Openingsartikel interdisciplinaire minoren

Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Redactie
Openingsartikel buitenlandminor

Het ene cijfer is het andere niet

Veel studenten willen een deel van hun studie in het buitenland spenderen. Ze zijn echter niet altijd goed ingelicht over de voor- en nadelen van hun bestemming. De Radboud Universiteit moet daarom meer aandacht besteden aan de voorlichting over de situatie die studenten op buitenlandse universiteiten aantreffen.

Tekst: Jean Querelle en Wout Zerner
Illustratie: Jonne Aghabozorg

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS. 

Een semester in het buitenland studeren is voor veel studenten een welkome afwisseling van de alledaagse sleur van de Radboud Universiteit (RU). Sommige studenten grijpen hun tijd over de grens aan om monumenten te bekijken of op het strand te liggen. Degenen die naar het buitenland vertrekken om nieuwe kennis op te doen, schrikken soms van het verschil in onderwijsniveau ten opzichte van de RU. Om een weloverwogen keuze te maken voor een buitenlandse universiteit is goede informatie over het instituut in kwestie nodig. Vanuit de RU is er echter weinig voorlichting over de verschillen tussen universiteiten. Hierdoor lopen studenten tijdens of na hun tijd over de grens tegen problemen aan.

Illu openings grootNiveauverschillen
Het regelen van een verblijf in het buitenland is voor studenten veel werk, waardoor velen er niet bij stilstaan dat de kwaliteit van het onderwijs minder kan zijn. Uit een lange lijst met mogelijke bestemmingen wordt vaak de leukste gekozen. Vervolgens moet de student zich al snel richten op praktische zaken zoals huisvesting en verzekeringen, waardoor onderwijstechnische zaken minder aandacht krijgen. Politicologiestudent Nanda van der Sloot, die een half jaar in Edinburgh studeerde, vertelt: 'Je krijgt een lijst met landen waar je naartoe kan gaan om te gaan studeren. De voor- en nadelen van de universiteiten worden nauwelijks toegelicht.' Geschiedenisstudent Annabel Buiter, die momenteel in Belfast studeert, beaamt dat. 'Pas in Belfast kreeg ik een goed beeld van de kwaliteit van de universiteit. Vanuit de RU
is geen voorlichting gegeven over de verschillen tussen universiteiten.'

Ondanks de niveauverschillen die deze studenten ervaren, voldoen alle universiteiten in Europa aan bepaalde eisen. 'Elke onderwijsinstelling waar wij studenten heen sturen moet aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden voldoen', vertelt Wessel Meijer, hoofd van het International Office. 'In Europa hebben we afspraken over de kwaliteit van onderwijsinstellingen en wij vertrouwen erop dat onze partneruniversiteiten deze regels naleven.' Studenten mogen dus verwachten dat universiteiten een bepaald basisniveau hebben, maar de RU erkent dat tussen de onderwijsinstellingen verschil bestaat. 'Een variatie in kwaliteit tussen universiteiten zal altijd bestaan, net zoals de kwaliteit van twee docenten van dezelfde opleiding kan verschillen', zegt Meijer. Hij vindt het niet puur de verantwoordelijkheid van de universiteit om studenten goed te informeren. 'De universiteit maakt een voorselectie van universiteiten. We verwachten van studenten dat ze zelf op onderzoek uitgaan. De RU kan niet voor iedere studie aan een buitenlandse universiteit een boekwerk met informatie opstellen.'

Goochelen met cijfers
Wie de eerste aanpassingsproblemen over de grens heeft overwonnen, krijgt zodra de cijfers binnenstromen te maken met nieuwe problemen. De manier waarop de behaalde resultaten worden weergegeven, is vaak anders dan in Nederland. Om een helder beeld te krijgen van de waarde van de prestaties van RU-studenten, is het noodzakelijk dat de cijfers worden omgezet naar het Nederlandse cijfersysteem. Hoe dit precies gebeurt, is voor sommige studenten echter onduidelijk. 'Het omrekenen van de cijfers is een beetje vreemd. Ik heb wel een omrekentabel gekregen van een professor in Belfast, maar weet nog steeds niet precies welke cijfers ik volgens de RU heb gehaald', geeft Buiter aan. Als het aan Van der Sloot ligt, moet de universiteit überhaupt stoppen met het omrekenen van cijfers. 'Naar mijn mening zijn mijn cijfers te laag uitgevallen, omdat de omgezette cijfers niet overeenkomen met de waarde die er in het Verenigd Koninkrijk aan wordt gehecht. Ik vind dat cijfers eigenlijk helemaal niet omgezet op het diploma moeten staan, omdat het niet mogelijk is om de resultaten op een eerlijke manier om te zetten.'

