ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Anna Enquist – De Enquistvariaties

‘Het balanceert tussen ongeduld en uiterste discipline, tussen woede en zelfbeheersing’. met die woorden werd Anna Enquist genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. ‘Contrapunt’ verhaalt over haar gestorven dochter, in de veelgeprezen structuur weerklinken de Goldbergvariaties van Bach. Een openhartig gesprek over verlies, muziek en literatuur.

Ondanks haar soms ontwapenende lach is schrijfster Anna Enquist (64) – pseudoniem van Christa Widlund Broer – somber en melancholisch, net als haar gehele oeuvre. Na een carrière als psychoanalytica en, naar eigen zeggen, gemiddeld pianiste publiceerde ze op 46-jarige leeftijd haar eerste dichtbundel. Drie jaar later verscheen haar eerste roman, Het Meesterstuk, geschreven op het stramien van de opera Don Giovanni van Mozart. Muziek vormt een terugkerend thema in het werk van Enquist. Ook een groot aantal gedichten is geïnspireerd op verschillende pianostukken.
Nadat haar dochter Margit in 2001 stierf, raakte Enquist in een diep dal. Drie jaar later publiceerde ze de dichtbundel De Tussentijd, over de tijd tussen haar eigen dood en die van haar dochter. Deze van verdriet doordrongen gedichten werden gemengd ontvangen, zo bestempelde de Volkskrant het als ‘schaamteloos sentiment’.
Nu, acht jaar na het overlijden van haar dochter, zit er een vrouw aan tafel die naar eigen zeggen ‘simpelweg doorleefde’. Niet omdat ze dat wilde, ze had geen keus. In haar laatste roman Contrapunt verwerkt ze opnieuw de dood van haar dochter, ditmaal zo afstandelijk mogelijk op het schema van Bach’s Goldbergvariaties. ‘Ik wilde geen autobiografie schrijven, het moest een zekere abstractie hebben’, vertelt Enquist in het statige pand van de Arbeiderspers aan de Herengracht.
De roman verhaalt over een moeder die haar dochter heeft verloren en zich stort op de ingewikkelde Goldbergvariaties. Door het instuderen komen de herinneringen aan haar dochter boven en houdt ze haar dicht bij zich. ‘Het was moeilijk om te schrijven, dat maakte de nominatie voor de Librisprijs nog specialer. Het is toch ook een portretje van mijn dochter. Het is nu net alsof zij een prijs krijgt.’

Ondanks uw succes noemde u zichzelf lange tijd geen schrijver.
‘Nee, ik nam mezelf helemaal niet serieus. Het duurde een lange tijd voor ik mezelf zo kon zien. Nog steeds is het niet mijn sterkste kant. Van literatuur heb ik sowieso geen verstand, behalve dat ik mijn hele leven al praat en lees. Dat is zo verwonderlijk aan schrijven. Ik ben er helemaal niet in geschoold, in tegenstelling tot muziek en psychoanalyse. Toch gaat het vanzelf.’

Is dat geen valse bescheidenheid? U bent immers genomineerd voor de grootste literaire prijs van Nederland.
‘Ach, ik heb zelf ook in dat soort jury’s gezeten, je weet hoe dat gaat.’

Nee, hoe gaat dat?
‘Alle juryleden hebben een andere mening. Ze willen allemaal hun zin krijgen, dus ontstaat een allegaartje van boeken. Meestal is er een kamp voor het ene boek, een kamp voor een ander, en dan wordt als compromis voor het derde boek gekozen zodat niemand ruzie krijgt. Ik vind zo’n nominatie geen criterium voor kwaliteit. Ik hecht meer waarde aan literaire prijzen zoals de Van der Hoogtprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.’

Bach componeerde de Goldbergvariaties na het overlijden van zijn zoon. Verwerkte u daarom dit stuk in uw roman?
‘Aanvankelijk wist ik dat helemaal niet. Mij was slechts bekend dat het een opdracht was voor een graaf die last had van slapeloosheid. De jonge klavecinist Goldberg moest ‘s nachts met deze stukken de graaf in slaap spelen. Toen ik op driekwart van Contrapunt was, heb ik de chronologie van het leven van Bach op een rij gezet. Het viel me op dat zijn zoon in 1739 stierf, in precies datzelfde jaar begon hij met het componeren van de Goldbergvariaties. Daar ben ik flink van geschrokken. Tegelijkertijd dacht ik: ‘‘Dit is een fantastisch aanknopingspunt.’’ Op deze manier kon ik al het verdriet bij de componist leggen en konden de gevoelens van de vrouw heel summier worden verteld. Het was een gouden greep.’

