ANS kijkt: Office Space (1999)

Auke van der Veen
Als je dit leest, that'd be great

Hoe zou jouw leven eruitzien als je hypnosetherapeut tijdens de sessie het loodje legt? Misschien net zo chill als dat van de plots superontspannen kantoorwerknemer Peter Gibbons in de komische cult-klassieker Office Space. Regisseur Mike Judge – bedenker van de sitcom-cartoon Beavis and Butt-Head – koos terecht het pad van liveaction om deze intelligente film vol zwarte humor te maken. Het slaapverwekkende kantoorbestaan had nog nooit zo opwekkend geleken.

Kutwerk? Fuck dat!
Elke dag verschijnt computerprogrammeur Peter Gibbons (Ron Livingston, een serieuzer personage in Band of Brothers) mooi op tijd op zijn werk, waar hij zich ook elke dag stierlijk verveelt. Zijn suffe baan bestaat slechts in achter een beeldscherm te zitten en als een machine cijfertjes in te voeren. Tot overmaat van ramp is er ook nog zijn irritante, als Wall Street-yup geklede baas Bill Lumbergh (Gary Cole), die Peter maar al te graag dwingt over te werken met de inmiddels legendarische internetmeme-formulering ‘If you could just go ahead and do that, that’d be great.’ Stiekem kraakt Gibbons samen met de eveneens gepikeerde collegamaatjes Samir Nagheenanajar (Ajay Naidu) en Michael Bolton (David Herman) zijn monotone bestaan af; ze durven hun kutbaan natuurlijk niet echt te verliezen.

De programmeur heeft het dus nogal zwaar, maar als kijker hoef je bij Office Space niet te genieten van een zwaar, maatschappijkritisch drama. De saaie werksituaties en personages zijn zo door Mike Judge uitvergroot, dat je eigenlijk niet anders kan dan erom proesten. Vooral nadat tijdens een hypnosesessie de therapeut halverwege sterft, is de film op dit vlak erg scherp. Ineens heeft Peter schijt aan alles. Het kantoorbestaan komt daardoor alleen maar belachelijker over. De eerst zo slaafse programmeur negeert Lumbergh, verschijnt in zijn huiselijke kloffie veel te laat op kantoor en zit alleen maar te gamen. ‘The thing is, it's not that I'm lazy, it's that I just don’t care’, verklapt hij op een gegeven moment aan twee door Lumbergh ingehuurde ontslagconsultants. ‘I generally come in at least fifteen minutes late, I use the side door – that way Lumbergh can't see me, and after that I just sorta space out for about an hour’, vervolgt Peter achteroverleunend en met vette grijns op zijn gezicht aan hen. Je lacht al je stress eruit bij het zien van deze fuck it-houding.

Over de herkenbare top
Regisseur Judge koos ervoor de film op te nemen in een troosteloze buitenwijk van Austin, Texas en niet in bijvoorbeeld het levendige New York. Dit deed hij heel bewust: ‘It seems like every American city has these identical office parks. There were a lot of people who wanted me to set this movie in Wall Street, but I wanted it very unglamorous, so that it portrayed a kind of bleak situation.’ Zijn keuze reflecteert het gevoel dat de hele film oproept: dat van uitzichtloosheid in een saaie 9 tot 5-baan. Office Space werd op die manier in de loop van de jaren een culthit, vooral onder mensen die aan een zelfde soort werk vastzitten als Peter. Dit jaar parodieerde de Amerikaanse Republikeinse presidentskandidaat Ted Cruz bijvoorbeeld zelfs nog een scene uit de film om de Democraat Hillary Clinton belachelijk te maken. De klassieker is nog lang niet ouderwets.

Ondanks de herkenbaarheid van veel van de frustrerende situaties, zijn de acties van Peter en zijn maten uiteindelijk nogal over-the-top. Wie gaat er in het echte leven nou zijn bedrijf – hoe naar de baas ook is – proberen op te lichten? Ook de manier waarop scenes zijn gefilmd is nogal uitbundig. Met grimmige gangsta rap op de achtergrond zie je werknemmers volledig onrealistisch flippen om een niet-werkende printer. Deze overdrevenheid is echter juist een krachtige kant van Office Space. Je herkent een frustrerende situatie, waar je in je wildste fantasie helemaal tegenin zou willen gaan, wat je natuurlijk nooit daadwerkelijk zou kunnen doen. Dankzij de film kun je daarom helemaal stuk gaan van het lachen om de nare omstandigheden en handelingen van mensen zonder veel geluk. Die zwarte humor van regisseur Judge zorgt zo voor een onschuldige komische ontlading van je haat-gevoelens over de saaiheid van een saai bestaan. Je kunt toch alleen maar lachen om een stel white collar-sukkels die zichzelf pijn doen bij het in elkaar meppen van een printer, terwijl ze meezingen met rapteksten als ‘I walk around town with a frown on my face. Fuck the whole world, fixin’ to catch a murder case’?

Lekker boeien(d)
Office Space is geen ingewikkelde, gekunstelde aanklacht tegen de door kapitalisme gekentende arbeider. Het is een film die slim en subtiel laat zien hoe idioot het bestaan die de jungle van het kantoor kan zijn. Vervolgens kun je als kijker je eigen conclusies trekken – en vooral lekker schaterlachen, niet te vergeten. Dus als je gewoon even deze film wil gaan kijken, that’d be great.