De verwarring over het omzetten van resultaten komt volgens Meijer door een verschil in de manier waarop cijfers worden gewaardeerd en toegekend. 'In Nederland hanteren we een systeem met tien getallen. De eerste vijf zijn onvoldoende en de negen en tien worden nauwelijks uitgedeeld. Hierdoor blijven er eigenlijk maar drie cijfers over die de meeste studenten behalen', vertelt Meijer. In het Verenigd Koninkrijk wordt daarentegen gebruikgemaakt van een systeem met percentages. Dergelijke verschillen maken het omzetten van cijfers lastig. De RU doet haar best om cijfers zo goed mogelijk te vertalen naar het Nederlandse systeem, door gebruik te maken van een conversietabel. Met deze lijst zijn de in het buitenland behaalde cijfers terug te rekenen naar het Nederlandse systeem.

'Het cijfer van een buitenlandse universiteit is eerder een advies dan een vastgelegd feit.'

'De tabellen worden gemaakt met behulp van een database', vertelt Meijer. Zo'n tabel is volgens Van der Sloot niet op alle buitenlandse universiteiten toepasbaar. 'Voor de universiteit van Edinburgh was geen tabel beschikbaar.' Hierdoor kan het gevoel ontstaan dat het omzetten vooral is gebaseerd op nattevingerwerk. Wel is de examencommissie bij zulke specifieke gevallen altijd een extra controleorgaan, legt Meijer uit. 'We nemen nooit zomaar een cijfer over van een buitenlandse universiteit. De examencommissie is altijd bevoegd om een cijfer aan te passen, omdat het cijfer van een buitenlandse universiteit eerder een advies is dan een vastgelegd feit.'

Studenten lopen in het buitenland vaak tegen problemen aan omdat ze niet genoeg kennis hebben over hun bestemming. Ze voelen zich niet genoeg geïnformeerd door de universiteit. De universiteit verwacht dat studenten zich zelf verdiepen in hun nieuwe omgeving, maar dit schiet er nog wel eens bij in tijdens de drukke voorbereidingsperiode. Door een geheugensteuntje vanuit de universiteit over zaken waar de buitenlandreiziger niet meteen aan denkt, kunnen eventuele onaangename verassingen, zoals een tegenvallende conversie van een behaald punt, worden voorkomen.

 

Redactie
Openingsartikel digitalisering op de RU

De digitale dreiging

Het gebruik van digitale middelen maakt studeren op de Radboud Universiteit (RU) steeds comfortabeler. Met risico's als privacyschending of commercialisering gaat digitalisering echter niet altijd over rozen. De RU moet de nadelen van digitalisering in de gaten houden en waar nodig actie ondernemen.

Tekst: Danique Janssen en Vincent Veerbeek
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Hoe makkelijk is het om thuis met je warme badjas aan en een kop zelf gebrouwen koffie in de hand je colleges terug te kijken? Mocht je wel naar college gaan, dan kan je razendsnel aantekeningen maken op je laptop. Digitalisering op de Radboud Universiteit (RU) heeft vanaf 2015 een flinke impuls gekregen. Het College van Bestuur heeft in dat jaar een vierjarenplan opgesteld, waarin doelen zijn vastgelegd met betrekking tot het verder en beter digitaliseren van het onderwijs. Door dit plan is het nu mogelijk om colleges online terug te kijken. Daarnaast is de RU begin dit jaar gestart met pilots voor het digitaal afnemen van tentamens.

Toch is een digitale campus niet de utopie die het lijkt, want er liggen ook risico's op de loer. Een dag achter een laptop kan bijvoorbeeld leiden tot vierkante ogen en een verkrampte houding, maar er zijn ook grootschalige bedreigingen zoals commercialisering, toenemende oppervlakkigheid in het onderwijs en een inbreuk op privacy. De universiteit doet nog niet genoeg om studenten tegen de gevaren van digitalisering te beschermen.

Dreiging van de commercie
Een van de risico's van digitalisering is commercialisering. Externe partijen met commerciële belangen krijgen dan een plaats in het onderwijs. Een voorbeeld hiervan is plagiaatchecker Turnitin. Studenten die via Turnitin een essay inleveren, geven het bedrijf achter het programma indirect toestemming hun essay te gebruiken voor commercieel gebruik. De RU moet veel processen uitbesteden aan derden omdat ze niet alle software zelf kan ontwikkelen. Deze uitbesteding geeft derden toegang tot het onderwijs. Erwin Bleumink, bestuurslid van SURF, een landelijke ICT-samenwerkingsorganisatie voor onderwijs en onderzoek, vreest hiervoor. 'Sommige commerciële bedrijven hebben heel andere belangen dan het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs, zoals het verzamelen van data van studenten.' Bovendien kan de invloed van commerciële bedrijven nadelige gevolgen hebben voor studenten, omdat hun leerproces bekeken kan worden door andere mensen dan hun docent. 'Studenten moeten in hun leeromgeving vrij zijn om te kunnen experimenteren met de leerstof en fouten te maken', benadrukt Bleumink. Fouten maken hoort bij studeren, maar dat moet tussen docent en student blijven. Met bijvoorbeeld Turnitin is er een risico dat dit niet gebeurt, omdat derden toegang hebben tot de ingeleverde essays. Daarom moet de RU duidelijke afspraken blijven maken met externe partijen om studenten te beschermen.

