ANSadvo 570x135

Grove misser in blessuretijd

ANS luistert: Dropkick Murphys 11 Short Stories of Pain & Glory

Zet de Guinness maar koud en maak je op voor doldwaze moshpits, want de Dropkick Murphys zijn terug van nooit geweest. De Amerikaanse band had bijzonder veel succes in eigen land, maar ook aan de andere kant van de plas zijn ze al jaren graag geziene gasten. Na vier jaar toeren brachten de folkpunkers in 2017 hun negende studioalbum uit: 11 Short Stories of Pain & Glory.

De bandleden groeiden allen op in de Iers-katholieke wijken van Zuid-Boston. In 1996 besloten ze een flinke bak herrie te gaan maken in de kelder van de lokale kapper. Dankzij hun Ierse afkomst wisten de jongens al snel folkmuziek in hun snoeiharde hardrocknummers te verwerken. Na een komen en gaan van muzikanten, is bassist Ken Casey het enige originele lid dat nog steeds in de zeskoppige band speelt. Nu, 21 jaar later, staan de folkpunkers nog altijd bekend om hun harde muziek, spectaculaire shows en no-nonsense houding. Aan 11 Short Stories of Pain & Glory de loeizware taak om topalbums als Going out in Style (2011) en The Warrior’s Code (2005) te evenaren.

Kenmerkend Iers
In het nummer Blood, de derde track van het album, komen de Ierse roots van de Dropkick Murphys duidelijk naar voren. De inzet van een stevige doedelzak mondt uit een protestsong met een vrije simpele boodschap; ‘If you want blood, we'll give you some’. Toch wordt de tekst naar verloop van tijd wel erg simplistisch, woorden langer dan drie lettergrepen zijn uit den boze. Daarnaast blijft de melodie vrijwel hetzelfde, wat het geheel tot een hapklare track maakt die makkelijk weg luistert. Hoe anders is het fuifnummer I had a hat. Zodra de band inzet vliegt het spreekwoordelijke bier je al om de oren. Opgezweept door de vrolijke noten van de accordeon en thin whistle komen de Dropkick Murphys flink los. Zanger Al Barr beschrijft hoe een Ierse wake in de lokale kroeg verandert in een vechtpartij als de hoofdpersoon zijn hoofddeksel niet terug kan vinden. Een kleurrijke beschrijving van de knokpartij volgt, waarbij de dode bijna weer tot leven wordt gewekt, meubels kort en klein worden geslagen en de politie het natuurlijk flink moet ontgelden. Een soortgelijk verhaal valt te beluisteren in Finnegan’s Wake van The Dubliners, een klassiek Iers volksliedje. De Dropkick Murphys kennen in ieder geval hun pappenheimers.

Afwisseling
Hoewel de Amerikanen nogal wat ‘popnummers’ op het album zetten, zoals Sandlot en Kicked to the curb, is dat zeker niet vervelend. Door de afwisseling van heftige en rustigere nummers is het album geen complete wervelwind van agressie, maar kan de luisteraar ook goed relaxen. Een gewaagd stuk is de eigen versie van het wereldberoemde You’ll Never Walk Alone. Zeker de openingsstrofes zijn erg indrukwekkend en op originele manier gespeeld op een elektrische gitaar. Het refrein is een waanzinnig hoogtepunt omdat de hele band uit volle borst meeschreeuwt. Zo krijgt deze versie van You’ll Never Walk Alone een typische Dropkick Murphys-achtige uitstraling, terwijl het aan de boodschap niks afdoet.

Diepzinnig eerbetoon
Over boodschappen gesproken, het nummer 4-15-13 dient als eerbetoon voor de slachtoffers van de aanslag op de Boston marathon. Dat deze noodlottige dag veel indruk heeft gemaakt op de bandleden blijkt uit het feit dat ze een emotioneel, muzikaal goed verzorgd nummer schreven met een krachtige tekst. Vooral de regel ‘For those gone but not forgotten, we remember you each day’ gaat door merg en been. Ook het noemen van verschillende beroepen van de slachtoffers in het refrein heeft een waanzinnig effect en zorgt ervoor dat 4-15-13 een mooi muzikaal eerbetoon wordt aan zij die het leven lieten op 15 april 2013. Misschien was het daarom beter geweest om te eindigen op deze droevige, maar schitterende muzikale noot. De mannen van de Dropkick Murphys besloten echter anders en brengen als laatste nummer Until the Next Time ten gehore. De poging om een jolig einde aan het album te breien valt volledig in het water door het gebrek aan variatie in het nummer. De dynamiek is ver te zoeken en ook teksten als ‘We'll meet again, don't know where, don't know when’ – vrij naar een Amerikaans oorlogsliedje uit de jaren veertig – zijn niet bijzonder diepzinnig. Nadat het album is afgelopen blijf het gevoel aan je knagen: waarom zo’n einde?

