. De studie is, simpel gezegd, te makkelijk. De verwijzing naar het hbo getuigt echter van een nare arrogantie en elitementaliteit waar ik mij als universitaire student voor schaam en waar ik verder geen woorden aan vuil zal maken. Het dedain richting zogenaamd ‘zinloze’ studies heeft dan ook meer te maken met vooroordelen. Sociale wetenschappen als communicatiewetenschap hebben de pech zich bezig te houden met onderwerpen waar ook leken alles van denken te weten. Sociaal-wetenschappelijk onderzoek krijgt daarom het verwijt open deuren in te trappen. ‘Daar is toch helemaal geen onderzoek voor nodig?’ Het helpt natuurlijk ook niet dat Diederik Stapel en Mart Bax sociale wetenschappers waren. Dit is echter vooral een kwestie van imago. Stapel en Bax zijn geïsoleerde gevallen met veel media-aandacht. En wat een ‘open deur’ is, is natuurlijk volledig subjectief. Veel algemene wijsheden zijn juist het gevolg van wetenschappelijke inzichten. Bij communicatiewetenschap in Nijmegen is veel mis, zoveel is duidelijk. Dat zegt echter vooral iets over deze specifieke opleiding en niet over het vakgebied als geheel. Een goede wetenschapper weet dat overhaaste generalisaties een slechte raadgever zijn.

 

Lees meer

Column: Alcoholvrij

Alcohol en het studentenleven zijn onlosmakelijk verbonden. Feesten worden vaak gepromoot met drankacties, om van cantussen nog maar niet te spreken. Verenigingen zijn voor hun financiën dermate afhankelijk van de (alcoholische) drankomzet dat zij recentelijk – overigens volledig terecht - in rep en roer waren toen de gemeente voorstelde dat zij na middernacht hun tap zouden sluiten. Zonder alcohol geen studentenleven. Toch? Al op de middelbare school heb ik voor mijzelf besloten om geen alcohol te gaan drinken. Niet wegens medicijngebruik of religieuze principes, maar om dezelfde reden dat ik heb besloten nooit te gaan roken. Omdat het gezonder is, geld scheelt en omdat ik er gewoon geen behoefte aan heb. Voor sommige medestudenten betekent het zo ongeveer dat ik van een andere planeet kom. Hoe kun je nou van het studentenleven genieten zonder te drinken? Welnu, dat is heel simpel. Ik heb óók gewoon intro gelopen. Ook ik ben – inmiddels alweer meer dan vier jaar geleden - lid geworden van een studentenvereniging, waar ik niet zelden tot laat op borrels en feestjes te vinden ben. Ik heb zelfs in het bestuur gezeten. Tijdens mijn bestuursjaar liepen er weddenschappen over wanneer ik zou beginnen met drinken, maar die zijn nog steeds niet beslecht en dat gaat ook niet gebeuren. Toegegeven, soms is het ongemakkelijk. Nog altijd komen er soms mensen naar me toe met rondjes die ik af moet slaan, omdat ze nog steeds niet weten dat ik niet drink. Ook in alledaagse gesprekken met mensen die mij minder goed kennen worden er opmerkingen gemaakt die er bij voorbaat van uitgaan dat ik alcohol drink. Raar, want dat heb je nooit als het om roken gaat. Mensen die ik vertel dat ik niet drink zeggen vaak dat ze het knap vinden dat ik het volhoud, wat impliceert dat ze het zelf liever ook niet zouden doen. Toch doen ze het. Waarom? Door sociale druk, om erbij te horen? Volgens mij is dat helemaal nergens voor nodig. Ik weet als geen ander dat de vanzelfsprekendheid van alcohol in het studentenleven het mensen ook niet makkelijk maakt om niet-drinken vol te houden. Maar tegelijkertijd weet ik ook uit eigen ervaring dat je ook zónder te drinken gewoon verenigingslid kunt zijn, kunt feesten en een bestuursjaar kunt doen. Mensen die wel willen drinken moeten dat vooral blijven doen. Maar misschien moeten we als studenten eens af van de alomvattende vanzelfsprekendheid van alcohol drinken.

 

Lees meer

Column: Hoge zuurgraad

Taalvoutjes. Een terugkerende ergernis. Als talig aangelegd persoon kom je keer op keer tot de droevige constatering dat niet iedereen zijn of haar moedertaal even goed beheerst. D/t-fouten, spatieziekte, geen hoofdletters, noem maar op. In zijn recente column op Voxweb doet docent en onderzoeker ‘PH neutraal’ hier dan ook terecht zijn beklag over. Van studenten – veelal toekomstige academici - mag je een zeker basisniveau verwachten, vooral qua taalbeheersing.

