ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Wende Snijders – De Wending

Ze zei het Franse chanson adieu en brengt deze maand de Engelstalige cd No. 9 uit. In niet mis te verstane woorden vertelt Wende Snijders waarom. ‘Ik zal mensen ontzettend op hun zak trappen, maar Franse popmuziek is echt niet zo mooi.’

Alles gaat bij haar andersom, zo vindt ze zelf. Zangeres Wende Snijders (31) begon haar carrière met chansons die al het leed van de wereld meetorsten. Haar werk sloeg onmiddellijk in als een bom. Ze trok uitverkochte zalen en kreeg contracten in de schoot geworpen. ‘Ik dacht: “Nee! Nee! Ik wil alleen een avondvullende voorstelling maken!” Een vriend van me zei: “Je bent echt een mongool, als je geen plaat gaat opnemen.” Toen heb ik dat toch maar gedaan. Ook dat was weer een groot succes en ik was natuurlijk heel blij en dankbaar, maar ik werd echt een Franse chansonnière.’
Na zeven jaar, drie cd’s en legio theatertours was het voor Wende tijd de schepen achter zich te verbranden, vertelt ze in het bijna kitscherig chique café van het American Hotel aan het Leidseplein. Geïnteresseerd vooroverhangend zakt ze weg in een leren fauteuil, af en toe nipt ze aan een immens grote koffie verkeerd. Na jaren dramatische en ‘moeilijke’ nummers te zingen, komt ze voor het eerst met ‘echte liedjes’, in de traditie van menig singer-songwriter. De cd No. 9 is volledig Engelstalig en bevat onvervalste pop die alle kanten uitschiet, net als Wende zelf. Van radiovriendelijke ballads, via theatrale musicalmuziek tot scheurende gitaren.
Wende is geboren in het Britse plaatsje Beckenham en heeft haar kinderjaren in Indonesië en Afrika doorgebracht. Op de basisschool sprak ze Frans. Op negenjarige leeftijd kwam ze terecht in het provinciale Zeist. Haar volgende levensfase werd ingeluid in Amsterdam, waar ze vanaf haar achttiende aan de kleinkunstacademie studeerde. ‘Het eerste jaar was in mijn herinnering heel heftig. Ik zat zestig uur per week op school en werd continu met mezelf geconfronteerd, in tegenstelling tot mijn vriendinnen op de universiteit. Zij dronken, neukten en stapten er de eerste twee jaar op los.’

Je hebt dus geen heftig studentenleven gehad?
‘Dat klopt. Ik was heel erg aan het zoeken naar wat ik nou wilde, wat ik daar deed. Niet dat ik helemaal celibatair leefde, maar ik ontdek nu pas dat ik ook een sociaal leven heb en me niet alleen de pleuris moet werken.
‘Pas in het vierde jaar kwam ik erachter dat ik zangeres wilde worden, nadat ik Concours de la Chanson won. Daaraan voorafgaand zag ik een krantenberichtje staan: als je de finale haalt, mag je in de Kleine Komedie optreden. Voor mij was dat het fucking walhalla. En het was Frans, de taal uit mijn jeugd. Maar als het Swahili was geweest, had ik een nummer in het Swahili ingestudeerd. ‘Althans, dat is natuurlijk niet helemaal waar. Ik heb me altijd enorm verbonden gevoeld met het chanson. Het daagde me niet alleen muzikaal en intellectueel
uit, maar ook als performer en actrice. Ik kwam van school met de droom een avondvullende voorstelling te maken. Toen heb ik het concept opgepakt alleen Franse chansons uit de jaren vijftig en zestig te vertolken. Dat is gaandeweg verworden tot een voorstelling van een dik uur.’

Na drie succesvolle cd’s, uitverkochte zalen en lyrische recensenten was je het chanson zat?
‘Ik werd er zo op vastgepind. Mensen zeiden: “Jij moet alleen nog maar in het Frans zingen.” Dat intimideerde me, ik had er helemaal geen zin in. In mijn tweede voorstelling zong ik al in vijf talen, dat was een soort “fuck you, ik ga niet alleen maar Franse nummers zingen”. Met No. 9 wilde ik vervolgens echt van de traditie afstappen en de poprichting op, omdat dat me meer vrijheid geeft. In het Nederlands wil ik nog wel eens wollig zijn en beeldspraak gebruiken. Engels, toch de oorspronkelijke taal van de pop, dwingt mij simpeler te zijn.’