Less is more
De Dropkick Murphys zijn na vier jaar weer helemaal terug met hun nieuwste album 11 Short Stories of Glory and Pain. De verdeling van relatief rustige nummers en het ouderwetse smijt-en-beukwerk is over het gehele album vrij goed. Zeker tracks als Sandlot en Blood contrasteren mooi met pure muzikale rellen als I Had a Hat, waardoor het geheel interessant blijft voor de luisteraar. De hoogtepunten van het album zijn de eigenzinnige uitvoering van You’ll Never Walk Alone en het emotionele 4-15-13. Als de folkpunkers het dan bij tien nummers hadden gehouden, was het album op waanzinnig sterke wijze geëindigd. Spijtig genoeg is Until the Next Time nauwelijks doorheen te worstelen na het emotionele tweede gedeelte van het album. Een grove misser gezien de kwaliteit  van de voorgaande nummers. 

Add a comment
Jean Querelle
Muzikaal afscheid en volwassenwording

ANS luistert: The White Stripes - Icky Thump (2007)

Na het relatief rustige album Get Behind Me Satan betekent Jack White’s rauwe gitaarwerk op Icky Thump – het zesde en laatste album van The White Stripes – een terugkeer naar de ruige roots van de band. Tegelijkertijd onderscheidt het zich van eerdere platen; het wekt de indruk meer ‘af’ te zijn dan het bewust impulsieve, deels in huiskamers opgenomen oudere werk. Icky Thump is enerzijds het muzikale afscheid van een band die de garage- en alternatieve rock nieuw leven heeft ingeblazen en anderzijds de volwassenwording van virtuoos Jack White, inmiddels een zwaargewicht in de Amerikaanse muziekscene.

Tekst: Teun Freriks

Terug naar de essentie
‘Volwassen’ betekent voor de rockers uit Detroit niet per se ‘beter’. Sinds de oprichting van de band in 1997 zijn leden Jack White (ook bekend van The Raconteurs, The Dead Weather en zijn solowerk) en zijn ex-vrouw Meg White, die hij bij optredens steevast ‘my big sister’ noemt, altijd trouw gebleven aan een kinderlijk concept. Ze verschenen net als vijf van hun platen altijd in het rood, wit en zwart en omringden zich op podia en tijdens fotoshoots met kinderlijke snoepmotieven en kitscherige plastic voorwerpen.

De muziek is verre van kitscherig. Meer nog dan op andere albums domineert op Icky Thump de blues- en hardrock, stijlen die je niet direct verwacht als je de rood-witgeschilderde basdrum van Meg ziet. Met hun rauwe geluid en overwegend eenvoudige composities gaat het rockduo regelrecht terug naar de essentie van de rockmuziek. Een criticus wist dit contrast met de kinderlijke aankleding van de band goed onder woorden te brengen toen hij zei: ‘They are simultaneously the most fake and most real band in the world’.

Zoals The White Stripes teruggaan naar de essentie van rock, zo gaat het album Icky Thump terug naar de essentie van The White Stripes. Van ballads tot blues- en hardrock: deze plaat heeft het allemaal. Hoewel de ruige nummers domineren, zijn de sterke ballads medebepalend voor de kwaliteit van het album. Het ontroerende A Martyr for My Love for You, over het uit liefde beëindigen van een relatie, golft tussen rustige gitaarlijnen en volle powerchords, die vloeiend in elkaar overgaan. De kracht van de nog betere ballad 300 M.P.H. Torrential Outpour Blues zit hem juist in de abrupte wisselingen. De warme akoestische gitaar wordt daarin op bepaalde momenten plotselinge verstoord door een storm aan drumbekkens en snerpende gitaarsolo’s die het nummer wel aan stukken lijkt te scheuren. De aanstekelijke gitaarriff in I’m Slowly Turning Into You doet denken aan de eenvoudig opgebouwde rocknummers waar de band bekend om staat, terwijl het modderige Little Cream Soda tot hun echt ruige werk behoort. Op Catch Hell Blues laat Jack maar weer eens zien hoe goed hij met de slide overweg kan en zoals twee eerdere platen wordt Icky Thump besloten met een nummer dat ook de country als belangrijke invloed naar voren brengt.