De digitale dreiging illustratie grootVeiligheid voorop
Digitaal studeren betekent ook dat steeds meer gegevens op interne servers of in de cloud staan, met mogelijke dreigingen voor de privacy tot gevolg. Zo staan niet alleen cijfers en persoonlijke gegevens op Osiris, maar ook studentendossiers met gevoelige informatie. Op dit moment voldoet de RU nog niet aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die op 25 mei ingaat. Op die datum moet de RU onder andere een register hebben van welke gegevens worden bewaard, wie er toegang heeft tot deze gegevens en hoe lang data mag worden bewaard. Ook moeten de overeenkomsten met externe partijen die nog niet aan deze eisen voldoen worden vernieuwd. 'In deze contracten wordt met leveranciers afgesproken tot welke gegevens ze toegang hebben', vertelt Ronald Sarelse, Corporate Information Security Officer en eindverantwoordelijke voor de nieuwe privacyregels op de RU. Nu is er dus nog veel mis en of de RU dit voor eind mei kan oplossen, valt nog te bezien. Nieuwe initiatieven, bijvoorbeeld het contract met Brightspace en het opslaan van digitale tentamenresultaten, zijn gelijk zo geregeld dat ze voldoen aan de AVG. Toch blijft het risico op privacyschending door menselijke nalatigheid ook na de invoering van de AVG aanwezig. Zo blijft het voor partijen die bij gegevens kunnen mogelijk om deze gegevens uit Osiris te exporteren en door te spelen naar anderen.

Surfen aan de oppervlakte
Naast commercialisering en privacygevaren, beperkt online colleges volgen het contact met anderen, terwijl dit cruciaal is voor de persoonlijke ontwikkeling. Jelle van Baardewijk, docent-promovendus Wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en redacteur van het boek Onderwijs in tijden van digitalisering, noemt online studeren een shortcut. 'Ik zie een toenemende vervlakking. Studeren draait niet alleen om het opdoen van kennis, maar ook om motivatie en inspiratie. Dit kan een docent het beste overbrengen in een collegezaal.' Bovendien kom je door je aanwezigheid makkelijker in contact met mensen met wie je normaal niet zo snel in aanraking zou komen. 'Het internet daarentegen past zich aan op jouw beleving, en sluit je daarmee ook af van ideeën en mensen die daarbuiten vallen', legt Van Baardewijk uit. Bij sommige grotere studies worden bijna alle colleges al digitaal aangeboden, wat ertoe leidt dat studenten minder vaak naar college gaan. Dit is bijvoorbeeld het geval op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. De RU moet zorgen dat studenten niet te afhankelijk worden van digitale hulpmiddelen. Deze verantwoordelijkheid ligt nu vooral bij gebruikers.

Precieze communicatie over hoe de RU digitale gegevens beschermt ontbreekt.

Niet geheel naïef
De RU is zich tot op zekere hoogte bewust van de risico's die bij digitalisering komen kijken, maar er valt nog veel te winnen. Hoewel in het vierjarenplan expliciet is opgenomen dat digitalisering het studeren dient te verrijken en niet te vervangen, zijn deze plannen op een aantal punten niet concreet genoeg. De RU is hard bezig haar zaken op orde te krijgen op het gebied van privacy, maar er kunnen duidelijkere afspraken worden gemaakt met commerciële partners over hun rol in het onderwijs. Volgens Jos in den Bosch, programmamanager van ICT in het Onderwijs, moeten studenten erop kunnen vertrouwen dat de RU op een verantwoordelijke maier omgaat met digitale gegevens. Toch ontbreekt precieze communicatie naar de student over hoe de RU deze gegevens beschermt. Ook lijkt de RU zich te weinig bewust te zijn van de toenemende oppervlakkigheid door de hoeveelheid aan weblectures op sommige opleidingen. Digitalisering is een verrijking van het onderwijs, maar de RU moet meer doen om studenten tegen de gevaren te beschermen.

 

Redactie
Openingsartikel universitaire media

Kritische klanken

Onafhankelijke universiteitsmedia worden steeds vaker verdrukt door woordvoerders die rooskleurige verhalen ophangen over de universiteit. Kritische geluiden raken in de minderheid, terwijl ze juist zo belangrijk zijn. De universitaire wereld moet zich bewust zijn van het belang van onafhankelijke media.

Tekst: Aaricia Kayzer
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Eind november zijn twee journalisten van de Universiteitskrant Groningen (UK) ontslagen nadat zij hun hoofdredacteur Rob Siebelink hebben beschuldigd van censuur. Zij vinden dat Siebelink kritische artikelen heeft afgezwakt over het plan van de Rijksuniversiteit Groningen om een campus op te richten in China. Een onafhankelijke commissie heeft bepaald dat er geen sprake is van censuur. Toch bevinden universitaire media zoals UK zich altijd in een spanningsveld. In tegenstelling tot het Algemeen Nijmeegs Studentenblad worden redacties van bladen als Vox in Nijmegen, Mare in Leiden of Univers in Tilburg namelijk betaald door de instelling waar ze kritisch over moeten schrijven. Daarnaast groeien communicatie– en PR-afdelingen van universiteiten hard, waardoor journalisten steeds vaker moeten opboksen tegen woordvoerders en persvoorlichters. De kritische pers krimpt, terwijl deze in een goed functionerende democratie juist essentieel is. Dit leidt tot een eenzijdige beeldvorming die niet te verenigen is met een van de kernwaarden van de universiteit: studenten opleiden tot democratische burgers.