Vind je Engels net zo mooi als Frans?
‘Franse chansons zijn naar het Engels vertaald minder mooi. En popmuziek in het Frans – ik zal sommige mensen nu ontzettend in hun zak trappen – is echt niet zo mooi als Engelse pop. ‘Talen kun je bijna zien als personages op zich, die ook culturele verschillen met zich meebrengen. Het Frans verdraagt meer dramatiek, het Engels meer ironie en meer sensualiteit. Nederlands is een moeilijke taal. Ik bewonder mensen die dat goed kunnen zingen, zoals Ramses Shaffy en Maarten van Roozendaal. Zij kunnen grote thema’s aansnijden zonder klef te worden. Wel is Nederlands een goede cabarettaal, die in de kleinkunst is geworteld.’

Wat voor personage is de Wende die Engels zingt?
‘Ik ben jonger en zing meer op mijn leeftijd. De Franse taal klonk af en toe te intellectueel, ik voelde me vaak te volwassen.’

Bij muziektheaterproductie Het Verschil ontmoette Wende de muzikant Jan van Eerd. Al na een paar van zijn nummers te hebben gehoord, stapte ze op hem af. ‘Wij gaan samen een cd maken’, stelde ze ogenblikkelijk. Zijn antwoord: ‘Dat heb ik nog nooit gedaan.’ Wende stond erop, dus zo geschiedde. Van september tot juli hebben ze iedere maandag aan nummers zitten knutselen. Af en toe vlogen ze elkaar in de haren. Steeds weer zei hij: ‘Kun je alsjeblieft íets minder zingen?!’ Toch is Wende lyrisch over haar muzikale sparringpartner. Ze lacht: ‘Hij is een lefgozer en kan serieus en volledig geconcentreerd zijn. Hij is hét geheim van Nederland. Er zit een bepaalde sensualiteit en seksualiteit in de dingen die hij maakt, ik kan er ontzettend opgewonden van raken. En hij is overwerkt, net als ik.’
Tussen het schrijven door ging Wende op reis, alwaar de inspiratie voor No. 9 vanzelf kwam. In Zuid-Afrika nam ze met een recorder de stem van een vrouw op die haar gebeden tot god uitschreeuwde, op Terschelling vond ze de rust terug en in New York kocht ze een gitaar. ‘In New York ben ik acht dagen ziek geweest. Midden in Manhattan, niet normaal! De laatste dag wilde ik toch shoppen, maar ik had geen geld. Ik stapte een winkel binnen, waar meteen een ontzettende homo op me afkwam. Die heeft me helemaal beslijmd en echt genaaid, maar wel op een leuke manier! “Oh gorgeous”, zei hij. Hij zag aan me dat ik het ontzettend nodig had om me even goed te voelen en heeft daar zo’n gebruik van gemaakt. Hij heeft me allerlei kleren aangesmeerd.’

Voelde je je niet eenzaam op reis?
‘Ik vind eenzaamheid wel fijn. Het is voor mij juist moeilijk om mijn sociale leven te onderhouden. Dat is ook iets waar ik elke keer weer heel hard aan moet werken. Ik ben geneigd om te verdwijnen in mijn werk en ga gemakkelijk een maand alleen weg.’

Heb je ook rust gevonden?
‘Op Terschelling heb ik vooral uitgerust. Half maart stortte ik volledig in en dacht dood te zullen gaan aan een fucking hartaanval. Ik zou maar vijf dagen naar Terschelling gaan, maar dat bleek niet genoeg. Uiteinde3lijk werden het vijftien dagen. Ik vond het heerlijk op dat eiland, alleen maar over het strand lopen en verder niets doen.
‘Ook de cd heeft me rust gebracht; het was een ei dat ik moest leggen, hoewel ik Jan meerdere malen dood had willen schieten. Ik ben van nature best onzeker. Doordat ik even heb stilgestaan, groeit het besef dat ik zelfver- trouwen mag hebben. Daar word ik rustig van.’

Is die stilstand van korte duur?
‘Nu doe ik de clubtour, in januari ga ik met het Amsterdam Sinfonietta – met tweeëntwintig strijkers en een ritmesectie – langs de concertzalen. In april en mei doe ik een solotourtje langs de middengrote zalen dat Chaos zal heten. Vervolgens ga ik in november een grote zalentour doen en eindig ik met twee optredens in Carré.’ Ze grapt: ‘En daarna zal ik sterven, voor een jaar.’

Je klinkt nu al weer overwerkt.
‘Ik heb zaterdag mijn eerste vrije dag sinds… Ik weet niet eens sinds wanneer. In februari 2011 ga ik een maand naar Thailand om yoga te doen in de jungle. Dat zal ik wel nodig hebben.’

Vanaf 5 november gaat Wende Snijders de Nederlandse clubs langs, donderdag 12 november zal zij de Vereeniging in Nijmegen aandoen.

Tekst: Timo Pisart & Laura van der Sman
Foto’s: Valentijn Brandt

Klik hier voor de andere artikelen van ANS november 2009.





blog comments powered by Disqus