Volwassener
Toch is Icky Thump meer dan een herhaling van het eerdere werk van de band. Het lijkt meer doordacht, meer ‘af’, en wijkt daarom enigszins af van het bekende eenvoudige recept. Dat blijkt al uit het feit dat de opnames langer duurden dan van de voorafgaande albums, namelijk bijna drie volle weken. Het feit dat dit album meer volwassen is dan eerder werk – en omdat de voorkant als enige van de zes albums geheel zwartwit is – geeft het een aparte status binnen het oeuvre van de band. De meeste nummers kennen meer afwisseling en zijn daarom niet per se beter, maar wel origineler dan eerder werk. Catch Hell Blues, het enige echte bluesnummer op de plaat, volgt niet de twaalf maten van het standaard bluesschema maar de ontketende slide van Jack, die alle kanten op vliegt. Op de titletrack wordt een vloeiende gitaarriff afgewisseld door een bizarre synthesizer, die Jack op het podium met een hand bespeelt terwijl hij met de andere op zijn plastic rood-witte gitaar ramt. Het nummer is een aanval op het immigratiebeleid van de VS (‘why don’t you kick yourself out, you’re an immigrant too’) en is als politiek nummer eveneens een uitzondering in het werk van de band. Naast de synthesizer zijn op het album ook orgels, trompetten (Jack plukte de trompettist uit een plaatselijk Mexicaans restaurant) en zelfs doedelzakken aanwezig. De afwisseling binnen de nummers en binnen het hele album zorgt ervoor dat je na 47 minuten en 44 seconden de naald weer op het begin van de plaat wilt zetten zodat de hele ervaring van voren af aan begint.

Bij voorbaat leken The White Stripes te hebben geweten dat Icky Thump hun laatste plaat zou worden. Jack had een jaar eerder, in 2006, al zijn eerste album met de band The Raconteurs uitgebracht en leek met Icky Thump nog eens terug te willen keren naar de rauwe blues en rock waar The Stripes groot mee zijn geworden. Het resultaat is een overdonderende plaat waarop het bekende recept is aangevuld met de ervaring die hij in de tien jaar sinds het oprichten van de band heeft opgedaan. Deze mix van oud en nieuw maakt van Icky Thump een zó goed muzikaal afscheid, dat opheffing naderhand onvermijdelijk was.

Add a comment
Redactie
Een album voor elk wat wils

ANS luistert: Twenty One Pilots - Blurryface (2015)

Twenty One Pilots (twenty | øne | piløts, zoals de band het zelf stileert) is een Amerikaanse tweemansband uit Ohio. Het genre van hun sound is onmogelijk te bepalen en dat maakt hun muziek juist zo goed. Zoals de zangers zelf zeggen: 'There was a lot of pressure to find a genre and stick to it. People would tell me all the time, "You can’t be all things to everyone." I would say, I’m not trying to be. I’m being what I want to be for myself.’ De afwezigheid van een overheersende stijl maakt de muziek, ondanks de veelal duistere teksten, benaderbaar voor bijna iedereen. Op dit moment is hun laatste single Heathens, te horen in de film Suicide Squad.

Tekst: Sydney Meuldijk

Demonen
Blurryface gaat over demonen—die van Tyler Joseph, zanger van de band Twenty One Pilots die onder andere (samen met Josh Dun) de bekende track House of Gold uitbracht, opvallend door het gebruik van de ukelele—die ook weer terug komt in het nieuwste album. Blurryface is het vervolg op het album Vessel en gaat over Blurryface, het alter ego van Joseph dat het niet altijd eens is met de muziek die hij schrijft. Blurryface zit in zijn hoofd en in zijn keel en op zijn handen: hij belichaamt de onzekerheid van Joseph, waar hij over zingt: 'I wish I found some better sounds no one's ever heard / I wish I had a better voice that sang some better words'. Het zijn de eerste regels van het nummer Stressed Out. Het nummer gaat over de kindertijd, zijn jeugd waar Joseph naar terugverlangt, waar er geen ‘student loans’ waren, maar ‘tree house homes’, toen hij nog kon doen alsof hij astronaut kon worden, toen zijn moeder hem toezong wanneer het niet goed ging. Blurryface komt in datzelfde nummer aan de oppervlakte: de laatste regels worden gezongen door een diepe, lage stem, en luiden: 'Wake up, you need to make money', als commentaar op Joseph’s muzikale mijmeringen: word wakker, je bent volwassen, gedraag je dan ook zo.

De ukelele uit House of Gold komt terug in de nummers We Won’t Believe What’s on TV en The Judge. Dit laatste nummer is waarschijnlijk de beste track van het gehele album en klinkt aanvankelijk vrolijk, tot Joseph begint te zingen, met teksten als 'I'm a pro at imperfections and I'm best friends with my doubt', waar weer de onzekerheden van Joseph naar boven komen. Deze onzekerheden, of Blurryface, zijn ook op het podium te zien geweest—Joseph verscheen met zwarte verf op zijn keel en handen, alsof hij wilde zeggen: ik heb twijfels over wat ik zeg en over wat ik maak. Deze twijfel komt het best naar boven in het nummer Doubt. 'Scared of my own image, scared of my own immaturity / Scared of my own ceiling, scared I'll die of uncertainty / Fear might be the death of me, fear leads to anxiety / Don't know what's inside of me / Don't forget about me', zingt hij, waarbij hij de laatste regel nog een aantal keren herhaalt in het laatste vers van het nummer.

