ANSadvo 570x135

ANS luistert: Dropkick Murphys 11 Short Stories of Pain & Glory

Jean Querelle
Grove misser in blessuretijd

Zet de Guinness maar koud en maak je op voor doldwaze moshpits, want de Dropkick Murphys zijn terug van nooit geweest. De Amerikaanse band had bijzonder veel succes in eigen land, maar ook aan de andere kant van de plas zijn ze al jaren graag geziene gasten. Na vier jaar toeren brachten de folkpunkers in 2017 hun negende studioalbum uit: 11 Short Stories of Pain & Glory.

De bandleden groeiden allen op in de Iers-katholieke wijken van Zuid-Boston. In 1996 besloten ze een flinke bak herrie te gaan maken in de kelder van de lokale kapper. Dankzij hun Ierse afkomst wisten de jongens al snel folkmuziek in hun snoeiharde hardrocknummers te verwerken. Na een komen en gaan van muzikanten, is bassist Ken Casey het enige originele lid dat nog steeds in de zeskoppige band speelt. Nu, 21 jaar later, staan de folkpunkers nog altijd bekend om hun harde muziek, spectaculaire shows en no-nonsense houding. Aan 11 Short Stories of Pain & Glory de loeizware taak om topalbums als Going out in Style (2011) en The Warrior’s Code (2005) te evenaren.

Kenmerkend Iers
In het nummer Blood, de derde track van het album, komen de Ierse roots van de Dropkick Murphys duidelijk naar voren. De inzet van een stevige doedelzak mondt uit een protestsong met een vrije simpele boodschap; ‘If you want blood, we'll give you some’. Toch wordt de tekst naar verloop van tijd wel erg simplistisch, woorden langer dan drie lettergrepen zijn uit den boze. Daarnaast blijft de melodie vrijwel hetzelfde, wat het geheel tot een hapklare track maakt die makkelijk weg luistert. Hoe anders is het fuifnummer I had a hat. Zodra de band inzet vliegt het spreekwoordelijke bier je al om de oren. Opgezweept door de vrolijke noten van de accordeon en thin whistle komen de Dropkick Murphys flink los. Zanger Al Barr beschrijft hoe een Ierse wake in de lokale kroeg verandert in een vechtpartij als de hoofdpersoon zijn hoofddeksel niet terug kan vinden. Een kleurrijke beschrijving van de knokpartij volgt, waarbij de dode bijna weer tot leven wordt gewekt, meubels kort en klein worden geslagen en de politie het natuurlijk flink moet ontgelden. Een soortgelijk verhaal valt te beluisteren in Finnegan’s Wake van The Dubliners, een klassiek Iers volksliedje. De Dropkick Murphys kennen in ieder geval hun pappenheimers.

Afwisseling
Hoewel de Amerikanen nogal wat ‘popnummers’ op het album zetten, zoals Sandlot en Kicked to the curb, is dat zeker niet vervelend. Door de afwisseling van heftige en rustigere nummers is het album geen complete wervelwind van agressie, maar kan de luisteraar ook goed relaxen. Een gewaagd stuk is de eigen versie van het wereldberoemde You’ll Never Walk Alone. Zeker de openingsstrofes zijn erg indrukwekkend en op originele manier gespeeld op een elektrische gitaar. Het refrein is een waanzinnig hoogtepunt omdat de hele band uit volle borst meeschreeuwt. Zo krijgt deze versie van You’ll Never Walk Alone een typische Dropkick Murphys-achtige uitstraling, terwijl het aan de boodschap niks afdoet.

Diepzinnig eerbetoon
Over boodschappen gesproken, het nummer 4-15-13 dient als eerbetoon voor de slachtoffers van de aanslag op de Boston marathon. Dat deze noodlottige dag veel indruk heeft gemaakt op de bandleden blijkt uit het feit dat ze een emotioneel, muzikaal goed verzorgd nummer schreven met een krachtige tekst. Vooral de regel ‘For those gone but not forgotten, we remember you each day’ gaat door merg en been. Ook het noemen van verschillende beroepen van de slachtoffers in het refrein heeft een waanzinnig effect en zorgt ervoor dat 4-15-13 een mooi muzikaal eerbetoon wordt aan zij die het leven lieten op 15 april 2013. Misschien was het daarom beter geweest om te eindigen op deze droevige, maar schitterende muzikale noot. De mannen van de Dropkick Murphys besloten echter anders en brengen als laatste nummer Until the Next Time ten gehore. De poging om een jolig einde aan het album te breien valt volledig in het water door het gebrek aan variatie in het nummer. De dynamiek is ver te zoeken en ook teksten als ‘We'll meet again, don't know where, don't know when’ – vrij naar een Amerikaans oorlogsliedje uit de jaren veertig – zijn niet bijzonder diepzinnig. Nadat het album is afgelopen blijf het gevoel aan je knagen: waarom zo’n einde?

Less is more
De Dropkick Murphys zijn na vier jaar weer helemaal terug met hun nieuwste album 11 Short Stories of Glory and Pain. De verdeling van relatief rustige nummers en het ouderwetse smijt-en-beukwerk is over het gehele album vrij goed. Zeker tracks als Sandlot en Blood contrasteren mooi met pure muzikale rellen als I Had a Hat, waardoor het geheel interessant blijft voor de luisteraar. De hoogtepunten van het album zijn de eigenzinnige uitvoering van You’ll Never Walk Alone en het emotionele 4-15-13. Als de folkpunkers het dan bij tien nummers hadden gehouden, was het album op waanzinnig sterke wijze geëindigd. Spijtig genoeg is Until the Next Time nauwelijks doorheen te worstelen na het emotionele tweede gedeelte van het album. Een grove misser gezien de kwaliteit  van de voorgaande nummers.