Kerstmannen, sla-jagers en honden

ANS ontdekt: Filmkapiteins Sean van Berlo en Teun van den Elzen

Ze doen niets liever dan films maken. Sean van Berlo en Teun van den Elzen schrijven verhalen vol misdaad en actie, die ze al sinds de middelbare school zo professioneel mogelijk op het witte doek brengen. 'Als je dit je hele leven kan blijven doen, heb je echt het beste leven ooit.'

Tekst: Auke van der Veen
Foto's: Melis Ulubas

Van Santa Claus tot sla-jagers
De Gelagkamer is praktisch uitgestorven op deze vroege vrijdagmiddag. Alleen aan het raam, met zicht op een zonovergoten Waal, zitten twee gasten. Sean van Berlo en Teun van den Elzen drinken rustig een paar kopjes koffie, terwijl ze enthousiast over hun vak verhalen. FilmKapiteinsCaféSinds ze vrienden werden op de middelbare school in Uden doen ze niets liever dan hun gezamenlijke 'hobby' uitvoeren: het maken van films.

'We hebben dat idee schaamteloos gepikt en gezegd: "Fuck it, dat kunnen wij beter."'

'Ik zal bij het begin beginnen', zegt Sean glimlachend. 'Op het Udens College hadden we een kerstactie voor het goede doel. Een paar jaar voor ons hadden een aantal mensen een heel vette, maar eigenlijk kwalitatief hartstikke slechte misdaadfilm over de kerstman gemaakt. We hebben dat idee schaamteloos gepikt en gezegd: "Fuck it, dat kunnen wij beter."' Vervolgens brachten ze na lang aanklooien in de achtertuin Santa Clause Protection Force uit, een 30-minuten durende film over een misdaadbestrijdense kerstman. Dit kunstwerkje van Sean en Teun was misschien cinematisch niet hoogstaand, maar werd wel druk bezocht en bracht vervolgens de hoogste kerstactie-opbrengst op. Een jaar later was er een sequel, nog een jaar later een prequel. 'Het succes was echt fucking vet', stelt Teun tevreden.

Na de middelbare school ging Sean Liberal Arts & Sciences studeren in Tilburg en Teun Politicologie hier in Nijmegen. Het maken van films lieten ze echter niet links liggen en Teun bedacht al snel een nieuw gezamenlijk project. In 2014 kreeg hij het idee om een cowboyfilm over sla-jagers te regisseren, een verhaal dat wel in hetzelfde straatje paste als hun eerste werk. 'Ik haalde gelijk Sean - die de film een geweldig plan vond - er bij voor een van de hoofrollen en voor ik het wist had ik een script geschreven.' Uiteindelijk maakten ze er het net als bij Santa een volledige feature film van, die is vertoond in een filmzaal in Uden. 'The Lettuce Hunters was nog populairder dan onze vorige film, sindsdien hebben we nooit meer getwijfeld te stoppen met regisseren.'

 

Als een film in het water
Het filmmaakproces van Sean en Teun start met een ideetje op papier, dat ze uitwerken in een outline en vervolgens voorleggen aan acteurs - soms betaalde professionals, soms vrienden. Als die vrolijk worden van het verhaal, gaan de heren de opnamens plannen en het geld en de apparatuur regelen. Daarna filmen ze een aantal weken. Wie welke taak op zich neemt in dit proces, verschilt volgens Teun per project. 'We zijn echt een team. Bij The Lettuce Hunters was ik regisseur, Sean producent. Bij de psychologische thriller DOGS, onze tweede grote speelfilm en zijn idee, was ik de producent en hij de regisseur. Die wisselende rolverdeling wordt door ons steeds beter nageleefd. Sean moet lachen. 'Vooral in het begin hadden we allebei het idee dat we de kapitein waren en alles konden bepalen. De crew stond af en toe maar toe te kijken hoe de boot helemaal nergens heen ging terwijl wij ruzieden over een shot.'

