ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Lucky Fonz – The Freewheelin’ Fonz III

Zijn jonge jaren bracht hij door als gabber in Nijmegen, in Amsterdam studeerde hij af op Bob Dylan en inmiddels maakt folkzanger Lucky Fonz III de Nederlandse theaters onveilig met de voorstelling ‘Ik ben een idioot maar ik spoor niet.’ Hij draagt de bagage mee van het toeren over de wereld. ‘Het Zuid-Afrikaanse Oppikoppi Festival is net LowLands, maar dan in een Lion King-omgeving.’

Met een zucht smijt Otto Wichers een pak papier op tafel. ‘Dit is een subsidieaanvraag voor een tour door de Verenigde Staten’, vertelt hij in het café van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. ‘Het mooiste café van Amsterdam’, vindt hij zelf. Het panoramische uitzicht op de rivier is prachtig. Of dat de werkelijke reden is om hier af te spreken? ‘Oh, en mijn vriendinnetje werkt hier.’
De in Nijmegen geboren Otto Wichers (28) is bekend onder het pseudoniem Lucky Fonz III: een excentrieke troubadour, folkmuzikant en grappenmaker. Na een studie Engelse Letterkunde in Amsterdam toerde hij door onder andere de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Australië en gaf hij succesvolle optredens in alle Nederlandse zalen en als huiszanger bij De Wereld Draait Door. Nu duikt hij de theaters in met een Nederlandstalige voorstelling.
Al voor er een vraag is gesteld, steekt Otto van wal met een ellenlange monoloog: ‘Nou, oké, ik zal het even uitleggen. De show heet Ik ben een idioot maar ik spoor niet, en het is mijn eerste theatershow. Ook hanteer ik nu een duidelijk verhaal met opbouw en trucjes. In dat verhaal heb ik de afkeer verwerkt voor wat ik pseudorealisme van artiesten noem. Je kan het podium opgaan en doen alsof je helemaal jezelf bent en met liedjes je leven verhaalt. Maar ook die artiest is fictiever dan hij zich voordoet.’ Hij zwijgt even. Vervolgens: ‘Ik ga het anders zeggen. Ik heb er zelf soms moeite mee die pseudo-echte persoon te spelen. Daarom dacht ik: “Laat ik een show maken waarin ik dit gegeven afbreek.”’ Met dit thema bespeelt hij continu het publiek. Zo beschrijft hij persoonlijke drama’s waarvan hij later toegeeft geen woord te menen en vertelt hij een traumatische ervaring juist als een broodjeaapverhaal. Al snel verzandt de muzikant in een verhaal over wetenschappelijke verwijzingen die in de voorstelling zijn verwerkt. De termen evolutie, snaartheorie en radiogolven worden in rap tempo afgevuurd waarna hij concludeert: ‘Hoe meer kennis ik opdoe, hoe dommer ik mezelf vind. Dat hoort bij mijn leeftijd. Ik ben net afgestudeerd. Daarop volgt een quarterlifecrisis, met gedachten als: “Moet ik gaan samenwonen? Een kindje krijgen? De wereld rondreizen?” Je gaat inzien dat door het leven navigeren ingewikkeld is.’

Uit het niets zegt Otto: ‘Ik zit te denken, zullen we de kaart even pakken? Ik heb ontzettende honger. Oh, ze hebben garnalenkroketjes. En geitenkaaskroketjes, dat is ook lekker.’ Hij vervolgt serieus: ‘Ik weet trouwens helemaal niet of het publiek de onderliggende gedachte ziet. Je kunt de show ook gewoon zien als komedie. Het is grappig wat er op het podium gebeurt.’

Die grappen kennen we ook van je muzikale optredens. De wetenschappelijke vraagstukken zijn nieuw. Hoe zijn die in het stuk beland?
‘Het is maf, ik wilde eigenlijk een soort stand-upcomedy doen. Ik had al een schrift vol grove grappen, daarnaast was ik continu bezig met wetenschappelijke ideeën. Uiteindelijk besloot ik die in de show te verwerken. “Dan heb ik tenminste iets te vertellen”, dacht ik. Vervolgens heb ik alle grappen weggegooid.’

Ben je van plan je nog te wagen aan stand-upcomedy?
Grijnzend: ‘De grappen die ik had bedacht, waren erg grof. Ik heb last van zelfcensuur en vertel ze niet omdat ik bang ben mensen op de kast te jagen. In deze show zeg ik tussen neus en lippen door ook dingen waar het publiek moeite mee heeft. Vaak laat ik dan in het midden of ik het meen.’

De theatertour duurt tot begin december. Wat ga je daarna doen?
‘Dat weet ik niet zo goed. Ik was van plan een band bij elkaar te brengen, maar dat heb ik afgelast. Omdat ik… omdat ik denk dat ik het nu niet aankan.’

Waarom niet?
‘Ik heb een erg intens jaar gehad en het schrijven van deze show viel me zwaar. Ik wil wel een band, maar weet niet hoe ik die moet vormgeven. Wat ik wel weet, is dat ik weer ga toeren door de VS en Zuid-Afrika.’

