Stadsdichter doet een boekje open

Literatuurtip mei

Uit de allesomvattende brei van literaire werken een exemplaar kiezen voor in je boekenkast, is geen kattenpis. Daarom plaatsen ANS en het literair tijdschrift Op Ruwe Planken maandelijks aanraders voor leesvoer online. Deze maand is het de beurt aan Frouke Arns, de stadsdichter van Nijmegen. Als je zelf niet vies bent van een gedicht hier en daar, kun je nog steeds inschrijven voor de Campusdichterverkiezing van 9 juni. Arns zal hier ook bij aanwezig zijn. 

Nachtbus naar Andalusië (Cabo de Gata) - Eugen Ruge 
(vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts, Uitgeverij De Geus, 2014)
Diese Geschichte habe ich erfunden, um zu erzählen, wie es war. Deze filosofische novelle is geschreven vanuit het perspectief van de hoofdverteller: Peter Handke. Hij kijkt vijftien jaar na dato terug op zijn vertrek uit Berlijn en beschrijft zijn eenzame verblijf in het Andalusische kustdorpje Cabo de Gata, waar hij zich ontfermt over een zwerfkat. De verteltoon is kalm en bedaard, bezwerend bijna. Het verhaal is één grote monologue intérieur; er is nauwelijks sprake van dialoog. Veel gedetailleerde beschrijvingen van mensen, situaties en plekken zorgen voor een filmisch effect.

Ik vind Cabo de Gata een prachtig fijnzinnig geschreven, ontroerend en tijdloos verhaal over het verlangen naar zingeving, dat diep onder de huid kruipt en je aan het denken zet. Het is een stilistisch hoogstaand werkje van meesterverteller Ruge, die in zijn grote roman In Zeiten des abnehmenden Lichts al heeft laten zien waartoe hij in staat is. In Cabo de Gata herken je zijn virtuoze stijl; de verteltechnische precisie waarmee hij het personage, het landschap en de mensen daarin tot leven laat komen.

Het testament van Gideon Mack - James Robertson
(Vertaald uit het Engels door Regina Willemse, Uitgeverij De Geus, 2009)
Een uitgever in Edinburgh ontvangt een vreemd manuscript: de memoires van een dominee die al enige tijd wordt vermist. Het manuscript vertelt het verhaal van Gideon Mack, die tijdens een hardloopronde in het bos een mysterieuze steen ontdekt. Vanaf dat moment komt zijn leven in een stroomversnelling. Na een val in een ravijn beweert hij te zijn gered door de duivel, die in het onderaardse grottenstelsel huist. De kerkgemeente verstoot hem wegens godslastering en langzaam vervreemdt hij van zijn omgeving. Uiteindelijk sluit hij zichzelf op in zijn studeerkamer en schrijft hij zijn getuigenis. Op een dag verlaat hij zijn huis voor een afspraak met de duivel op Mount Ben Alder, zoals hij schrijft in zijn manuscript. Pas maanden later wordt hij dood aangetroffen in dit onherbergzame gebied.

Voor de buitenwereld is het duidelijk: Gideon Mack is volslagen gek geworden door de dood van zijn vrouw - elf jaar daarvoor - en de gevolgen van zijn traumatische val. Maar welke lezing is waar? Wat is goed en wat is slecht? Wat geloof je en wat niet? Ik vind dit een geniaal boek. Het is filosofisch, origineel, complex, spannend en vol humor. Robertson verweeft en passant ook nog de politieke, sociale en economische ontwikkeling van Schotland van na de Tweede Wereldoorlog in zijn verhaal. Het zit bomvol literaire, religieuze, folkloristische en historische verwijzingen en hints, waardoor je aandacht geen moment verslapt, omdat je steeds een antwoord denkt te krijgen op de vragen die Robertson oproept, maar nooit beantwoordt. Gideon Mack is een tragische antiheld, innemend door zijn eerlijkheid en onvermogen. Nog lang nadat je de laatste bladzijde hebt gelezen, spookt hij door je hoofd.

Dorpsleven - Amos Oz
(Vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach, De Bezige Bij, 2011)
Dorpsleven is een verzameling van acht verhalen, die een onderlinge samenhang hebben, omdat ze zich in hetzelfde fictieve dorp Tel Ilan in Noord-Israël afspelen en omdat personages in verschillende verhalen terugkeren. Oz noemt het dan ook een ‘roman in verhalen’. Het is één van mijn lievelingsboeken, omdat de verhalen bij herlezing elke keer weer iets anders prijsgeven. Ze zijn poëtisch, vervreemdend, verontrustend en zijn geschreven met een diep inzicht in de menselijke psyche. De personages worden geplaagd door verlangen en verlies. Ze zijn, ieder op zijn eigen manier, voortdurend op zoek naar dat wat verloren ging.

 

Op Ruwe Planken
Verhalenbundels en één waarheid

Literatuurtip april

Uit de allesomvattende brei van literaire werken een exemplaar kiezen voor in je boekenkast, is geen kattenpis. Daarom plaatsen ANS en het literair tijdschrift Op Ruwe Planken maandelijks aanraders voor leesvoer online. Deze maand is het de beurt aan Else Boer. Else is afgestudeerd letterkundige en schrijfster. Ze stond in de finale van Write Now! 2015 en schreef een verhaal dat verscheen in Op Ruwe Planken 15.

