Hans Teeuwen – Hans Anders
Hans Teeuwen is terug en sterker dan ooit. Met een steengoede jazzformatie en absurdistische teksten vol smerige seks tracht hij Nederland te heroveren. ‘Mensen moeten het alleen nog even ontdekken.’
Terwijl op de achtergrond vijf in pak gestoken mannen glimlachend maar geconcentreerd muzikale pareltjes uit hun instrumenten toveren, danst hij als een wildeman over het toneel. ‘En nu allemaal: I like your cunt!’ Hans Teeuwen (43) is nog steeds het podiumbeest van weleer, ook vanavond in de kitscherige schouwburg in Dordrecht. In Nederland zwoer hij het cabaret af om met de plaat How it Aches zijn geluk te beproeven als ‘s lands bekendste jazzzanger. Maar wel een atypische: met vulgaire teksten en spastische bewegingen krijgt hij naar eigen zeggen ‘iedere zaal plat’. Tussen de nummers door kan hij het niet laten de clown uit te hangen. Wanneer hij een stuiterbal het publiek in gooit, grijnst hij naar de gelukkige: ‘Wie hem heeft gevangen, mag me pijpen.’ Het constant zuur kijkende publiek kan de grappen van de voormalige cabaretier overduidelijk niet appreciëren: met een gemiddelde leeftijd van 50 zijn zij vooral gekomen vanwege het plakkaat jazz of om hun theaterabonnement optimaal te benutten.
Na de show rookt Teeuwen rustig een sigaretje in de kleedkamer. Drummer Joost Kroon, ook van New Cool Collective en Kane, bergt zijn pak op in een koffer. Vervolgens blijft hij een tijdje staan om, slechts gehuld in zijn onderbroek een paar bijdehante opmerkingen te maken. Ook de prestigieuze saxofonist Benjamin Herman, contrabassist Kasper Kalf en de andere leden van The Painkillers verstoren met enige regelmaat de relatieve rust die Teeuwen uitstraalt. Onder begeleiding van luid gelach wordt een kluwen van kleerhangers
naar binnen geflikkerd.
Op de planken zien jullie eruit als een jongensbandje. Hebben jullie net zoveel lol achter de schermen als ervoor?
‘Nee, het gaat er tamelijk grimmig en vooral heel professioneel aan toe. We tutoyeren elkaar ook niet. Voorheen wel, maar we merkten dat het ten koste ging van de formaliteit die een topprestatie nodig heeft. Het is dus “meneer Kroon”, “meneer Teeuwen” en “meneer Herman”. Op het podium hebben we een pose van jongens die gewoon wat doen, maar over werkelijk iedere frons is nagedacht. Alles is bediscussieerd en bevochten, met keiharde onderhandelingen.’
Hij grinnikt. ‘Meneer Kalf zwaait de scepter binnen de band, hij heeft immers het grootste instrument. Eigenlijk is de piano groter, maar daar kun je niet mee slaan.’
Met een bos bloemen huiswaarts treinen na een cabaretvoorstelling noemde je ooit ‘niet bepaald rock ’n roll’. Leid je nu wel een dergelijk bestaan?
‘Een beetje, maar omdat ik afhankelijk ben van mijn stem kan ik me niet al te veel liederlijkheid permitteren. Heel af en toe zak ik een avond door, om de volgende dag weer op te treden. Dat gaat meestal best goed, maar als ik zoiets twee keer op een rij zou doen, kunnen ze me opvegen. Mijn stem verliezen, dat is mijn grootste angst.’
Je zingt verrassend goed. Heb je zangles genomen?
‘Nee, maar door veel te zingen ga je vanzelf allerlei technieken toepassen om je stem te ontzien. Nu ik me in deze rol thuis voel, kan ik de muziek kleuren. Ik ben steeds minder bezig met het vertellen van een verhaal en steeds meer met het aanbrengen van muzikale nuances: ik time specifieker, fraseer gedecideerder en varieer meer in dynamiek. Dat moet ook wel, want ik speel met muzikanten die de techniek tot in de puntjes beheersen.’
Op het podium lijk je meer bezig met gekkigheden dan met je zangkwaliteiten.
‘Wat ik ook doe, ik zorg dat het nooit ten koste gaat van mijn muzikale prestaties. Zolang de timing goed is en ik kan swingen, kan ik me alles permitteren. De muziek staat voor mij altijd centraal, dit is geen comedyshow. Als ik wat vreemd dans tijdens een saxofoonsolo, tracht ik de focus op de solist te versterken. Mensen moeten zich bewuster worden van wat er muzikaal gebeurt door mijn bewegingen te volgen.’
Vanavond leek het publiek je capriolen juist niet op prijs te stellen. Is dit wel het publiek waarvoor je wilt spelen?
‘Het meezingen lukte nog niet echt, hè? Nu kwamen er allemaal keurige mensen op af. Aan hen moet ik wat harder trekken. We hunkeren stiekem allemaal naar cluboptredens. Waarom we ook al weer de theatershows hebben geboekt zijn we vergeten. De muziek komt waar- schijnlijk ook beter tot haar recht in rokerige kroegen.’
