Nationale Wetenschapsagenda kost universiteiten 87 miljoen

Auke van der Veen
Nationale Wetenschapsagenda niet gratis

Universiteiten zullen onderzoek dat de Nationale Wetenschapsagenda aandraagt, zelf met 87 miljoen euro moeten gaan financieren. Dat schrijft het kabinet in antwoord op schriftelijke vragen over de Rijksbegroting. 

Voor de Wetenschapsagenda is geld niet belangrijk, aldus de website van de organisatie. Hier kwam kritiek op van de Vereniging van Universiteiten (VSNU). Voorzitter Karl Dittrich zei eerder dat de agenda zonder financiële middelen slecht een symbolisch wensenlijstje zou zijn, omdat onderzoek zonder dat daar geld in wordt gestoken zinloos is. Toch komt er geen extra geld voor universiteiten: van het kabinet moeten ze vier tot vijf procent van hun onderzoeksbegroting wegzetten voor het onderzoek waar de agenda mee komt. In totaal is dit 87 miljoen euro. 

De agenda is bedacht om te peilen waarover de samenleving wil dat wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan. In april dit jaar kon iedereen vragen stellen over hun wetenschappelijke belangstelling. De 11.700 inzendingen werden vervolgens door een wetenschappelijke jury ingedeeld in clusters van uitdagende en grensverleggende vragen, die binnen tien jaar onderzoekbaar moeten zijn. Eind november wordt de Wetenschapsagenda gepresenteerd.