Voor elk wat wils
De stijl van het album is, zoals het de band betaamt, moeilijk vast te leggen. De meest gebruikte en waarschijnlijk ook accurate beschrijving van de sound is ‘schizoid pop’ of schizofrenische popmuziek, omdat er inderdaad geen label aan te hangen is: het is een mengelmoes van alles—pop, reggae, R&B, drum ’n bass en zelfs rap, hoewel de heren Joseph en Dun zelf dat nog eens trachten te ontkennen. Als gevolg van deze variëteit aan stijlen, is het album Blurryface amper een geheel: de tracks hebben onderling enorme verschillen, waarbij in sommige nummers de reggae als duidelijke invloed kan worden genoemd (Lane Boy) en andere nummers in de basis stiekem echt wel pop zijn (Tear In My Heart). De sounds, hoewel allemaal anders, staan toch stuk voor stuk voor het unieke geluid van Twenty One Pilots—dit is hun ding, dit is wat ze dóén. De kritiek die ze hier in het verleden op hebben gehad weerleggen ze in het nummer Lane Boy: 'They say, ‘Stay in your lane, boy’ / But we go where we want to.' Toegegeven: het album zal niet bij iedereen in de smaak vallen—het is tenslotte een mess van alles wat je maar bedenken kunt, maar laat een negatieve opvatting tegenover rap of R&B je er vooral niet van weerhouden dit album toch even te beluisteren. Het is voor elk wat wils—en men kan met zekerheid stellen wat het is voor de fans: al wat wils.

Add a comment
Redactie
Al 50 jaar een klassieker

ANS luistert: Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967)

Dit jaar is het alweer vijftig jaar geleden dat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band uitkwam, het achtste studio-album van The Beatles en nog altijd een van hun meest legendarische platen. Het was destijds gelijk een groot succes, dat wekenlang de internationale hitlijsten domineerde en meerdere Grammy’s in de wacht zou slepen. Het werd op den duur zelfs het bestverkopende album van de jaren zestig. Tot op heden beschouwen veel muziekcritici het als hun creatieve meesterwerk en een uniek moment in de muziekgeschiedenis.

Tekst: Vincent Veerbeek

'The Act You’ve Known for All These Years'
De albumtitel verwijst naar het alter ego waaronder The Beatles te werk gingen: om zichzelf meer vrijheid te geven deden ze zich voor als een andere band – Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Dit wordt duidelijk uit het titelnummer en de reprise daarvan aan het einde, die een soort raamwerk creëren en de suggestie wekken dat dit hele album eigenlijk een concert van deze fictieve band is. Met deze constructie gaven ze zichzelf de ruimte om een nieuwe richting in te slaan en hun creativiteit nog meer de vrije loop te laten dan voorheen. De tijden dat ze simpele popnummers en liefdesliedjes maakten was met dit album definitief voorbij. Op een paar uitzonderingen na is dit een schot in de roos en levert het talloze interessante klassiekers op.

Muzikale experimenten
Dat het album uit 1967 komt moge duidelijk zijn: de invloed van de hippiecultuur, die op dat moment op zijn hoogtepunt was, is merkbaar. Het meest duidelijke voorbeeld hiervan is toch wel Lucy in the Sky with Diamonds, een weinig verhullend nummer over LSD dat eigenlijk niets anders is dan een op lome manier gezongen beschrijving van een trip. Ook de invloed van oosterse spiritualiteit en Indiase muziek is hoorbaar, vooral in Within You Without You, een experimenteel nummer met zweverige teksten als 'we were talking about the space between us all and the people who hide themselves behind a wall of illusion' en waarin bovendien kenmerkende instrumenten als de sitar te horen zijn.

Afwisseling
Toch is tussen dit alles ook ruimte voor meer ingetogen nummers. Zo duikt halverwege het album She’s Leaving Home op, waar de psychedelische geluidseffecten plaatsmaken voor harp en strijkers. Dit levert een rustiger, maar niet minder indrukwekkend nummer op dat het verhaal vertelt van ouders die hun dochter los leren te laten. De invloed van muzikale vernieuwingen, zoals het gebruik van bepaalde instrumenten en samplingtechnieken, wordt ook wel duidelijk uit een nummer als Lovely Rita, een liefdesliedje over een parkeerwacht. Het is een van de weinige liedjes die qua tekst doet denken aan de oudere, simpelere nummers met teksten als 'had a laugh and over dinner told her I would really like to see her again', maar waar op muzikaal gebied allerlei nieuwe dingen te horen zijn.

