ANS leest: Tim Hofman, Gedichten van de broer van Roos (2017)

Redactie
Naïef debuut

De meesten kennen Tim Hofman alleen als ongelukkig slachtoffer van Ton Hendriks of als winnaar van Wie is de Mol?, maar sinds begin 2017 is hij ook dichter. Zijn debuutbundel Gedichten van de broer van Roos verscheen in januari bij uitgeverij Meulenhoff en was meteen een enorme hype: de bundel kreeg al een herdruk voordat het überhaupt verscheen en tijdens Hofmans voordracht in boekhandel Dekker van de Vegt wist de winkel een recordaantal tienermeisjes te trekken. De poëzie die in de bundel staat is volgens Hofman heel gevarieerd. Zo spreekt hij op de achterflap van 'rijmpjes voor de grap', 'technische stukken' en 'lyrische gedichten die strak op rijm over liefde, de maatschappij of de dood gaan'. Al deze verschillende vormen hebben één ding gemeen, en dat is dat ze allemaal 'een beetje om te lachen, een beetje om te huilen zijn'. Na het lezen van de bundel staat het huilen je echter nader dan het lachen.

Tekst: Aaricia Kayzer

Grappen en grollen
De bundel staat inderdaad vol met 'rijmpjes voor de grap', waarbij Hofman vooral speelt met de dubbele betekenis van woorden. Ook laat hij zien dat hij vele talen meester is. Het gedicht 'Eggte liefde' is hier een voorbeeld van: 'Ei / l'oeuf / y0u'. Dat is dus heel grappig. Het blijft echter niet bij één of twee woordgrappen, de bundel staat er zowaar vol van. 'Cucumbersap', bijvoorbeeld, waarin de dichter vraagt: 'Mom, / what wil bekom- / kommer of me? / Son, / whatever u juice / to be.' Zo gaat het nog even verder, met onder andere de gedichten 'Blauwtje walken' over een smurf die wordt afgewezen door Smurfin, 'We'll zee' of 'St€rf'. Af en toe goed gevonden, maar vooral een vermoeiend trucje dat tot in den treure wordt herhaald. Als echte poëzie voelt het niet, al is dat natuurlijk een vaag begrip. Het gedicht 'Bijzonder hypochonder' zou beter passen op een poster van Loesje dan in een dichtbundel.

'huisarts
afgebeld

heb
me ziek
gemeld'

Bij de hand genomen
Niet alle gedichten in de bundel zijn zulke oneliners. In een paar gevallen experimenteert Hofman met vorm en bladspiegel, wat interessante resultaten oplevert. 'Mick Jagger zingt Angie' is te lezen als 'normaal' gedicht, maar woorden als 'verdriet', 'angst' en 'bang' springen eruit. De manier waarop dit gebeurt is jammerlijk: de woorden zijn letterlijk dikgedrukt, waardoor de lezer geen enkel speurwerk hoeft te verrichten om de dubbele betekenis van het gedicht te herleiden. Dit geldt ook voor andere gedichten die op het eerste gezicht wat complexer zijn: onderaan '(V)lucht' staat een leesinstructie, waardoor er van een echte puzzel weinig sprake is. Hofman pakt de lezer teveel bij de hand en laat overduidelijk zien wat er precies grappig, diep of dubbelzinnig aan zijn gedicht is. Een ander voorbeeld is het gedicht 'Marketing van een timmerman', waar Hofman de maagdelijke zwangerschap van Maria presenteert als een slim marketingplan van Jozef. Het gedicht is gedrukt in de vorm van een groot kruis, maar dit voegt helemaal niets toe. De referenties in het gedicht zijn ook zonder de vorm al overduidelijk. Het horizontale gedeelte van het kruis is als los gedeelte te lezen en omvat het schimmige plan van Jozef, maar de horizontale en verticale 'plank' vormen geen twee losse delen die op andere manieren in elkaar te schuiven zijn.

Naïef enthousiasme
Hofman is zelf in ieder geval tevreden over zijn gedichten. In één van de uitzendingen van De Wereld Draait Door (DWDD) krijgt hij de kans om zijn 'technisch moeilijke' stukken behulp van grafische ondersteuning uit te leggen. Zo snapt iedereen het gedicht en dat is heel handig. 'Lees even met me mee', begint Hofman, waarna het gedicht 'Eenzaam, twee samen' zowat regel voor regel wordt uitgelegd, inclusief duidelijk vormgegeven leesinstructie en wilde handgebaren. Zijn grote glimlach is enerzijds aandoenlijk, anderzijds pijnlijk naïef. Men heeft helemaal geen visuele ondersteuning nodig om het gedicht te snappen, en dat zowel de redactie van DWDD als Hofman dit nodig achten, is haast een belediging aan het adres van de lezer.

Tussen de 72 gedichten die de bundel telt, zitten ook heus een paar leuke. 'Vreemdgaan' is qua woordgebruik simpel maar schetst een krachtig beeld en hetzelfde geldt voor 'Aftrekkelijk'. Helaas wegen die paar gedichten bij lange na niet op tegen de overdaad aan uitgemolken woordgrappen, flauwe oneliners en vormexperimenten die volgens Hofman blijkbaar zo moeilijk zijn dat hij er een uitleg bij moet geven. Natuurlijk valt er iets te zeggen voor de manier waarop Hofman poëzie aan 'de gewone man' brengt – het is zeer zeldzaam dat een poëziebundel zoveel verkocht wordt – maar een groot deel van het commerciële succes zal vooral te verklaren zijn door Hofmans populariteit als presentator en BN'er. Of jongeren de overstap zullen maken naar andere poëzie, is nog maar de vraag. Wellicht zijn ze met een scheurkalender beter af.