Oorlogsfotografen Kadir van Lohuizen en Raymond Rutting – Schieten met de camera
Beiden zijn in hetzelfde jaar afgewezen voor de fotografieopleiding, maar zijn nu gelauwerde fotografen. Kadir van Lohuizen en Raymond Rutting doen elk op hun eigen manier verslag van conflictgebieden. ‘Ik heb veel ellende gezien, Dat verdwijnt nooit meer van mijn netvlies.’

Kadir van Lohuizen
Kadir van Lohuizen (46) maakte bepaald geen vliegende start als fotograaf. Nadat hij werd afgewezen voor de MTS Fotografie en Fotonica studeerde hij een jaar aan de Sociale Academie en deed hij een blauwe maandag Politicologie. Vervolgens richtte hij een nachtopvang op. Hier bood hij opvang aan iedereen, ‘van toeristen tot heroïnehoertjes’. Maar het avontuur trok. Van Lohuizen liftte naar Hongarije en kocht daar een enkeltje Beijing. Op de terugweg vloog hij via de Filippijnen, om ‘gewoon even niks te doen’. Toen het regime van toenmalig dictator Marcos viel, kon Van Lohuizen echter niet stil blijven zitten. Hij fotografeerde de opstand, nam het rolletje mee terug naar Nederland, en verkocht de foto’s. Zijn carrière als fotograaf was begonnen.
Inmiddels is Van Lohuizen een gevestigd fotograaf en heeft hij over de hele wereld gewerkt. Met zijn foto’s won hij onder meer twee World Press Photo Awards en drie Zilveren Camera’s. Daarnaast maakte hij deel uit van de jury van de World Press Photo.
Als freelance fotograaf heeft Van Lohuizen veel vrijheid. ‘Ik bepaal helemaal zelf waar ik heen ga en vertrek alleen als ik er een bepaald gevoel bij heb.’ Hij heeft verslag gedaan van oorlogen in Gaza, de Democratische Republiek Congo en Darfur. Tevens fotografeerde hij de ravage van orkaan Katrina en volgde hij het pad van de diamant van mijn tot juwelier.
Voor je reportage over de diamantindustrie maakte je vanaf een vlotje foto’s van diamantduikers in de binnenlanden van Sierra Leone. Waarom laten mensen je toe op dit soort plekken, betaal je smeergeld?
‘Nee. Ik betaal niet en ik lieg ook niet om ergens binnen te komen. Je moet iemand vinden die jou vertrouwt en je toegang verschaft. Ik heb daar heel lang aan gewerkt. In dit geval was dat een Israëliër met een hoge functie in de diamantindustrie. Hij wist niet precies bij welke mensen ik terecht kwam en wat zij mij lieten zien. Bovendien gaven ze elkaar allemaal de schuld. “Ik doe het goed, dus ik laat wel zien hoe het gaat.” In een andere situatie kon ik bijvoorbeeld ook kinderarbeid fotograferen, omdat bij veel mensen niet de perceptie bestaat dat kinderarbeid slecht is. Integendeel, zij denken: “Het houdt ze van de straat en ze verdienen wat. Wat is daar nou mis mee?”’
In de mijnen werd Van Lohuizen beschermd door zes bodyguards, want de situatie is daar erg explosief. In de chaos kan op ieder moment een opstand uitbreken. Als fotojournalist belandt hij vaker in dergelijke hachelijke situaties. ‘Iemand in Colombia waarschuwde me dat ik op het punt stond gekidnapt te worden. In Kashmir werd ik beschuldigd van spionage. In Sierra Leone werd ik in een hinderlaag gelokt door iemand die voor de rebellen bleek te werken. Hij nam me mee op een zogenaamde missie om een dorp te bevrijden en vertrok toen. Het was de bedoeling dat ik niet meer terug zou komen. Helaas voor hem ging het anders dan gepland: er waren teveel getuigen om me heen. Ik ben wat voorzichtiger geworden, in de eerste jaren was ik onbezonnen. Als de mensen om je heen dood neervallen, is dat geen grapje.’
Hoe ga je om met de ellende die je ziet?
‘Op het moment zelf blijf je redelijk koel en functioneer je wel. Maar als je er daarna over na gaat denken, kun je een trauma ontwikkelen. Dat is wat mensen zich niet beseffen: inmiddels is bijna de gehele bevolking van Gaza getraumatiseerd. Ik heb teveel shit gezien om nog romantisch te doen over mijn beroep. Sommige mensen denken ook dat het leger romantisch is, maar ga maar eens met Amerikaanse Irakveteranen praten. Daar is weinig romantiek meer over. Ik zie mezelf echter niet als traumaslachtoffer. Je moet onderwerpen afwisselen om de balans te houden. Ook zeil ik veel, dat heeft een helende werking.’
Je hebt veel meegemaakt, is jouw beeld van goed en kwaad daardoor veranderd?
‘Momenteel is het gevaar van de wereld dat we alles generaliseren en simpel denken te maken. Met Iraniërs is bijvoorbeeld niets mis, er is wat op het regime aan te merken. Wij in West-Europa hebben andere ideeën over goed en kwaad dan mensen in Noord-Siberië.’ ‘Ik ben de grootste schoften tegengekomen. Een commandant in Sierra Leone die opdracht geeft aan een minderjarig kind om zijn ouders te vermoorden, daar is
iets mis mee. Ik geloof echter dat mensen kunnen veranderen. Zelfs zo’n commandant. Er is altijd een oorzaak en een gevolg.’
Hoewel Van Lohuizen veel aangrijpende situaties fotografeert, zijn er grenzen aan wat hij in beeld brengt. ‘Een foto moet effect hebben. Op het moment dat een foto zo gruwelijk is dat iemand snel de bladzijde omslaat, heb ik mijn doel gemist. Je moet daar dus intelligent in zijn. Ik bepaal wat te ver gaat en wat niet.’ De grenzen verschillen ook per krant en per redactie, vindt Van Lohuizen. ‘De redactie van de Volkskrant neemt andere beslissingen dan die van De Telegraaf. Laatstgenoemde is sensationeler en omdat ze niet altijd nauwkeurig is in haar berichtgeving geen goede krant. Ze neemt vooraf
stelling in en zoekt vervolgens naar bevestiging. Er is sowieso sprake van een zeker populisme en vervlakking. Ik merk dat veel jonge fotografen die de journalistiek in willen niet eens de krant lezen.’