Teveel geluk (Too Much Happiness) - Alice Munro
Voordat ik veel met de trein ging, las ik eigenlijk nooit verhalenbundels. Nu zijn het mijn favoriete boeken om mee te nemen: binnen twintig of dertig minuten heb je een verhaal uit, geen gedoe met onthouden waar je was. De verhalen van Munro zijn mijn absolute favoriet. Misschien geen verrassing – ze heeft voor die verhalen immers de Nobelprijs gewonnen. Munro schrijft subtiel, zelfs over groteske onderwerpen. Ze laat je na afloop van een verhaal naar adem happend achter. In stomme verbazing, vol verwondering of ontroerd. Het leuke is dat haar verhalen alleen maar beter worden bij herlezing. Voortaan hoef je in de trein dus nog maar één boek mee te nemen.

Storing - Marga Minco
De meeste jonge lezers kennen de verhalen van Minco van de middelbare school: veel van haar verhalen hebben de perfecte lengte voor een toets Fictie. Dat ze je daarnaast nog dagen aan het denken kunnen zetten, daar hoor je minder scholieren over. De verhalen in Storing vallen in die categorie. Altijd wordt er gerefereerd aan de oorlog, maar vaak terloops, alsof het een bijzaak betreft. Juist die schijnbare luchtigheid maakt haar verhalen zo scherp: tragisch zonder ergens sentimenteel te worden. Bijvoorbeeld in het verhaal ‘Achter het schot’, waarin vier vriendinnen een kamer inrichten voor een onderduikster, maar haar nooit uitnodigen. Nauwkeurig verbindt Minco banaliteit en catastrofe. Ook lezen als je allang geen toetsen Fictie meer maakt dus.

One True Thing (De enige waarheid) - Anna Quindlen
Quindlen is in Nederland niet zo bekend. De enige reden dat ik wel wist wie ze was, is dat op het blog Brainpickings vaak naar haar verwezen wordt. Ik was benieuwd, speciaal naar De enige waarheid, maar kon het boek nergens vinden (als zelfs bol.com geen originelen meer aanbiedt, dan weet je dat het lastig wordt). Tot ik in een boekwinkel op de tweedehandsafdeling keek en daar een beduimeld exemplaar van De enige waarheid vond. Ik verwachtte er om eerlijk te zijn niet veel van, maar het boek liet me sprakeloos achter. Journaliste Ellen Gulden wordt verplicht haar zieke moeder te verzorgen, en wordt na diens dood beschuldigd van moord. Het einde van de proloog: ‘De waarheid is dat ik mijn moeder niet heb vermoord. Ik wilde alleen dat ik het gedaan had.’ Na deze zinnen leg je het boek niet meer weg.

 

Op Ruwe Planken
Sommige dingen veranderen nooit

Het verhaal van ANS: dertig jaar deadlineavond

Dit jaar bestaat ANS dertig jaar. Iedere maand levert een andere schrijver een bijdrage aan dit fictieve doorloopverhaal, geïnspireerd op de geschiedenis van ANS. Deze keer: dertig jaar deadlineavond

Tekst: Maaike Pleging
Illustratie: Jeroen Wintraecken

Dit artikel verscheen eerder in het vijfde nummer van ANS

17.45 uur
‘Hallo ANS-heren!’ roept Feli, de eigenaar van snackbar Corry, die de bestelling hoogstpersoonlijk komt bezorgen. Hij plaatst de twee dozen met friet en snacks op de tafel. ‘Alles bij elkaar wordt het dan 44 euro’ , zegt Feli terwijl hij met moeite wat wisselgeld uit zijn zak graait. ‘Ik heb er gratis extra mayonaise en curry bij gestopt, speciaal voor jullie! Geloof me op mijn blauwe ogen.’
De redactieleden wachten al een tijd hongerig op het traditionele avondmaal. Voor elke deadlineavond eten we met de hele redactie en alle medewerkers friet van Corry op het ANS-kantoor. Pim haalt de inhoud van de dozen vast leeg: kaassoufflés, bamischrijven, kroketten en genoeg met saus doordrenkte friet om op te teren voor de lange avond die komen gaat.
Vera overhandigt Feli het geld en na een onverstaanbare opmerking over Marokkanen loopt Feli de deur weer uit richting zijn busje. ‘Bedankt, hè. Tot de volgende keer, ANS!’

‘Iemand nog een AKKU-biertje?’

19.00 uur
Onderuitgezakt zit ik op de versleten bank in het kantoor. De lege frietzakken en snackbakjes worden van de redactietafel geveegd en samen met de eerste verbruikte blikken Schultenbräu in de vuilniszak geschoven. Voor de after dinner dip inslaat, installeer ik me met een nieuw blik bier aan tafel. Terwijl Bas de artikelen print, kiept Noor de bak met pennen in alle soorten en kleuren in het midden van de oude redactietafel leeg. Tom komt het kantoor in met nieuw bier: ‘Iemand nog een AKKU-biertje?’ Pim en Tijs knikken gretig.