 

Lees meer

Column: Jong talent

Alle verhalen over de patatgeneratie ten spijt, hebben veel jongeren wel degelijk interesse in de politiek. Jongerenraden vinden gretig aftrek en om mij heen zie ik talloze leeftijdsgenoten die actief zijn bij een politieke (jongeren)partij. Prachtig toch? Helaas maakt het enthousiasme plaats voor cynisme en scepsis wanneer jongeren een gooi doen naar een politieke functie. ‘Geen levenservaring’ en ‘omhooggevallen student’ zijn veelgehoorde kwalificaties. Hiertegen ageren op een studentenmedium lijkt misschien preken voor eigen parochie, maar ook mijn medestudenten hoor ik laatdunkend spreken over de politieke aspiraties van hun leeftijdsgenoten. ‘Ze zullen wel wanhopig zijn’, wordt er gezegd over de partijen die zich met deze jongelingen inlaten. Waarom deze negativiteit? Heb je levenservaring nodig om maatschappelijke betrokken te zijn, empathie te hebben tegenover de burger en om interesse te tonen in de wereld om je heen? En wie zegt dat deze politiek bevlogen jongeren zo onervaren zijn? Het zijn doorgaans niet de eerste de beste jongeren zich melden voor een politieke functie. Mark Buck, de 22-jarige lijsttrekker van CDA Nijmegen, loopt al 3,5 jaar mee als fractievolger in de gemeenteraad en heeft ervaring in diverse besturen en medezeggenschapsorganen, waaronder twee jaar USR. Eenmaal in de politiek blijkt ook vaak dat deze jonge politici zich uitstekend kunnen handhaven. De Tweede Kamerleden Farshad Bashir, Manja Smits (beiden SP) en Jesse Klaver (GL) - allen voor hun vijfentwintigste verjaardag begonnen - doen niet onder voor oudere collega’s. Zij redden zich prima in de Haagse politiek doen keurig mee aan het parlementaire werk van moties indienen, Kamervragen stellen, werkbezoeken en meer. Vorig jaar werden zij voor hun succesvolle inzet beloond met verkiesbare plaatsen op de verkiezingslijsten van hun partijen. Politiek talent is dan ook niet leeftijdsgebonden. Genoeg succesvolle politici beginnen op jonge leeftijd. Net als bij iedere ander leeftijdsgroep bevinden zich onder de jongere generatie zowel goede als slechte politici. Laten we mensen als Mark Buck, Farshad Bashir en Hidde van Koningsveld  - de scholier die burgemeester van Utrecht wil worden – daarom beoordelen op hun merites en capaciteiten en niet op hun leeftijd.

 

Lees meer

Column: Laten we weer een beetje politiek correct gaan doen

Misschien wel het grootste slachtoffer van de populistische revolte het afgelopen decennium is het begrip ‘politieke correctheid’. We moeten de waarheid niet meer met de mantel der liefde bedekken, maar man en paard noemen. Buitenlanders en andere minderheden moeten niet zeuren over discriminatie, want Nederland is een vrij land en ze zijn allang geëmancipeerd. ‘Dat mag ook weleens gezegd worden’. Deze ontwikkeling in het maatschappelijk denken is niet per se slecht – het is zeker mooi dat taboes doorbroken worden. Kritiek geven moet altijd kunnen, niets mag daarbij heilig zijn. En het is zeker waar dat er soms misbruik wordt gemaakt van de macht van het woordje ‘discriminatie’. Maar schieten we niet een beetje door? Toen ik online reacties doorlas op René van der Gijps ‘grappig bedoelde’ uitspraken over homoseksuelen in het voetbal viel mij op hoeveel bijval hij kreeg. De beste man was gewoon een beetje lomp, daar moesten die homo’s niet zo moeilijk over doen. Dat jonge homo’s in de voetbalwereld niet uit de kast durven te komen en dat ongenuanceerd gebrul als dat van ‘Gijp’ hier mede oorzaak van is, beseft men dan weer niet. ‘Politiek incorrecte’ humor doet het dan ook goed tegenwoordig. Stereotypen van allerlei aard, eufemistisch ‘typetjes’ genoemd, zijn een succesformule voor menige komedie, caberatier of gangmaker op de verenigingsborrel. Dit soort humor is leuk ‘omdat het eigenlijk niet kan’, maar misschien moeten we er eens wat meer gaan nadenken over waaróm het ‘eigenlijk niet kan’. Er is een reden dat we die geweldige neger- en Duitsergrappen opeens voor ons houden in het gezelschap van een zwarte of Duitse studiegenoot. Wat bedoeld is als een onschuldig, ‘stout’ grapje over een groep mensen, kan er bij leden van die groep diep inhakken, hoe geëmancipeerd ze verder ook zijn. Er was immers een tijd dat het geen grapje was. Soms vraag je je nog steeds af of het wel echt een grapje is, en of er niet onder het mom van ‘lekker politiek incorrect doen’ wat minder frisse menselijke neigingen boven zijn komen drijven. In onze strijd tegen politieke correctheid, een vermeende uitwas van de oud-Hollandse tolerantie waar we juist zo trots op zijn, zijn we weer een beetje intoleranter geworden. En vooral een stuk lomper. Laten we daarom weer een beetje politiek correct gaan doen.

