Tweede Kamer roept op tot verbetering psychologische hulp studenten

Wout Zerner

De Partij van de Arbeid (PvdA) en de ChristenUnie (CU) hebben een motie ingediend in de Tweede Kamer om de psychische hulp op het hoger onderwijs te verbeteren. Deze motie werd afgelopen dinsdag door een overgrote meerderheid van de Kamer aangenomen.

Het aantal studenten dat psychische hulp zoekt neemt al tijden toe. Dat bleek onder andere uit een enquête die het Interstedelijk Studenten Overleg in oktober onder 35 studentenpsychologen hield. Het probleem wordt groter, maar de studenten kunnen niet altijd snel hulp krijgen op hun eigen onderwijsinstelling. Minister Bussemaker erkent het probleem en vindt dat het taboe omtrent depressiviteit moet worden opgeheven. Toch vond ze het niet nodig om regels voor het aantal studentenpsychologen op te stellen naar aanleiding van het onderzoek. 

De PvdA en CU constateren dat het erkennen van de problemen belangrijk is, maar willen dat er meer wordt ondernomen. In de motie roepen de Kamerleden Asante (PvdA) en Bruins (CU) daarom de regering op om met de hoger onderwijsinstellingen in overleg te treden over de psychische problemen. Zij willen daarom dat uit het overleg een actieplan voortkomt om ervoor te zorgen dat aan iedere instelling een goede en laagdrempelige psychische hulpverlening aanwezig is. 

Aan de Radboud Universiteit (RU) maken jaarlijks ongeveer 500 studenten gebruik van de studentenpsycholoog. Deze studenten krijgen ook in Nijmegen te maken met lange wachttijden. Volgens Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU, bedraagt de wachttijd voor een afspraak momenteel vijf weken terwijl deze maar twee weken zou moeten zijn. De lange wachttijd wijt Gerritsen aan de winter, waarin psychische problemen vaker voorkomen, en een heersende griepgolf. De RU bekijkt momenteel hoe ze de lange wachttijden kunnen beperken.