Vrouwen promoveren minder vaak cum laude dan mannen

Simone Bregonje
Ook de RU kent een verschil

Uit onderzoek van het NRC is gebleken dat in verhouding weinig vrouwen cum laude promoveren. Ongeveer de helft van alle promovendi is vrouw, maar bij de helft van de universiteiten maken mannen tot twee keer meer kans om cum laude te promoveren. Ook aan de Radboud Universiteit (RU) is er een verschil. Hier kreeg 6,2% van de proefschriften tussen 2013 en 2017 afkomstig van een man het predicaat cum laude. Bij proefschriften van vrouwen is dat slechts 4%.

Dat is problematisch vindt Naomi Ellemers, hoogleraar in Utrecht. Ellemers staat samen met drie andere hoogleraren op tegen de ongelijke kansen voor vrouwen in de wetenschap. Aan NRC vertelt Ellemers dat het effect van bijzondere erkenningen zoals cum laude cumulatief is. 'Een cum laude maakt dat je eerder een belangrijke beurs krijgt, wordt voorgedragen voor een internationale prijs of een baan krijgt aangeboden.' Zij is bang dat vrouwelijk talent op deze manier minder aangemoedigd wordt dan mannelijk talent.

Per jaar promoveren ongeveer 4500 mensen, waarvan nog geen 200 het predicaat cum laude krijgen. Het verschil met cum laude slagen voor een master, is dat er bij promoveren geen objectieve vereisten opgesteld zijn. Voor cum laude afstuderen is het criterium dat de cijfers hoog genoeg moeten zijn, bij promoties hangt het af van een subjectief oordeel. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het verschil tussen het aantal mannen en vrouwen dat cum laude promoveert. Inge van der Weijden doet onderzoek naar de manier van carrière maken op de universiteit. Volgens haar begint het probleem bij de samenstelling van de commissies die promoties beoordelen. Die commissies bestaan vooral uit mannen, waardoor mannen volgens Van der Weijden bevoordeeld worden.

Het probleem speelt ook op de RU. Zo promoveerde 5% van de mannen in 2017 cum laude, dat percentage ligt op 2% bij de vrouwen. Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU, probeert het verschil te verklaren. 'Vooropgesteld moet worden dat de beoordeling van een promovendus gebaseerd moet zijn op de kwaliteit van het werk', vertelt Gerritsen. Hij sluit niet uit dat onbewuste oordelen toch een rol spelen. 'We weten dat er zoiets als een implicit bias bestaat, maar er kunnen ook andere oorzaken zijn voor het verschil', denkt Gerritsen. 'Het totaal aantal promovendi van de RU is zo klein dat enkele wijzigingen al snel een ander beeld opleveren.'

Naar aanleiding van het onderzoek van het NRC gaat het college van bestuur de ontwikkelingen in de statistiek monitoren. Gerritsen vertelt dat de decanen al zijn ingelicht. 'Het zichtbaar maken van de verschillen is een eerste stap om iets te doen aan het optreden van een implicit bias.'

 

Reacties (0)

Op dit bericht is nog niet gereageerd.

Laat een bericht achter

  1. Reageer als gast
0 Characters
Bijlagen (0 / 3)
Deel jouw locatie