LiteRUtuur – Nooit meer slapen
Intellectueel leesvoer of ongeïnspireerde pulp. Welke literatuur verteren medewerkers en studenten aan de RU ter ontspanning? Hebben boeken hun leven en werk beïnvloed? Elke week vertelt iemand over zijn passie voor een meesterwerk of onbekend pareltje.
Deze week: Prof. Dr. Roos Vonk (Sociale Psychologie)
‘Mensen hebben gebreken: ze reageren vanuit hun beperkte visie.’ Sociaal psycholoog Roos Vonk windt er geen doekjes om, ze is een misantroop. Sinds haar middelbare schooltijd is ze dan ook verknocht aan het oeuvre van de zwartgallige Willem Frederik Hermans. Maar zoals de hoofdredacteur van Intermediar – waar Vonk columniste is – haar eens zei: ‘Jouw columns ontnemen mensen hun illusies op een troostrijke manier.’ Kortom: het is niet erg dat we gebrekig zijn.
Zwartgalligheid
Het favoriete boek van haar favoriete schrijver heeft Vonk zo gekozen. Nooit meer slapen, voor het eerst verschenen in 1966, past perfect bij haar. ‘Rond mijn zeventiende las ik het boek voor het eerst. In die tijd las ik veel Sartre en Camus; de nihilistische kijk van het existentialisme en de kernachtige taal zonder franje trok me.’ Die elementen vindt Vonk ook bij Hermans terug. ‘De eerste zin zet meteen de toon: “De portier is een invalide.” Punt. Mensen zijn gehandicapt. Niet alleen letterlijk, maar ook in visie: ze reageren vanuit hun beperkte subjectieve optiek.’ Ook later in het boek komt dat thema terug: de hoofdpersoon beklimt een berg om overzicht te krijgen. Vonk: ‘Het hoogtepunt van de berg is ook het hoogtepunt van het boek. Hij denkt dat hij daar kan zien waar hij is. En wat ziet hij? Niets, omdat het mistig is. Dat is typisch Hermans, je kan geen perspectief buiten jezelf innemen.’
Naast de zwartgallige kijk en het perspectief van Hermans is er een voor Vonk essentieel ingrediënt aanwezig in het boek: de natuur. Haar kantoor verraadt de voorkeur voor de buitenlucht: het bureau ziet groen van de planten en foto’s van landschappen sieren de muren. Omdat het verhaal – de hoofdpersoon probeert in Noorwegen een meteorietinslag te vinden om een theorie van zijn hoogleraar te bewijzen – ‘ver van menselijke complicaties’ speelt, is het verhaal ‘puur en elementair’.
Illusies
Vonk komt niet alleen met een roman, maar ook met een meer wetenschappelijk boek op de proppen. In Strangers to ourselves (2002) betoogt Timothy D. Wilson dat het onderbewuste door leken vooral wordt gezien als het onderbewuste van Freud: een opslagplaats van verdrongen herinneringen. Psychologen zien volgens Wilson het onderbewuste al geruime tijd anders, een adaptief onderbewuste dat allerlei dingen voor ons regelt omdat we bewust niet overal op kunnen letten.
Zijn volgende stap is: je hebt geen diepgaande kennis van jezelf, drijfveren worden immers onbewust geregeld. Vonk: ‘Wanneer iemand vraagt waarom je bijvoorbeeld een boek mooi vindt, kun je daar een theorietje over verzinnen. Maar dat is slechts een illusie van zelfkennis. Daarmee zijn we terug bij de Hermans. Mensen weten minder dan ze zelf denken.’







