ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Emile Roemer – ‘Ooit worden we de grootste’

SP-leider Emile Roemer redde vorig jaar als grote onbekende zijn partij van een dramatische verkiezingsnederlaag. Met zijn aimabele voorkomen en klare taal bleek hij de aangewezen persoon om in de voetsporen van Jan Marijnissen te treden. ‘Ik ben iemand van vandaag een probleem, morgen een oplossing.’

Tekst: Henk Strikkers en Mart Waterval
Foto’s: Elvira Visser

Emile Roemer (48) is een winnaar. Zijn politieke carrière is een opeenstapeling van successen. Na zijn intrede in de gemeentepolitiek van Boxmeer in 1980 won hij drie verkiezingen op rij. De raadsfractie van de Socialistische Partij (SP) groeide achtereenvolgens van twee naar drie zetels, van drie naar vier zetels en van vier naar zes zetels. Die zegereeks verzilverde Roemer door in 2002 zijn baan als basisschoolleraar te verruilen voor het wethouderschap in de Brabantse gemeente. Daarna ging het snel. In 2006 werd hij verkozen als Tweede Kamerlid, om vier jaar later partijleider te worden en de voorspelde dramatische verliezen te vermijden. Inmiddels bemant Roemer in het Tweede Kamergebouw een verbluffend vertrek, waar eerder illustere politici als Joop den Uyl, Hans van Mierlo en Jan Marijnissen huisden.

Is het geen hels karwei om Jan Marijnissen op te volgen?
Roemer lacht: ‘Ik volg Agnes Kant op.’

Maar Marijnissen was twintig jaar lang de grote leider. Nu zit ú hier en ú heeft voor het eerst in uw carrière verkiezingen verloren.
‘We hebben niet verloren.’

Ten opzichte van de vorige Tweede Kamerverkiezingen wel. Is het vertrek van Marijnissen daarvan de oorzaak?
‘Kijk, nadat we in 2006 drie keer zo groot werden als voorheen en buiten elke onderhandeling waren gehouden, baalden veel mensen daarvan. We konden daar echter niets aan doen en bovendien hadden we een periode nodig om de partij intern op orde te brengen. Het was immers een enorme investering om alle nieuwe mensen op te leiden en in te passen. Daar bovenop kreeg Jan een hernia. Het werkt niet als je politiek leider meer dan een half jaar buiten beeld is. Agnes Kant volgde hem op en dat bleek geen succes.
‘Toen ik net begon, stonden we in de peilingen op acht zetels; dat was twee weken voor de verkiezingen. Als je dan in die korte tijd nog zeven zetels extra binnensleept, kun je daar enkel tevreden mee zijn. Wij verloren er weliswaar tien vergeleken met vier jaar geleden, maar is dat een schande? Nee.’

Hoe verklaart u deze opmars in de peilingen?
‘Bij mijn aantreden als partijleider, was ik de grote onbekende. Desondanks heb ik in korte tijd veel vertrouwen weten te winnen: ik denk dat veel mensen mij een sympathieke gozer vinden.’

U bent jarenlang werkzaam geweest in het onderwijs. Is deze ervaring bruikbaar in de politiek?
‘Als leraar ben je gewend om klare taal te spreken. Met die kracht word ik nog vaak gecomplimenteerd. Wanneer je dingen aan een kind kunt uitleggen, kun je moeilijke thema’s ook vrij eenvoudig aan grote gezelschappen duidelijk maken. Bovendien leer je voor de klas ontzettend goed omgaan met verschillen, wat hier in Den Haag wel een handige eigenschap is. Tenslotte ben je als leraar in het basisonderwijs een generalist, je weet van alles het nodige af.’

Wat is uw doel in de politiek?
‘Het liefst zou ik kleine, concrete problemen aanpakken. Als iemand een persoonlijk verhaal vertelt, gaat me dat zeer aan het hart. In mijn huidige positie ben ik echter meer met grote, ideologische processen bezig. Ik besef dat ik nu niet ieders probleem kan oplossen. Voordat er in Den Haag structurele veranderingen plaatsvinden, ben je jaren verder. Dat is soms frustrerend, want ik ben iemand van vandaag een probleem, morgen een oplossing.’
Roemer doet daarom zijn best om zovaak mogelijk het land in te gaan. ‘Ik probeer de harde werkelijkheid op te zoeken, dat zijn de leuke dingen. Mensen vinden het erg plezierig dat je geïnteresseerd bent in hun verhaal.’ De geluiden die de olijke Brabander in den lande opvangt, neemt hij mee in de Haagse debatten. ‘Ik krijg te horen hoe mensen op de werkvloer problemen willen oplossen. Dit leg ik daarna voor aan wetenschappers om te kijken of het haalbaar is, zodat ideeën van de werkvloer goed doordachte alternatieven worden.’