Openings mediavrijheid grootEen pot nat
De media zijn een belangrijke spil in de democratie, omdat zij de macht kunnen controleren. Het gaat ten koste van de kwaliteit van de pers als journalisten geen ruimte krijgen om hun vak goed uit te voeren. Toch vergeten universiteiten het nut van onafhankelijke journalistiek nog wel eens. Het recente voorbeeld van het conflict bij de UK staat namelijk niet op zichzelf. Om de zoveel jaar ontstaat er een relletje over vermeend censuur bij een universiteitsblad. Zo ging de website van Vox in 2011 op in de officiële site van de Radboud Universiteit. Hierdoor deelde het blad een platform met de afdeling communicatie. Kritische berichtgeving en stukken van de communicatieafdeling werden gemengd gepresenteerd. Toen hier een conflict over ontstond, is de website door de universiteit achter een slotje gezet, waardoor het nieuws niet meer zichtbaar was voor buitenstaanders. Uiteindelijk heeft Vox een eigen website gelanceerd, het huidige Voxweb, die onafhankelijk kan opereren. Druk van bovenaf of expliciete verboden zijn niet de enige vormen van censuur. Het begrip is namelijk niet eenduidig. Journalisten van universitaire bladen kunnen ook, al dan niet bewust, aan zelfcensuur doen door zich minder kritisch op te stellen. Ze bevinden zich namelijk in een klein wereldje. De decaan die ze de ene dag bekritiseren, moet de volgende dag reactie geven over een andere kwestie. Annemarie Haverkamp, hoofdredacteur van Vox, merkt dit ook. 'Hoe dichter je bij mensen zit, hoe moeilijker het is om afstand te nemen.'

Ondergesneeuwd
Onbewuste (zelf)censuur is niet het enige probleem waar onafhankelijke bladen mee te kampen hebben. Steeds vaker moet ook worden ingeleverd op kwantiteit. De communicatieafdelingen van Nederlandse universiteiten groeien vaak in rap tempo omdat universiteiten er baat bij hebben een positief beeld naar buiten te brengen. Dat terwijl kritische redacties juist krimpen. 'Daardoor zijn er steeds minder journalisten en steeds meer communicatiemedewerkers', vertelt Haverkamp. 'Dat geeft druk omdat communicatiemedewerkers getraind zijn een positief verhaal af te steken. Daardoor is het moeilijk om als enige journalist kritisch te berichten.' Als journalisten geen ruimte krijgen om hun vak goed uit te voeren, gaat dit ten koste van de kwaliteit van de pers en daarmee de democratie. De universiteit schiet zichzelf hiermee in de voet. Nieuwsbrieven en persberichten van communicatieafdelingen werken vaak prima als informatievoorziening, maar ze scheppen een eenzijdig beeld. Studenten die alleen gelikte berichten van communicatiemedewerkers onder ogen krijgen, worden beperkt in hun beeldvorming, vindt Jaap de Jong, hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. 'Ze lopen hiermee het risico in hun eigen opleidingsbubbel terecht te komen', waarschuwt hij. 'Ik maak me soms zorgen dat studenten het verschil tussen nieuwsbrieven en de onafhankelijke pers niet meer zien.'

'Het is de taak van de pers om uit den treure te discussiëren over bepaalde kwesties.'

Democratische universiteit
Door een eenzijdig beeld te creëren, doet de universiteit haar studenten tekort. 'Het is belangrijk om in je studententijd te leren dat goede pers bijdraagt aan de democratie', vertelt De Jong. Bladen bieden namelijk ook een podium voor verschillende meningen, waardoor ze veel verschillende perspectieven bieden. 'Dat leert mensen om geïnformeerd van mening te verschillen en te handelen', aldus De Jong. 'Het is de taak van de pers om uit den treure te discussiëren over bepaalde kwesties.' Op die manier kunnen studenten een eigen beeld vormen van bijvoorbeeld het beleid van de universiteit. Dan krijgen studenten de kans om in te grijpen als ze het niet eens zijn met een plan en wordt voorkomen dat ze een bepaalde beslissing pas lezen in een persbericht. Bovendien zijn ze meer betrokken bij de gemeenschap waar ze zelf deel van uitmaken.

Een goed functionerende pers is dus noodzakelijk voor een democratie, ook op de universiteit. Alle universiteitsbladen krijgen op papier de ruimte om onafhankelijk te opereren zonder directe inmenging van de universiteit. Toch kunnen zij hun functie als kritisch klankbord in praktijk niet optimaal benutten. Een juridische of statutaire oplossing voor dit probleem bestaat niet. De oplossing ligt vooral bij de mentaliteit van de universiteit en haar studenten. Zij moeten inzien dat de universitaire pers een belangrijke taak vervult. De rol van onafhankelijke universitaire pers lijkt misschien klein, maar het kritisch berichten en het voeren van discussies zijn van grote waarde voor de toekomstige burgers van onze democratie.

