ANS kijkt: Fury (2014)

Tom Plaum
Harde karakters in degelijke oorlogsfilm

Oorlogfilms zijn er in allerlei soorten en maten en van hoog en laag niveau. Films als Saving Private Ryan en Apocalypse Now staan aan de top van dit genre, terwijl Pearl Harbor van een beduidend lagere kwaliteit is. De film Fury is zeker geen meesterstuk, maar wel een van de betere oorlogsfilms van de afgelopen jaren met rauwe karakters, blaffende Duitse officieren en rondvliegende ledematen.

Vechtend door Duitsland
De film, geregisseerd door David Ayer (o.a. End of Watch en Suicide Squad), speelt zich af in de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland. Het verhaal volgt sergeant Don 'Wardaddy' Collier, gespeeld door Brad Pitt, die met zijn vierkoppige crew zich een weg door de laatste hevige Duitse stuiptrekkingen vecht met zijn Shermantank, genaamd Fury. Zijn bemanning wordt aangevuld door een piepjonge soldaat, genaamd Norman Ellison (Logan Lerman). De tank neemt deel aan veroveringen van Duitse steden en strategische kruispunten om de opmars van de geallieerden zo snel mogelijk te laten verlopen voor een snelle capitulatie van Nazi-Duitsland.

Harde les
Het gevaar dat op de loer ligt bij een Amerikaanse oorlogsfilm over de Tweede Wereldoorlog is dat de Duitsers als slecht worden afgeschilderd en de Amerikanen als goed. Dit is in Fury voor een gedeelte het geval. De haat jegens de Duitse soldaten, vooral de Waffen-SS moet het ontgelden, wordt flink geuit door Collier en zijn collega's. De SS-officieren schreeuwen naar goed gebruik hun militairen de huid vol. Dit cliché wordt dus bevestigd door Fury. Dat betekent echter niet dat de Amerikanen de lieverdjes zijn in de film. Collier vecht al enkele jaren in de oorlog en heeft in die tijd maar weinig empathie overgehouden. Hij draagt letterlijk en figuurlijk de littekens van de oorlog. Dat komt goed terug in een scène waarin hij Norman dwingt een Duitse soldaat dood te schieten, terwijl hij dat helemaal niet wil. Na veel moeite en pijn vindt de executie toch plaats, om Norman een harde les te leren: Als jij de Duitsers niet doodt, dan doden zij jou. 

Oud, maar niet versleten
Cinematografisch is er weinig op Fury aan te merken. Ayer koos ervoor om zo weinig mogelijk CGI te gebruiken in de film. Echte historische tanks uit WOII werden opgetrommeld om in de film deel te nemen, waaronder de enige nog rijdende Duitse Tiger I in de wereld. Daarnaast schuwt de regisseur het niet om het leed van de soldaten weer te geven. Brandende lichamen die uit vernietigde tanks stappen en hoofden die van rompen worden geschoten zijn slechts enkele voorbeelden van de verschrikkingen die tijdens de film voorbij komen. Het realisme dat bij topoorlogsfilm Saving Private Ryan naar voren komt haalt Fury niet, maar het komt wel dicht in de buurt.

Rauwe karakters
Wat betreft acteerwerk laat de film een hoog niveau zien. Pitt zet zijn karakter als vechtlustige, harde sergeant goed neer. Complimenten moeten ook gegeven worden aan het adres van acteur Shia LaBeouf. LaBeouf heeft in het verleden nogal eens kritiek over zich heen gekregen over zijn acteerkwaliteiten. In Fury snoert hij zijn critici de mond met een sterke vertolking van de strengchristelijke schutter van de tank, die aan het einde van de film erachter komt dat God hem toch komt halen.

De rauwheid van zijn karakter en de rest van de tankbestuurders is terug te leiden naar de fysieke eisen die regisseur Ayer stelde aan zijn acteurs. Ze ondergingen een week training bij de Amerikaanse Navy SEALs, moesten een periode echt in een tank leven en werden gedwongen om tegen elkaar te sparren. Ayer zegt op deze harde manier van voorbereiden het volgende: 'Ik ben meedogenloos als regisseur. Ik ben bereid alles te doen wat ik noodzakelijk vind om te krijgen van acteurs wat ik wil.'

In dit geval heeft de aanpak geen windeieren gelegd. De hardheid van de karakters en de cinematografie maken Fury tot een degelijke oorlogsfilm en een van de betere van de afgelopen jaren. Een meesterwerk is het niet, maar je tijd zal je er zeker niet mee verdoen.