‘Ik bleef gewoon Kenny van Hummel’
Wielrenner Kenny van Hummel (27) groeide in de Tour de France uit tot een bekende Nederlander. Als laatste man in koers vocht hij iedere dag tegen de tijdslimiet. In Nederland ontstond een ware hype rondom Kamikaze Kenny, die weigerde op te geven. Een valpartij maakte een einde aan zijn droom om in zijn eerste Tour Parijs te halen. Van Hummel: ‘Ik heb de Tour realistisch gemaakt.’
Heb je nooit aan opgeven gedacht?
‘Nee, als ik ergens aan begin, wil ik dat op een goede manier afmaken. Allereerst wilde ik mezelf niet teleurstellen, afstappen is toch een persoonlijke nederlaag. Daarnaast wilde ik per se Parijs halen, om daar te laten zien dat ik goed kan sprinten.
‘Ik heb veel alleen gereden en dan ben je in gevecht met jezelf. Voortdurend bedacht ik me hoe hard de koplopers zouden rijden en dan reed ik twee kilometer per uur trager. Ik wist dat ik dan op tijd binnen zou komen.’
Wat vind je ervan dat coureurs in de Tour de France vrijwillig afstappen?
‘Dat kan ik totaal niet begrijpen. Het is een kwestie van mentaliteit. Wanneer je in het leven weinig tegenslagen hebt gekend, zul je sneller opgeven. Ik heb altijd moeten vechten om professioneel wielrenner te worden. Mijn motto is dan ook: “Waar een wil is, is een weg. Als je maar echt iets wil.”
‘Iemand als Óscar Pereiro Sio, die drie jaar geleden de Tour won, kon het tempo van de groep niet bijhouden en gooide meteen de handdoek in de ring. Hij reed nog voor mij en had gewoon op tijd binnen kunnen komen. Meneer was echter weer op weg naar Spanje toen ik de finishlijn overschreed. Er waren nog tien etappes die hij had kunnen winnen, maar die kansen liet hij aan zich voorbij gaan.’
Toch kwam er voor jou ook een vervroegd einde aan de Tour. Hoe ervoer je dat?
‘Toen ik viel wist ik meteen dat het over was. Tegen de arts zei ik echter: “Naai mijn knie maar dicht, dan kan ik verder.” Ik wist wel dat hij het niet zou doen, omdat de wond zou gaan ontsteken, maar ik wilde gewoonweg niet opgeven. De dokter lachte mij recht in mijn gezicht uit.
‘Het heeft mij heel veel pijn gedaan. Niet eens de fysieke pijn van het schoonmaken van de wond, maar ik had het gevoel dat ik mensen teleurstelde. Vanuit de ziekenwagen zag ik Nederlanders die op de laatste man in koers aan het wachten waren. Het pijnlijkste was dat mensen me in de ambulance herkenden en wisten dat ik uit koers was. Ik ging echter wel met opgeheven hoofd naar huis. Ik ben letterlijk uitgevallen en heb niet opgegeven.’
Deze strijdersmentaliteit bleef ook in Nederland niet onopgemerkt. Heb je dat meegekregen?
‘Mijn vriendin liet mij vanuit Nederland weten dat het een gekkenhuis was. Zelf had ik natuurlijk ook door dat ik veel geïnterviewd werd en daar werkte ik dan aan mee. Ik stopte na de finish dan ook altijd voor de pers en ging niet zoals voetballers eerst douchen. Wielrenners zien in dat het belangrijk is dat de sponsor in beeld wordt gebracht.
‘De pers speelt hierbij een grote rol, maar ik was er ook ontvankelijk voor. Hoewel ik vijf jaar mediatraining heb gehad, deed ik mijn interviews gewoon zoals ik zelf wilde. In de Tour heb ik alle regels aan mijn laars gelapt en maakte dingen niet mooier dan ze waren. Ik bleef gewoon mezelf, ik bleef gewoon Kenny van Hummel.’
Tijdens de Tour de France verscheen in L’Équipe een artikel waarin je tot slechtste klimmer aller tijden werd uitgeroepen.
Van Hummel onderbreekt ons: ‘Deze vraag komt altijd terug. Ik heb daar echter geen boodschap aan, ik trek een lange neus naar al die journalisten. Ze hadden duidelijk niets beters om over te schrijven. Bovendien werd ik altijd met vijf andere sprinters gelost. Na een tijdje waren zij afgestapt of buiten tijd binnengekomen, ik was als enige over. Als je laatste wordt, moet je gewoon kritiek verwachten en daar moet je goed mee omgaan.’
Vormde het artikel geen stimulans?
‘Nee, maar ik probeerde wel uit allerlei andere zaken motivatie te halen. Vlak voor de Tour de France overleed mijn oma. Ik had een erg goede band met haar en heb mijn eerste racefiets van haar gekregen. Als je eenzaam voor de bezemwagen fietst denk je aan dat soort momenten. Ik herinnerde mij bijvoorbeeld ook ineens dat ik thuis met mijn ouders naar de Tour zat te kijken. Nu was ik er zelf bij. Dergelijke kleine dingen stimuleerden mij om niet af te stappen.’