 

Redactie
Openingsartikel cultuurpakket

Culturele kloof

Het cultuurpakket in het regeerakkoord verplicht scholieren om te leren over het Wilhelmus en om op excursie te gaan naar de Tweede Kamer en het Rijksmuseum. Leerlingen krijgen hierdoor een eenzijdig beeld van Nederlandse geschiedenis en cultuur. Pas op de universiteit leren ze om nuances te plaatsen bij deze denkbeelden. De kloof tussen de middelbare school en de universiteit wordt zo te groot.

Tekst: Danique Janssen, Jean Querelle en Jules Schmeits
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Veel Nederlanders weten voor een wedstrijd van het Nederlands elftal het eerste couplet van ons volkslied mee te zingen. Waarom Willem 'van Duitsen bloed' is en hij 'den Koning van Hispanje' altijd heeft geëerd, zullen veel voetbalfanaten echter niet weten. Om hier verandering in te brengen, is in het regeerakkoord onder andere opgenomen dat kinderen op school moeten leren over het Wilhelmus en de achtergrond daarvan. Daarnaast stelt Alexander Pechtold, fractievoorzitter van D66, op de partijwebsite dat 'dit kabinet wil dat ieder kind de kans krijgt het Rijksmuseum en de Tweede Kamer te bezoeken en zo leert over de geschiedenis van Nederland en onze democratie.' De nationale canon, een door de regering opgestelde verzameling van vijftig belangrijke historische gebeurtenissen, is daarbij leidend.

De coalitie neemt hierdoor het risico leerlingen van basis- en middelbare scholen een vooringenomen visie op te leggen waardoor een eenzijdig beeld van de Nederlandse identiteit en historie ontstaat. Studenten op de universiteit leren juist dat er niet zoiets is als de Nederlandse cultuur, maar dat er meerdere visies mogelijk zijn op cultuur of geschiedenis. Daarom moet de overheid meer ruimte laten voor discussies binnen de klas over wat belangrijk is in de Nederlandse historie en cultuur.

Illustratie openings culturele kloof grootGeschiedenis van bovenaf
De discussie over wat wel en niet belangrijk is in de Nederlandse historie en cultuur zou bijvoorbeeld bij het vak geschiedenis op de middelbare school kunnen plaatsvinden. Leerlingen kunnen aan de hand van verschillende teksten en gebeurtenissen discussiëren over uiteenlopende visies op het nationale verleden. De regering benadert cultuur in het regeerakkoord echter als een op zichzelf staand vak.

Remco Ensel, universitair docent Cultuurgeschiedenis van de Nieuwste Tijd aan de Radboud Universiteit (RU), vindt dit zorgelijk. 'Dit suggereert dat de regering mensen een nationale identiteit op wil leggen, door cultuur als middel voor cohesie te gebruiken. Dat is niet de juiste insteek om cultuur en geschiedenis mee te benaderen.' Volgens hem schiet niemand er iets mee op als Den Haag van bovenaf een culturele eenheid probeert op te leggen. 'We moeten de rol die cultuurverschillen in het kader van een nationale identiteit spelen centraal stellen. Dat is interessanter dan suggereren dat er een nationale eenheid zou zijn, die er in werkelijkheid helemaal niet is.' Nadenken en discussiëren over meerdere perspectieven is kenmerkend voor de universiteit. Het voortgezet onderwijs loopt het risico gedistantieerd te raken van het academische onderwijs als er te weinig aandacht is voor diversiteit in denken.

(On)zinnige canon
Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de RU, heeft ook haar bedenkingen bij de huidige plannen. Ze ziet wel kansen voor het primair onderwijs. 'Zo'n bezoek aan de Tweede Kamer of het Rijksmuseum is voor basisscholieren best nuttig. Tegelijkertijd vraag ik me af waarom klassen niet naar een regionaal museum kunnen gaan. Dat lijkt mij minstens zo educatief, omdat daar ook veel wordt verteld over de Nederlandse geschiedenis.' De canon biedt dus volgens haar een aantal goede handvatten om basisschoolkinderen geschiedenis bij te brengen.

Het voortgezet onderwijs is een heel ander verhaal. 'Voor middelbare scholieren kun je de historie niet reduceren tot die van Nederland. Naast een nationale geschiedenis bestaat er ook een wereldgeschiedenis waarvan leerlingen weet moeten hebben', legt Jensen uit. In het regeerakkoord staat geschreven dat leerlingen op hun achttiende een boekje krijgen met daarin de nationale canon. Dat is volgens Jensen nutteloos. 'Dat boekje belandt achterin de kast, daar doet niemand meer iets mee. Als de regering het Nederlandse verleden belangrijk vindt, moeten ze investeren in goed onderwijs over geschiedenis op alle niveaus.'

