ANS kijkt: Falling Down (1993)

Auke van der Veen
Michael Douglas op zijn best

Een man stapt midden in een file uit zijn auto, om vervolgens de maatschappij te beklagen tijdens een aantal quasi-racistische misdaden. Onze gefrustreerde anti-held, perfect gespeeld door Michael Douglas, 'is going home'. Op een gitzwarte manier probeerde regisseur Joel Schumacher deze reis door de jungle van Los Angeles te verbeelden. Het resultaat is een kritische, psychologische en sterk komische thriller.

American nightmare
William Foster wil niets liever dan zijn jarige dochtertje opzoeken, maar je raadt het al: dit gaat niet zonder slag of stoot. Het avontuur door het multiculturele LA, verloopt niet zo simpel als deze schijnbaar civiele man in pak met das en koffertje had gehoopt. Het gaat in het begin al mis in een supermarktje van een Koreaan, waar hij een blikje cola wil kopen om met het wisselgeld te kunnen bellen. Hij vindt de prijzen in de winkel te hoog, slaat een aantal rekken aan gort en maakt een racistische opmerking tegenover de verkoper. Vreemd genoeg betaalt hij zijn cola gewoon nadat de prijs onder dwang is verlaagd. Foster vervolgt zijn reis met nog meer wandaden zoals deze, waar hij telkens een geforceerde morele les aan probeert te verbinden. Deze acties zijn stuk voor stuk zo ridicuul, dat je ondanks de ernst vaak moet lachen om de zwarte humor ervan.

Ook snappen we de daden van Foster stiekem wel een beetje: files zijn inderdaad vervelend, zeurende mensen op straat zijn irritant en de hamburgers op het menu van de McDonalds zijn stukken smeriger dan hoe ze worden afgebeeld. Rechercheur Prendergast (Robert Duvall) voelt zich op zijn laatste werkdag niet voor niets aangetrokken tot deze zaak: waarom heeft een misdadiger een morele kant? Ondanks de vloek die rust op agenten die bijna met pensioen gaan, stort hij zich met volle overgave op het mysterie rond D-FENS, zoals Foster naar de tekst van zijn nummerbord wordt genoemd. Een met succes in beeld gebrachte tweestrijd ontstaat tussen twee buitenbeentjes van de maatschappij: aan de ene kant zien we een burger die de American Dream niet kan verwerkelijken, aan de andere kant een rechercheur die iedereen over zich heen laat lopen.

 

Voer voor zielenknijpers
D-FENS is een heel apart mens. Hij mag aan de buitenkant dan wel overkomen als de klassieke angry white male, die een diepe haat koestert voor iedereen anders dan zichzelf, maar van binnen is niets minder waar. Dit brengt de regisseur bijvoorbeeld effectief in beeld wanneer Foster zich voor de politie probeert verstoppen in een dumpzaak, waar hij wordt geholpen door een neonazi. Deze verkoper denkt een sympathisant te hebben gevonden. Tussen de Hitlerportretten en nazikerstmannen maakt Foster de winkeleigenaar echter hardhandig duidelijk dat hij geen racist is, maar gewoon zijn dochtertje wil zien. Hier ziet de kijker het hart van de film: een man die zijn leven heeft verpest en daardoor in en in bedroefd is geworden.

Zijn emoties reageert Foster af op de samenleving, die hem totaal niet begrijpt. Hierom werd de film soms bekritiseert: het breken van de wet zou worden gerechtvaardigd als reactie op een miserabele maatschappij. De vader van de hoofdrolspeler, de legendarische acteur Kirk Douglas, vatte echter mooi samen waarom dit onzin is. 'Foster is the villain and the victim. Of course, we see many elements of our society that contributed to his madness. We even pity him. But the movie never condones his actions.' D-FENS is een echte anti-held, wiens acties verkeerd zijn, maar ook begrip opwekken. Door de spanning hiertussen is Falling Down een sterk psychologisch portret.

Het maakt niet uit of William Foster daadwerlijk zijn 'home' bereikt. Falling Down draait om de tocht daarheen, waarin we zien hoe een emotioneel beschadigde man ons een kritische blik op de maatschappij geeft. Kijk daarom deze klassieker wanneer je toe bent aan de perfecte mix tussen humor en drama.