 

Zonder de bemanning vaart het schip al helemaal niet. Bij hun eerste projecten waren de kapiteins puur afhankelijk van vrienden en familie - onbetaald, natuurlijk. Teun verklaart hoe de groep vrijwilligers steeds groter werd. 'Ik had op een gegeven moment het script van The Lettuce Hunters af en dacht toen "Kut, nog 30 mensen." We hebben toen bij carnaval, als er lekker veel camaraderie en alcohol is, een coole oud-klasgenoot van de middelbare school overgehaald een sombrero op te doen en gefilmd te worden. Anderen dachten daarna "Fucking vet!" en stapten ook aan boord.' Veel van hen zijn voor de volgende film gebleven, waarna de crew steeds professioneler werd. 'Na DOGS kwamen studenten audiotechniek en fotografie met suggesties over de film op ons af. We vroegen hen toen natuurlijk of ze aan ons volgende project wilden meewerken, wat ze bijna nooit weigerden', vertelt Sean trots.

 

Vol voor het verhaal
'Technisch gezien worden onze films elke keer enorm veel beter', zegt Teun stellig. Dit ligt niet alleen aan de groeiende professionaliteit van de crew, maar ook aan het budget. Waar ze voor de Santa-serie slechts 50 euro aan een kerstmuts en nepbloed uitgaven, legden ze voor hun twee grote speelfilms 500 neer. Het verhaal is volgens hem echter het belangrijkst, en natuurlijk gewoon gratis. Ze hebben de films altijd al geprobeerd zo Hollywood-plot-waardig mogelijk te maken. 'Mensen moeten de bioscoopzaal verlaten en denken: "What the fuck, dat verhaal was echt goed!". Ik was echt verbaasd toen het publiek dit na The Lettuce Hunters had.' Deze verwondering wordt niet gedeeld door een grinnekende Sean. 'Niet om jou meer veren in de reet te steken, Teun, maar dat verhaal was ook echt fucking vet.'

'Niet om jou meer veren in de reet te steken, Teun, maar dat verhaal was ook echt fucking vet.'

Waar elk verhaal precies over gaat, verschilt nogal per film. De Santa-serie is een lollige low-budget comedy, The Lettuce Hunters een komische spaghetti-western à la filmmaker Sergio Leone. FilmKapiteinsBootBij DOGS werd volgens Sean ineens hard op het serieuze gas gedrukt. 'Ik voel me nou al een pretentieuze lul als ik dit zeg, maar ik wilde echt iets vertellen over iemand die de natuur in zichzelf wil overwinnen.' Teun herkent deze filosofische inslag in de rest van hun werk. 'Het is interessant om een plot te hebben over de verhouding tussen mensen en wat rechtvaardig is. Daarbij vind ik het interessant als personages een duidelijk doel hebben, zoals wraak in The Lettuce Hunters.' Deze thema's verwerken zij het liefst in actie, geweld en misdaad; verschillende verhalen mogen ze misschien schrijven, maar die onderdelen zijn altijd vaste prik.

'Ik voel me nou al een pretentieuze lul als ik dit zeg, maar ik wilde echt iets vertellen over iemand die de natuur in zichzelf wil overwinnen.'

Hun nieuwste film, die grotendeels is opgenomen in Nijmegen, komt uit in sepember. Met crowdfundgeld, eigen inleg en centen van gemeentes en theaters wisten ze naar eigen zeggen hun meest professionele werk ooit op poten te zetten: De Expeditie. Teun ligt alvast een tipje van de sluier op. 'We hebben een onbeschaamde brocomedy gemaakt. Twee jongens zijn allebei verliefd op hun ex-vriendin, die als nieuwe vriendje een drugscrimineel heeft. Ik speel de ene jongen. Marco Lopes, die als acteur hartstikke lekker gaat en in TV-series en reclames verschijnt, is de ander. De spanning tussen dit geinige karakter en mij, die superverschillend zijn, leek ons heel interessant.