‘Vanavond gaan we lezen en overlezen en nog eens lezen, tot we erbij neervallen’, roept Bas. ‘Het wordt een veldslag, dus slijpt uw penselen, stroopt de mouwen op!’ Hij smakt de stapel artikelen op de redactietafel, slaat er met zijn vuist nog een keer demonstratief op en stroopt zijn mouwloze armen op. ‘Laat het redigeren beginnen!’

De eerste ronde wordt gedraaid. We lezen alles – elke zin, elk woord, elke letter. Er wordt gestreept, geschrapt en gekrast. Waar nodig wordt een aantekening gemaakt. Elk artikel wordt voorzien van verschillende kleuren; ieder gebruikt een andere pen. Totdat de stukken perfect zijn.
‘Mag ik van iemand de metallic gelpennen? Dan ga ik aan de slag met Het Laatste Oordeel.’ Vera grabbelt met haar hand in de pennen op tafel.
‘Voor de gouwe ouwe?’ Auke houdt een gouden glitterpen omhoog. Er zijn veel rubrieken de ANS-revue gepasseerd, maar met vijftien jaar bestaat Het Laatste Oordeel het langst. Met de glitterpencorrecties moet het stuk ook dit keer weer tot zijn recht komen in ANS.


ANS samen

03.35 uur
‘Goaaal!’ Pim, Bas en Tom juichen als ze hebben gescoord. We spelen ANS-bal in de gang, een variant op voetbal, maar dan met stapels ANS’en als doelpalen.
‘Losers!’ roept Tom tegen ons, net iets te wild springend in de smalle Ondergang. Hij stoot zich tegen een verdwaald winkelwagentje. Natuurlijk gaat er tijdens ANS-bal altijd iets mis. Dit spel wordt namelijk pas gespeeld als de meesten op een punt zijn dat ze niet meer kunnen. Terwijl Tom op en neerspringt door de pijnscheut in zijn telefoonbotje, rolt het winkelwagentje tegen de blikken bier die aan de zijlijn van het ANS-balveld stonden.
‘Ai…’ zegt Auke droog. ‘Die Schultie voelt-ie.’ We lachen veel te hard om deze slechte woordspeling.

4.15 uur
Tom verwerkt de laatste aanpassingen in het openingsartikel en sluit het document. Hij kijkt op van zijn scherm. Het laatste halfuur hebben ze hard doorgewerkt. Af en toe klonk er een flauwe grap of een boer van het goedkope bier, maar daar bleef het bij. Zijn blik glijdt langs de voorovergebogen hoofden van de redactieleden.

‘Zeg, eigenlijk hebben we best een fatsoenlijke ANS’

‘In 2007 verscheen een artikel over vrouwen met een extreme behoefte aan seks.’

Iedereen kijkt op van de artikelen waarin ze strepen.
‘Dat mag ik hopen, ja!’ klinkt het vanuit Tijs’ hoek. De anderen lachen.
‘Ik bedoel, als je het vergelijkt met het nymfomanienummer…’ Tom leunt achterover op zijn stoel, die nu balanceert op de achterste twee poten. Hij kijkt naar de muur tegenover hem en de anderen volgen zijn blik. De covers van september 2004 tot en met juni 2007 hangen aan deze wand, waaronder het beruchte nummer uit mei 2007.
‘En dat is…’ Pim kijkt vragend naar Tom. Pim zit pas kort bij ANS.
‘In 2007 is er in ANS een artikel verschenen over vrouwen met een extreme behoefte aan seks,’ legt Tom uit.
‘Een foto kon bij dit onderwerp natuurlijk niet ontbreken.’ Bas grijnst en vult aan: ‘Het duurde wel even voor ANS een geschikte foto had gevonden. Uiteindelijk is er een uitstapje naar de Eroworld gemaakt ter inspiratie. De meest geschikte foto werd op de omslag van de ANS geplaatst: een naakte vrouw die nogal uitdagend poseert.’
‘De universiteit was – op het zachtst gezegd – wat minder blij toen ze hier achter kwamen. ANS moest alle nummers verwijderen, anders was het gedaan met de subsidie van SNUF!’ Tom zet de ernst van deze zin kracht bij door hem haast te schreeuwen.
‘Er zat niets anders op dan alle verspreide nummers te censureren; de edele delen beplakten ze - totaal in stijl – met Radboudstickers. Al snel verspreidde het nieuws zich als een lopend vuurtje en kwam er een enorme run op het niet-gecensureerde nummer. Op een gegeven moment was het niet meer aan te slepen.’
‘En het mooiste was dat er uiteindelijk geen enkele nymfomaan op de uni bleek rond te lopen!’, lacht Tom.

