ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Theo Verbruggen – Brabants Amusement

Van boerenjongen en linkse activist schopte
hij het tot radiomaker en NOS-verslaggever.
Theo Verbruggen weigert opgesloten te worden in de Hilversumse bunker en freelancet vanuit zijn Brabantse NOS-studio: ‘Ik probeer nieuws altijd aantrekkelijk te maken.’

Voor BureauZuid in ‘s-Hertogenbosch parkeert Theo Verbruggen (51) zijn fiets. Klein van stuk en gekleed in een felblauwe blouse met kwallen opent hij wat nerveus de deuren van zijn Brabantse verbinding met Hilversum. Onder het genot van een Nespresso uit een heus NOS-kopje mogen we ‘best even rondkijken’. En dat is de moeite waard: een professionele radiostudio, een wandvullende poster van Beatrix en antieke opnameapparatuur maken het pand een lust voor het oog. In deze enige officiële NOS-studio buiten Hilversum vertelt Verbruggen over zijn liefde voor Brabant en zijn studententijd in de linkse actiewereld: ‘Tegenwoordig worden studenten meteen klaargestoomd voor een baan. Ik hoop dat jullie daar gelukkig van worden.’

Als student droeg u grote oorbellen en zette u zich af tegen uw traditionele milieu. Hoe bent u van uitkeringtrekker uiteindelijk verslaggever geworden?
‘Ik ben opgegroeid op een boerderij in Erp, maar wilde geen boer worden. De Sociale Akademie in Den Bosch leek me een goede mogelijkheid, maar ook dat bleek het voor mij niet te zijn. Tijdens mijn studententijd had ik altijd contact met krakers, hoewel ik zelf nooit in een kraakpand heb gewoond. Zo kwam ik in aanraking met de linkse actiewereld. Het heilig vuur voor het maken van radio werd in mij aangewakkerd toen er een groot kraakpand ontruimd werd. Er was overal politie, de hele stad leek belegerd. Wij hadden zelfgemaakte zendertjes op en deden live verslag via piratenstation Radio Vrij Den Bosch. Ik vond dat helemaal kicken.
‘Ik heb toen drie jaar lang van een bijstandsuitkering geleefd. Dat was geen schande, in tegendeel. Krakers vonden dat ze met het voorkomen van leegstand maatschappelijk bezig waren. De mentaliteit was heel anders. Iedereen voerde actie. Kerncentrales, atoombommen, overal werd tegen gedemonstreerd.’

Vindt u het jammer dat die tijden zijn veranderd?
Weifelend: ‘Er wordt tegenwoordig negatief naar krakers gekeken, maar dat hebben ze grotendeels aan zichzelf te wijten. Er zitten meer buitenlanders bij, bijvoorbeeld Oost-Europeanen, die zijn agressiever. Het gaat hen niet meer om het nastreven van een ideologie, maar om het kraker zijn. Ze zijn militanter, haast asociaal.
‘Toch zijn we wat betreft homoseksualiteit wel toleranter geworden. Toen ik op de Sociale Akademie zat, kwam ik langzaam voor mijn geaardheid uit. Ik ben toen vrijwilligerswerk gaan doen bij actieve homobewegingen zoals de Roze Driehoek in Eindhoven en zocht contact bij het COC, de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit. Zo kon ik beter omgaan met het feit dat ik op mannen val. Tegenwoordig is die radicaliteit en de behoefte aan praatgroepen afgenomen.’

Hoe bent u bij de NOS terechtgekomen?
‘Ik ben een slow type. Ik had pas laat ambities en begon pas op latere leeftijd aan een betaalde baan. Na die grote ontruiming in het kraakpand ben ik meer radioprogramma’s gaan maken voor de lokale omroep en kwam langzamerhand bij grotere radiostations terecht. De radiotak van Omroep Brabant vroeg me als freelancer, waarna Radio 1 volgde en ik uiteindelijk ook als televisieverslaggever bij de NOS belandde.
‘Ik ben altijd freelancer gebleven en dat zal ik ook altijd blijven. Als verslaggever ben je niet gebonden aan vaste werktijden, maar word je geleid door de waan van de dag. Je handelswaar ben je zelf. Hoewel je een slaaf van het nieuws bent, voel je je toch een vrije vogel. Mijn vader was boer, die zat ook nooit binnen. Dat heb ik geërfd, je moet mij niet op een vaste stek zetten.’

De carrière van Theo Verbruggen begon bij radio Vrij Den Bosch en de lokale omroep BLOS. Al snel ontwikkelde hij zijn talenten door radio te maken voor de VPRO’s Homo-Nos en te freelancen voor de VARA. Daarnaast maakte Verbruggen nog verschillende programma’s voor Omroep Brabant, waaronder Gestrikt, Zaak voor TV en Witte Geit. Sinds 1995 is hij in dienst bij de NOS, zowel bij radio als televisie: ‘Volgens mijn paspoort ben ik een journalist, maar eigenlijk voel ik me een simpele verslaggever’.