Raymond Rutting
Ook Raymond Rutting (46) heeft menig conflictgebied van dichtbij gezien, maar in tegenstelling tot Van Lohuizen krijgt hij opdrachten van zijn werkgever. Tot 2001 was hij werkzaam als nieuwsfotograaf voor het
ANP, momenteel sieren zijn foto’s bijna dagelijks de pagina’s van de Volkskrant. Rutting won onder andere verscheidene Zilveren Camera’s en werd in 1997 en 2004 Fotojournalist van het Jaar. Hij fotografeerde onder meer in Afghanistan en Irak.
Hoewel Rutting graag op exotische plekken foto’s maakt, had hij aanvankelijk een hekel aan reizen. ‘Het is niet hetzelfde als in je zwembroek op het strand in Spanje liggen. Je moet alles zelf regelen en goed op jezelf passen. Dat moet je leren.’ Als fotograaf in conflictsituaties ben je je leven niet zeker. ‘In mijn onnozelheid ben ik wel eens door het oog van de naald gekropen. Ik heb bijvoorbeeld een paar keer bijna op een mijn gestaan. Tegenwoordig ben ik wat voorzichtiger, maar je ontkomt niet aan situaties waarin je veel risico loopt. Die gevaarlijke momenten horen nou eenmaal bij het vak. Je moet het uit je hoofd zetten en gewoon je werk doen.’
Fotojournalisten moeten alert blijven, want ze vormen een doelwit voor bijvoorbeeld Taliban. Daarom gaat Rutting in oorlogsgebied gekleed als militair. ‘Als er “pers” op je borst staat, schieten ze je als eerste neer.
Daarom kan ik die sticker ook van mijn kleding halen.’
Waarom blijf je, ondanks het gevaar, in conflictgebieden werken?
‘Het is verslavend, moet ik eerlijk toegeven. Je krijgt een adrenalinestoot van het werken in gevaarlijke situaties. Zo’n kick heb je nog tot het moment dat je terugkeert in Nederland, waardoor je het liefst meteen weer
terug gaat. Ik moet altijd een week of twee afkicken als ik weg ben geweest. Dat vind ik heel normaal.’
Desondanks kent Rutting zijn grenzen. ‘Als een warlord je weg wil hebben, moet je dat serieus nemen. Er moet iets heel belangrijks gebeuren, wil je daar opnieuw heen gaan.’ Hij hoort wel eens sterke verhalen van collega’s die een filmrolletje snel in hun onderbroek zouden hebben verstopt. Hij neemt deze verhalen echter met een korreltje zout. ‘Toen iemand een Kalashnikov tegen mijn hoofd zette, had ik binnen no time de film eraf. Ik moet de eerste persoon nog tegenkomen die iets anders zou doen, je schrikt je een ongeluk.’

Hoe ga je met al die schokkende ervaringen om?
‘Op een gegeven moment begint het te knagen dat je mensen fotografeert waarvan je bijvoorbeeld weet dat ze zijn overleden op het moment dat de foto in de krant komt. Toen ik voor de tweede keer Fotojournalist van het Jaar werd en werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau, ben ik gaan nadenken over hoe ik de rest van mijn carrière wilde indelen. Op dat moment stelde ik veel foto’s tentoon, die ik heb geveild voor het goede doel. Daarmee heb ik ongeveer 38.000 euro opgehaald voor een opvanghuis voor seksueel misbruikte vrouwen in Congo. Tegenwoordig heb ik mijn eigen stichting, The Art of News, waarmee ik me inzet voor de mensen die ik heb gefotografeerd. Die stichting is voor mij een goede manier om het vak vol te houden. Je moet natuurlijk wel geïnspireerd blijven.’
Ondanks zijn werk voor het goede doel krijgt Rutting wel eens het verwijt dat hij hard is. ‘Dat is allemaal buitenkant. Je moet niet dichtklappen als je vreselijke dingen ziet.’ Hij vindt dat je een goede balans moet vinden en open moet staan voor de ellende die mensen hebben. ‘Anders kun je je werk niet goed doen.’ Daarnaast is het belangrijk om als fotograaf voor een krant door de ogen van de lezer te kijken. ‘Ik probeer net zo onwetend te zijn als de mensen in Nederland. Je moet niet op de hoogte van betrokkenen naar onderwerpen kijken, je moet een buitenstaander blijven. Het verhaal moet zo worden neergezet dat iedereen die de krant leest er wat mee kan.’
Tekst: Mart Waterval en Martijn Wehrens
Foto’s: Martijn Wehrens (blad), archief Kadir van Lohuizen en Raymond Rutting
Klik hier voor alle artikelen van ANS oktober 2009.