‘Haha, net als dat artikel over een studentenvereniging voor a-seksuelen! A-seksuelen zullen hier vast rondlopen, maar de vereniging was door ANS verzonnen, toch?’
‘Wauw, Noor, dat was ik bijna vergeten!’ Bas denkt even na en vervolgt: ‘Dat artikel werd toen opgepikt door dat oude sensatieprogramma van RTL 4: Berg je voor Berg. De ANS-redactie werd uitgenodigd in de studio, waar de redactieleden vertelden over hun a-seksuele bestaan en deze leugen de hele avond bleven volhouden. Ik zou het niet kunnen hoor, als ik alleen al denk aan mijn vriendin…’ Bas dwaalt af en krijgt een stomp van Tijs, die verdergaat:


‘Het nummer erna had de redactie toch maar verklapt dat het om een grap ging. Voor de landelijke televisie hield de redactie het verhaal overeind, maar stuurde naar de redactie van Berg je voor Berg wel een nummer op waar de onthulling in stond.’
‘Daar kreeg de redactie vervolgens geen antwoord op. Volgens mij is dat wel vaker gebeurd, bijvoorbeeld bij dat interview met Alexander Pechtold. Hij en zijn woordvoerder waren niet blij met het kritische verhaal van ons studentenblad,’ grinnik ik.
‘Maar dat heeft de woordvoerder wel duidelijk gemaakt!’ Bas kijkt me vreemd aan. Het interview met Alexander Pechtold vond vlak voor de drukkersdeadline plaats. Tijdens de deadlineavond had de redactie er heel goed naar gekeken. Ze hadden op dat moment nog geen bericht terug van de woordvoerder en in de hoop dat hij ermee akkoord zou gaan, is het interview geplaatst.
‘Die woordvoerder was ziedend, terwijl de redactie het interview toch vrij letterlijk in het geschreven woord had vertaald. Er was in dit geval niets verzonnen!’ lacht Bas.
‘En ANS kwam er nog goed vanaf. De redactie moest van de woordvoerder alleen in de volgende ANS te vermelden dat het interview verzonnen was. Toen dat niet gebeurde, heeft ANS er niets meer over gehoord’, leg ik uit.

7.55 uur
De zon komt al op. Het voelt als een overwinning, maar tegelijk ook als een ontmoediging. Auke kijkt naar een derde draai en vloekt. ‘Godsamme, dit gaat nog even duren.’ Het komende anderhalf uur zijn we nog wel bezig. Tijs zucht even. Dan komt er een grijns op zijn gezicht. ‘Iemand koffie?’ Hij veegt een stapel Schultenbräublikjes van tafel en zet er een paar bontgekleurde mokken voor in de plaats. Sommige dingen veranderen nooit. 

 

Tips van de zuiderburen

Literatuurtip maart

Uit de allesomvattende brei van literaire werken een exemplaar kiezen voor in je boekenkast, is geen kattenpis. Daarom plaatsen ANS en het literair tijdschrift Op Ruwe Planken maandelijks aanraders voor leesvoer online. Deze maand is het de beurt aan Pim Cornelussen. Pim is hoofdredacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift Kluger Hans en is op 19 maart tijdens het Boekenbal voor Lezers te gast.

De postume herinneringen van Bras Cubas – Machado de Assis
Eentje uit de oude doos; Machado de Assis was een Braziliaanse schrijver uit de 19e eeuw die uiterst scherp en humoristisch over de menselijke conditie schreef. In De postume herinneringen van Bras Cubas laat hij de hoofdpersoon, Bras Cubas, vanuit de dood terugkijken op zijn leven. Cubas blijkt een vileine maar grappige egoïst te zijn die al op zijn vijfde vrienden martelt en zijn omgeving teistert. In korte hoofdstukken ontspint zich een fantastisch verhaal, dat de Assis hoogmoedig laat beginnen met een delirium waarin Cubas een confrontatie heeft met Moeder Natuur. Voor iedereen die genoeg heeft van het huidige realisme in de literatuur is dit een aanrader!

Onzichtbare steden – Italo Calvino
Italo Calvino is dé woordkunstenaar van Italië uit de 20e eeuw. In Onzichtbare Steden laat hij Marco Polo aan het woord die aan Kublai Kan, de keizer van de Tartaren, verslag doet van alle steden waar hij ooit is geweest. Langzaam aan ontdek je dat Marco Polo alle steden verzint, dat ze voor hem afspiegelingen zijn van de enige stad waar hij echt van houdt; Venetië: 'Zo – zeggen sommigen – wordt de stelling bevestigd dat ieder mens in zijn hoofd een stad bij zich draagt die slechts bestaat uit verschillen, een stad zonder gestalten en zonder vorm, en de afzonderlijke steden vullen haar op'. Het boek is een compendium van onbestaande plaatsen, waar je als lezer telkens een andere voorstelling bij maakt. Een lofzang op de verbeelding.

Verzonnen prooi – Delphine Lecompte
Een dichtbundel die begint met het gedicht 'Als je gelukkig kunt zijn, wees dan gelukkig zonder gedichten' is voor mij meteen al geslaagd. Verzonnen Prooi staat vol surrealistische gedichten die hilarisch zijn met een ondertoon van verlies en geweld. Lecompte springt van personage naar personage en laat zo op een grappige en ontroerende manier een landschap van verdriet ontstaan. Personages worden anekdotes worden moderne mythische figuren. Een van mijn lievelingsgedichten is Het opwindaapje waarvan dit de eerste strofe is;

Ik ben het opwindaapje
Zonder sleutel ben ik een sentimenteel souvenir
Mijn cimbalen zijn roestige platen
Mijn circuspakje is een vlekkerig vod
Een hoofddeksel hebben ze mij nooit aangedaan.

Lecompte lijkt een voorloper te zijn van sterke vrouwen in de Vlaamse poëzie, na haar volgden onder andere Maud Vanhauweart, Lotte Dodion en Runa Svetlikova.