Wat maakt een goede journalist?
‘Het is belangrijk om de feiten zo inzichtelijk, aardig en aantrekkelijk mogelijk op televisie te brengen. Eigenlijk ben ik geen echte journalist: ik ben niet iemand die gaat speuren, zoeken en alles en iedereen nabelt.
In die zin ben ik een verslaggever met een korte spanningsboog en als motto ‘hit and run’. Wanneer er weinig uit een persoon komt, vertel ik meer over de omgeving waar ik me bevind of de mensen die ik interview, dan over het item zelf. Dat maakt het nog enigszins interessant om naar te kijken. Echte journalisten zitten langer op een onderwerp en doen meer onderzoek. Daar heb ik heel veel waardering voor, maar die eigenschap heb ik helaas niet. Ik mis de drive en het geduld.
‘De rechtszaak rond Benno L. is wel een kwestie waar ik al langere tijd aan werk. De kwaliteit van mijn verslagen neemt toe, omdat ik mij er meer in heb verdiept. Dat is best iets om trots op te zijn. Verwacht van mij echter geen grote primeurs. Dat mis ik aan mezelf en dat waardeer ik aan anderen., hoewel onderzoeksjournalisten het vaak weer niet kunnen vertalen naar een goed bericht in de krant.’

Ligt uw hart bij radio of televisie?

‘Afgaand op het werk is radio heel leuk. Je bent eigen baas, de apparatuur bedien je zelf en er is geen tweede man nodig om het te maken. De laatste tijd ben ik meer bezig met beeldjournalistiek en het is spannend om een ander vak te leren. Daarom zou ik nu voor televisie kiezen.
‘Het leuke van radio is echter dat je angsten en gêne kwijtraakt, je improvisatievermogen neemt toe. Bij de televisie doe je lang over het maken van een item. Live verslaggeving is daarom een vak apart en alleen weggelegd voor de experts. Als verslaggevers voor het eerst live televisie maken, zijn ze vaak helemaal verkrampt van de spanning.’

U bent niet koningsgezind, maar wel de vaste verslaggever van het koningshuis.
‘Hoewel ik denk dat de monarchie wel een staatsvorm is die bij ons land past, ben ik inderdaad geen grote fan van het koningshuis. Ooit moest ik verslag doen van Prinsjesdag en stond ik ineens op het Binnenhof de kleding van de royals te beschrijven. Toen dacht men: “Dat doet Theo wel aardig, daar kunnen we hem vaker voor gebruiken.” Inmiddels ben ik al meer dan vijftien keer met ze mee geweest op staatsbezoeken. Naarmate ik ze beter leerde kennen, werd het wel iets interessanter. Bovendien is het altijd leuk om te zeggen dat ik thee heb gedronken met Maxima en Willem-Alexander.’

Na een tweede kopje koffie verklaart Theo zijn ietwat zenuwachtige gedrag: ‘Ik vind het wel lastig om geïnterviewd te worden. Verslaggevers hebben de regie altijd in handen en staan nooit met hun mond vol tanden. Nu merk ik ineens dat ik bij iedere vraag probeer te achterhalen welke kant jullie opgaan, zodat ik niet door de mand val.’

Wat is uw grootste journalistieke flater?
‘Echt ranzige voorbeelden heb ik niet, maar tijdens de verkiezingsuitslagen moest ik verslag doen bij de SGP, boffen hè? Rond middernacht sloot ik af met: “Nou, hier bij de ChristenUnie hebben ze nog hoop dat…” Gelukkig begon iedereen keihard te lachen.’

Tot slot, stel dat u een goede baan aangeboden zou krijgen in Hilversum, zou u dan verhuizen?
‘Nee, we verzorgen hier nu een jaar of twee het regionale nieuws. Het is echt een vooruitgang van de NOS dat er een studio buiten Hilversum is. Journalisten hebben lang gedacht: “Dit is Hilversum en daar zit de rest van de wereld”. Bureauredacteuren werken vanuit die bunker met hekken eromheen en zien het daglicht zelfs niet. Tijdens de Fortuyn-revolutie werden de media aangevallen omdat ze niet genoeg naar mensen luisterden en meer aandacht moesten hebben voor menselijker nieuws. BureauZuid is meer geaard in de samenleving. Bovendien wil ik nu in Brabant blijven. Ik vind het mooi als je uiteindelijk met wijsheid terugkeert naar waar je vandaan komt.

Tekst: Laura van der Sman en Eva-Marijn de Vries
Foto’s: Jaap Barends

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit de Introductie van 2010.





blog comments powered by Disqus