Is het waar dat je tijdens de Tour ontbeet met een Big Mac?
‘Nee, dan had ik van geen enkele berg de top bereikt. Op de eerste rustdag heb ik met de dokter op zijn kamer stiekem een Big Mac gegeten. De dag voor de volgende rustdag stond een helse rit op het programma. Ik reed 200 kilometer alleen en had 50 kilometer voor de finish een dip. De ploegleider kwam naast me rijden en zei: “Als je op tijd binnenkomt, zal ik je belonen.” Ik schreeuwde terug: “Als ik het haal wil ik een Big Mac!” “Je krijgt er wel tien”, antwoordde hij. Uiteindelijk heb ik die natuurlijk niet gekregen, maar daardoor kreeg ik een boost.’
Kijken andere renners op jou neer vanwege je slechte klimmerskwaliteiten?
‘Nee, die jongens zien natuurlijk ook dat ik hele dagen alleen rijd. Lance Armstrong tweette ook niet voor niets: “Kenny van Hummel is superman”. Zij hebben respect voor me, ik heb gewoon andere specialiteiten. In de sprint win ik van hen allemaal, maar bovenop een berg moeten ze een half uur op me wachten.’
Wat wil je na je carrière gaan doen?
‘Direct na de Tour werd ik al gecontacteerd om een wielerzaak te openen. Daar was ik aan het einde van mijn carrière waarschijnlijk wel op ingegaan, maar nu niet. Mijn vriendin kwam met het idee om clinics en lezingen te gaan organiseren. Zo sla ik munt uit mijn bekendheid en bovendien vind ik het erg leuk.
‘Voorlopig wil ik me blijven richten op de sport. Elk jaar een stapje vooruit zetten en binnen een paar jaar een Touretappe winnen. Het liefst zou ik dat doen in Parijs, het walhalla voor de sprinters. Het is een droom van mij om daar te winnen. Op die prestatie kun je altijd blijven teren.
‘Dit jaar heb ik Parijs niet gehaald, maar ik zou de Tour nog graag een keer uit willen rijden. Ik heb dit jaar enorm veel afgezien, maar had geen moment spijt van mijn deelname. Ik zou het meteen opnieuw doen.’

Tekst: Henk Strikkers en Mart Waterval
Foto’s: Martijn Wehrens



-
Dirk
-
J_w23
-
J_w23
-
http://www.ans-online.nl/uitgaan/weekendtip/weekendtip-een-twitteraccount Weekendtip: Een Twitteraccount | ANS-Online
-
http://www.ans-online.nl/opinie/columns/vanuit-het-ans-kantoor-week-12 Vanuit het ANS-kantoor (week 12) | ANS-Online




