ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Zweefvliegen boven Nijmegen (filmpje)

Zweefvliegen lijkt heerlijk: zachtjes suizend kan op een zomermiddag worden genoten van een fantastisch uitzicht. Jammer genoeg meestal tegen sky high prijzen. Door de komst van een studenten zweefvliegvereniging in Nijmegen moet nu iedereen de lucht in kunnen.

Op Google Earth is goed zichtbaar waar de kersverse zweefvliegvereniging voor studenten Stabilo de lucht in gaat. Ongeveer vijf kilometer ten zuiden van de universiteit ligt een groot kruis in de bossen van Malden. Met een voldoende zoomniveau zijn de landende vliegtuigen zelfs te zien. ‘Het was wachten op het moment waarop studenten zich zouden verenigen in een zweefvliegclub met een vliegveld zo dicht bij de campus’, legt Maaike (23), student Biologie en een van de oprichters, uit. ‘Het kostte wel een flink startkapitaal. Dat hebben we nu bij elkaar weten te krijgen dankzij subsidies van onder andere het sportcentrum.’


Camera en stuntpiloot: Sjors Overman
Montage: Andy Leenen

Volg de vogel
Stabilo is een afsplitsing van de bestaande Nijmeegse zweefvliegvereniging NijAC. Op het vliegveld staat een handvol vliegtuigen vleugel aan vleugel opgesteld. Een aantal mensen is druk in de weer om alle regendruppels van de vliegtuigen af te vegen. Bestuurskundestudent Gijs Schwarte (24), medeoprichter van Stabilo: ‘Echt fanatieke wedstrijdvliegers gaan heel ver in het schoonhouden van hun kist. Sommigen hebben zelfs ingebouwde vleugelwissers om te zorgen dat iedere druppel en ieder vliegje van de vleugel wordt weggewist. Die oneffenheden verstoren de luchtstroom over de anders spekgladde vleugel.’
‘De bediening vergt heel wat vliegervaring’, legt Maaike uit. ‘De vleugels en de staart moeten samenwerken, anders wordt geen optimaal gebruik gemaakt van de luchtstroom en verliest de kist snelheid en hoogte. Deze kunnen alleen weer worden teruggewonnen door thermiek op te zoeken. De stijgende warme lucht tilt het vliegtuig weer omhoog en zo kan de vliegenier urenlang in de lucht blijven.’
Bruikbare stromingen worden niet altijd zichtbaar; soms ontstaat door condensatie van stijgende lucht een stapelwolk, maar vaak moet op andere manieren naar warmte worden gezocht. Gijs licht toe: ‘Om thermiek te vinden, kijken we de kunst af bij vogels. Wij volgen roofvogels die dankzij hun goede zintuigen urenlang kunnen rondcirkelen boven het land. Soms zien de buizerds ons ook, en vliegen ze ons achterna.’


Foto: Björn Berings

Knollenland
Om te kunnen opstijgen is een snelheid van ongeveer honderd kilometer per uur nodig. Dankzij de zelfgebouwde lier, zo groot als een flinke vrachtwagen, wordt die snelheid zelfs in het hobbelige knollenveld binnen luttele seconden behaald. Met enorme kracht wordt een immense klos touw vliegensvlug opgedraaid om het vliegtuig vlot te trekken. Inmiddels ben ik door een instructeur een van de kisten in gedirigeerd en zit ik stevig vastgesnoerd. De kap van de cockpit wordt gesloten en de veldleider steekt een uitvergroot spiegelei de lucht in om duidelijk te maken dat de lier kan worden aangetrokken. Vervolgens is het secondewerk voordat het vliegtuig loskomt van de grond.
Binnen een tiental seconden vlieg ik op ongeveer 200 meter hoogte richting de universiteitscampus. Vliegen zonder de bulderende motoren van een jumbojet aan weerszijden is zalig. Alleen het zachte gefluit van de lucht over de vleugels van het zweefvliegtuig is in de lucht hoorbaar. Spoedig komt aan de rand van het bos de Erasmustoren in beeld en kabbelt in de verte de Waal onder de Nijmeegse boogbruggen door.
Beginnende vliegeniers gaan altijd samen met een begeleider de lucht in. ‘Na een half jaar kunnen startende piloten al alleen vliegen en worden zij slechts vanaf de grond begeleid door een instructeur’, vertelt Gijs. ‘Vervolgens kan iemand die veel starts maakt binnen twee jaar zelfstandig een wedstrijd vliegen.’ In een wedstrijd wordt met behulp van GPS zo snel mogelijk een bepaald parcours afgelegd, legt Maaike uit. ‘Zo’n race duurt een aantal dagen en degene met de hoogste gemiddelde snelheid wint. Wanneer de vereniging uit de startblokken is gekomen willen we gaan deelnemen aan de Nederlandse Studentenkampioenschappen tegen onze zwevende zusterverenigingen uit onder andere Eindhoven en Groningen.’

Mannen en hun speelgoed
De combinatie van snelheid, techniek en avontuur maakt dat er voornamelijk mannen op het veld staan. Maaike is een uitzondering op de regel bij de NijAC. ‘Het is geweldig om te vliegen. Sinds de oprichting van Stabilo hebben we al wat nieuwe vrouwelijke leden erbij. Wat mij betreft is het absoluut geen mannensport’, verduidelijkt ze. ‘We hopen nu zo snel mogelijk een eigen zweefvliegtuig te kopen en daardoor de contributie te kunnen drukken’, benadrukt Gijs. Nu is het lidmaatschap van de club nog behoorlijk prijzig. Een contributie van achthonderd euro per jaar is nog altijd een veelvoud van de prijs om wekelijks te kunnen squashen of te voetballen. Wellicht kan een eigen vliegmachine zorgen voor een prijsverlaging zodat ook het ledenaantal de lucht in schiet.


Op slechts vijf kilometer van de campus trekken Gijs en Marieke zoveel mogelijk mensen de lucht in. Als oprichters van de kersverse zweefvliegvereniging voor studenten Stabilo maken ze gebruik van het kleine vliegveld in de bossen van Malden om tot grote hoogte te stijgen. In hun tweezitters leiden ze studenten in twee jaar op tot volleerde wedstrijdvliegers. Foto: Sjors Overman