ANSadvo 570x135

ANS luistert: Sum 41 - 13 Voices (2016)

Jean Querelle
Slagveld van clich├ęs

Het jaar 2016 kan gerust worden omschreven als hét comeback jaar voor ‘the number-bands’ uit de jaren 90. Eve 6, blink-182 en 3 Doors Down gingen afgelopen jaar allemaal op tour, of brachten een nieuw album uit. Ook de kroonprinsen van de punkrock, Sum 41, produceerden voor het eerst sinds 2011 een nieuwe plaat: 13 Voices.

Back in Business Again
Voor het opnemen van 13 Voices was er, niet voor het eerst, flink wat intern gerommel binnen de band. In 2014 besloot de originele drummer op te stappen en frontman Deryck Whibley moest een tijd stoppen met spelen door leverproblemen. Een jaartje later besloot de oude leadgitarist Dave Baksh, die de band in 2006 verliet, opeens terug te keren. De chaotisch re/herformatie van de nieuwe bezetting is volledig in lijn met de release van 13 Voices. Het nieuwe album kwam voor veel fans uit de lucht vallen en drie dagen voor de geplande release lekte de complete plaat uit op internet. Het is Sum 41 op zijn allerbest. Direct plakten de Canadezen er een nieuwe wereldtour achteraan, waarmee de band weer back in business is. 

Oorverdovende stilte
Wie op play drukt en verwacht dat direct de karakteristieke gitaarriffs uit de stereo brullen, komt bedrogen uit. Een melodieus deuntje van viool en keyboard dwarrelt uit de speakers. De melodie zwelt aan en barst los in het brute gitaarwerk wat men gewend is van Sum 41. Met opzwepende drums en melodieuze samenzang werkt het nummer naar een hoogtepunt toe, dat niet komt. Net voor het moment suprême zwijgen de gitaren en zingen enkel nog wat tonen van het keyboard na. A Murder of Crows is niets minder dan een seksueel voorspel dat niet leidt tot een orgasme: onbevredigend.

Uitgemolken succesformule
Het zijn voornamelijk hapklare nummers die 13 Voices tekenen. Fake My Own Death, Breaking the Chain en titeltrack 13 Voices zijn haast kopieën van elkaar. Te beginnen met een vrij rustige opbouw, waarin meestal violen worden gebruikt, die plotseling omslaat naar een heftige gitaarriff. De drum kickt in en ook de basgitaar gaat brommen. Het nummer komt binnen enkele maten weer tot rust en zanger Whibley begint teksten te spuwen over al het slechte in de wereld. Het refrein wordt naar een hoogtepunt geschreeuwd, waarop de overbekende glissando’s en achtergrondkoortjes hun intrede doen. Vervolgens wordt er nog een couplet en refrein afgewerkt, waarop Whibley via een vocal sound effect nog één keer ons probeert te overtuigen hoe verrot de wereld is. Solo erachter plakken, refreintje knallen en klaar is kees. Het is jarenlang dé succesformule geweest van Sum 41, getuige hits als Into Deep en The Hell Song. Goed uitgevoerd of niet, zoveel herhaling wordt naar verloop van tijd doodsaai.

De barricaden op
There Will be Blood en War zijn waarschijnlijk de populairste nummer van het album, omdat ze zijn uitgegeven als promotiesingels. De melodie- en zanglijnen zijn bij vlagen wel heel erg poppy wat je niet verwacht bij de ruige punkers. De teksten zijn wel weer als vanouds vrij socialistisch. De pure agressie en afkeer tegen de leiders van ‘het systeem’ is duidelijk hoorbaar in ‘We gotta control all the little ones’ en ‘Don't sell your souls on the open market, cause there will be hell to pay’ uit de track There Will be Blood. Ook het nummer War geeft goed de strijd van de gewone man weer met de teksten ‘So what am I fighting for?’ en ‘Naive and not to mention, I'm losing count of all my blessings’. Voordat dit hele verhaal een manifest wordt is het goed om aan te stippen dat Sum 41 zeker nummers heeft gemaakt die beter aansluiten op de oude speelstijl. Bij Goddamn I’m Dead Again en God Save Us All (Death to POP) scheuren de gitaren snoeihard en lijkt de Canadese band even de oude vorm te hebben teruggevonden, vol gas en zonder compromis rammen. Punkrock zoals punkrock ooit is bedoeld.

Wat spijtig is aan het album dat juist nummers die typisch zijn voor Sum 41, nogal uit de toon vallen. Het venijn wat in de felle, snelle gitaarriffs schuilt wordt teniet gedaan door de voorspelbare deuntjes, gelikte achtergrondkoortjes en elektronisch geneuzel. Wat een feest van herkenning zou moeten zijn, wordt op 13 Voices een slagveld van clichés. Eigenlijk is het hele album zoals haar begintrack, een hoogtepunt dat nog steeds op zich laat wachten. Elk nummer wordt de hoop op een ouderwets punkfeestje steeds verder de kop ingedrukt. Kleine oplevingen als God Save Us All doen de gek leven, maar tegen beter weten in. Sum 41 is terug van weggeweest, maar de vreugde is voor diehard fans van korte duur. 13 Voices is simpelweg, onbevredigend.