Bussemaker en landelijke studentenorganisaties kruisen nog één keer de degens

Tom Plaum
Debat tussen Jet en studentbestuurders

Nog één keer mochten de landelijke studentenorganisaties hun gal spuwen over het beleid van Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, in de Studentenkamer, het jaarlijkse overleg tussen de minister en de studentenorganisaties. De minister kreeg kritische vragen voorgeschoteld, maar ze kwam er zonder grote kleerscheuren vanaf.

Afgelopen woensdag kwamen Bussemaker en de bestuursleden van verschillende studentenorganisaties bijeen om te sparren over het hogeronderwijsbeleid van de minister. Op het gebied van het leenstelsel, ook wel het 'studievoorschot', zoals Bussemaker haar geestjeskindje liever noemt, bleef de minister voet bij stuk houden dat het een goed plan was. Jan Sinnige, voorzitter van het Interstedelijk Studentenoverleg, confronteerde Bussemaker met de verslechterde inkomenspositie van studenten. Door het rendementsdenken kunnen studenten al minder snel een bijbaantje vinden en het collegegeld blijft maar de aankomende jaren stijgen. Bussemaker reageerde resoluut met haar standaardantwoord op dit probleem: 'Studenten kunnen tegen gunstige voorwaarden lenen.'

Ondanks dat de minister en de studentenorganisaties op bepaalde vlakken verschillende meningen hebben, weten beide kanten elkaar ook te vinden tijdens het debat. Bussemaker vindt het zorgelijk dat de meeste hoogleraren onderzoek prefereren boven onderwijs. Volgens de minister moet daarin een cultuuromslag komen. Een van de dingen die volgens Bussemaker daarbij kunnen helpen, is universitaire docenten meer in het zonnetje zetten, zodat de het doceren aan de universiteit meer waardering krijgt.

Een dag voor het Studentenkamerdebat gaf Bussemaker in een interview met het Hoger Onderwijs Persbureau aan dat ze trots was op haar eigen beleid van de afgelopen vier jaar. Ook vertelde ze dat ze niet staat te springen om nog eens vier jaar minister van Onderwijs te zijn, maar het definitief uitsluiten doet ze niet.