Het verhaal van ANS: het internet op

Redactie

Dit jaar bestaat ANS dertig jaar. Iedere maand levert een andere schrijver een bijdrage aan dit fictieve doorloopverhaal, geïnspireerd op de geschiedenis van ANS. Deze keer: het internet op.

Tekst:
Laurens van de Linde 
Illustraties:
Carmen Groenefelt

1998
www.ansonline.nl. ERROR 404. www.ansonline.com. ERROR
404. www.. www…. Waoisdjaoisdjoiajsa. Enter. ERROR 404. Oh, wacht: www.ans-online.nl. Bingo.
De website ziet er verlaten uit, als een spiksplinternieuw prikbord. Met een klik op de knop ‘ANS digitaal’ kom ik bij het interactieve element van de website. Ik blader door de niet-zo-papieren ANS op het computerscherm, dat uit een massief blok tekst bestaat. Balen dat Jeroen nog niet heeft uitgevogeld hoe je plaatjes erbij krijgt, al lijkt het op deze manier wel meer op de vertrouwde ANS: een krant tot op de centimeter bedrukt met tekst. Bijzonder toch, hoe innovatie toch weer lijkt te leiden tot een herwaardering van oude gebruiken, normen, waarden, schoonheden. Dit zou ik misschien moeten opschrijven.
‘Goedemorgen, lieve lui!’ Jeroen steekt zijn hoofd door het open raam. ‘Hoe is het hier?’

‘Weet je wat we nodig hebben? Heel. Veel. Bier.’

‘Ziet er goed uit, man. De website. Ik heb net de ANS opengeslagen.’ Ik wijs naar mijn scherm. ‘Wel jammer van de plaatjes, maar–.’
‘Plaatjes? Joh, wat maken die plaatjes nou uit?’ Met zijn rechterhand maakt hij een wegwerpgebaar. ‘Niemand geeft toch om de plaatjes? Moet je eens voorstellen hoeveel geld we zo besparen op drukkosten!’
‘Ja, oké, dat is waar, maar–’
‘Binnenkort leest iedereen ons prachtige tijdschrift op deze kraakverse site. Wacht maar.’ Door het open raam schenkt hij zichzelf een bekertje koffie in en met een luid ‘houdoe’ is hij verdwenen.
‘Wacht, was dat Jeroen, onze illustrator Jeroen?’
‘Hij is, nou ja, intens.’ Ik druk op een knop en de monitor zoemt uit.
‘Heb je het al aan hem verteld?’

WWW

2002
‘Niemand leest ons prachtige tijdschrift op de site, en dat is puur omdat die site nog steeds zo kut is als toen we nog in de Thomas van Aquinostraat zaten.’ Arnout probeert onder het praten een erwt op zijn vork te prikken. ‘Luister, ik heb eens nagedacht: een nieuwe locatie en een nieuw geluid. Weet je wat we nodig hebben?’
‘Heel. Veel. Bier.’ Bij elk woord slaat Erik op tafel. ‘Dat is wat we nodig hebben.’
‘Dit alweer? Is het nou nog niet klaar? Jezus, man. Alsof je hond overreden is. Luister, in 2006 doen we gewoon weer mee met het WK, hoor. En anders hebben we over twee jaar het EK nog. Bovendien, heb je Brazilië wel zien spelen? Ik ben maar wat
blij dat we daar niet tegenover hebben gestaan, dan was ik er nu waarschijnlijk net zo aan toe als jij. Huilen.’ Arnout richt zijn aandacht nu op een eenzaam aardappeltje. ‘Over huilen gesproken: wat dacht je van dit eten?’
‘Het is eten uit de Refter. Ik vraag me vooral af of dit nog zouter had gekund. Had je anders verwacht?’
‘Tsja. Ik weet het niet. Elke keer hoop ik dat het beter te nassen is. Dat ik weer begin te geloven, of zo. Weet je wel?’
‘Maar..?’
‘Het is zo ontzettend zout, Erik.’ Vlak voordat Arnouts hand met een klap op tafel neerkomt, kijkt hij op. Erik onderdrukt een glimlach bijzonder slecht.
‘Maar goed, Arnout. Wat hebben we volgens jou nodig?’
‘Oh ja, daar hadden we het over. Goeie. De website, hè. Daar gebeurt nu helemaal geen fuck. Wat dacht je ervan om een soort forum te starten? Een discussieplek, als het ware, voor onze lezers.’
‘Je bedoelt een soort gastenboek? Ik weet het niet. Wie gaat ooit iets in het gastenboek van ANS schrijven? We hebben al weinig bezoekers as it is.’ De hoofdredacteur schuift zijn bord weg, pakt er nog een laatste aardappeltje af.
‘Ja, nou, precies. Ik geloof echt dat de verhuizing naar de Ondergang een frisse wind was. Een nieuw begin, zoiets. En dat zouden we ook online moeten uitdragen. Of wil je serieus jaar in jaar uit integraal de PDF-bestanden van het blad blijven plaatsen? En dat het dan nog maar de vraag is of het er elke maand wel op komt te staan. Juist door regelmatig die discussie op te zoeken, trek je lezers aan.’

‘Regelmaat, da’s wel het codewoord. Regelmaat en prikkel. Hmm.’ Erik kauwt bedachtzaam. ‘Dan moet een van ons – jij – nu dus gaan uitzoeken hoe dat achter de schermen aan elkaar hangt. Laten we er morgen naar kijken. Kunnen we gelijk de archiefachterstand inhalen.’ Hij pakt een servet en veegt zijn mes schoon. Dan staat hij op en tikt hij op Arnouts schouders.

‘Ik geloof dat de verhuizing naar de Ondergang een frisse wind was. Een nieuw begin.’

‘Bij dezen,’ rechts, ‘benoem ik jou tot hoofd,’ links, ‘van ons gastenboek,’ rechts.
Erik kijkt om zich heen en gaat weer zitten. ‘Denk je dat iemand dat zag?’
‘Nee, geloof het niet. Trouwens, je hebt wat mayo–’
‘Wat?’
‘Je hebt daar wat mayonaise, op je...’ Arnout wijst op zijn eigen wang. ‘Ja, daar.’
‘Is het weg?’
‘Nee. Ja, nu wel.’
‘Goed, morgen dus. Dat gastenboek gaat het worden, ik voel het.’