ANS ontdekt: Halve vogels in het Huygensgebouw

Annemarie Segeren

Dode vogels zie je normaal in het bos, op straat of in een enkel geval opgezet op de schoorsteenmantel van je oma. Christel Verdaasdonk maakt er kunst van. Tot en met november zijn haar vogelkunstwerkjes te zien in de vitrines bij de ingang van het Huygensgebouw. ANS sprak Verdaasdonk over de symboliek van haar werk en wat er met de vogellichamen gebeurt. 

Tekst: Annemarie Segeren
Foto’s: Femke Alaerds

Leren om te prepareren verdaasdonk5
Als klein meisje was Verdaasdonk al geboeid door vogels. ‘Mijn eerste woord was ‘vogel’. Ik wilde vroeger archeoloog of bioloog worden en spaarde schedels en botjes. Uiteindelijk ben ik naar de kunstacademie gegaan, maar de interesse in vogels bleef. Ik maakte eerst vogels van stof of porselein. Het laatste jaar van mijn studie ben ik me pas bezig gaan houden met het prepareren van echte vogels.’

‘Mijn eerste woord was ‘vogel’.'

De kunst van het prepareren heeft Verdaasdonk zich eigen gemaakt met een cursus die ze volgde in Apeldoorn. ‘Hier kun je tijdens een workshopweekend leren prepareren. Nu ben ik zover dat ik zelfstandig vogels kan opzetten. De dunne huid moet worden losgemaakt van het lijfje. Dan worden alle bederfelijke delen verwijderd en vervangen door purschuim en ijzerdraad. Alleen de schedel en de botten in de poten en vleugels worden nog gebruikt.’

Het verhaal achter de vogels
Verdaasdonk heeft na de kunstacademie de premaster Kunstgeschiedenis voltooid en doet nu de master hiervan. ‘Door deze studie ben ik me gaan verdiepen in vogelsymboliek in de beeldende kunst. Mijn scriptie schreef ik bijvoorbeeld over de halsbandparkiet als Mariasymbool. In het Huygensgebouw is een broche met twee putters te zien, die verwijst naar de passie van Christus. Toen Christus naar de berg van Golgotha liep, zou de putter een doorn uit de kroon van Christus hebben getrokken en hierbij een druppel bloed op zijn gezicht hebben gekregen. Als dank voor deze moedige daad, zou de putter voortaan met een rood kopje door het leven gaan. De broche die ik maakte, is een subtiele verwijzing naar dit verhaal.’ De broche was ook te zien op de tentoonstelling ‘Beauty of the beast’ in het Museum voor Moderne Kunsten in Arnhem, die liep van 24 januari tot en met 10 mei 2015.

Aan de rechterkant van de ingang van het Huygensgebouw liggen twee vogels waar kristallen uit de buik komen. ‘Ik wil met de kristallen het proces van de vergankelijkheid laten zien’, vertelt Verdaasdonk. ‘Als je doodgaat, wordt je lichaam afgebroken. Zo geef je iets terug aan de natuur, er groeit weer iets nieuws. Daarnaast bestaat heel het lichaam en alles uit de natuur uit hele kleine kristallen. De kristallen in de vogels verwijzen naar het proces van vergankelijkheid.’

verdaasdonkGroot

verdaasdonk2Borduurwerkjes
Vogels die deels rotten, een vleugel missen of een poot hebben gebroken, gebruikt Verdaasdonk in haar borduurwerkjes. ‘Ik vond het zonde om een vogeltje weg te gooien die tijdens het prepareren kapot ging. Dat is respectloos naar de vogel. Ik wilde toch iets met dat kapotte lijfje doen. Op die manier is het idee van het borduren ontstaan. Ik maak de vogel met het borduren weer heel en compleet.’ Onalledaagse vogels laat Verdaasdonk heel. Hier maakt ze een kunstwerk omheen. Dat heeft ze bijvoorbeeld bij de geelgors gedaan die naast de broche met putters is te zien. ‘Bijzondere vogels, zoals een roodsnaveltok, zet ik klassiek op’, vertelt Verdaasdonk. ‘Dat is dan geen kunst meer, omdat je niks van jezelf toevoegt. Hier is echter veel vraag naar.’

verdaasdonk3De borduurwerken van Verdaasdonk nemen veel tijd in beslag. Om sneller te kunnen werken, heeft ze een aantal vrouwen zover gekregen haar te helpen met borduren. ‘Voor mijn afstudeerproject heb ik op marktplaats een advertentie gezet. Nu heb ik mijn vaste borduuradressen. Ik stuur hen een pakket op met de post met daarin alle benodigdheden voor het borduurwerk. Wanneer het af is, krijg ik het weer teruggestuurd. Mijn helpers heb ik dus nog nooit ontmoet. Ik heb er zoveel gevonden dat ik meerdere projecten tegelijk heb lopen. Ik moet nog een slachtoffer vinden die een Mariafiguur voor me wil borduren. Die wordt namelijk levensgroot.’verdaasdonk4

Vogel uit de diepvries
Verdaasdonk rijdt het hele land door om dode vogels op te halen. In haar koeltas met pimpelmezen reizen de overleden vogeltjes van de kweker naar haar thuis. ‘Door de flora- en faunawetten is het in Nederland verboden om zelf gevonden vogels te prepareren’, vertelt Verdaasdonk. ‘De vergunning die daar voor nodig is, heb ik niet. Mijn vogels komen van kwekers, die vogels hebben een ringetje. Hiervoor heb ik eerst een advertentie op vogelmarktnet gezet. Wanneer er een vogel doodgaat, laat een kweker dat weten. Vervolgens krijg of koop ik de vogel. Kleine vogels krijg ik vaak, maar de sneeuwuil die ik laatst ophaalde, kostte me honderd euro.’

'Alleen het verwijderen van de hersenen en ogen is vies.'

Eenmaal thuis gaat de vogel eerst in een grote diepvries, omdat er nog veel bacteriën in de vogel zitten. Na het ontdooien kan Verdaasdonk beginnen met prepareren. ‘Veel mensen denken dat het heel smerig is om een dier op te zetten, maar dat valt reuze mee’, vertelt ze. ‘De vogel ruikt gewoon naar kipfilet en het lijfje blijft compact waardoor je geen organen ziet. Alleen het verwijderen van de hersenen en ogen is vies. Ik stel me dan gewoon voor dat er frambozenmilkshake met blauwe bessen uit het hoofdje komt.’