Een dag uit het leven
Een van de meest intrigerende en interessante nummers komt echter pas helemaal aan het einde om de hoek kijken: A Day in the Life, waarin letterlijk een dag uit het moderne leven beschreven wordt aan de hand van wat verschillende mensen mee lijken te maken. De teksten zijn soms raadselachtig, zoals in 'four thousand holes in Blackburn, Lancashire, and though the holes were rather small they had to count them all'. Op andere momenten gaat het juist over hele alledaagse dingen, bijvoorbeeld 'dragged a comb across my head'. Deze verhalen gaan steeds meer door elkaar lopen en die opbouw is ook hoorbaar in de muziek, als er gaandeweg meer instrumenten bijkomen en langzaam naar een climax toewerken die ook meteen voor een abrupt einde aan het liedje zorgt.

Albumhoes
De creatieve vrijheid die dit album kenmerkt is ook terug te zien in de hoes, misschien wel het meest iconische aan dit hele album. Hierop staan tientallen beroemdheden afgebeeld: zangers, acteurs, schrijvers, politici, je kunt het zo gek niet bedenken of ze staan erop. Van Edgar Allan Poe tot Bob Dylan en van Karl Marx tot Marilyn Monroe, het is eigenlijk een zoekplaatje van historische figuren die van invloed zijn geweest op The Beatles. Ook opvallend is het feit dat The Beatles zelf er twee keer opstaan, één keer als wassen beelden en één keer in kleurrijke kostuums als Sgt. Pepper.

Meesterwerk op leeftijd
Al met al is Sgt. Pepper vijftig jaar na dato nog steeds een bijzonder album en een ervaring om naar te luisteren, met allerlei onverwachte wendingen en muzikale innovatie in bijna ieder liedje. Vanuit een hedendaags perspectief lijken al deze nummers misschien niet even baanbrekend meer, maar in die tijd waren veel van de gebruikte technieken nog erg vernieuwend. Bovendien zorgen de cryptische teksten er ook nu nog voor dat je nieuwe dingen blijft ontdekken. Zo is Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band vijf decennia na the summer of love ondanks alles nog steeds een genot om naar te luisteren, niet alleen voor liefhebbers van The Beatles.

Add a comment
Redactie
Slagveld van clichés

ANS luistert: Sum 41 - 13 Voices (2016)

Het jaar 2016 kan gerust worden omschreven als hét comeback jaar voor ‘the number-bands’ uit de jaren 90. Eve 6, blink-182 en 3 Doors Down gingen afgelopen jaar allemaal op tour, of brachten een nieuw album uit. Ook de kroonprinsen van de punkrock, Sum 41, produceerden voor het eerst sinds 2011 een nieuwe plaat: 13 Voices.

Back in Business Again
Voor het opnemen van 13 Voices was er, niet voor het eerst, flink wat intern gerommel binnen de band. In 2014 besloot de originele drummer op te stappen en frontman Deryck Whibley moest een tijd stoppen met spelen door leverproblemen. Een jaartje later besloot de oude leadgitarist Dave Baksh, die de band in 2006 verliet, opeens terug te keren. De chaotisch re/herformatie van de nieuwe bezetting is volledig in lijn met de release van 13 Voices. Het nieuwe album kwam voor veel fans uit de lucht vallen en drie dagen voor de geplande release lekte de complete plaat uit op internet. Het is Sum 41 op zijn allerbest. Direct plakten de Canadezen er een nieuwe wereldtour achteraan, waarmee de band weer back in business is. 

Oorverdovende stilte
Wie op play drukt en verwacht dat direct de karakteristieke gitaarriffs uit de stereo brullen, komt bedrogen uit. Een melodieus deuntje van viool en keyboard dwarrelt uit de speakers. De melodie zwelt aan en barst los in het brute gitaarwerk wat men gewend is van Sum 41. Met opzwepende drums en melodieuze samenzang werkt het nummer naar een hoogtepunt toe, dat niet komt. Net voor het moment suprême zwijgen de gitaren en zingen enkel nog wat tonen van het keyboard na. A Murder of Crows is niets minder dan een seksueel voorspel dat niet leidt tot een orgasme: onbevredigend.

