Digibete Docenten

Redactie

Docenten op de Radboud Universiteit zijn tijdens colleges te vaak aan het klungelen met de computer of andere elektronica. Colleges worden hierdoor verstoord en vertraagd. De RU moet docenten een cursus in de basisvaardigheden van ICT aanbieden.

Tekst: Vera Crienen
Illustratie: Jurgen Tesselaar

Dit artikel verscheen eerder in het eerste nummer van ANS

Tijdens een college wil de docent een filmpje laten zien op YouTube, als ondersteuning van de collegestof. Wanneer het filmpje eindelijk op het scherm verschijnt, zoekt hij nog tien minuten naar het play-knopje. Ineens knalt er een oorverdovend geluid uit de boxen. De docent zoekt koortsachtig naar de volumeknop. Uiteindelijk moet een student in de zaal de paniekerige professor uit zijn lijden verlossen door het probleem met twee muis- klikken te verhelpen. Het gebrek aan simpele ICT-vaardigheden bij docenten is een herkenbaar probleem onder studenten van de Radboud Universiteit (RU).

Docenten hebben tijdens colleges vaak problemen met de apparatuur die aanwezig is in de collegezaal. Het gaat hierbij om het eenvoudige gebruik van bijvoorbeeld smartboards, microfoons, projectieschermen en het omgaan met programma’s als PowerPoint of websites als YouTube. De basiskennis van docenten over de apparatuur die zij gebruiken in colleges, wordt niet getest voor het uitgeven van de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO), de verplichte kwalificatie voor docenten aan de universiteit. Het gepruts van docenten met elektronica gaat echter ten koste van de collegetijd en –kwaliteit. Bovendien lopen docenten een steeds grotere achterstand op, want de ontwikkelingen van ICT in het onderwijs gaan gewoon door. Docenten krijgen vaak te maken met nieuwe software of toepassingen zoals weblectures. De RU biedt docenten nog geen mogelijkheden om de basisvaardigheden te ontwikkelen, maar kan dit probleem eenvoudig oplossen door een cursus te regelen die docenten met gebrek aan ICT-basisvaardigheden bijspijkert.

Afleiding en irritatie
Het aanmodderen van docenten met elektronica gaat ten koste van de collegetijd. Wanneer een docent wanhopig aan het klungelen is, grijpen studenten vaak zelf in. Vanuit de collegebank roepen ze aanwijzingen naar de docent: ‘dat icoontje rechtsonder!’ of ‘dubbel klikken!’ Uiteindelijk moet een student het heft in handen nemen en naar voren lopen om de docent te helpen. Naast het feit dat er op deze manier minder tijd is om de collegestof te behandelen, werkt het gepruts afleidend, omdat het verhaal van de docent erdoor wordt onderbroken. De vertragingen en onderbrekingen roepen irritaties op bij zowel docent als student en deze kunnen de onderwijskwaliteit negatief beïnvloeden.

‘Hoe moet het geluid aan?’
Het gebrek aan kennis bij sommige docenten van de apparatuur bestaat omdat dit soort basisvaardigheden niet worden getest. Voor het uitgeven van de BKO worden de onderwijscompetenties van docenten getoetst. Bij de BKO wordt wel aandacht besteed aan het toepassen van ICT in het onderwijs op een zinvolle manier, maar daarbij wordt niet gekeken naar basisvaardigheden van en praktische kennis over elektronica. Wanneer een docent bijvoorbeeld niet weet hoe hij in een powerpoint een dia teruggaat, hoe het volledig-schermknopje bij een filmpje eruit ziet, of wat YouTube is, zal dat bij de BKO niet naar voren komen. De BKO is landelijk geregeld en wordt door elke Nederlandse universiteit erkend. Omdat basiskennis van ICT niet is opgenomen in de BKO, zou de RU zelf moeten zorgen dat haar docenten deze bezit.

anonieme academische digibeten groot

Ain’t nobody got time for that
Wanneer docenten de basiskennis van elektronica missen, lopen zij een achterstand op in de beheersing van hogere ICT- vaardigheden. De snelle ontwikkelingen van ICT in het onderwijs zijn moeilijker bij te houden voor docenten wanneer ze zelfs de basisvaardigheden van ICT niet onder de knie hebben. Aan de RU is veel aandacht voor het gebruik van ICT in het onderwijs. Regelmatig worden er cursussen gegeven over nieuwe software en over het didactisch gebruik hiervan. Zo zijn er cursussen over het gebruik van Turnitin, het nieuwe programma om het werk van studenten te controleren op plagiaat, of het gebruik van weblectures in de colleges. Ook worden er workshops georganiseerd voor onder andere het geavanceerd gebruiken van PowerPoint en het maken van educatieve video’s voor het ondersteunen van een college. Een cursus over het zelf maken van video’s werpt zijn vruchten echter niet af bij docenten die nog niet eens een filmpje fatsoenlijk kunnen afspelen. Deze docenten hebben meer aan een cursus die bij nul begint.

Noël Vergunst, coördinator van de afdeling Onderwijsondersteuning van de RU, erkent het probleem van gebrek aan ICT-basisvaardigheden: ‘We zien tijdens cursussen over nieuwe software grote verschillen in hoe handig mensen zijn met computers’. Vergunst vindt echter dat docenten de professionele plicht hebben om zichzelf te bekwamen wanneer ze ergens in tekort schieten. ‘Hiervoor moeten ze wel de tijd en middelen krijgen van de universiteit.’ De middelen zijn er genoeg voor gevorderen in ICT, maar de beginners worden op dit moment vergeten.

Volgens Monique van Vegchel, voorzitter van de Universitaire Studentenraad (USR), is juist tijd de valkuil van een nieuwe cursus voor ICT-vaardigheden. ‘Als USR zijn wij natuurlijk voor alles wat colleges verbetert. Colleges worden steeds interactiever en daarbij is kennis van ICT nodig. Op de RU krijgen docenten echter alleen financiële compensatie voor het volgen van een cursus, geen tijdscompensatie’, vertelt Van Vegchel. ‘Docenten hebben geen tijd om elke cursus te volgen die aangeboden wordt.’ De centrale cursus die de RU zou moeten aanbieden, hoeft echter niet veel tijd in beslag te nemen. Een paar uur in totaal is al voldoende, waardoor de tijdscompensatie vanuit de RU makkelijk te regelen is.

Korte knoppencursus
De RU zou een centraal geregelde cursus moeten aanbieden voor alle docenten die bijscholing nodig hebben in het omgaan met elektronica en apparatuur op basisniveau. De RU gaat er nu vanuit dat docenten de ICT-basisvaardigheden al beheersen. Zo niet, dan is het hun eigen verantwoordelijkheid om hiervoor hulp te zoeken. Dit gebeurt op dit moment te weinig, waardoor het gebrek aan kennis over elektronica blijft bestaan. Docenten blijven achterlopen met hun ICT-vaardigheden, waar de effectieve collegetijd en onderwijskwaliteit onder lijden. Bovendien zal deze achterstand alleen maar groter worden naarmate de ICT in het onderwijs zich blijft ontwikkelen. Zolang de basisvaardigheden niet worden getoetst in het BKO, moet de RU zelf haar docenten hierin opleiden. Het probleem van onkundige docenten wat betreft elektronica is de verantwoordelijkheid van zowel de RU als de docent zelf. Door het aanbieden van een korte, maar krachtige cursus kunnen docenten de stap naar bijscholing makkelijker maken, zodat paniekerige docenten die tijdens het college prutsen met de computer tot het verleden zullen behoren.