Sean geeft echter aan dat romantische comedies niet echt hun ding zijn. 'In onze eerdere genrefilms konden we onze ziel en zaligheid kwijt, omdat je daarbij met shots en verhalen je handtekening kunt aanbrengen, terwijl het bij comedy veel meer om grappen gaat.' Daarom zullen ze zich vanaf nu focusen op het maken van meer serieuze films. Zal het duo daar lang mee doorgaan? 'Jazeker’, stelt Sean blijmoedig. 'Als je dit je hele leven kan blijven doen, heb je echt het beste leven ooit.'

 

Auke van der Veen
Nijmeegse neo-psychedelica

ANS ontdekt: Cymbaline

De psychedelische bandjes schieten als paddenstoelen uit de grond. Ook Nijmegen is geen uitzondering op deze trend. ANS interviewde studentenband Cymbaline over hun ontstaan en hoe ze zich willen onderscheiden tussen al het muzikale geweld.

Tekst: Bas van Woerkum
Foto's: Bas van Woerkum en Cymbaline

Stoere, neo-psychedelische rockband
In de studentenkamer van zanger-gitarist Jeroen Rondeel hebben de drie in Nijmegen woonachtige leden van de neo-psychedelische rockband Cymbaline zich verzamelt. Drummer Léon Masselink en toetsenist Ruben van der Heijden wonen in een andere stad en konden er daarom niet bij zijn. cymbalineband1Een poster van inspiratiebron Pink Floyd bekleedt de muur. 

Bassist Ferry Wetzels zet de waterkoker aan om iedereen van een kop thee te voorzien. ‘We moeten wel overkomen als een stoere rockband, hè’, lacht hij. ‘Wij drie wilden eigenlijk een band beginnen’, begint Jeroen over het ontstaan van Cymbaline. ‘We hadden alleen geen volle bezetting. Daarom gingen we eerst gewoon wat nummers schrijven, maar dat bleek niet zo heel effectief te gaan.’

Toen de band eind 2014 een drummer en daarna een toetsenist had gevonden, ging het meteen een stuk beter. ‘In het begin hadden we niet een heel eigen sound. Wel hadden we veel dezelfde muzikale invloeden, dat helpt wel’, vertelt Maurits. ‘Onze interesse ligt heel erg in de psychedelische muziek en we zijn ook deels beïnvloed door de jaren 60 en 70. Het was wel meteen duidelijk dat het een psychedelische band zou worden’, voegt Ferry daaraan toe. ‘We halen echter ook veel uit hedendaagse bands, zoals Tame Impala, Allah-Las en Pond. Ik denk dat we in die hoek zitten, maar we proberen wel zo origineel mogelijk te blijven.’

De bandnaam, naar een nummer van Pink Floyd, kwam ook niet aanwaaien – een bekend probleem voor ongeveer iedere band. ‘We hebben echt avonden alleen maar nagedacht over de bandnaam, terwijl we gewoon gezellig samen een biertje wilden drinken’, lacht Maurits. Jeroen beaamt dit: ‘Op een gegeven moment waren we er ook wel klaar mee. We hadden “Cymbaline” in gedachten en dat klonk wel mysterieus en bij onze muziek, dus dachten we: “laten we het hier maar mee doen.”’

CymbalineGroot

De Cymbaline-sound
Sinds afgelopen januari  treedt de band eigenlijk pas weer op, na een lange tijd uitsluitend bezig te zijn met het schrijven van nieuwe nummers. ‘Wij kennen de drummer van de band Pauw’, begint Maurits. ‘Hij heeft een eigen studio en daar mochten we voor een vriendenprijsje muziek opnemen. We hebben een heel goede samenwerking gehad en het de twee singels die we hebben gemaakt mogen er echt wel zijn.’ De rest knikt instemmend.