 

Lees meer

Column: Noem mij maar ouderwets

Het digitale tijdperk laat zo haar sporen na in het onderwijs. Op het vwo kon ik zien hoe docenten prutsten met de nieuwe smartboards. In augustus vorig jaar openden ‘s lands eerste iPadscholen de deuren. Drie maanden geleden had ik hoorcollege van een docent in Zuid-Afrika, via Skype. In de toekomst zullen papieren lesboeken mogelijk zelfs verdwijnen. Wat al jarenlang gemeengoed is in college, is PowerPoint. Bijna ieder college wordt tegenwoordig ondersteund door een beamer met het bekende diaprogramma. Ook bij paperpresentaties van collega-studenten is het niet meer weg te denken. Op zich is er niets mis mee– het kan colleges en andere presentaties behapbaarder maken door extra structuur aan te brengen, of door relevante tabellen en grafieken te laten zien. Helaas betrap ik zowel docenten als studenten regelmatig op het gebruiken van PowerPoint als spiekbriefje bij hun presentatie of het simpelweg opseksen van een matig verhaal. Te vaak overschaduwt de presentatie de inhoud, of voegt hij niets toe. Dan is de PowerPoint er vooral omdat er nu eenmaal een PowerPoint moet zijn. En mocht de techniek onverhoopt falen, dan zakt de hele presentatie als een kaartenhuis in elkaar. Begrijp me niet verkeerd – ik heb niets tegen PowerPoint en andere technische hulpmiddelen an sich. Maar dan moet het wel toegevoegde waarde hebben. ‘Het ligt niet aan het programma, maar aan hoe mensen het gebruiken’, hoor ik verstokte ICT-fanaten al zeggen. Daar zit best wel iets in, maar de vraag moet dan niet zijn wat het juiste gebruik is, maar of het überhaupt nodig is om het te gebruiken. Soms is dat namelijk niet zo, en op PowerPoint om de PowerPoint zit niemand te wachten. Mijn beste collegeaantekeningen zijn nog altijd van colleges zónder PowerPoint, want dan kun je je tenminste volledig concentreren op het verhaal van de docent en schrijf je meer op. Docenten en medestudenten: vraag je dus eerst af of PowerPoint echt nuttig is en iets toevoegt, alvorens op de automatische piloot een presentatie bij elkaar te klikken.

 

