ANS bezocht: College Tour met Paulien Cornelisse

Kim Saris
College over de Nederlandse Taal

Afgelopen woensdag werd in LUX de eerste Nijmeegse variant van College Tour gegeven met de fanatieke taalfanaat Paulien Cornelisse als hoofdgast. De avond vol doldwaze antwoorden van Cornelisse werd georganiseerd door de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit in samenwerking met de Radboud Docenten Academie. ANS vond een plekje in de zaal en luisterde naar het college van de schrijfster en cabaretière.

Tekst: Kim Saris
Foto’s: Loren Brouwers en Marjolein van Diejen

Een klein succes
Er staat een heuse rij om binnen te komen in LUX, waar de sprankelende Paulien Cornelisse haar woord zal verspreiden. De zaal zelft zit stampvol.  Verspreid over de zaal zijn her en daar lege stoelen te vinden, waar gretig wordt plaatsgenomen. ‘Het was op z’n zachtst gezegd een succes', weet presentator Jelko Arts de drukte te verwoorden. ‘Wees maar blij met je kaartje.’ Jelko Arts en Lotte Lentes, bekend van het literair festival Boek op de Bank dat op 2 juni plaats zal vinden, zijn vanavond het presentatieduo. 

ans paulien 8Poep in je anus
Voordat Cornelisse – cabaretière en auteur van drie succesvolle boeken - wordt bestookt met vragen, zal eerst de leukste leraar Nederlands van 2015 zijn woordje doen. Arnoud Kuijpers uit Duiven sukkelt een beetje het podium op, onwennig met de microfoon in zijn handen. Om de aandacht te krijgen, vuurt hij enkele vragen op het publiek af zoals ‘ Wie woont er niet in Nijmegen?’ om er vervolgens niet verder op in te gaan: ‘Tilburg? Oké.’ Gelukkig heeft de meester wel een leuke presentatie voorbereid, waarin hij laat zien hoe de huidige jonge generatie denkt over Nederlands. Meningen als 'Nederlands is een ongelovelijk klote vak’ en ‘Nederlands is poep in je anus' passeren de revue. Verder beschrijft hij nieuwe neologismen: ‘veder’ i.p.v. verder en ‘na’ i.p.v. naar.

Kortpittige roodharige
Het is een alleraardigst praatje, zo uit de mond van de ‘leukste docent van 2015’, maar je ziet het publiek haast smachten naar een pittig kort roodharige vrouw met dito kleur lippenstift. Onder daverend applaus stapt Cornelisse nonchalant het podium op. Meteen is er gesjoemel met de microfoons. ‘Het lijkt wel alsof ik in een vissenkom praat,’ reageert Cornelisse op het luide, doffe geluid dat ze produceert. Er klinkt een verzuchting door de zaal: dít is de Paulien die ze van de tv kennen (Wie is de Mol?), de ietwat klungelige, aardige en bovenal grappige vrouw.

ans paulien 3De eerste voor de hand liggende vraag is waarom Cornelisse over taal schrijft. Cornelisse vertelt dat ze vroeger al een taalgevoelig kind was, wiens woordenschat niet meer paste binnen de grafiek. ‘Ik vond het altijd leuk om woorden anders uit te spreken,’ vertelt Cornelisse. ‘Pijp-en-tuitje, bom-el-ding.’ Zelfs over de minder leuke dingen uit haar leven, praat ze luchtig en komisch. ‘In 2006 lag ik op het depressieve af op de bank,’  deelt Cornelisse mee. Ze besloot in die zomer van 2006 om cabaret en schrijven over taal te combineren en begon leuke dingen die ze hoorde, te verzamelen. ‘Langzaam veranderden het van leuke dingen in dingen,’ vertelt Cornelisse. ‘Want niet alles was even leuk meer, maar toch wilde ik het bewaren.’ Doordat ze alles op zo’n droge manier brengt, weet ze de lachers op haar hand te krijgen.

Bollewangenhapsnoet
Ze vertelt ook over haar eerdere werk bij de Wereldomroep (‘waar niemand naar luistert’), ABN Amro (‘toen er eindelijk een bankoverval was, zat ik boven… domper’) en over haar nieuwe project ‘De Wereld Draait Door Summer School’ op 14 juni. Daarnaast mogen enkele mensen uit de zaal een vraag stellen, die ze van tevoren hebben ingestuurd. De vragen gaan van wetenschappelijk getint (over klanknabootsingen) naar vragen als ‘Wat is je lievelingswoord?’ (‘bollewangenhapsnoet’). Aangezien de avond ook mede georganiseerd is door de Radboud Docenten Academie, wordt ook gepolst of Cornelisse zichzelf als een goede docent ziet. ‘Absoluut niet,’ antwoordt ze resoluut. ‘Ik zou er te veel van genieten als ik de pubers op mijn hand heb en ze kan laten lachen.’ Ze vindt pubers wel ‘leuke beesten’, maar ze is toch meer een zelfstandige werker. Ze geeft wel nog enkele handige studeertips mee. Werk bijvoorbeeld niet in een kamer waar ook je bed staat, drink goede koffie en plan afspraken in de avond.

De avond deed niet tekort aan iedereens wensen: Cornelisse sprak namelijk weer een handjevol onvergetelijke zinnen uit, zoals ‘Mijn boek wordt soms verkeerd geïnterpreteerd, net als de Bijbel’ en iedereen was verrast over de ware aard van haar succesvolle boeken. ‘Het boek gaat vooral over hoe mensen met elkaar omgaan,’ vertelt Cornelisse. ‘Het is vooral een succes, omdat het grappig is geschreven.’ Meer sociologie dan taalwetenschap dus, volgens de schrijfster die zelf psychologie studeerde.