'3voor12 Gelderland beschreef hen als "Jacco Gardner on speed"'

Afgelopen maand mochten ze een bandavond afsluiten in de NDRGRND. 3voor12 Gelderland was erbij en beschreef hen als ‘Jacco Gardner on speed’. Daar konden de heren zich wel in vinden. Bewust en onbewust krijgen ze een hoop van dit soort psychedelische invloeden binnen. Veel bands zijn echter geïnspireerd door de psychedelische muziek uit de jaren 60 en 70, dus hoe gaat Cymbaline zich onderscheiden? ‘Het is niet alsof ik denk “ik ga nu een sixties-nummer in een nieuw jasje schrijven”, antwoordt Jeroen. ‘Daar zijn we niet mee bezig. Ik denk wel dat we een originele bezetting hebben, doordat we wat kloten met de synthesizer, met rare geluiden en zo. Ik hoor van veel mensen dat ze niet echt weten waar wij op lijken en dat is ook wel een compliment, vind ik.’    

Ego’s en saaie banen
Vanaf het begin speelt de band uitsluitend eigen nummers, waarvan er zo’n 8 tot 10 zijn overgebleven voor de huidige set. De twee zanger-gitaristen nemen het schrijven van de teksten voor hun rekening. Waar ze zoal over zingen? ‘Ja, drank, drugs’, lacht Jeroen. ‘Nee, de teksten gaan wel ergens over.’ De twee zangers lichten de teksten van hun twee singels geduldig uit. De eerste single komt van de hand van Jeroen: Beyond the Sun. Hij legt uit: ‘Ik heb een periode veel nagedacht – en ik denk dat iedereen dat wel een beetje heeft – over wat ik na mijn opleiding moet doen. Ik wil echt nog niet werken op mijn 23e en ik dacht echt fuck, wat moet ik nou gaan doen? Het voelde voor mij dat wanneer ik het niet nu zou proberen in de muziek, ik daar de rest van mijn leven spijt van zou hebben. Dat heb ik in dit nummer proberen uit te drukken. Toen ik Beyond the Sun schreef dacht ik: shit, het moet nu wel echt goed gaan of ik zit straks 40 jaar aan een slechte baan vast.’

 

 

‘Als we alles erin hebben gegooid wat we hebben en het lukt niet, zal ik echter niet balen. Dan hebben we het in ieder geval geprobeerd.’

Maurits schreef de tekst van de tweede single, getiteld The Selfless Mind. ‘Mensen hebben vaak de neiging om over zichzelf na te denken’, vertelt hij. ‘Heel globaal gaat dit nummer eigenlijk over het laten varen van je eigen ego’, legt hij uit. ‘Het is een heel vrolijk nummer. Als je serieus minder aan jezelf probeert te denken en meer anderen probeert te helpen, kun je je ook beter over jezelf voelen, denk ik.’



Cymbaline is op het moment nog volop bezig met het regelen van optredens. Ze zijn gemotiveerd en positief gestemd. De band is al verkozen om op Roos van Nijmegen én Kaf en Koren te spelen. ‘We willen zo ver komen als we kunnen’, zegt Maurits stellig. ‘Als we alles erin hebben gegooid wat we hebben en het lukt niet, zal ik echter niet balen. Dan hebben we het in ieder geval geprobeerd.’

 

Bas van Woerkum
Beginnend filmmaker in Nijmegen

ANS ontdekt: Cinematograaf Twan Peeters

De Nijmeegse filmmaker lijkt een vreemde eend in de bijt. Toch bestaat hij wel, in de persoon van de 24-jaar oude Twan Peeters. Met reclamespotjes geschoten met drones en assistentieklussen bij ervaren cameramannen probeert hij een volwaardig cinematograaf te worden. ANS vroeg Peeters hoe het is om als filmmaker in de Waalstad door te breken.

Tekst: Auke van der Veen
Foto's: Twan Peeters en Tijs Sikma

Van Budapest tot filmset
In koffiebar First Things First, naast het met kunstenaars gevulde Honigcomplex, verhaalt Peeters enthousiast over het begin van zijn loopbaan. Het begon vijf jaar geleden allemaal in een metrostration in Budapest. 'Ik was 19 toen ik voor de eerste keer echt wist dat ik cinematograaf wilde worden. Het klinkt misschien heel debiel, maar in mijn hoofd zag ik een foto waarop ik voor een metro sta. Het leek me kicken om deze met een lange metrofoto budapest twanpeeterssluitertijd te fotograferen. Het resultaat was een plaatje met een trein die heel blurry achter me langsrijdt terwijl ik scherp en gecentreerd ervoor sta.'