Lees meer

Column: Zelfcensuur

In de master is de arbeidsmarkt opeens erg dichtbij. Menig student maakt halsoverkop een LinkedInprofiel aan en gaat kwistig netwerken. Na een jaar is het toch echt afgelopen en moet je aan het werk. Tot 2018 is het arbeidsperspectief voor hoogopgeleide jongeren ‘matig’, aldus het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) te Maastricht. Reden genoeg om werk te maken van werk zoeken. Social media zijn daarbij steeds belangrijker. Niet alleen om te netwerken en via-via vacatures te bemachtigen, maar ook als mogelijke hindernis. We kennen allemaal de horrorverhalen over sollicitanten die afgewezen worden, omdat er ergens een ongelukkige Facebookfoto of lompe tweet online staat. Uit onderzoek van Jobbird.com blijkt dat 46 procent van de werkzoekenden zich daarom professioneel presenteert op social media. Veertig procent schermt de eigen account af. Uit Europees onderzoek blijkt dat 25 procent van de werkgevers social media een reden vindt om sollicitanten af te wijzen. Belangrijke redenen zijn ongepaste opmerkingen of afbeeldingen, tegenstrijdigheden tussen de CV en informatie op social media, en taalfouten. Noem me naïef, maar overdrijven we niet een beetje? Ik ontken niet dát het gebeurt, maar serieus – gaat een bedrijf een misschien wel heel capabele werknemer mislopen op grond van een Facebookfoto? Zijn ze bang voor reputatieschade omdat willekeurige werknemer X een rare foto op Facebook heeft? Moet ik ook verbergen dat ik metal luister, voor het geval mijn potentiële werkgever het satansmuziek vindt? Een wat reëler voorbeeld: moet ik verbergen dat ik SP’er ben, voor het geval ik bij een VVD’er kom te werken? En is het dan ook verstandig om na dit collegejaar de lieve redactie van ANS te verzoeken al mijn columns te verwijderen? Je professioneel opstellen is één ding, maar ik vind dat er grenzen zitten aan hoe ver je moet anticiperen op dit soort oppervlakkigheden en vooroordelen. Wíl ik wel voor iemand werken die sollicitanten afwijst om niet ter zake doende redenen als Facebookfoto’s, muzieksmaak of politieke voorkeur? De vraag is natuurlijk of je je deze luxe kunt veroorloven in tijden van crisis – de banen zijn immers schaars. Desalniettemin ga ik niet zonder meer alles van mijzelf censureren wat wellicht verkeerd zou kunnen vallen bij een potentiële werkgever. Misschien ben ik dan een eigenwijze wereldverbeteraar die moeilijk aan een baan gaat komen straks. Maar ik heb in ieder geval niet mijn eigen identiteit verloochend.

 

Lees meer

Nijmegen kiest: Yurre Wieken (SP)

Op 19 maart mag Nederland weer naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. Kleurt Nijmegen ook dit jaar weer rood, of weet Rechts haar stempel op Havana aan de Waal te drukken? Komende weken blikt ANS vooruit met zes studenten die verkiesbaar zijn. Vandaag is Yurre Wieken aan het woord, student Geschiedenis. Hij staat op de vijftiende plek van de SP. ‘Ik kan niet goed tegen onrechtvaardigheid en daartegen wil ik mij verzetten.' Waarom sta je op de lijst? 'Mij is gevraagd of ik interesse had en dat had ik wel. Ik was al actief bij de jongerenorganisatie van de SP, ROOD Nijmegen. Daarnaast heb ik mij met een hoop andere zaken binnen de universiteit beziggehouden. Toch wilde ik ook wel graag iets buiten de universiteit doen, ik wilde me inzetten voor een nog grotere groep mensen. De motivatie is ook gekomen doordat ik bij een huisjesmelker woonde. Daar ben ik acties gaan ondernemen om de boel te verbeteren. Ik kan niet goed tegen onrechtvaardigheid en daartegen wil ik mij verzetten.' 16_DSC_4308Vissen jullie in dezelfde vijver als de Partij van de Arbeid? 'Het college van PvdA, GroenLinks en D66 voerde de afgelopen jaren geen sociaal beleid. De parkeertarieven zijn verhoogd, het gratis openbaar vervoer voor ouderen is afgeschaft, enorme huurverhogingen zijn doorgevoerd en wijkbibliotheken zijn gesloten. Dat is niet waar wij als SP voor staan. Als wij de kans krijgen om in het college te komen, kijken wij wel als eerste richting de PvdA en GroenLinks, dat zijn toch wel de partijen die het dichtst bij ons staan. Helaas was daar de afgelopen jaren niet veel van te merken.' Doet de SP aan negative campaigning? 'Ik denk niet dat dat waar is. Over de SP wordt net zo vaak wat geroepen als dat de SP wat over anderen roept. In de politiek moet je uitgaan van je eigen kracht en vooral je eigen boodschap verspreiden. Soms moet je natuurlijk ook duidelijk maken waarom ze op jou moeten stemmen en niet op die andere partij. Als SP moet je duidelijk maken wat het verschil is tussen wat een partij in de campagne zegt en wat hij ondertussen in de bestuurdersstoel doet. Ik vind niet dat je dat een anti-campagne kan noemen, dit is de feiten noemen.' Ga je campagne voeren met tomaten? 'We delen altijd sponsjes uit. Iedereen houdt van sponsjes, zelfs VVD’ers houden ervan. Je kunt mij tijdens de campagne natuurlijk ook tegenkomen op zaterdagmiddag in de stad. Of op een doordeweekse dag om 7 uur in de ochtend wanneer ik op centraal of station Heyendaal sta te flyeren.' Dit was de derde aflevering van 'Nijmegen Kiest'. Lees ook: Yurre Wieken (SP) - Sjoerd van Elk (VVD) - Judith Rotink (CDA)

 

Lees meer