 

Op Ruwe Planken
Drukproblemen

Het verhaal van ANS: van krant naar tijdschrift

Dit jaar bestaat ANS dertig jaar. Iedere maand levert een andere schrijver een bijdrage aan dit fictieve doorloopverhaal, geïnspireerd op de geschiedenis van ANS. Deze keer: van krant naar tijdschrift.

Tekst: Emma Kustermans
Foto: Tijs Sikma

Nijmegen, 1998

Job
Het is akelig stil in het kantoor. Slechts de geluiden van een pruttelend koffiezetapparaat en aarzelend tikkende vingers op een toetsenbord vullen de ruimte. Ik kom tot de conclusie dat ik al twee uur bezig ben geweest met een technisch probleem met de computer, zonder een kop koffie te halen. Veel te lang, denk ik terwijl ik mezelf ongegeneerd uitrek en een gaap probeer te onderdrukken. Ik heb duidelijk een flinke shot cafeïne nodig.

Terwijl ik wat programma’s afsluit, bedenk ik me dat Olaf, onze hoofdredacteur, in die twee uur ook al lang terug had kunnen zijn. Vanochtend vertrok hij al vroeg naar een vergadering over de toekomst van ANS. Hoe langer hij wegblijft, hoe meer ik vrees voor slecht nieuws. Zouden de drukkosten toch te hoog zijn?

Ik pak een stel boterhammen uit mijn tas en roep heel hard ‘Pauze!’, waarna de drie andere redactieleden in het kantoor dankbaar hun bureaustoelen richting de grote tafel rollen. Net wanneer we een kleine 20 minuten later opstaan, wordt de deur met veel kracht opengegooid. Het is Olaf, met in zijn armen folders en papieren en op zijn gezicht een gehaaste, enthousiaste blik. ‘Het is er door!’, roept hij terwijl hij zijn bagage uitstort op zijn bureau.

Ik kijk hem vragend aan. ‘Wat? Wat is er door?’

‘Het nieuwe uiterlijk, joh!’ Zijn gezicht straalt van opgetogenheid.

‘Een kleinere, dikkere ANS met dat gladde papier, weet je wel. Zoals een echt tijdschrift. Geen lastig krantje meer!’
Achter mij klinkt wat gejuich en een subtiel applaus. Olaf laat een blik vallen op de lege koffiekan waarna ik hem mijn volle mok aangeef. Gretig en dankbaar drinkt hij deze leeg.

‘Maar, hoe zit het nu dan?’, vraagt Maaike even later. ‘We schrijven gewoon onze stukken af, flikkeren het in een document en sturen het hele zootje naar de drukker?’. Ze kijkt bedenkelijk en trekt haar wenkbrauwen op. Olaf schudt zijn hoofd. ‘Oh, nee. Zelf hoeven we alleen om te kijken naar de teksten. Die sturen we later naar Koen. Hij zorgt voor de vormgeving en lay-out en stuurt het dan naar de drukkerij.’ Olaf grijnst. ‘Goed geregeld, niet?’











Koen

An error occured. Please try again later.

Godverdomme, wat is dit nu weer. Gefrustreerd ram ik op wat willekeurige toetsen en klik de foutmelding weg.

An error occured. Please try again later.

Jezus Christus, zeg. Met net iets te veel kracht klap ik mijn laptop dicht en kijk op mijn wekker. De roodverlichte cijfers geven bijna half drie ‘s nachts aan. Ik schrik ervan.
Vermoeid sjok ik naar de badkamer om een glas water te halen. De vloer is koud aan mijn voeten en de spiegel confronteert mij met het nachtelijk tijdstip. Diepe wallen tot aan mijn kin en bloeddoorlopen ogen waar menig monster jaloers op zou zijn.

Terug op mijn kamer besluit ik Simon te bellen. Hij heeft zoveel ervaring met dit programma en met de vormgeving van ANS, dat hij ook op dit tijdstip vast nog een oplossing kan bedenken. Ik toets zijn nummer in en stort me op bed. Het duurt even voordat er wordt opgenomen.

‘Ja?’, klinkt het suf aan de andere kant van de lijn.

‘Ja, Simon. Met Koen. Ik heb weer problemen met de lay-out. Ik krijg steeds een vage foutmelding. Weet jij wat dat kan zijn?’

‘Jezus, Koen. Idioot. Ik schrik me rot, man. Hoe laat is het? Drie uur ofzo?’

‘Half drie’, antwoord ik.
‘Man, ga toch slapen. Wat doe jij nog zo laat aan dat project?’

Ik vertel hem het verloop van mijn extreem productieve avond. Over hoe mooi het nieuwe logo met dikke blokletters wel niet wordt en hoe frustrerend het is dat juist het laatste punt dat ik deze avond af wilde werken mislukt.

‘Maar, nu je toch wakker bent. Het programma geeft steeds
een error als ik teksten wil invoegen, waar kan dat aan liggen?’, voeg ik eraan toe.

‘Er volgt een theatrale geeuw. Ik begrijp de hint.’

Er klinkt wat bedenkelijk gezucht en gekreun door de telefoon. ‘Weet ik veel. Had je Olaf al gemaild dat ze de teksten moesten inkorten?’