Uitgemolken succesformule
Het zijn voornamelijk hapklare nummers die 13 Voices tekenen. Fake My Own Death, Breaking the Chain en titeltrack 13 Voices zijn haast kopieën van elkaar. Te beginnen met een vrij rustige opbouw, waarin meestal violen worden gebruikt, die plotseling omslaat naar een heftige gitaarriff. De drum kickt in en ook de basgitaar gaat brommen. Het nummer komt binnen enkele maten weer tot rust en zanger Whibley begint teksten te spuwen over al het slechte in de wereld. Het refrein wordt naar een hoogtepunt geschreeuwd, waarop de overbekende glissando’s en achtergrondkoortjes hun intrede doen. Vervolgens wordt er nog een couplet en refrein afgewerkt, waarop Whibley via een vocal sound effect nog één keer ons probeert te overtuigen hoe verrot de wereld is. Solo erachter plakken, refreintje knallen en klaar is kees. Het is jarenlang dé succesformule geweest van Sum 41, getuige hits als Into Deep en The Hell Song. Goed uitgevoerd of niet, zoveel herhaling wordt naar verloop van tijd doodsaai.

De barricaden op
There Will be Blood en War zijn waarschijnlijk de populairste nummer van het album, omdat ze zijn uitgegeven als promotiesingels. De melodie- en zanglijnen zijn bij vlagen wel heel erg poppy wat je niet verwacht bij de ruige punkers. De teksten zijn wel weer als vanouds vrij socialistisch. De pure agressie en afkeer tegen de leiders van ‘het systeem’ is duidelijk hoorbaar in ‘We gotta control all the little ones’ en ‘Don't sell your souls on the open market, cause there will be hell to pay’ uit de track There Will be Blood. Ook het nummer War geeft goed de strijd van de gewone man weer met de teksten ‘So what am I fighting for?’ en ‘Naive and not to mention, I'm losing count of all my blessings’. Voordat dit hele verhaal een manifest wordt is het goed om aan te stippen dat Sum 41 zeker nummers heeft gemaakt die beter aansluiten op de oude speelstijl. Bij Goddamn I’m Dead Again en God Save Us All (Death to POP) scheuren de gitaren snoeihard en lijkt de Canadese band even de oude vorm te hebben teruggevonden, vol gas en zonder compromis rammen. Punkrock zoals punkrock ooit is bedoeld.

Wat spijtig is aan het album dat juist nummers die typisch zijn voor Sum 41, nogal uit de toon vallen. Het venijn wat in de felle, snelle gitaarriffs schuilt wordt teniet gedaan door de voorspelbare deuntjes, gelikte achtergrondkoortjes en elektronisch geneuzel. Wat een feest van herkenning zou moeten zijn, wordt op 13 Voices een slagveld van clichés. Eigenlijk is het hele album zoals haar begintrack, een hoogtepunt dat nog steeds op zich laat wachten. Elk nummer wordt de hoop op een ouderwets punkfeestje steeds verder de kop ingedrukt. Kleine oplevingen als God Save Us All doen de gek leven, maar tegen beter weten in. Sum 41 is terug van weggeweest, maar de vreugde is voor diehard fans van korte duur. 13 Voices is simpelweg, onbevredigend.

Add a comment
Jean Querelle
Odell biedt luisterend oor

ANS luistert: Tom Odell - Wrong Crowd (2016)

Met het weekend voor de deur en een drukke of turbulente week achter de rug is het natuurlijk fijn om bij iemand je ei kwijt te kunnen. Helemaal als jouw Valentijn jouw gevoelens niet bleek te delen. Het is alsof niemand jou lijkt te begrijpen, maar Tom Odell weet met zijn nieuwste album Wrong Crowd precies te bezingen wat er door je heengaat.

Tekst: Jules Schmeits

Waardige opvolger
Na zijn doorbraak in 2012 met de welbekende single Another love en zijn debuutalbum Long way down was hij niet meer weg te denken op de festivals waar hij vanachter zijn piano zijn nummers ten gehore bracht. Zijn looks en muziekstijl zorgden daarnaast ook voor veel fans en daarom kon een tweede album niet uitblijven. Na een paar jaar wachten kregen fans in april vorig jaar een eerste voorproefje. De single Wrong Crowd beloofde veel goeds voor de rest van het album.

Verbeterd vertrouwd recept
Aan die belofte werd dan ook zeker voldaan. Om het wachten tot de albumrelease nog wat dragelijker te maken, werden er nog vier andere singles uitgebracht en in juni was het hele album eindelijk te beluisteren. Wrong Crowd is een album waaraan je kunt horen dat er veel tijd in is gaan zitten. Tom heeft staan experimenteren en waar er in het vorige album het voornamelijk nog standaard singersongwriting te horen was, begint Tom met voorzichtige babystapjes nu meer te variëren in zijn stijl. Nummers zoals Magnetised en Here I am beginnen enigszins rustig maar eindigen allebei als stevige popsongs. Daarnaast is Daddy ook heel opmerkelijk door de rauwe gitaarklanken die in dit nummer de hoofdrol spelen. Daarmee is Wrong Crowd een album met het vertrouwde singersongwriting geluid gekruid met een mix van vloeiende ballads en een vleugje groove.