Als scholieren naar de universiteit gaan, leren ze dat er verschillende visies op het verleden bestaan.

Homogenisering zorgt voor kloof
De invoering van een verplicht cultuurpakket zorgt er weliswaar voor dat middelbare scholieren een bepaalde basiskennis krijgen van de Nederlandse geschiedenis en cultuur, maar werkt tegelijker tijd homogeniserend. Geschiedenis en cultuur zijn namelijk ontzettend brede begrippen. Wetenschappers vliegen elkaar constant in de haren over onderzoeksresultaten en zijn het zelden snel met elkaar eens, omdat concepten als geschiedenis en cultuur niet bedoeld zijn om in een rechtlijnig verhaal te vatten. De regering probeert dat wel te doen door jonge generaties een nationale canon op te dringen. Als scholieren eenmaal naar de universiteit gaan, leren ze namelijk dat er verschillende visies op het verleden bestaan. Dit verschil in denkwijzen zorgt voor een gapend gat tussen de middelbare school en het wetenschappelijk onderwijs.

De regering stelt de verkeerde prioriteiten als het gaat om het onderwijscurriculum. Het cultuurpakket bemoeilijkt de overgang tussen de middelbare school en de universiteit, maar kan deze kloof juist dichten als er meer ruimte komt voor discussie over Nederlandse geschiedenis en cultuur. Zolang de overheid haar geld beter investeert en scholieren kritisch laat zijn, is de overgang naar de universiteit voor hen geen brug te ver.

 

Redactie
Openingsartikel pretstudies

Nog niet uit met de pret

Wat de VVD betreft kunnen studies met een slecht baanperspectief, zogenaamde "pretstudies", beter worden opgeheven. De partij vergeet het maatschappelijke belang van deze studies. Een goede baankans is niet de belangrijkste maatstaf voor de relevantie van een studie.

Tekst: Danique Janssen en Eva Vervoort
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Na jarenlang zwoegen in de collegebanken breekt voor veel studenten de volgende fase in hun leven aan: het is tijd voor een serieuze baan. Voor een aantal afgestudeerden verloopt de zoektocht hiernaar helaas niet zo soepel, omdat hun opleiding niet aansluit bij de kwalificaties waar veel werkgevers om vragen. Op de website van de Radboud Universiteit (RU) is te lezen dat slechts 53 procent van de afgestudeerde Filosofiestudenten binnen anderhalf jaar een baan vindt. Daar staat tegenover dat 97 procent van de Molecular Life Sciences alumni binnen zes maanden al werk vindt. Frank Steenkamp, directeur van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie en hoofdredacteur van de Keuzegids, ontwikkelde een lijst met "crepeerstudies". Hierin zijn de studies met slechte arbeidsprognoses op een rijtje gezet. Zo kunnen studenten zich bewust worden van de nadelige arbeidsperspectieven die aan hun studie kleven en hier tijdig rekening mee houden. Studenten met een diploma in de Geesteswetenschappen of de Sociale Wetenschappen komen er in deze lijst slecht vanaf en moeten het regelmatig doen met lage salarissen, werkervaringsplekken en banen onder niveau. Ondanks deze ontmoedigende cijfers mag niet worden vergeten dat pretstudies wel degelijk belangrijk zijn, namelijk voor de ontwikkeling van een dynamische maatschappij.

De stekker er uit
Pieter Duisenberg, oud-Tweede Kamerlid van de VVD en voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), heeft een radicale oplossing voor het banenprobleem bij "pretstudenten": 'Hbo- en universitaire studies met weinig perspectief op de arbeidsmarkt moeten wat ons betreft verdwijnen', aldus Duisenberg op zijn persoonlijke website. Het statement is inmiddels verwijderd, maar met deze uitspraak heeft hij studies die geen direct economisch belang hebben ernstig gedegradeerd. Hij suggereert namelijk dat ze alleen 'voor de lol' en niet rendabel zijn. Duisenberg vergeet hierbij dat ze wel degelijk een grote maatschappelijke relevantie hebben, zoals vaak het geval is bij de Geesteswetenschappen en de Sociale Wetenschappen. De samenleving worstelt bijvoorbeeld met vraagstukken omtrent de integratie van Islamitische immigranten. Als Islamstudies-alumnus heb je misschien wel een pretstudie gedaan, maar met deze opleiding heb je verhoogd inzicht in zulke vraagstukken en kun je hier gepaste oplossingen voor aandragen.

Bruikbare vaardigheden
Daarbij hebben pretstudies wel degelijk een vorm van economisch belang. 'We kunnen iedereen met universitair niveau gebruiken op de arbeidsmarkt', aldus Caroline Termaat, career officer en voorzitter bij de Radboud Career Service. Ondanks dat afgestudeerden in pretstudies vandaag de dag harder moeten werken om hun plek op de arbeidsmarkt te veroveren, komen ook hun academische vaardigheden van pas in het arbeidsleven. Dit maakt het afschaffen van deze studies overbodig. Zo kwam Merel Doreleijers, afgestudeerd in Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan de RU, heel ergens anders terecht dan ze had verwacht. Ze werkt bij HealthLink, een internationale firma die diensten verleent aan bedrijven voor logistieke afhandelingen. 'Ik denk dat mensen vaak vergeten dat een universitaire opleiding, naast een gerichte baan, ook een analytisch vermogen oplevert dat bij alle banen bruikbaar is. Als antropoloog heb ik gemerkt dat ik veel heb gehad aan de manier van denken die mij is aangeleerd, namelijk een holistische manier van vraagstukken benaderen. Dit is toepasbaar op allerlei problemen die zich kunnen voordoen binnen een bedrijf, van maatschappelijke tot technische.'