De meeste teksten zijn inderdaad al herschreven en steeds ongeveer honderd woorden lichter geworden, maar dat is volgens Simon veel te weinig.

‘Ze moeten nog korter, misschien dat ze zelfs een derde van hun tekst kunnen schrappen. Het is geen krant meer, weet je. Artikelen moeten nu binnen het tekstkader van een tijdschrift passen.’

Er volgt een theatrale geeuw. Ik begrijp de hint. Na een dankwoord beloof dat ik nooit meer zo laat zal bellen en hang snel op.

Ik kijk weer op mijn wekker. Er is in de tussentijd een kwartier verstreken. Ik besluit dat er nog tijd is om Olaf een mailtje te sturen en kruip weer achter mijn computer.











Olaf

Lichtelijk gestrest loop ik doelloos heen en weer over de lege gangen. Verdorie, de drukker had een uur geleden de dozen al afgeleverd moeten hebben. Ik neem een gulzige slok koffie, maar deze is natuurlijk nog veel te heet. Verdomme. Ook dat nog. Terwijl ik vloekend de spetters van mijn kin veeg, hoor ik mijn naam galmen door de ruimte. Het hoofd van Maaike hangt uit de deur van ons kantoor.

‘Olaf? Wat doe je? De drukker belde net. De nieuwe nummers komen er nu aan, er waren wat problemen.’

Snel ga ik met mijn mouw langs mijn mond en sprint het kantoor in. ‘Dat zal tijd worden’.
Een klein kwartier later worden een voor een de kartonnen dozen onze ruimte ingeschoven. Ik zet wat krabbeltjes op een paar formulieren van de bezorger, stuur hem groetend de deur uit en haast me naar de pakketten. De rest van de redactie is intussen al bezig om de tape ongeduldig van de dozen af te pulken.

‘Hij is prachtig. Dat formaat is echt veel praktischer. Kijk die kleuren!’, roept Maaike wanneer ze een exemplaar heeft bemachtigd . ‘En hij heeft nietjes!’

Ik neem ook een nummer uit de doos, aai erover en glimlach ernaar. Glad. Stevig. Geen ruwe randjes meer. ANSen
Met een plof beland ik in mijn bureaustoel, leg mijn voeten op het bureau en begin te lezen. Ik ben pas bij het voorwoord als Job zijn keel schraapt.

‘Jongens. Alleen de voorkant moest toch een geel vlak hebben?’, vraagt hij weifelend terwijl hij de omslag omhoog houdt. Alle achterkantjes van de nieuwe nummers, waar eigenlijk een zwarte advertentie had moeten staan, zijn bezaaid met gele vlekken.

Ineens begrijp ik wat de drukker met die ‘problemen’ bedoelde. Ik geef Rens een knikje, forceer een ernstig gezicht en sprint naar buiten in de hoop dat de bezorger nog niet is vertrokken. 

 

Poëzie zo moeilijk nie

Poëzietip februari

Deze maand geen literatuurtip maar een poëzietip. Vandaag loopt de poëzieweek ten einde en om af te kicken van gedichten geeft de redactie van Op Ruwe Planken drie tips voor fijne rijmelarij.   

Ik ben geboren in Apeldoorn - samengesteld door Rody Chamuleau en J.A. Dautzenberg
In mijn boekenkast staat een bloemlezing van liefst 374 pagina's: Ik ben geboren in Apeldoorn. Groot parodieënboek. Van Gezelle ("O krinklende winklende waterding / O tuinslang, van u is 't dat ik zing") tot Bloem ("Dit heb ik, middenstander, overdacht, / Genegen om u pizza's te bezorgen, / Domweg per stuk, vanuit de Kalverstraat") en Nijhoff ("Ik ging naar Bommel om de brug te zien / Maar Bommel had zijn kiezen laten trekken / Ze werden hem te duur en bovendien / Liep-ie al jaren van de kiespijn te verrekken..."): geen bekende dichtregel wordt gespaard. Heerlijk medicijn tegen al te hermetische poëzie, en je hebt ook nog eens altijd alle klassiekers bij de hand.

Bjorn Schrijen

Album van de Indische poëzie - Samengesteld door Bert Paasman & Peter van Zonneveld
Onze voormalige kolonie Nederlands-Indië spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding. Klaarblijkelijk brengen de gronden van het huidige Indonesië niet enkel specerijen als kaneel en nootmuskaat voort, maar zijn ze ook vruchtbaar in culturele zin: Van Vondel tot Jean Pierre Rawie en van Cola Debrot tot Lucebert — eenieder schreef ooit over Indië. Bloemlezers Paasman en Van Zonneveld stelden een prachtige, uitgebalanceerd 'Album van Indische poëzie' samen, waarin zowel bejubeling van het Nederlands bewind als schaduwzijden van onze overheersing naar voren komen. Sterker, een enkel gedicht is zelfs ronduit racistisch. Zoals deze tip van een anonieme schrijver:

Oorlof, jonkmans, wie gij zijt,
Neem dit lied wel in acht:
Houd 't liever met een zwarte meid,
Want ze geven je vrij gelag.