Qua muziek is zijn stijl geëvolueerd maar ook qua inhoud heeft Tom Odell niet stilgezeten. Weliswaar staan, net zoals in Long way down, de frustraties en vragen die rijzen bij liefdesverdriet en andere emotionele veranderingen centraal. Deze complexe gevoelens blijven voor veel artiesten een grote uitdaging om over te schrijven. Niets voor niets probeert menig artiest deze gevoelens te vangen en onder woorden te brengen. Ook bij Odell lijkt het cliché te worden maar hij heeft deze uitdaging nog beter getackeld dan in z’n vorige album. De tekst komt zo verfijnd en vertrouwd over dat je Tom bijna als beste vriend gaat beschouwen. Wie kent immers het gevoel niet dat je stiekem blijft hopen op een wederzijdse liefde terwijl je allang bent afgewezen, zoals in Magnetised wordt bezongen met de woorden 'Cause it’s not right, I’m magnetised to somebody that don’t feel it.'

Verlangen en verdriet
Voor wie denkt dat dit album alleen maar liefde is met bijbehorende emoties als verlangen en verdriet, heeft het mis. Ook het verlangen en verdriet van het leven passeren de revue. In Sparrow ziet Odell een musje zitten en hij vraagt zich af waarom men het idee heeft gevangen te zitten in de dagelijkse sleur terwijl je toch dingen doet die je leuk vindt. Daarnaast staat ook het nummer Constellations op het album. Het nummer gaat in eerste instantie over de struggles die je ervaart bij een ex terwijl je het eigenlijk opnieuw wilt proberen. Desondanks weet je dat je daarvoor moet veranderen maar in feite zit je nog gevangen in je oude ik. Dit gevangen zitten in een oude ‘constellatie’ zou je kunnen doortrekken naar het verlangen om iets te veranderen in je leven.

Ondersteunende eenheid
Het leven gaat echter niet over rozen. Frustratie lijkt dus hét woord om al deze problemen samen te vatten en dat is een van de redenen die het album tot een geheel maken. Een album dat een groot lied is waarin elk nummer een ander couplet is dat gaat over een andere bron van frustraties in het leven zoals de liefde. Die eenheid wordt versterkt door de eerdergenoemde mix van singersongwriting, ballads en groove en daarmee krijg je het idee dat Odell je een helpende hand wil reiken bij je dilemma’s.

Helaas kom je dan van een koude kermis thuis. Hoewel Tom Odell al je emoties haarfijn weet te beschrijven, komt hij zelf niet met een handleiding van hoe je met de situatie moet dealen. Het zou immers ook onmenselijk zijn om van Odell te eisen dat hij ons daarmee zou helpen, want ook al hebben we dezelfde emoties en frustraties, ieder persoon is anders en dat maakt het nog moeilijker om voor te schrijven hoe het wel moet.

Daarom is een luisterend oor het beste medicijn. Ga er eentje drinken met wat vrienden en wanneer er niemand beschikbaar is op je grijze regenachtige dag dan is er Tom Odell. Zijn album Wrong Crowd, dat qua muziek en inhoud een voorzichtige start is van het ontwikkelen van een eigen songwritingstijl, helpt je te verliezen in de vergezichten vanuit de trein. Dan is je hart meteen weer gelucht als je straks thuiskomt aan het begin van een nieuw weekend.

Add a comment
Redactie
Misschien wel de beste filmmuziek ooit

ANS luistert: Eddie Vedder - Into the Wild (2007)

Iedereen heeft het waarschijnlijk weleens een keer ervaren; films die je zo raken dat je er spontaan kippenvel van krijgt. De film Into the Wild zo’n voorbeeld en niet alleen door het indrukwekkende waargebeurde verhaal, maar ook zeker door de prachtige, melancholische nummers van Eddie Vedder. Het is misschien wel één van de beste filmmuziek die er is geschreven.

Tekst: Karlijn van der Voort

Soundtrack
Muziek in een film kan net die extra dimensie geven dat de film een blijvende indruk bij je achterlaat. Waarschijnlijk moest regisseur Sean Penn daar ook zo over hebben gedacht nadat hij klaar was met de opnames van Into the Wild. Deze verfilming van het gelijknamige boek van Jon Krakauer is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de avonturier Chris McCandless. De pas afgestuurde Chris, gespeeld door Emile Hirsch, is het materialistische leven zat en laat de ‘consumptiemaatschappij’ achter om in de wildernis van Alaska te overleven. Dit bijna epische drama had ook een aangrijpende soundtrack nodig en daarmee was Penn bij zijn goede vriend Eddie Vedder zeker aan het juiste adres.