'Het klinkt misschien heel debiel, maar in mijn hoofd zag ik een foto waarop ik voor een metro sta.'

Al twee jaar pendelde Peeters vanuit Nijmegen naar Arnhem op en neer voor zijn opleiding Communication & Multimedia Design (CMD), waarvoor hij een animatiestage als motion graphic designer bij OddOne Motion Graphics in Eindhoven deed. De foto uit Hongarije bracht hem zover om aan zijn stagebegeleider te vertellen een carrière te willen maken als cinematograaf. TwanCafé'Direct na mijn stage heb allemaal boeken gelezen en mijn eerste korte film in elkaar gezet. Ik heb daarna maandelijks deelgenomen aan 48 hour-competities, waarbij je in een weekend korte fictiefilms van ongeveer vijf minuten moet maken. In feite ben ik dankzij deze projecten de filmindustrie ingerold.' Als assistent camera of licht werkte Peeters bij steeds grotere producties.

Timmerman Twan
Hoe kleiner de filmcrew is, hoe groter Peeters' rol erin. Het is echter niet makkelijk om volwaardig cinematograaf te worden. 'Ik ben nu vaak nog gewoon assistent. Je krijgt pas de grotere klussen wanneer ze je echt vertrouwen en wanneer ze je het gunnen. Daarnaast zijn filmcrews ontzettend hiërarchisch ingedeeld. De regisseur en producer staan bovenaan, gevolgd door de cameraman en daarna de gaffer, die het licht opereert. Bij grotere klussen ben ik meestal het slaafje van de gaffer. TwanKantoorHij zegt dan tegen mij: "Twan, die lamp moet daar staan en je moet deze filters gebruiken." In feite zet ik als een soort timmerman van alles voor anderen in elkaar.'

'Voor de clip Handelskade Nijmegen huurde ik twee drone-piloten in en liet ik een vriend de muziek componeren.'

Naast assisteren, timmert de filmmaker ook aan de weg met producties waarbij hij qua inhoud meer zelf kan beslissen. Hij filmde onder andere vier promotieclips voor de Radboud Universiteit (RU) over een dag in het leven van een student. Deze soort commerciële klussen zijn van groot belang voor de beginnende cinematograaf, want het assisteren levert hem vaak nog geen rooie cent op. Toch gaat het Peeters niet alleen maar om de poen en kan hij goed zijn eigen stempel drukken op de filmpjes. Hij noemt twee voorbeelden. 'Made in Nijmegen maakte ik voor een platform voor Nijmeegse kunstenaars. Hiervoor heb ik alles zelf gedaan, van concept tot camera en montage. Voor de clip Handelskade Nijmegen, waarvoor ik was ingeschakeld om mensen aan te trekken om te gaan wonen in het Handelskade-gebied in de stad, huurde ik twee drone-piloten in en liet ik een vriend de muziek componeren.'





Op de beat
Terwijl Peeters rustig zijn jasmijnthee wegsipt, bekent hij glimlachend dat zijn filmpjes niet altijd even goed zijn geweest. 'Laatst keek ik een filmpje terug dat ik als opdracht voor de HAN moest maken. Dat was echt amateuristisch en crap. Gelukkig zie je een enorm verschil met alles wat ik nu maak. Je blijft natuurlijk altijd fouten maken, maar ik heb beter om leren gaan met licht en apparatuur. Dit zie je bijvoorbeeld wanneer je naar mijn nieuwste promotieclips kijkt. Ik weet steeds beter hoe alles technisch gezien werkt, waardoor ik op gevoel kan filmen.' 


Naar eigen zeggen ontwikkelt Peeters ook steeds meer een eigen stijl in het filmmaken. Vooral de aanwezigheid van muziek is een rode draad in Peeters' werk. Hij ziet dit element heel duidelijk terug in al zijn creaties. 'Zowel de Handelskade-film als de Made in Nijmegen-clip zijn gemonteerd op de muziek. Op basis van een bepaald nummer heb ik bedacht wat voor shots ik ging gebruiken. Zelfs bij het crap-filmpje van de HAN zie je terug hoe ik muziek op deze manier toepaste.'