Lucky Fonz III heeft Zuid-Afrika al driemaal aangedaan en speelde telkens op Oppikoppi Festival. ‘Een geweldige ervaring’, aldus Otto. ‘Het is net Lowlands, maar dan in een Lion King-omgeving. Mijn laatste optreden daar was een hoogtepunt. Er stonden zeker drieduizend mensen en ze gingen allemaal uit hun dak.’ Ook over het land zelf is hij lyrisch. ‘Je zou kunnen denken: “Er zijn heel veel problemen.” Aan de andere kant is het land in korte tijd enorm vooruitgegaan. Twintig jaar geleden was het een hel. Mijn tourmanager in Zuid-Afrika, een Zoeloe, rijdt me overal naartoe. Dat was vroeger ondenkbaar.’

Hoe ben je veranderd door je ervaringen in Zuid-Afrika?
‘Het is een cliché: ik werd geconfronteerd met het feit dat alles wat je doet cultureel is bepaald. Mijn eerste keer in het land vond ik best eng. Op een gegeven moment werden we achtervolgd door een klein autootje met afgeplakte ramen: hijackers met machinegeweren. Mijn tourmanager zei op luchtige toon: “Maak je niet druk. Onze auto gaat veel harder.” ‘s Nachts rijdt iedereen door rood, wie stil blijft staan wordt overvallen.
‘Nu maak ik me niet meer zo druk als ik daar rondrijd, maar na mijn eerste tour was ik nog best gespannen. Ik kwam terug in Amsterdam op Koninginnedag. Iedereen was dronken of aan de drugs, toch gebeurde er bijna niets. Op zo’n moment besef je dat Nederland bijzonder is. Maar Afrika, ik zou er graag wonen. Ik houd heel erg van de muziek en het eten.’

Dat zeg je terwijl je geitenkaaskroketjes eet. ‘Ik heb daar met mijn handen leren eten, dan voel je de textuur en warmte van het eten. Ik vind mes en vork zo debiel, alleen in restaurants gebruik ik ze omdat ik niet raar wil worden aangekeken. Thuis eet ik altijd met mijn handen.’

Tot zijn achttiende heeft Otto in Nijmegen gewoond. Hij zat op het Dominicus College en was een gabber. ‘Ik ging hakken in het Triavium in Dukenburg, dat was tof. Toen ik voor het eerst gabbermuziek hoorde, dacht ik: “Op een dag zal alle muziek zo klinken, dat kan niet anders. Alle andere muziek is bullshit.” Ik snapte niet hoe mensen andere muziek mooier konden vinden. Die misten gewoon iets. Nu ben ik daar heel genuanceerd in.’
De omslag naar folk was minder radicaal dan hij lijkt. ‘Het gaat niet om een genre maar om de boodschap. Je kiest een taal bij wat je wilt vertellen. Misschien is dat gabber, misschien is dat folk. Ik probeerde eerst rocknummers te schrijven, dat lukte me niet. Folk bleek beter te passen.’ Na zijn middelbare schooltijd ging Otto naar Amsterdam om Engelse Letterkunde te studeren. ‘Ik heb mezelf daar discipline aangeleerd. Dat komt nu nog van pas, voor het schrijven van Ik ben een idioot zette ik gewoon in mijn agenda: “Van negen tot zes schrijven.” Ik geloof niet in inspiratie, je moet gewoon gaan zitten. Dan komt het wel.’
‘Ik mis de academische sfeer nog wel eens’, mijmert hij. ‘De universiteit is een fijne plek. Er zijn niet veel plaatsen in de samenleving waar je mag experimenteren, nadenken en discussiëren zonder op je flikker te krijgen. Ik mis de denkvrijheid in het dagelijkse leven, en zeker in het muzikantenbestaan.’

Je bent op het folkfenomeen Bob Dylan afgestudeerd. Ben je trots op die scriptie?
‘Ja, best wel. Hij is niet helemaal correct, maar wel goed geschreven. Ik heb niet voor niets de tweede prijs gewonnen bij de Nationale Popscriptieprijs 2006. Als iemand een Dylan-kenner zoekt, bellen ze mij. ‘Het is altijd leuk om over Dylan te praten. Hij is een soort caleidoscopisch figuur dat je als metafoor voor alles kunt gebruiken. Via de liedjes van Bob Dylan kan ik een gesprek beginnen over de liefde, of over de relatie tussen artiest en publiek. Dat is ook de conclusie van de scriptie.’

Zal er ooit een scriptie over Lucky Fonz III verschijnen?
‘Sterker nog, laatst is een artikel gepubliceerd over het concept van “het zelf” in de liedjes van Lucky Fonz III. Ik zou het niet vreemd vinden als er ook een scriptie verschijnt.’

Was je het eens met dat artikel?
Heftig gebarend: ‘Kijk. Dit ben ik, dat is mijn werk, en daar staat iemand die er van buitenaf een idee op projecteert. Je kunt het vanaf de kant van de auteur bekijken, maar er zijn meerdere kanten om vanaf te kijken. Eigenlijk is het niet aan mij om er iets over te vinden, maar inhoudelijk was het goed. Ik was al lang blij dat iemand van niveau blijkbaar geïnteresseerd was in mijn muziek.’

Tekst: Timo Pisart & Jaron van de Wardt
Foto’s: Valentijn Brandt

Klik hier voor alle vakken van de ANS december 2009.