U bent ongetwijfeld bekend met de veelbesproken kloof tussen politiek en burger. Is dat de schuld van politici?
‘Ja. De afstand met de politiek ontstaat doordat mensen een idee of suggestie bij de politici melden en steeds voor een dichte deur staan. Ze worden afgescheept met het argument dat de politiek daar niet meer over gaat.
‘Ik had laatst bijvoorbeeld een gesprek met iemand wiens moeder in een verzorgingstehuis zat waar een bushalte werd geschrapt. Die mensen moet ik dan uitleggen dat de politiek het busvervoer uit handen heeft gegeven. Als er zulke klachten komen gaan we allerlei eisen en regeltjes opstellen om dat soort gevallen te voorkomen. Die moeten dan weer gecontroleerd worden door één of ander bureau, waardoor je een heel circus van tussenlagen krijgt. Dan hoor ik: “Wat hebben we daar nou aan? Regel het nou gewoon!” Daar zit de kloof tussen politici en de mensen: we hebben nog wel de verantwoordelijkheid, maar de zeggenschap is door opeenvolgende kabinetten verkwanseld.’

Dus de privatiseringen zijn de oorzaak van deze kloof?
‘Delen van de collectieve sector, zoals de energievoorziening en het openbaar vervoer, zijn aan de vrije markt overgelaten. Dat maakt dat mensen er geen bal meer van snappen.
‘Wat je aan de markt kunt overlaten, moet je aan de markt overlaten. Als ik een broodje frikadel wil halen, vind ik het prima dat ik de keuze kan hebben uit ik weet niet hoe veel. Ze zoeken dat maar mooi uit. Maar iets wat van ons allemaal is moet in overheidshanden zijn.’

Liggen dit soort standpunten ten grondslag aan het links-conservatieve imago van uw partij?
Een glimlach verschijnt op Roemers gezicht: ‘Er lopen nog wel wat mensen rond die “Mao” of “Stalin” roepen als ze mij zien, maar zulke communistische denkbeelden hebben we allang afgezworen. Vanaf onze entree in de Tweede Kamer in 1994 hebben we bewezen geen extreme partij te zijn. We zitten nu zelfs in twee provinciebesturen, nota bene met het CDA en de VVD. Dus wat nou te extreem? Wat nou te links?
‘Soms hebben dingen tijd nodig. Vier jaar geleden waren wij de grote winnaar, maar mochten we nergens meedoen. Inmiddels wel. Dat komt ook door onszelf. We waren in het verleden wel erg happy met onze rol als actie- en oppositiepartij. Wanneer daarin wordt geïnvesteerd, is het niet raar dat je na de verkiezingen weer vier jaar moet schoppen. Om een volwassen partij te worden, moet je ook samenwerken en anderen op z’n tijd tegemoet komen. En ik denk dat we heel goed in het snotje beginnen te krijgen hoe dat werkt.’

Wat wil u de komende vijf jaar met de SP bereiken?
‘Ik vind dat we een serieuze partner moeten zijn in regeringsonderhandelingen. Dan begint het pas. Dan moeten we ervoor zorgen dat we dingen binnenhalen. Dan moeten we bewijzen dat we iets kunnen. Dat gebeurt niet van vandaag op morgen, dat weet ik ook wel.’

Bij de onderwijsdemonstratie van 21 januari dit jaar kreeg Emile Roemer meer dan tienduizend handen op elkaar. Zijn pleidooi stond haaks op dat van staatssecretaris Halbe Zijlstra. De SP wil de studiefinanciering handhaven en is daarmee een van de weinigen. De meeste partijen zijn voorstander van een sociaal leenstelsel om te kunnen investeren in de onderwijskwaliteit. Roemer is duidelijk: ‘Moet er meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van het onderwijs? Absoluut ja. De vraag is waarvan je dat betaalt. Dat kan bijvoorbeeld ook door de JSF niet te kopen.’