Dynamische arbeidsmarktIllustratie pretstudies groot
Voorlopig hoeven pretstudenten zich dus geen zorgen te maken, mits ze rekening houden met het perspectief op de arbeidsmarkt. Ook over de toekomst moet geen onnodige paniek worden gezaaid. 'Het is gevaarlijk om iets wat nu als pretstudie wordt gezien, af te schaffen. Dezelfde studie kan over een aantal jaar ontzettend relevant zijn', zegt Ignace De Haes, career officer voor de faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen bij de Radboud Career Service. De arbeidsmarkt is volgens hem erg dynamisch en dus zullen pretstudies mogelijk niet altijd pretstudies blijven. Op dit moment heeft het genezen van mensen en het ontwikkelen van machines de prioriteit in onze maatschappij, maar de wereld begrijpen blijft van enorme waarde. Het is onverstandig om nu studies te schrappen terwijl er een kans bestaat dat er over een aantal jaar meer vraag is naar bijvoorbeeld sociologische of theologische denkers. Steenkamp sluit zich hierbij aan: 'Zo'n VVD-politicus heeft een bepaald maakbaarheidsidee en denkt zeker te weten waar de maatschappij over vijf of zes jaar behoefte aan heeft, maar dat weet natuurlijk niemand. Dat er nu veel vraag is naar informatici en technisch ingenieurs, betekent niet dat dit altijd zo zal zijn.' Baankans is dus een korte termijnbegrip en niet zo relevant bij het kiezen van een studie als sommigen het laten lijken.

We moeten streven naar een veelzijdige en dynamische maatschappij die in kan spelen op veranderingen op de arbeidsmarkt. Hiervoor hebben we alle studies, van alfa tot gamma, hard nodig. Het is voorbarig om pretstudies af te schaffen vanwege hun nadelige baanperspectief, aangezien de baankansen in de toekomst zomaar om kunnen slaan door een veranderende arbeidsmarkt. Daarbij zijn de academische vaardigheden die worden opgedaan bij elke universitaire studie relevant op de arbeidsmarkt. Laat je dus niet tegenhouden om te studeren wat je echt leuk vindt. Zoals De Haes het verwoordt: 'Doe wat je hart je ingeeft. Als je dat doet met de nodige voorbereiding, dan komt het met je toekomst vanzelf goed.'

 

Redactie
Openingsartikel evaluatieformulieren

Zinloos gemeld

De evaluatieformulieren die studenten aan het eind van een cursus of tentamen invullen, zijn bedoeld voor verbetering van de onderwijskwaliteit. De resultaten hiervan worden echter bijna nooit teruggekoppeld naar de student. De universiteit moet er strenger op toezien dat studenten inzicht krijgen in de resultaten van evaluatieformulieren.

Tekst: Aaricia Kayzer
Illustratie: Anne Rombouts

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Het invullen van een evaluatieformulier komt voor menig student als een vervelende nakomer; vragen die nog ingevuld moeten worden terwijl je liever na je tentamen meteen de zaal verlaat. Deze feedback is echter belangrijk voor de verbetering van de onderwijskwaliteit. De Universitaire Studentenraad (USR) pleit al sinds 2011 voor het universiteitsbreed invoeren van een terugkoppeling van cursusevaluaties aan studenten. Toch hebben studenten op de meeste faculteiten nog steeds geen zicht op de uikomsten van evaluatieformulieren. ‘Het is geen centrale verplichting voor docenten om de resultaten van zulke formulieren terug te koppelen’, vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de Radboud Universiteit. Terugkoppeling wordt wel aangemoedigd, maar daar blijft het bij. ‘In Nijmegen is alles behoorlijk decentraal geregeld. We willen faculteiten keuzevrijheid geven in hun beleid, zodat ze zo goed mogelijk kunnen evalueren.’

Isa Corbeek, vicevoorzitter van de USR, vindt het jammer dat eerder gemaakte afspraken hierover niet op alle faculteiten worden nageleefd. ‘Vanuit het Bestuursgebouw krijgen we veel erkenning over de ernst van dit probleem, maar de terugkoppeling van evaluatieformulieren staat laag op de prioriteitenlijst van docenten.’ Studenten geven echter niet voor niets feedback. Onderwijsdirecteuren en docenten moeten afspraken nakomen en consequent terugkoppelen naar studenten.