Ambitieus
Peeters wil veel bereiken op cinematisch gebied. 'Het lijkt me vet om mijn eigen speelfilms te maken als cinematograaf. Helaas ben ik nu nog niet de beste in alles en ik kan nog veel leren van cinematografen met meer ervaring.

'Igor Martinović, bekend als cinematograaf van o.a. seizoen 2 van House of Cards, is bijvoorbeeld een grote inspiratie voor me.'

Igor Martinović, bekend als cinematograaf van o.a. seizoen 2 van House of Cards, is bijvoorbeeld een grote inspiratie voor me. De beelden die hij maakt zien er simpelweg altijd mooi uit.'

De jonge filmmaker wil zich nu focussen op het helpen bij films. 'Voorlopig wil ik me richten op het assisteren van meer ervaren deskundigen. Wanneer je daarmee bezig bent, komt er vanzelf wel een kans voorbij om aan belangrijker project mee te werken. Laatst mocht ik gaffer zijn bij een korte film van een ervaren cameraman, die allemaal supertoffe dingen maakt. Natuurlijk ben ik dan maar zijn "slaaf", maar ondertussen zie ik wel hoe zijn plaatjes tot stand komen en leer ik hem kennen. Misschien vraag hij me wel weer als gaffer voor zijn volgende bioscoopfilm, who knows?'


 

Auke van der Veen
Interview kunstenaar Christel Verdaasdonk

ANS ontdekt: Halve vogels in het Huygensgebouw

Dode vogels zie je normaal in het bos, op straat of in een enkel geval opgezet op de schoorsteenmantel van je oma. Christel Verdaasdonk maakt er kunst van. Tot en met november zijn haar vogelkunstwerkjes te zien in de vitrines bij de ingang van het Huygensgebouw. ANS sprak Verdaasdonk over de symboliek van haar werk en wat er met de vogellichamen gebeurt. 

Tekst: Annemarie Segeren
Foto’s: Femke Alaerds

Leren om te prepareren verdaasdonk5
Als klein meisje was Verdaasdonk al geboeid door vogels. ‘Mijn eerste woord was ‘vogel’. Ik wilde vroeger archeoloog of bioloog worden en spaarde schedels en botjes. Uiteindelijk ben ik naar de kunstacademie gegaan, maar de interesse in vogels bleef. Ik maakte eerst vogels van stof of porselein. Het laatste jaar van mijn studie ben ik me pas bezig gaan houden met het prepareren van echte vogels.’

‘Mijn eerste woord was ‘vogel’.'

De kunst van het prepareren heeft Verdaasdonk zich eigen gemaakt met een cursus die ze volgde in Apeldoorn. ‘Hier kun je tijdens een workshopweekend leren prepareren. Nu ben ik zover dat ik zelfstandig vogels kan opzetten. De dunne huid moet worden losgemaakt van het lijfje. Dan worden alle bederfelijke delen verwijderd en vervangen door purschuim en ijzerdraad. Alleen de schedel en de botten in de poten en vleugels worden nog gebruikt.’

Het verhaal achter de vogels
Verdaasdonk heeft na de kunstacademie de premaster Kunstgeschiedenis voltooid en doet nu de master hiervan. ‘Door deze studie ben ik me gaan verdiepen in vogelsymboliek in de beeldende kunst. Mijn scriptie schreef ik bijvoorbeeld over de halsbandparkiet als Mariasymbool. In het Huygensgebouw is een broche met twee putters te zien, die verwijst naar de passie van Christus. Toen Christus naar de berg van Golgotha liep, zou de putter een doorn uit de kroon van Christus hebben getrokken en hierbij een druppel bloed op zijn gezicht hebben gekregen. Als dank voor deze moedige daad, zou de putter voortaan met een rood kopje door het leven gaan. De broche die ik maakte, is een subtiele verwijzing naar dit verhaal.’ De broche was ook te zien op de tentoonstelling ‘Beauty of the beast’ in het Museum voor Moderne Kunsten in Arnhem, die liep van 24 januari tot en met 10 mei 2015.