Linda van der Pol

Olifantopia - Wout Waanders
Ook onze oud (hoofd)redacteur Wout Waanders heeft sinds november vorig jaar een plekje bemachtigd in vele boekhandels. In zijn chapbook Olifantopia creëert hij aan de hand van fijne, speelse gedichten een heus pretpark. Wij zijn natuurlijk zijn grootste fans, maar ook de rest van Nederland is zeer over Wout te spreken. Elske Jacobs (Passionate Platform) schrijft bijvoorbeeld over de dichtbundel: "Geen zware thema's, geen krampachtig rijmwerk of cryptische symboliek. De gedichten zijn toegankelijk, uitgesproken en laten je af en toe verwonderd achter". Breng ook een bezoekje aan het tofste pretpark op papier en oordeel zelf!

Emma Kustermans

 

Op Ruwe Planken
De geboorte van ANS-Online

Het verhaal van ANS: het internet op

Dit jaar bestaat ANS dertig jaar. Iedere maand levert een andere schrijver een bijdrage aan dit fictieve doorloopverhaal, geïnspireerd op de geschiedenis van ANS. Deze keer: het internet op.

Tekst:
Laurens van de Linde 
Illustraties:
Carmen Groenefelt

1998
www.ansonline.nl. ERROR 404. www.ansonline.com. ERROR
404. www.. www…. Waoisdjaoisdjoiajsa. Enter. ERROR 404. Oh, wacht: www.ans-online.nl. Bingo.
De website ziet er verlaten uit, als een spiksplinternieuw prikbord. Met een klik op de knop ‘ANS digitaal’ kom ik bij het interactieve element van de website. Ik blader door de niet-zo-papieren ANS op het computerscherm, dat uit een massief blok tekst bestaat. Balen dat Jeroen nog niet heeft uitgevogeld hoe je plaatjes erbij krijgt, al lijkt het op deze manier wel meer op de vertrouwde ANS: een krant tot op de centimeter bedrukt met tekst. Bijzonder toch, hoe innovatie toch weer lijkt te leiden tot een herwaardering van oude gebruiken, normen, waarden, schoonheden. Dit zou ik misschien moeten opschrijven.
‘Goedemorgen, lieve lui!’ Jeroen steekt zijn hoofd door het open raam. ‘Hoe is het hier?’

‘Weet je wat we nodig hebben? Heel. Veel. Bier.’

‘Ziet er goed uit, man. De website. Ik heb net de ANS opengeslagen.’ Ik wijs naar mijn scherm. ‘Wel jammer van de plaatjes, maar–.’
‘Plaatjes? Joh, wat maken die plaatjes nou uit?’ Met zijn rechterhand maakt hij een wegwerpgebaar. ‘Niemand geeft toch om de plaatjes? Moet je eens voorstellen hoeveel geld we zo besparen op drukkosten!’
‘Ja, oké, dat is waar, maar–’
‘Binnenkort leest iedereen ons prachtige tijdschrift op deze kraakverse site. Wacht maar.’ Door het open raam schenkt hij zichzelf een bekertje koffie in en met een luid ‘houdoe’ is hij verdwenen.
‘Wacht, was dat Jeroen, onze illustrator Jeroen?’
‘Hij is, nou ja, intens.’ Ik druk op een knop en de monitor zoemt uit.
‘Heb je het al aan hem verteld?’

WWW

2002
‘Niemand leest ons prachtige tijdschrift op de site, en dat is puur omdat die site nog steeds zo kut is als toen we nog in de Thomas van Aquinostraat zaten.’ Arnout probeert onder het praten een erwt op zijn vork te prikken. ‘Luister, ik heb eens nagedacht: een nieuwe locatie en een nieuw geluid. Weet je wat we nodig hebben?’
‘Heel. Veel. Bier.’ Bij elk woord slaat Erik op tafel. ‘Dat is wat we nodig hebben.’
‘Dit alweer? Is het nou nog niet klaar? Jezus, man. Alsof je hond overreden is. Luister, in 2006 doen we gewoon weer mee met het WK, hoor. En anders hebben we over twee jaar het EK nog. Bovendien, heb je Brazilië wel zien spelen? Ik ben maar wat
blij dat we daar niet tegenover hebben gestaan, dan was ik er nu waarschijnlijk net zo aan toe als jij. Huilen.’ Arnout richt zijn aandacht nu op een eenzaam aardappeltje. ‘Over huilen gesproken: wat dacht je van dit eten?’
‘Het is eten uit de Refter. Ik vraag me vooral af of dit nog zouter had gekund. Had je anders verwacht?’
‘Tsja. Ik weet het niet. Elke keer hoop ik dat het beter te nassen is. Dat ik weer begin te geloven, of zo. Weet je wel?’
‘Maar..?’
‘Het is zo ontzettend zout, Erik.’ Vlak voordat Arnouts hand met een klap op tafel neerkomt, kijkt hij op. Erik onderdrukt een glimlach bijzonder slecht.
‘Maar goed, Arnout. Wat hebben we volgens jou nodig?’
‘Oh ja, daar hadden we het over. Goeie. De website, hè. Daar gebeurt nu helemaal geen fuck. Wat dacht je ervan om een soort forum te starten? Een discussieplek, als het ware, voor onze lezers.’
‘Je bedoelt een soort gastenboek? Ik weet het niet. Wie gaat ooit iets in het gastenboek van ANS schrijven? We hebben al weinig bezoekers as it is.’ De hoofdredacteur schuift zijn bord weg, pakt er nog een laatste aardappeltje af.
‘Ja, nou, precies. Ik geloof echt dat de verhuizing naar de Ondergang een frisse wind was. Een nieuw begin, zoiets. En dat zouden we ook online moeten uitdragen. Of wil je serieus jaar in jaar uit integraal de PDF-bestanden van het blad blijven plaatsen? En dat het dan nog maar de vraag is of het er elke maand wel op komt te staan. Juist door regelmatig die discussie op te zoeken, trek je lezers aan.’