Heeft u het gevoel dat Bach het verdriet over zijn overleden zoon in de Goldbergvariaties heeft verwerkt?
‘Ik vind het wel merkwaardig dat herhaaldelijk in de geschiedenis het verlies van een kind in verband wordt gebracht met deze compositie, zowel in film, muziek als andere kunstvormen. Zo gaat de klassieke film Don’t look now over een echtpaar dat een jong kind verliest. In de beginscènes, waarin het meisje verdrinkt, klinken de tonen van de Goldbergvariaties. Ik ben kennelijk niet de enige die dit verband heeft gelegd. Maar het blijft natuurlijk mijn fantasie dat Bach het verlies van die jongen in de compositie heeft verwerkt. We weten slechts dat hij op dat moment het stuk componeerde.
‘Dat is met de muziek van Bach zo aardig, je kunt er alles in horen wat je erin wil horen. Je zou de stukken ook kunnen spelen als heel opgewekte stukken. Maar als je andere stemmen benadrukt, andere akkoorden gewicht geeft, kan het heel melancholisch worden. Er staat niets bij. Het zijn alleen maar noten.
‘Het was altijd al het lievelingsstuk van mijn dochter. Met het schrijven van het boek studeerde ik de muziek opnieuw in en projecteerde er mijn eigen gevoelens op. Ik zag het als een stuk waarin door die opgewektheid heen toch veel verdriet schemerde, en zo speelde ik het ook.’

In Contrapunt zwoegt de hoofdpersoon op het werk van Bach om de herinnering aan haar dochter levend te houden. Was muziek ook voor u een manier om uw dochter niet kwijt te raken?
‘Toen mijn dochter stierf kon ik niet meer schrijven. Muziek was het enige waarmee ik bezig kon zijn. Een vriend van me suggereerde om de Goldbergvariaties in te studeren. Het zijn heel lastige en technische stukken die veel concentratie vergen. Door me op muziek te storten, creëerde ik momenten waarop ik even geen verdriet meer had. Het was voor mij meer een manier om mijn verdriet te ontvluchten.’

U studeerde piano aan het Haags conservatorium. Waarom bent u niet in de muziek
verdergegaan?

‘Ik ben een heel middelmatige pianist, ik ben veel te laat begonnen. Toen ik psychoanalytica werd en kinderen kreeg, had ik nauwelijks nog tijd om piano te spelen. Mijn niveau ging ontzettend achteruit. Verschrikkelijk vond ik dat. Ik had mijn hele leven twee dingen naast elkaar gedaan en besloot volwassen te worden door me alleen op mijn beroep te concentreren. De piano ging dicht. Daar werd ik hartstikke beroerd van. In die periode ben ik gaan schrijven.
‘Pas toen mijn dochter stierf ging de piano weer open. Toen ik een heel moeilijk stuk van Schumann instudeerde, heb ik daar een dagboekje van bijgehouden. Dat werd een aardig stuk. Ik had een structuur van wat ik wilde schrijven, ik was bezig met wat ik het liefst doe en tegelijkertijd kwam er iets moois uit. Dat was de kiem van wat later Contrapunt zou worden.’

Hoe kwam het boek vervolgens tot stand?
‘Ik wilde heel graag iets over mijn dochter schrijven. Ik kreeg dat helemaal niet voor elkaar, totdat ik de ingeving kreeg het met de Goldbergvariaties te combineren. Ik was ontzettend bang af te glijden naar allerlei sentiment waar verder niemand wat mee te maken heeft, ik wilde het naar een hoger niveau tillen. Dankzij Bach kon dat.’

Maar het is toch compleet autobiografisch?
‘Er zitten natuurlijk veel verdichtingen en een zekere selectie in. Nee, het is wel echt een bewerkt, geconstrueerd boek.’

Heeft het schrijven van het boek u veranderd?
‘Niet wezenlijk. Wel ben ik tevreden dat het gelukt is. Na zo’n ramp voel je je aangetast. Alles wat je aan competentie weer op kunt brengen, voegt wat toe. Ik bleek niet zodanig kapot dat ik geen boek meer kon schrijven. Het is een overlevingsstrategie.’

Het was geen verwerkingsproces?
‘Nee, daar geloof ik niet in. Rouwen en verwerken? Dat is meer iets voor vrouwenbladen. Dit verdriet is helemaal niet te verwerken, daar moet je ook niet naar streven. Ik kan het misschien beter hanteren, na jarenlange ervaring met doorleven met zo’n verlies. Je bent minder snel van je stuk dan in het begin, je weet beter waar je aan toe bent met jezelf. Maar dat is toch zeker geen verwerken? Dan zou je er minder last van hebben, het zou wegebben.’

Uw man en zoon komen weinig in het boek voor. Wat vonden zij van Contrapunt?
‘Moeilijk natuurlijk. Tegelijkertijd vonden ze het prettig dat haar leven is gedocumenteerd, hoe bewerkt of verzonnen het soms ook is. Het schrijfproces zelf hebben zij niet meegemaakt. Ik zit op mijn kamer te schrijven met de deur dicht. Eigenlijk merkt niemand daar wat van.’

Bent u gelukkig?
‘Wat is gelukkig? Het leven is een ramp, natuurlijk. Mensen die voortdurend gelukkig zijn, daar moet wel iets mis mee zijn. Als ik mijn psychoanalytische bril opzet, dan klopt dat niet.’

Tekst: Juliet van der Voort en Timo Pisart
Foto’s: Marlou de Jong





  • N

    Geachte heer/mevrouw,

    Graag zou ik in contact willen komen met Anne Enquist. Voor school moeten we proberen een interview te doen met een schrijfster. Is dat mogelijk, of kan het?

    Met vriendelijke groet,

    N

blog comments powered by Disqus