Aan de rechterkant van de ingang van het Huygensgebouw liggen twee vogels waar kristallen uit de buik komen. ‘Ik wil met de kristallen het proces van de vergankelijkheid laten zien’, vertelt Verdaasdonk. ‘Als je doodgaat, wordt je lichaam afgebroken. Zo geef je iets terug aan de natuur, er groeit weer iets nieuws. Daarnaast bestaat heel het lichaam en alles uit de natuur uit hele kleine kristallen. De kristallen in de vogels verwijzen naar het proces van vergankelijkheid.’

verdaasdonkGroot

verdaasdonk2Borduurwerkjes
Vogels die deels rotten, een vleugel missen of een poot hebben gebroken, gebruikt Verdaasdonk in haar borduurwerkjes. ‘Ik vond het zonde om een vogeltje weg te gooien die tijdens het prepareren kapot ging. Dat is respectloos naar de vogel. Ik wilde toch iets met dat kapotte lijfje doen. Op die manier is het idee van het borduren ontstaan. Ik maak de vogel met het borduren weer heel en compleet.’ Onalledaagse vogels laat Verdaasdonk heel. Hier maakt ze een kunstwerk omheen. Dat heeft ze bijvoorbeeld bij de geelgors gedaan die naast de broche met putters is te zien. ‘Bijzondere vogels, zoals een roodsnaveltok, zet ik klassiek op’, vertelt Verdaasdonk. ‘Dat is dan geen kunst meer, omdat je niks van jezelf toevoegt. Hier is echter veel vraag naar.’

verdaasdonk3De borduurwerken van Verdaasdonk nemen veel tijd in beslag. Om sneller te kunnen werken, heeft ze een aantal vrouwen zover gekregen haar te helpen met borduren. ‘Voor mijn afstudeerproject heb ik op marktplaats een advertentie gezet. Nu heb ik mijn vaste borduuradressen. Ik stuur hen een pakket op met de post met daarin alle benodigdheden voor het borduurwerk. Wanneer het af is, krijg ik het weer teruggestuurd. Mijn helpers heb ik dus nog nooit ontmoet. Ik heb er zoveel gevonden dat ik meerdere projecten tegelijk heb lopen. Ik moet nog een slachtoffer vinden die een Mariafiguur voor me wil borduren. Die wordt namelijk levensgroot.’verdaasdonk4

Vogel uit de diepvries
Verdaasdonk rijdt het hele land door om dode vogels op te halen. In haar koeltas met pimpelmezen reizen de overleden vogeltjes van de kweker naar haar thuis. ‘Door de flora- en faunawetten is het in Nederland verboden om zelf gevonden vogels te prepareren’, vertelt Verdaasdonk. ‘De vergunning die daar voor nodig is, heb ik niet. Mijn vogels komen van kwekers, die vogels hebben een ringetje. Hiervoor heb ik eerst een advertentie op vogelmarktnet gezet. Wanneer er een vogel doodgaat, laat een kweker dat weten. Vervolgens krijg of koop ik de vogel. Kleine vogels krijg ik vaak, maar de sneeuwuil die ik laatst ophaalde, kostte me honderd euro.’

'Alleen het verwijderen van de hersenen en ogen is vies.'

Eenmaal thuis gaat de vogel eerst in een grote diepvries, omdat er nog veel bacteriën in de vogel zitten. Na het ontdooien kan Verdaasdonk beginnen met prepareren. ‘Veel mensen denken dat het heel smerig is om een dier op te zetten, maar dat valt reuze mee’, vertelt ze. ‘De vogel ruikt gewoon naar kipfilet en het lijfje blijft compact waardoor je geen organen ziet. Alleen het verwijderen van de hersenen en ogen is vies. Ik stel me dan gewoon voor dat er frambozenmilkshake met blauwe bessen uit het hoofdje komt.’

 

Annemarie Segeren

Subcategorieën