Niet door het sociaal leenstelsel in te voeren?
‘Dat begrip zou verboden moeten worden. Lenen is niet sociaal. Lenen kost geld. Als je een auto gaat kopen en je sluit daarvoor een lening af, dan staat het er altijd bij: “Let op, geld lenen kost geld.” Dus noem dat niet sociaal, noem het eerder asociaal leenstelsel. Dan weten we tenminste waar we het over hebben. We gaan iemand sociaal doodschieten, dat kan niet! Die woorden moet je niet gebruiken.
‘Het onderwijsbeleid van dit kabinet is überhaupt vreemd. Voor de verkiezingen vonden alle partijen dat er minstens een miljard extra naar het onderwijs moest. Nu de regeringsonderhandelingen achter de rug zijn, is dat opeens weg.’

De linkse partijen sloegen de handen ineen tegen de onderwijsbezuinigingen van dit kabinet. U was voor de verkiezingen voorstander van een schaduwcoalitie. Waarom is dit mislukt?
‘Om aan de 76 zetels te komen moesten we met D66 samenwerken en dat is geen linkse partij. Daar liep het spaak.
‘Ik denk dat het slim was geweest om Nederland een sociaal alternatief voor te spiegelen, om te laten zien hoe we op een sociale manier de crisis kunnen overleven. Mensen zijn onzeker over hun toekomst en dan klinkt het heel logisch om flink te bezuinigen. Het hele verhaal rond de overheidsschuld, jullie kennen het wel. Dan denkt iedereen: “Dat zal wel waar zijn, van die crisis moeten we af.” Van een doorsnee persoon kun je niet verwachten dat hij daar doorheen kijkt en zich afvraagt of er een andere mogelijkheid is. Wanneer drie of vier partijen met een goed alternatief komen, komt dat sterk over en kun je een tegenwicht bieden.’

Lopen de gesprekken nog?
‘Ja, we overleggen veel, maar voorafgaand aan een verkiezing is het anders dan achteraf in de oppositie. Als we samen kunnen optrekken doen we dat, maar dat is iets anders dan mensen met een schaduwcoalitie een perspectief bieden voor de toekomst.’

Hoe komt het dat de partijen aan de rechterkant elkaar wel vinden?
‘Het bestaan van deze regering heeft te maken, en dat zeg ik maar zo cru als het is, met de gezamenlijke aversie van de regeringspartijen jegens de PvdA.’

Dat is de enige reden?
‘Ja. Als de haat naar één partij zo groot is, dan wil je wel samenwerken. Het CDA zegt een enorme knauw te hebben gekregen bij het vorige kabinet. De coalitie van PvdA en CDA was gewoon een vechtcoalitie, ze wantrouwden elkaar tot op het bot. Als die twee niet kunnen samen werken, wordt de spoeling dun. De VVD en de PvdA kwamen nog niet eens in de buurt van een akkoord en toen bleef er nog maar één optie over.’

Denkt u dat dit kabinet lang standhoudt?
‘Dat is koffiedik kijken. Op dit moment hebben ze er alledrie geen belang bij om het te laten vallen. Rutte is de eerste liberale premier in honderd jaar en stijgt in de peilingen, dus de VVD heeft de wind in de rug. De PVV zit op rozen, die hoeven geen ministers te leveren en dragen geen verantwoordelijkheid, waardoor ze kunnen roepen wat ze willen. Zij hebben de allergrootste hekel aan de PvdA. Als het zou vallen, zal het van de christendemocraten moeten komen, maar zij zijn de komende tijd druk bezig om hun eigen partij weer terug op de rails te krijgen.’

Waarom werd u niet uitgenodigd voor de regeringsonderhandelingen?
‘Dat was een deur te ver, nog iets te vroeg.’

Denkt u dat dat ooit zal gaan gebeuren?
‘Jazeker. Ik denk zelfs dat wij een keer de grootste gaan worden. Ik zou niet weten waarom niet.’

Omdat u geen middenpartij bent.
‘So?’

De meeste regeringen bestaan uit CDA, PvdA en VVD, allemaal middenpartijen.
‘De VVD is geen middenpartij. Wat de VVD op rechts is, zijn wij op links.’

Waarom regeert de VVD dan regelmatig en de SP niet?
‘De VVD heeft nog een veel grotere historie. Daarom hebben wij ook nog wat tijd nodig.’

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit juni 2011.