Faculfeiten: Klanken

Henk Strikkers

Iedere twee weken vertelt een docent of professor een aantal vreemde feiten uit zijn of haar vakgebied.

De een z’n spraakklank is de ander zijn spraakdefect, zei de taalkundige Ladefoged ooit, en in veel talen brouwen en slissen ze er dus op los. Maar ook attitude-kenmerken kunnen verschillende spraakklanken opleveren. In het Jalapa Mazateeks (Mexico) is 'ja' met een snerpende stembandtrilling ‘hij draagt (kleren)’, met licht hese stem ‘hij draagt (in zijn handen)’ en met gewone stem ‘boom’. Alle vijf de basisklinkers van de taal bestaan in die drie varianten en omdat ze ook nasaliteit hebben zijn er dertig klinkers.

Er zijn zo’n 750 verschillende spraakklanken bekend, maar geregeld duikt er een nieuwe op. Het eerste stukje van een geprenasaliseerde klank is een m, n of ng (als in mening) en het tweede stukje is een plosief (stopklank), als in de naam van de taal Ndebele (Zimbabwe) of een fricatief (wrijfklank), als in de naam van de taal Nzakara (Ghana). Er zijn zelfs geprenasaliseerde trilklanken. In het Kele (Papoea Nieuw Guinea) begint [mbB]ulei ‘het is een vrucht’ met een korte m gevolgd door de klank die wij gebruiken om aan te geven dat het koud is. Onlangs is iemand aan de Radboud Universiteit gepromoveerd op het Hendo (DR Congo), dat een niet eerder gerapporteerde geprenasaliseerde h heeft, die bestaat uit een stukje nasale klinker, als in het Franse on, en een stukje h, als in het Nederlandse ho.

Het interessantst zijn functieverschillen. In het Yucateeks Maya (Mexico) zegt men 'Ik luister niet naar een mug, ik KIJK naar een mug!', maar ook 'Ik KIJK niet naar een wesp, ik KIJK naar een mug!' Wat wij als nadruk horen, is in die taal de uitspraak van het woord zelf: het is een toontaal, en klemtonen leggen in de zin, daar doen ze niet aan. Het is voor een Nederlander heel lastig om die woordtonen van het Yukateeks Maya niet als verschillen in nadruk te horen.

Prof. dr. Carlos Gussenhoven is hoogleraar in de Linguïstiek.