Het verhaal van ANS: van krant naar tijdschrift

Redactie
Drukproblemen

Dit jaar bestaat ANS dertig jaar. Iedere maand levert een andere schrijver een bijdrage aan dit fictieve doorloopverhaal, geïnspireerd op de geschiedenis van ANS. Deze keer: van krant naar tijdschrift.

Tekst: Emma Kustermans
Foto: Tijs Sikma

Nijmegen, 1998

Job
Het is akelig stil in het kantoor. Slechts de geluiden van een pruttelend koffiezetapparaat en aarzelend tikkende vingers op een toetsenbord vullen de ruimte. Ik kom tot de conclusie dat ik al twee uur bezig ben geweest met een technisch probleem met de computer, zonder een kop koffie te halen. Veel te lang, denk ik terwijl ik mezelf ongegeneerd uitrek en een gaap probeer te onderdrukken. Ik heb duidelijk een flinke shot cafeïne nodig.

Terwijl ik wat programma’s afsluit, bedenk ik me dat Olaf, onze hoofdredacteur, in die twee uur ook al lang terug had kunnen zijn. Vanochtend vertrok hij al vroeg naar een vergadering over de toekomst van ANS. Hoe langer hij wegblijft, hoe meer ik vrees voor slecht nieuws. Zouden de drukkosten toch te hoog zijn?

Ik pak een stel boterhammen uit mijn tas en roep heel hard ‘Pauze!’, waarna de drie andere redactieleden in het kantoor dankbaar hun bureaustoelen richting de grote tafel rollen. Net wanneer we een kleine 20 minuten later opstaan, wordt de deur met veel kracht opengegooid. Het is Olaf, met in zijn armen folders en papieren en op zijn gezicht een gehaaste, enthousiaste blik. ‘Het is er door!’, roept hij terwijl hij zijn bagage uitstort op zijn bureau.

Ik kijk hem vragend aan. ‘Wat? Wat is er door?’

‘Het nieuwe uiterlijk, joh!’ Zijn gezicht straalt van opgetogenheid.

‘Een kleinere, dikkere ANS met dat gladde papier, weet je wel. Zoals een echt tijdschrift. Geen lastig krantje meer!’
Achter mij klinkt wat gejuich en een subtiel applaus. Olaf laat een blik vallen op de lege koffiekan waarna ik hem mijn volle mok aangeef. Gretig en dankbaar drinkt hij deze leeg.

‘Maar, hoe zit het nu dan?’, vraagt Maaike even later. ‘We schrijven gewoon onze stukken af, flikkeren het in een document en sturen het hele zootje naar de drukker?’. Ze kijkt bedenkelijk en trekt haar wenkbrauwen op. Olaf schudt zijn hoofd. ‘Oh, nee. Zelf hoeven we alleen om te kijken naar de teksten. Die sturen we later naar Koen. Hij zorgt voor de vormgeving en lay-out en stuurt het dan naar de drukkerij.’ Olaf grijnst. ‘Goed geregeld, niet?’