Zoek de verschillen
Op de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) wordt sinds vijf jaar gewerkt met een terugkoppeling van cursusevaluaties aan studenten. Zowel studenten als docenten ontvangen na afloop van een cursus een mail met daarin statistische gegevens over de cursusevaluatie, zoals gemiddelde cijfers. Daarnaast krijgen studenten ook een reflectie van de docent met daarin mogelijke actiepunten en een oordeel van de opleidingscommissie (OLC). ‘Een student die niet tevreden is over een specifiek aspect van de cursus, kan daardoor zien wat de docent hiermee van plan is, of wat ermee wordt gedaan’, vertelt Floris Rutjes, vicedecaan Onderwijs van het faculteitsbestuur van de FNWI. Céline Borst, lid van de OLC van Biowetenschappen, is positief over het systeem. ‘Je kan als student terugzien wat je hebt ingevuld en de OLC kan iets doen met deze informatie. Als dit niet gebeurt hebben mensen het idee dat er niets met hun feedback wordt gedaan.’ Meer terugkoppeling van cursusevaluaties stimuleert studenten dus om feedback te leveren, wat goed is voor de verbetering van de onderwijskwaliteit.

Lang niet alle faculteiten zijn zo transparant richting studenten. Op de Faculteit der Medische Wetenschappen blijven terugkoppelingen steken bij één van de vele instanties die een rol spelen bij de verwerking van evaluatieformulieren. Ferhat Beyaz, studentassessor van de Raad van Bestuur van het Radboudumc, legt uit dat evaluaties bij het onderwijsmanagementteam (OMT) terecht komen. Het OMT spreekt hierover met docenten en kwartaalcoördinatoren. Rianne Damhuis, studentlid van het OMT, vult aan: ‘De kwartaalcoördinator koppelt resultaten terug naar de SOOS, de jaarvertegenwoordiging van bachelorstudenten Geneeskunde. Zij kunnen dit vervolgens doorspelen naar hun achterban, maar dit is niet verplicht.’ Terugkoppeling naar studenten is hier dus niet gegarandeerd.

Illustratie Zinloos gemeld grootAfspraken verzaken
Het systeem dat de FNWI hanteert is echter niet zonder problemen. De participatie van docenten laat te wensen over, waardoor een deel van de cursussen niet volledig geëvalueerd kan worden. Borst geeft aan dat docenten vaak de deadline voor het reageren op evaluaties missen. ‘Als ze te laat zijn, wat vaak gebeurt, kan de OLC geen advies geven en krijgen studenten geen inzicht in wat er met hun kritiek gebeurt.’ Het probleem ligt dus bij de naleving van afspraken door docenten en opleidingsdirecteuren. Het systeem van de FNWI is, mits zij op tijd reageren op evaluaties, een goede manier om terug te koppelen. Gerritsen doet een andere suggestie voor directe terugkoppeling: ‘Een idee van de rector was om direct na afloop van een college te vragen: “Wat vonden jullie ervan?” Het voordeel hiervan is dat je een gesprek hebt, in plaats van een aankruisvakje of kort woordje.’ Een groot nadeel is dat evaluaties dan niet worden vastgelegd en daarom niet op lange termijn kunnen worden bekeken. Het is belangrijk om zicht te hebben op de meerjarige verbetering van een cursus.

Immy Niemeijer, studentlid van de OLC Nederlandse Taal en Cultuur, legt uit dat docenten een verantwoording over de evaluaties naar de OLC sturen. De OLC vergadert hierover en stuurt commentaar naar de docent. De docent zet dit in theorie op Blackboard, maar in de praktijk komt hier weinig van terecht. ‘Er is sprake van een beleid maar docenten voeren dit niet uit. Hier moet strenger op worden gelet.’ Dat hierin wordt verzaakt, heeft niet alleen als nadeel dat studenten evaluaties minder invullen. Studenten vormen ook een extra controleorgaan voor de verbeterpunten van docenten omdat ze kunnen letten op de naleving van deze punten. Als studenten de resultaten van evaluatieformulieren überhaupt niet onder ogen krijgen, mist deze extra controle.

Transparante terugkoppeling
Door de decentrale organisatie van de Radboud Universiteit zijn niet alle beleidszaken op elke faculteit hetzelfde geregeld. De terugkoppeling van evaluatieformulieren is hier een voorbeeld van. ‘Door transparant te zijn met resultaten hopen we studenten te stimuleren vaker evaluatieformulieren in te vullen’, aldus Rutjes. Corbeek is het hiermee eens: ‘Het communiceren van de resultaten is echt belangrijk, want je ziet dat studenten minder snel geneigd zijn een formulier in te vullen als ze hiervan nooit het resultaat zien.’

De FNWI laat zien dat het systeem voor terugkoppeling reeds bestaat, maar dat het probleem vooral ligt bij het naleven van afspraken door docenten en onderwijsdirecteuren. Zij moeten strengere afspraken maken met docenten en zorgen dat deze worden nageleefd, zodat resultaten van cursusevaluaties structureel worden teruggekoppeld naar studenten. Enkel aanmoedigen is niet genoeg, alleen met echte afspraken kan worden gescoord.

 

Redactie