Nederland wil meer geld voor uitwisselingsstudenten

Rein Wieringa
Van 2 naar 3 miljard euro

Erasmus+, het programma van de Europese Unie dat uitwisselingen van studenten tussen Europese universiteiten faciliteert, is op de helft. Nu ze het programma drie jaar hebben uitgevoerd, mogen EU-lidstaten het project evalueren. Netherlands House for Education and Research (Neth-ERgrijpt die kans namens Nederland alvast aan. Er moet fors meer geld naar Erasmus+, vindt de organisatie.

Erasmus+ werd in 2014 opgestart, als opvolger van het kleinschaligere Erasmusprogramma. Tot 2020 moet het studenten in de EU de kans geven aan een buitenlandse universiteit vakken te volgen. Neth-ER noemt Erasmus+ een groot succes, maar vindt dat het programma een nóg groter budget nodig heeft om van alle potentie waar te kunnen maken. Het zou om een jaarlijks bedrag van minimaal 3 miljard euro gaan, een toename van 1 miljard. Erasmus+ neemt dan minstens 2,5 procent van het totale EU-budget in beslag.

Volgens Neth-ER is dit geld nodig om de ambities van Erasmus+ te bereiken, zoals uitwisseling van 6 procent van de Europese studenten en een sterke Europese kenniseconomie. Daarnaast moeten ook armere studenten de mogelijkheid hebben een paar studiepuntjes over de grens te sprokkelen.

De instelling erkent ook zwakke punten aan het programma, zoals de berg papierwerk die uitwisselingsstudenten over zich heen krijgen. Neth-ER ziet het als een taak van de Europese Commissie om dit te versimpelen.