Na Industry of Love, zijn laatste Nederlandstalige cabaretshow, werd het vanaf 2004 stil rondom Hans Teeuwen. Hij was mentaal afgemat door de ellenlange tournees die een cabaretcarrière vergen. In de luwte regisseerde hij de sterke film Masterclass, alvorens voorzichtig terug te keren op de bühne. Bij wijze van grap zong hij op de bruiloft van Katja Schuurman de jazzklassiekers The Lady Is A Tramp en You Make Me Feel So Young. Gijs van de Westelaken, producent bij Column Film, was dusdanig onder de indruk dat hij Teeuwen ertoe aanzette een band te formeren. Onder de noemer Hans Teeuwen Zingt Liedjes Die Door Anderen al Veel Eerder, Veel Vaker En Veel Beter Zijn Gezongen coverde hij werk van Frank Sinatra en andere crooners. ‘Intuïtief werd ik naar de jazz gezogen, zoals ik als kind naar de comedy werd gezogen.’
Nadat hij zijn vermoeidheid te boven was, begon hij weer aan eigen werk. Met een Engelstalige reprise van Industry of Love toerde hij door Groot-Brittannië, waar hij als grote belofte wordt beschouwd. In Nederland spendeerde hij zijn tijd aan de site hansteeuwen.tv, waar hij absurdistische filmpjes met onder anderen Gummbah, Pierre Bokma en Peer Mascini plaatste.
Het is al een tijdje stil op hansteeuwen.tv. was het een flop?
‘We hadden het plan een site te maken die zichzelf zou kunnen bedruipen, maar helaas werkte dat niet. Mensen gaan dingen pas op internet opzoeken als ze het op tv hebben gezien. Alleen nieuws wordt ook goed op het net bekeken. Nu kost het me te veel geld. Ik heb het op een laag pitje gezet.’
Was het schrijven van jazznummers anders dan van sketches voor je site en avondvullende shows?
‘Het schrijven van de liedjes was heel lastig, want je hebt niet de vrijheid die je als cabaretier bezit. Je weet pas of een regel goed is, zodra je hem hebt. Die zin moet lekker bekken, goed in het metrum passen en hij moet swingen. Het moet niet te pretentieus zijn, maar ook geen Sinterklaasrijm. Het is een heel dunne scheidslijn.
‘Door veel oude American Songbook-liedjes te luisteren, heb ik smaak ontwikkeld. Ik kan lekkere regels onderscheiden van een flutregel. Daarmee leg ik de lat voor mezelf vrij hoog. Ik vind dat we langzaam maar zeker een behoorlijk niveau hebben bereikt. Het is leuk en laagdrempelig maar heeft tegelijkertijd veel kwaliteit.’
Grijnzend: ‘Ja, ik vind dit wel iets.’
Je bent weinig bescheiden, hè?
‘God, anders was ik er toch niet aan begonnen? Als ik niet het idee had dat we iets nieuws konden maken, was ik wel thuis gebleven. Het is los en refereert naar jazz. Vanuit dat gevoel doen we iets heel anders. Het is ook geen rock ’n roll, ik zet niet de sluis open om al mijn gevoel eruit te schreeuwen. Het is gedecideerd en the crowd loves it.’
Wat is er gedecideerd aan drie minuten lang ‘I like your cunt’ zingen?
‘Jazz hoeft dat toch niet uit te sluiten? Mensen verwachten dat je in het keurslijf jazz stapt en je aan die normen houdt. Ik heb echter maar één regel: het publiek moet geboeid blijven. Je hoeft niet binnen de lijntjes te kleuren wanneer je met briljante mensen werkt. Alleen als je je geen reet van de wetten aantrekt, kan er iets nieuws ontstaan.’
‘Ik wil dat mensen weten dat dit te gek is’, zegt Teeuwen terwijl hij aan een glas Jack Daniels lurkt en zijn vierde peuk in een half uur opsteekt. ‘Want dat is het. Ieder optreden is succesvol. Via mond-tot-mondreclame proberen we een loyaal publiek op te bouwen. Dat is veel leuker dan een hitje scoren.’
Als hij iets moest indammen, was dat zijn bijna compulsieve focus op het publiek. ‘Ik moet in de muziek gaan zitten en het publiek naar me toe zuigen, in plaats van voor hen gaan staan schreeuwen.’ Terwijl hij dit zegt, springt Teeuwen op om op een decimeter afstand van ons te gaan staan. Met strakke blik vervolgt hij: ‘Dan kun je geen kant meer op.’
Hoe ervaar je het dat iedereen je nog steeds als cabaretier ziet?
‘Dat is onvermijdelijk.’
Maar wat vind je ervan?
‘We beginnen net, de eerste cd ligt amper een maand in de schappen. Het is vervelend, maar ik snap het wel.
‘Mensen pikken het niet dat ik iets anders doe dan waar ik bekend om sta. Ik hoop dat we volk trekken dat de muziek waardeert, dat men niet meer komt om de cabaretier te zien. Ik zou het echt te gek vinden om niet meer te teren op mijn vroegere reputatie.’
Komt er ooit nog een cabaretshow?
‘Wie weet. Ik heb dat nooit helemaal uitgesloten. Misschien ga ik over een jaar of vier een nieuw programma maken. Maar nu nog niet, nu doe ik dit.’
Tekst: Timo Pisart en Henk Strikkers
Foto’s: Valentijn Brandt
Klik hier voor de andere artikelen van de ANS mei 2010.



-
http://thetvtopc.com/Cell_Phone_Directory phone lookup
-
http://www.cellphonelookup.biz/ cell phone lookup




