Alle wegen leiden naar Lissabon
Ambitie, excellentie, differentiatie en het tegengaan van de zesjescultuur: het vrijemarktdenken heeft het onderwijs bereikt. Europa componeert, Plasterk dirigeert en studenten worden geacht in de maat te lopen.
Sla een willekeurige folder van een universiteit open en de superlatieven druipen van het papier af. De betreffende instelling is de beste van Nederland, heeft de meeste topwetenschappers en doet op het hoogste niveau onderzoek. Excellentie is de trend. Universiteiten doen er alles aan om zich te onderscheiden door het creëren van honoursprogramma’s en topmasters. Het beleid van minister Plasterk stuurt hierop aan gezien zijn toekomstagenda, die is doordrenkt met politieke termen voor een competitief onderwijsklimaat. Een duidelijke breuk met het verleden, waarin de poldergedachte ‘onderwijs voor iedereen’ centraal stond. Waar komt deze koerswijziging vandaan?
Spitten in de polder
De traditionele gedachte in Nederland is dat onderwijs toegankelijk moet zijn voor iedereen. ‘Daarom investeren we in een brede basis van goed opgeleide mensen’, aldus Marianne Besselink, Tweedekamerlid PvdA en woordvoerder Hoger Onderwijs. Sinds 2000 wordt er een andere koers gevaren, ook door het huidige kabinet met Plasterk als minister van Onderwijs. ‘We vinden dat je met je hoofd boven het maaiveld mag uitkomen. Daarom wordt nu extra geïnvesteerd in uitdagende trajecten voor ambitieuze studenten’, verduidelijkt Besselink.
Het Nederlandse beleid richting excellentie en differentiatie heeft onder andere geleid tot de Akademie-assistent, prestigieuze onderzoeksmasters en University Colleges. Daarnaast kunnen universiteiten via het Siriusprogramma geld aanvragen voor het oprichten van een honoursprogramma. Plasterk heeft daar maar liefst vijftig miljoen euro voor begroot. ‘Nederland past met dit beleid in het kader van andere Europese landen’, aldus Frans van Vught, bestuurslid van de Europese vereniging van universiteiten en medeoprichter van het Siriusprogramma. ‘In verhouding is er in Nederland echter veel te weinig aandacht voor competitie. We moeten meer aandacht besteden aan toptalent willen wij kunnen concurreren op wereldschaal. Frankrijk heeft Grandes Ecoles, ofwel topuniversiteiten. Een vergelijkbaar instituut zou in ons land niet misstaan.’
Kennis is macht
Het idee voor een competitief klimaat op universiteiten komt voort uit het Lissabonakkoord, ondertekend door de regeringsleiders van de Europese Unie in 2000. Met dit ontwikkelingsplan wil Europa in 2010 de meest competitieve en dynamische kenniseconomie ter wereld zijn. Het motief: het hoofd bieden aan globalisering.
Binnen dit kader past ook de verklaring van Bologna, die de mobiliteit van studenten en kennis in Europa bevordert. Hierin is de gezamenlijke invoering van het bachelor-mastersysteem afgesproken, met de harde knip als finishing touch. ‘In principe hebben zulke verklaringen geen dwingende werking, maar omdat alle andere landen ook meedoen zien lidstaten zich gedwongen mee te gaan in deze trend’, aldus Grahame Lock, hoogleraar Politieke Theorie en Filosofie van de Managementwetenschappen aan de RU.
Meer dan gemiddeld
Concurrentie door excellentie is de Nederlandse uitwerking van het Europese streven naar een sterkere kenniseconomie. Er bestaat echter veel onduidelijkheid over het begrip ‘excellentie’. Volgens Lock verschraalt het onderwijs door de Nederlandse benadering. ‘Sinds 1980 beheerst de neoliberale politiek Europa. Excellentie betekent volgens deze ideologie niets meer dan nut voor de economie. Van leren om het leren is geen sprake meer: kennis over middeleeuwse theologie wordt als overbodig gezien, omdat het de economie niet dient. Ook het beleid van Plasterk is fundamentalistisch neoliberaal.’
Voor Besselink betekent excelleren ‘meer doen dan gemiddeld’. ‘Je kunt dit doen door negens te halen, maar ook door iets extra’s te doen naast je studie.’ Het nieuwe bekostigingsmodel van de overheid, verwerkt in de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs, spreekt dit echter tegen. Lisa Westerveld, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond, verklaart: ‘Zoals het er nu naar uitziet is het volgen van een tweede studie voor het reguliere collegegeld niet meer mogelijk, terwijl dit ook een vorm van excellentie is.’
De angst regeert
Een ambitieus studieklimaat is een mooi streven. De extra mogelijkheden bieden studenten de kans om zich op eigen niveau te ontwikkelen en dragen bij aan versterking van de kenniseconomie.
De overheid focust zich echter te eenzijdig op dit thema. Er gaan miljoenen naar programma’s voor topstudenten, terwijl het budget minimaal is. Meer algemene doelstellingen, zoals het terugdringen van uitval van studenten, blijven wat financiering betreft achter. Het geld gaat hoofdzakelijk naar degenen die kunnen bijdragen aan de kenniseconomie. Studenten die niet in de maat van dirigent Plasterk lopen vallen buiten de boot. Tekenend is de discussie over het nieuwe bekostigingsmodel. Het volgen van twee studies voor regulier collegegeld past namelijk niet binnen de Europese partituur. Iemand die breed is opgeleid wordt niet vanzelfsprekend een topwetenschapper die op wereldschaal kan concurreren.
Met uitdagend onderwijs is niets mis, met de louter economische motivatie erachter wel. Pas sinds de verklaring van Bologna bestaat er in Nederland aandacht voor excellentie. Honoursprogramma’s worden enkel ingevoerd om de Europese economie te stimuleren en weerstand te bieden aan de Verenigde Staten en China. Daar ligt de zere plek in dit beleid. De overheid moet uitgaan van de studenten zelf: excellentie bevorderen omdat ze de studenten intellectueel wil uitdagen. Door zich te richten op economische overwegingen handelt ze puur uit angst voor de toekomst.
Tekst: Zef Faassen en Dave Willems








Pingback: ANS-Online » Nieuws » Adviseer minister Plasterk