‘Regelmaat, da’s wel het codewoord. Regelmaat en prikkel. Hmm.’ Erik kauwt bedachtzaam. ‘Dan moet een van ons – jij – nu dus gaan uitzoeken hoe dat achter de schermen aan elkaar hangt. Laten we er morgen naar kijken. Kunnen we gelijk de archiefachterstand inhalen.’ Hij pakt een servet en veegt zijn mes schoon. Dan staat hij op en tikt hij op Arnouts schouders.

‘Ik geloof dat de verhuizing naar de Ondergang een frisse wind was. Een nieuw begin.’

‘Bij dezen,’ rechts, ‘benoem ik jou tot hoofd,’ links, ‘van ons gastenboek,’ rechts.
Erik kijkt om zich heen en gaat weer zitten. ‘Denk je dat iemand dat zag?’
‘Nee, geloof het niet. Trouwens, je hebt wat mayo–’
‘Wat?’
‘Je hebt daar wat mayonaise, op je...’ Arnout wijst op zijn eigen wang. ‘Ja, daar.’
‘Is het weg?’
‘Nee. Ja, nu wel.’
‘Goed, morgen dus. Dat gastenboek gaat het worden, ik voel het.’



2005

‘Goed dat je er bent, man! Welkom op de redactie. Dit is dus waar alle ANS-magic, nou ja, happens.’ Mathieu houdt de deur open en slaat hem op weg naar binnen joviaal op zijn schouder. ‘Fijne plek, hè? Eerst zaten we daarachter,’ hij wijst naar de Erasmustoren, ‘in de Thomas van Aquinostraat.’ Voor hij hem kan vragen naar de oversteek naar de ondergang van het Gymnasion, stelt Mathieu hem voor aan de enige andere persoon in de kamer. De man staart naar zijn monitor terwijl hij op de tast zoekt naar een mok waar een afbeelding van Bert en Ernie op staat. BertenErnieZonder weg te kijken van de computer neemt hij een slok en daarna nog een. Hij zet de mok weer terug en kijkt dan op.
‘Hoi. Jij bent hier voor de website?’
‘Ja. Ik ben Jaap,’ zegt Jaap.
‘Dat hoorde ik, ja. Bert. Goed dat je er bent, de site heeft het hard nodig. Ga daar maar zitten, daar heb je wel genoeg ruimte. Stopcontact zit in de hoek. Koffie?’ Jaap zegt dat hij eigenlijk nooit koffie drinkt en dat een glaasje water goed is, waarop Bert zijn schouders ophaalt en zichzelf bijschenkt uit de thermoskan.
‘Echte Alex Meijer, hoor.’ Hij wijst naar de rode koffiebus die naast zijn bureau staat. ‘Maar goed, wat jij wil.’

‘Het laatste bericht op deze site, op jullie site, dateert alweer van twee maanden geleden. Klopt dat?’ Jaap kijkt vragend naar Bert, die het glas water naast de laptop op tafel zet en achter hem komt staan. ‘Kijk maar: 12 september 2005.’ Bert fronst even met zijn wenkbrauwen.
‘Hmm, dat is inderdaad niet zo best. Ik zal er zo naar kijken – uitzoeken waar het mis is gegaan. Waarschijnlijk zijn de mails over de website-updates tussen alle andere mailtjes verdwenen, dat krijg je dan. Tsja, dat zal het zijn geweest. Het zou zoveel handiger zijn als we gewoon een gedeeld account – ach
ja. Wie weet, wie weet.’ Hij heeft zijn koptelefoon alweer bijna op als hij zich naar Jaap omdraait.
‘Jaap, was het toch? Kijk, Jaap, we stoeien nu al zo’n zeven jaar met deze site, en Mathieu zegt dat jij wel handig bent met computers. Is er een plan?’
Jaap neemt een slok water. ‘Ik zat zelf te denken aan een pagina met het laatste nieuws, eentje met de ANS-reportages, vaste rubrieken, een informatiepagina, “over ANS”, zoiets.’
‘Een “meest gelezen” pagina?’
Jaap knikt en neemt nog een slok, en dan nog een. ‘Oh, en er is ook nog ruimte voor een gastenboek, trouwens.’

1998
Ik druk op een knop en de monitor zoemt uit.
‘Heb je het al aan hem verteld?’
‘Wat?’ Ik probeer onverschillig een slok koffie te nemen en verslik me bijna.
‘De drukkosten, man. Hij is nu nog enthousiast, maar binnenkort is de webversie van ANS de enige manier om het tijdschrift nog te lezen. Dat.’
Ik schud mijn hoofd. Dat heb ik hem nog niet verteld. 

 

Subcategorieën