Gouden bariton-stem
De meesten zullen Eddie Vedder kennen als de leadzanger en gitarist van Pearl Jam. Onder andere door zijn prachtige, kenmerkende warme en lage stemgeluid kan je vaak niet stoppen met luisteren naar nummers van deze wereldwijd succesvolle rockband. Samen met Pearl Jam heeft Vedder al vaker bijgedragen aan films door nummers te schrijven voor de soundtrack. Maar in 2007 schakelde Sean Penn de muzikale hulp in van alleen Eddie Vedder zelf om de gehele soundtrack samen te stellen. Vedder begon met schrijven nadat hij de ruwe versie van de film had gezien en het eindresultaat was een debuut solo album met in totaal elf korte nummers. De‘gouden bariton-stem’ van Vedder komt ontzettend goed naar voren en het heerlijke gitaarspel maakt dit album een genot om naar te luisteren. De bekendste nummers van het album zijn Society en Guaranteed, dit nummer won zelfs een Golden Globe.

Breekbare stem
In tegenstelling tot de albums van Pearl Jam waar vooral veel ruige rocknummers voorbij komen, is dit album kalm en ook de stem van Vedder klinkt rustiger en harmonieuzer. Het is net alsof hij zich ook even heeft teruggetrokken van alle hectiek en drukte, wat weer erg goed aansluit op de sfeer van de film. Ook als je de film niet gezien hebt, lukt het Vedder om je even volledig rustig en ontspannen te krijgen. Van de rauwheid van zijn stem moet je houden; voor sommigen kan het weleens vals overkomen, terwijl de ander zijn manier van zingen juist geweldig vindt omdat het niet altijd ‘perfect’ zuiver is. Deze ongepolijstheid en breekbaarheid brengt een bepaald gevoel over die je als luisteraar extra meetrekt in het nummer. Echter, er zijn ook twee nummers Tuolomne en The Wolf, waar niet veel zang in voorkomt. In The Wolf maakt Vedder alleen een soort hoog, huilend wolvengeluid en Tuolomne is zelfs helemaal instrumentaal. Dit maakt je er wel weer van bewust dat het album geschreven is voor een film, maar door de korte duur van de nummers is het niet storend. Bij de oplettende luisteraar zal Tuolomne ook bekend in de oren klinken. Het wereldwijd bekende nummer Just Breathe van Pearl Jam is namelijk gebaseerd op dit nummer.

Variatie op de gitaar
Aangezien de nummers pas geschreven zijn nadat Vedder de film daadwerkelijk gezien had, nemen de nummers je echt mee in de reis van McCandless. De eerste drie nummers van het album, Setting Forth, No Ceiling en Far Behind, betrekken je gelijk in het hoopvolle begin van de film. Setting Forth en No Ceiling beschrijven hoe de hoofdpersoon zijn besluit neemt om weg te gaan uit zijn huidige omgeving, om niet om te kijken en gewoon door te gaan. McCandless maakt in begin van zijn reis z’n volledige spaarrekening over naar een goed doel wat weer terugkomt in een zin uit Far Behind: 'Empty pockets willallow a greater sense of wealth.' Long Nights is vervolgens wat zwaarder en rustiger enis wat meer beladen. Juist met deze afwisseling van emoties in de nummers zorgt Vedder ervoor dat het album met alleen maar redelijk rustige nummers niet saai wordt om naar te luisteren. Daarnaast zijn de meeste nummers over het algemeen vrij kort, waardoor een nummer niet gaat vervelen. Alleen End of the Road kan wel als een beetje langdradig worden ervaren, aangezien er alleen in de eerste 40 seconden gezongen wordt.

Succesvol solo
Zijn rauwe stemgeluid en de bittere teksten zorgt ervoor dat Vedder de kijkers van de film kippenvel kan bezorgen, maar ook zonder de film gezien te hebben is het een heerlijk album. Het is vooral bijzonder hoe Vedder erin slaagt om de sfeer van de film over te brengen in zijn liedjes. Zelfs zonder de film gezien te hebben, waan je je even in een andere wereld. Niet de gehaaste wereld waarin van alles moet in een korte tijd, maar juist in een wereld waar je even niet hoeft na te denken en je alleen maar hoeft te luisteren naar die prachtige, zwoele stem. Hiermee bevestigt Eddie Vedder alleen maar meer wat een fenomenale zanger hij is. Met zijn unieke stemgeluid en muzikaliteit laat hij zien dat hij ook als soloartiest een ijzersterk album kan maken.

Add a comment
Redactie